Kom, laten we ons begeven naar de oorsprong van alle dingen!’
Zo spreekt Lao-tzu, de grote Chinese wijze en taoïst. Deze ongedwongen
uitnodiging om ons naar de oorsprong van alle dingen te begeven, het
hart van het universele zijn, is een goed voorbeeld van Lao-tzu’s
stijl; direct, ongecompliceerd en vlot. Laten we met Lao-tzu meelopen,
de taoïstische Weg van Verdienste ontdekken en zien wat die voor
ons, 2.600 jaar later, in onze hoogontwikkelde materialistische maatschappij
inhoudt en betekent.
Lao-tzu wordt algemeen beschouwd als de schepper van het taoïstische
denken, maar het schijnt dat hij in werkelijkheid op doeltreffende wijze
de boodschap overbracht van de oude wijsheid, en het taoïsme koos
als het meest geschikte voertuig voor die tijd. Zoals veel andere lichtbrengers
in de geschiedenis – Boeddha, Krishna en Jezus – heeft Lao-tzu
ons een sleutel nagelaten waarmee we enkele mysteriën kunnen onthullen
die we proberen te begrijpen om zo een beter inzicht te krijgen in onszelf
en het heelal. Zijn doel was ons de ware aard van onszelf en ook de
uiteindelijke werkelijkheid achter de stoffelijke natuur te doen kennen.
Er bestaan geen dogma’s in het taoïsme; ieder mens moet zijn
eigen weg vinden.
De taoïstische benadering van de verbijsterende en eeuwige vragen
is het leven te leiden in overeenstemming met het Tao of de ‘Weg’.
Wat van bijzonder belang is bij dit streven is het waarnemen van de
natuur, die wordt gezien als ‘tevreden in haar tevredenheid’,
zonder dat woorden, analyses of logica nodig zijn. Voor de taoïst
zijn dat slechts abstracte ideeën die de weg naar begrip van het
innerlijk leven blokkeren:
Tao dat tot uitdrukking kan worden gebracht
is niet het Eeuwige Tao.
De Naam die genoemd kan worden
is niet de Eeuwige Naam.1
. . .
Het overbrengen van de betekenis van Tao is even onmogelijk als een
zonsondergang beschrijven voor iemand die blind is. Lao-tzu zei: ‘Praten
maakt de mens daarin niet wijs!’
Lao-tzu (of Lao-tse) werd rond de zesde eeuw v.Chr. in China geboren,
en kreeg de bijnaam van ‘Oude Jongen’ of ‘Oude Zoon’,
na 72 jaar in de moederschoot te hebben doorgebracht! Er wordt van hem
gezegd dat hij werd geboren met een witte haardos, een teken dat hij
al wijsheid had verworven. Zijn komst is dus een van de vele ‘wonderbaarlijke’
geboorten uit de geschiedenis. Van de duizend boeken die hij schreef
is er maar één bewaard, de Tao Teh King. Volgens
de legende werd hem vlak voor zijn verdwijning door een poortwachter
aan de westgrens van China gevraagd een korte weergave van zijn ideeën
samen te stellen. Dit kleine werk, de ‘Weg van Tao’ of ‘Boek
over de werking van Tao’, is vaker vertaald dan enige andere religieuze
tekst met uitzondering van de bijbel en misschien de Bhagavad Gita.
Het is een schatkamer van taoïstisch denken, dat zowel mystiek,
intuïtief, geïnspireerd, als paradoxaal is. De manier waarop
de taoïstische boodschap wordt gebracht, is menselijk en van een
aantrekkelijke frisheid; het doet een direct beroep op hen die zich
tot het mystieke aangetrokken voelen.
Enkele ideeën die de weg van Tao kenmerken zijn de dynamische
wisselwerking van tegenstellingen, dualiteit, de betekenis van niet-streven,
van deugdzaamheid, het innerlijke leven, en het Tao. De taoïst
ziet de wereld als één grote stroom van tegenstellingen
die onophoudelijk komen en gaan, toenemen en afnemen. Alles in de wereld
van stoffelijke openbaring, de zogenaamde uiterlijke wereld, kan alleen
worden gekend omdat er een overeenkomstige tegenstelling van bestaat
– bijvoorbeeld geboorte en dood. De manier waarop ons verstand
de wereld ziet en ons leidt in al haar ingewikkelde toestanden is door
aan alle dingen waaruit ze bestaat waarden en eigenschappen toe te kennen.
