Opnieuw verwonderen we ons over het mysterie van Kerstmis. Terwijl
de kracht van de zomer afneemt, gaat het innerlijk leven zijn vloedgetijde
tegemoet.
Elke dag is als een nieuw leven, met zijn nieuwe begin, toenemende
bedrijvigheden en moeheid, zijn avond van vrede en stille overdenking.
Zo zouden we ook een jaar kunnen zien. Beginnend met de ‘schone
lei’ van goede voornemens en verwachtingen voor het Nieuwe Jaar,
komen we algauw in een vloedgolf van dringende zaken en verantwoordelijkheden,
maar met de nadering van de herfst wordt opnieuw de heilige toon aangeslagen
en ontvangt de geest een voorproefje van ‘het laatste van het
leven waarvoor het eerste werd gemaakt’. Dan volgen nieuwe kansen,
telkens weer. We treden het nieuwe jaar binnen terwijl de aarde zich
in nieuwe gebieden van de ruimte begeeft in het gevolg van haar god,
de zon, en laten voorgoed het oude achter ons, want de ervaringen van
elk jaar zijn nooit geheel gelijk aan die van het oude. We volgen misschien
de gewone gang van dagelijkse plichten, maar met een veranderd bewustzijn
omdat we enige tijd de invloed van het heilige jaargetijde van meer
nabij hebben ondergaan.
Kerstmis is het jaarlijkse moment van de waarheid, de tijd waarin het
licht helderder wordt en alles gedurende een korte periode zijn oorspronkelijke
eenvoud herwint. Mensen spreken met elkaar vanuit het hart en worden
begrepen. Allen hebben in gelijke mate deel aan zuivere vreugde en welwillendheid.
Het verlangen om te geven doortrilt de atmosfeer. We zijn allen geworden
als kleine kinderen. Niemand verwondert zich hierover, of vraagt zich
af hoe dit zo is gekomen. Het magische woord ‘Kerstmis’
geeft het antwoord en verklaart alles.
Maar het ogenblik van de waarheid is meer dan dit. Het is de vervulling
van het oude besluit: ‘Ik zal opstaan en tot mijn Vader gaan.’
Wat is deze ‘Vader’ anders dan de inwonende geest die alle
leven onderhoudt, in onszelf waar we zijn aanwezigheid kunnen voelen,
in al onze medemensen en in de hele schepping. In de kersttijd weten
we dit, niet noodzakelijk met het verstand maar in ons hele wezen. Het
heelal is ons thuis geworden.
In de ruimte nadert onze planeet met Kerstmis haar perihelium –
het punt van haar omloop dat het dichtst bij de zon ligt. Dat zou voor
ons een symbool kunnen zijn van wat met de mensheid kan gebeuren. We
zijn dichter bij de grote essentiële dingen gekomen; iets in ons
reageerde op de goddelijke harmonie. We hebben deel aan een gebeuren
waarvoor de natuur zelf de omlijsting verschaft.
Onze huidige beschaving, die wordt bedreigd door ontbindende, beroering
en onzekerheid brengende krachten, maar tegelijk een tijdperk van algemene
verlichting binnengaat, moet sterk worden beïnvloed door deze jaarlijkse
periode van zuivering en vrede, waarvan de stralen reiken tot aan de
uiteinden van de aarde. Misschien weten we nooit in hoeverre de beschermende
krachten die in deze tijd vrijkomen ertoe hebben bijgedragen de opgang
van de mensheid te bestendigen en te stabiliseren. Als we beseffen dat
dit het geval is, geeft dat een blijvend gevoel van dankbaarheid en
krijgt de wens die we uitwisselen, Vrolijk Kerstfeest, een diepere zin.