Er is in de oude literatuur of de moderne psychologie niet veel te
vinden over het oplossen van conflicten – er is veel meer geschreven
over het voorkomen van conflicten. Degene die optreedt als vredestichter
heeft verschillende mogelijkheden tot zijn beschikking om iemand die
echt vijandig is aan te pakken door gebruik te maken van woorden die
aardig zijn en gramschap doen wijken, om een bijbelse uitdrukking te
gebruiken. Als je bijvoorbeeld tegen een jongere, die wars is van alle
autoriteit zegt, ‘Het is een mooie dag,’, zegt hij waarschijnlijk,
‘Nee, dat vind ik niet’, of ‘Wat dan nog’, en
kijkt nors. Maar als je zegt ‘Heb ik gelijk als ik denk dat je
het gisteren niet naar je zin had?’ geef je hem de kans om te
ontkennen dat het gisteren een nare dag was, of om het met je eens te
zijn. Dit waarborgt een positief antwoord. De Boeddha paste eenzelfde
methode toe toen hij de Vier Edele Waarheden gaf in een onpersoonlijke
vorm: we hebben moeilijkheden; alle moeilijkheden hebben een oorzaak;
er is een weg om de oorzaken van moeilijkheden teniet te doen; deze
weg is het Achtvoudige Pad.
Volgens mij zijn de methoden om conflicten op te lossen of te voorkomen
en om de vrede te herstellen als er te veel spanning is tussen personen
of landen dezelfde. Om erachter te komen of de processen van vrede bewaren
en conflicten oplossen identiek zijn, kunnen we kijken naar de Zaligsprekingen
uit het Evangelie van Mattheüs.* Als inleiding van de Zaligsprekingen
zegt Mattheüs eerst dat Jezus gezeten was, wat erop duidt dat hij
iets belangrijks te zeggen had: tot op deze dag spreken we over de positie
van een hoogleraar als een leerstoel, van welk leervak ook. Vervolgens
zegt hij dat Jezus de mond opende, dat wil zeggen dat hij zonder voorbehoud
zijn hart en geest opende, van geest tot geest; hij onderwees en verklaarde
eerder dan dat hij predikte. Voor zijn discipelen, degenen die zich
hadden verbonden, bracht hij de volgende dingen naar voren over het
leven en hoe te leven: de Zaligsprekingen. Ze beginnen, ‘Gezegend’
– het Grieks is makarios – dat lijkt op het Hebreeuwse
shalom, in het Arabisch salam (salaam) – een
soort uitroep van vreugde, zoals ‘O! de zaligheid,’ de klare
en zekere vreugde en vrede die hen niet kunnen worden ontnomen die dit
pad volgen.
*Ik ontleen dit voor het grootste deel aan de knappe
uiteenzetting van de Zaligsprekingen van Eerw. William Barclay, Moderator
van de Presbyteriaanse Kerk van Schotland.
De eerste Zaligspreking luidt, ‘Zalig de armen van geest, want
voor hen is het koninkrijk van de hemel.’ Dit is geen verheerlijking
van nijpende armoede: het betekent dat men zich ervan bewust is het
bittere einde te hebben bereikt, en dat geen ankertouw of andere hulpmiddelen
beschikbaar zijn. Het richt zich tot iemand die de broosheid van zijn
persoonlijke ziel heeft aanvaard, de vluchtige aard van zijn hartstochten,
zijn gebrek aan vastberadenheid en dan eerlijk over zichzelf oordeelt.
Dit doet denken aan het zevende deel van het Achtvoudige Pad, als de
Boeddha de nadruk legt op de ontwikkeling van juiste overpeinzing, juiste
bezinning of zelfbewustzijn. Als we te maken hebben met een crisistoestand
van vijandigheid, en we een open oog hebben voor de wildernis van onze
eigen persoonlijkheid, dan vinden we genoeg zwakheden om medegevoel
en mededogen te krijgen voor onze potentiële tegenstander.
De tweede Zaligspreking is, ‘Zalig de treurenden, want zij zullen
getroost worden.’ Zij die ongevoelig zijn, niet kunnen treuren,
kunnen geen uiting geven aan ware vreugde. We moeten onze natuur niet
ongevoelig maken, zodat we met onverschilligheid kunnen kijken naar
wreedheid of de ellende van anderen. Mededogen is een edel sentiment
en is in geen enkel opzicht zelfzuchtig. Tranen zijn niet het einde,
want handelen uit een geest van mededogen heeft ten slotte tot gevolg
dat we moed en vrede vinden. De uitdaging is – zich bewust te
zijn van de behoeften van anderen en bereid te zijn zich voor hen opofferingen
te getroosten.
De derde Zaligspreking is, ‘Zalig de zachtmoedigen, want zij
zullen het land bezitten.’ Zachtmoedig is in oud Grieks praos,
het midden russen twee uitersten, de middenweg tussen te veel en te
weinig. Mozes, Jezus en de meesten van hun landgenoten konden woendend
worden, maar het naar voren gebrachte ideaal was onzelfzuchtige woede
wanneer anderen onrecht werd aangedaan of als het om een beginsel ging.
Vergelijk dit met de Middenweg: de grote kracht van Boeddha’s
oproep was zijn leer van matigheid.