Een appel bijvoorbeeld is een klein, rond, rood, glanzend ding, waarvan
de smaak heel verschillend kan zijn. Maar dit zijn betrekkelijke omschrijvingen
van de appel. De taoïst probeert boven de beperktheid van bijzondere
beschrijvingen uit te stijgen, in een poging de hele schepping als een
eenheid te zien:
Omdat de wereld wijst op schoonheid als zodanig,
Is er ook lelijkheid,
Als goedheid wordt waargenomen als goedheid,
Treedt ook verdorvenheid naar voren.
Want zijn en niet-zijn komen samen;
Moeilijk en gemakkelijk vullen elkaar aan;
Lang en kort zijn betrekkelijk;
Hoog en laag zijn vergelijkbaar;
Hoogte en toon maken harmonie;
Voor en na volgen op elkaar.2
Deze polariteit van alle dingen, van yin en yang, wordt gesymboliseerd
door de cirkel die twee in elkaar grijpende golvingen omvat, die elkaar
schijnbaar eindeloos opvolgen. Elk heeft een klein deel van zijn tegenpool
in zich opgenomen. In de geopenbaarde wereld is een onophoudelijke beweging
van tegenstellingen gaande, elk is een ‘noordpool tegenover zijn
zuidpool’, en toch een onafscheidelijk en integrerend deel van
het geheel. Achter deze van verschillen uitgaande zienswijze ligt een
directe ervaring van de werkelijkheid waarin alle tegenstellingen worden
gezien als delen van een grotere eenheid, volledig en absoluut. Een
andere manier om dit idee tot uitdrukking te brengen is: ‘de kaart
is niet het grondgebied’ (Capra, De Tao van Fysica).
Vóór deze beweging van tegenstellingen, die voortdurend
en onverbiddelijk is, was er een toestand van zijn die Tao of ‘Weg’
wordt genoemd.
Er is iets, waarvan de omsluierde schepping was
Vóór de aarde of de hemel begonnen te bestaan;
Zo stil, zo verheven en zo alleen,
Het verandert niet, faalt niet, maar raakt alles:
Zie het als de moeder van de wereld.
De naam ervan ken ik niet;
Een naam ervoor is ‘Weg’; . . .3
Dit is de ‘onvergankelijke bron van alle dingen’. Zij die
kunnen zien zonder begeerte, zien het wellicht; voor anderen is alleen
de omhulling zichtbaar, een gelijkenis, een schaduw. Lao-tzu deed zijn
uiterste best de betekenis van dit Tao, dat niet in woorden kan worden
uitgedrukt, over te brengen; ze kan worden gevonden, want ieder van
ons is een heelal in het klein en een loot van die oorspronkelijke toestand.
Tao werd ook wel vertaald als ‘de reiziger’, wat erop duidt
dat er geen verschil bestaat tussen ons en de weg, tussen onszelf en
onze daden en hun gevolgen. Het pad is het ontvouwen van mogelijkheden
en het overwinnen van obstakels, de gevolgen van daden die een mens
heeft verricht. Hulpmiddelen en obstakels zijn dus een verlengstuk van
onszelf, en het pad en de reiziger vloeien ineen. Door ons eigen gedrag
verhinderen we de verwezenlijking van onze ware innerlijke natuur. Lao-tzu
verklaart dat alles wat we moeten doen is beseffen dat we ons eigen
innerlijke licht verduisteren, en opzij gaan. Als het eens zo eenvoudig
was! Misschien is het dat wel.