De vierde Zaligspreking is, ‘Zalig die hongeren en dorsten naar
gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ Dit doelt op
hen die een brandend verlangen hebben het juiste en geschikte pad te
vinden en te volgen. We moeten aan beginselen de voorkeur geven boven
begeerten; daarvoor is nodig dat de ziel haar luide roepen opgeeft ter
wille van de stille vrede van de geest. Hij die de waarheid werkelijk
liefheeft zal bevredigd worden. Om te ontdekken wat juist is, is een
goed onderscheidingsvermogen, geheugen en een goede intuïtie nodig.
De vijfde Zaligspreking is, ‘Zalig de barmhartigen, want zij
zullen barmhartigheid ondervinden,’ wat zijn weerklank vindt in
het Onze Vader: ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij onze
schuldenaren vergeven.’ Vaak plaatsen we ons zelfverzekerd op
de rechterstoel en spreken onze afkeer uit over de verdorvenheid van
het gedrag van onze samenleving. Het boeddhisme en het hindoeïsme
leren echter beide dat karma een universele wet is. De gevolgen van
onze daden zijn onontkoombaar, en al wenden we ons ten slotte tot het
licht, we blijven in de schuld staan bij hen die hebben geleden als
gevolg van onze zelfzucht of ons gebrek aan vergevensgezindheid. Barmhartigheid
is niet een populaire plant om te koesteren in onze ziel, maar het is
er wel een die ons het meest afhoudt van de dierlijke elementen in de
mens.
De zesde Zaligspreking is, ‘Zalig wie zuiver van hart zijn, want
zij zullen God zien.’ Rituele zuiverheid is niet genoeg: reiniging,
vasten, onthouding voor een bepaalde tijd, en het doen van respectabele,
menslievende en toegewijde daden zijn niet genoeg, hoewel hindoe-, Islamitische
en Joods-Christelijke wetten ze voorschrijven. In het Oude Testament
was moord verboden, moorddadige woede was in het Nieuwe Testament verboden;
overspel was verboden in het Oude, wellust was verboden in het Nieuwe.
Om in vrede te verkeren, moeten we niet vervuld zijn van innerlijke
conflicten. De barmhartige of spirituele kant van onze natuur moet actief
zijn, meer en meer onze menselijk-dierlijke ziel beheersen en de kracht
die daarachter staat is deze shalom kracht, de kracht van vreugde –
vol vertrouwen, kalm, stille vreugde over de gerechtigheid van de wet,
van mededogen, van schoonheid, van waarheid en van leven.
De zevende Zaligspreking zegt: ‘Zalig de vredestichters, want
zij zullen kinderen van God genoemd worden.’ Vrede is hier de
positieve kreet van vreugde – O, hoe vreugdevol! – niet
alleen het staken van vijandelijkheden, ze schept een dynamische toestand
van vreugde, harmonie en evenwicht. Deze toestand ontstaat door de poging
de boodschap van de andere Zaligsprekingen toe te passen: zelfonderzoek;
ontvankelijkheid voor leed en vreugde; een evenwichtig oordeel; het
stellen van beginselen boven begeerte; barmhartigheid; het kalm afwijzen
van slechte gedachten; en het vinden en scheppen van vrede.
De achtste Zaligspreking, ‘Zalig wie vanwege de gerechtigheid
vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel’
richt zich tot hen die het uiterste doen om trouw te blijven aan een
beginsel. We leven in een enorme mengbak van overtuigingen en vaste
meningen die ons willen doen aanpassen aan wat acceptabel wordt geacht,
ons willen doen meelopen met de massa. Men wil dat we tot een bepaalde
sekte behoren, een partij, een groep, dat we die gewoonte volgen, dat
voedsel eten – eindeloos. Beginselen ontdekken is heel moeilijk
en voortdurend ontstaan er aan alle kanten conflicten. Hoe onbeduidender
het conflict is, hoe vaker het zich voordoet. Dat was het geval in het
Romeinse Rijk, waar vele godsdiensten hun volgelingen hadden. De regering
probeerde tot eenheid te komen door de Keizer te vergoddelijken. Daarvoor
was niet meer nodig dan wat wierook in een vlam te werpen en de naam
van de Keizer te mompelen, en dan kon men zijn eigen goden eren. De
christenen weigerden dat en werden een tijdlang vervolgd. Dat was een
conflict over een beginsel. Er was, zoals zij het zagen, geen andere
weg dan zich schrap te zetten en overredingsmiddelen en dwang te weerstaan
ter wille van de gerechtigheid. Dat is een toepassing van de achtste
Zaligspreking. We moeten nagaan hoe de andere kunnen worden toegepast
op de oneindig gevarieerde confrontaties en eisen waar het dagelijks
leven ons voor plaatst.
Psychologen hebben ontdekt dat velen die een asociaal gedrag vertonen
een heel minderwaardig beeld van zichzelf hebben, wat de oorsprong is
van hun vijandige houding. Wat zou het een verschil betekenen als ze
beseften dat in elk van hen een straal van het goddelijke leven woont
en dat de motor of bron daarvan de menselijke geest is! Dat is de basis
van alle pogingen de visie van de gemiddelde mens te verruimen. Die
goddelijk-spirituele zijde van onze natuur is de bron van de vreugde
in ons hart, ze schenkt ons wijsheid, onderscheidingsvermogen, het geweten,
een gevoel van redelijkheid, integriteit, liefde voor de waarheid, begrip
voor de noden van anderen, liefde voor schoonheid: ze geeft ons shalom,
een verheven vrede en vreugde – de vrede die alle begrip te boven
gaat.