Niet-streven wordt gewoonlijk verkeerd begrepen als bewegingloosheid,
stagnatie of volledige inactiviteit. Niets is meer misleidend. ‘Het
is het Tao van de Hemel om weldadig te zijn en niet te kwetsen, het
is het Tao (of de weg) van de wijze te handelen en niet te streven’.4
Wat Lao-tzu bedoelde was dat we niet met onze handen in het haar moeten
zitten over wat we zijn en doen. Wees en handel eenvoudig. Wees spontaan,
handel als uw eigen meester, beheers uzelf. Door rond te rennen en overbezorgd
te zijn, verspillen we energie en vertragen we onze vooruitgang. De
spontane weg van zijn, van werken met de natuurlijke energie stroom,
wordt Wu Wei genoemd. Het betekent werken in harmonie met de
natuur en in harmonie met ons ware zelf. Wu Wei leidt tot deugdzaamheid:
Het is de Weg van Tao niet te handelen vanuit een
persoonlijk motief;
dingen te doen zonder de moeilijkheden ervan te voelen;
te proeven zonder zich bewust te zijn van de smaak;
het grote als klein te zien en het kleine als groot;
onrecht te vergelden met vriendelijkheid.5
Deugdzaamheid betekent dus handelen gebaseerd op begrip van Tao of
van universele beginselen omgezet in daden. Teh, of deugd,
is handelen uit beginsel. Als we het erover eens zijn dat Tao betekent
dat we begrijpen dat al wat geschapen is één is, dan is
handelen tegen anderen in feite handelen tegen onszelf. We kunnen niet
anders dan deugdzaam zijn als we handelen in overeenstemming met de
Weg. Lao-tzu spreekt zelfs over verschillende maten van begrip van Tao
en soorten van deugd die er het gevolg van zijn:
Een man met de hoogste deugdzaamheid
Toont die niet als de zijne;
Zijn deugdzaamheid is dan werkelijk.
Lage deugdzaamheid laat geen gelegenheid voorbijgaan
Om die deugd te tonen;
Zijn deugdzaamheid is dan niets.
Hoge deugdzaamheid is in rust;
Het kent geen behoefte tot handelen.
Lage deugdzaamheid is bezig zijn
Om voortdurend iets tot stand te brengen.
Waarlijk, is men de Weg kwijt,
Dan komt deugdzaamheid;
Is deugdzaamheid verloren, dan komt mededogen;
Daarna moraliteit:
En als die is verloren, is er vormelijkheid,
Het kaf van elk waar geloof,
Het punt waar ordeloosheid begint.6
Als de impulsen die een mens beheersen zelfzuchtig zijn, dan zullen
de deuren naar Tao zich sluiten. Lao-tzu heeft ons een middel tot begrip
aan de hand gedaan waarmee we deze deuren kunnen openen. Dit begrip
ontgaat ons vaak, zegt hij, omdat we te zeer in beslag worden genomen
door een uiterlijk leven van verwerven. Onze eigenwaarde wordt vaak
afgemeten naar onze bezittingen, onze macht of rang, die te vergankelijk
zijn om enige blijvende waarde te hebben. (Helaas zijn er ook mensen
die vrijwel geen geloof hebben in hun eigenwaarde.) Lao-tzu omhelst
een wezenlijk ethische gedragscode – ethisch wil zeggen handelen
in overeenstemming met de innerlijke wetten van de natuur – een
directe en ongecompliceerde weg van zelfonderzoek en waarneming van
het heelal. De gemakkelijkste wet om te begrijpen is die van oorzaak
en gevolg, of karma. Door een proces van zelfbeheersing waarin het innerlijke
leven wordt ontwikkeld en de natuur wordt geobserveerd, kan
men de aard van Tao leren kennen. De daaruit voortvloeiende toestand
van niet-streven is de uiteindelijke werkelijkheid en het doel van de
taoïst. Lao-tzu laat ons een boodschap van hoop na waarmee we de
dood onder ogen kunnen zien. De enige voorwaarde die hij eraan verbindt
is dat we proberen te begrijpen ‘Wat eeuwig zo is’:
Raak de uiteindelijke leegte,
Blijf kalm en stil.
Alle dingen werken samen:
Ik heb ze zien weerkeren,
Heb gezien hoe ze bloeien
En weerkeren, elk naar zijn wortels.
Dit, zeg ik, is de stilte:
Terugkeer naar ieders wortels;
.
. .
Dan, hoewel men sterft,
Zal men niet vergaan.7
Noten
- Tao Teh King (naar de vert. van Mears).
- The Way of Life, Lao-tzu (naar de vert. van
R.B. Blakney), 2.
- Ibid., 25.
- Tao Teh King, 81 (weergave van G. de Purucker).
- Ibid., 63.
- The Way of Life (naar de vert. van Blakney),
38.
- Ibid., 16.