Een dag om te onthouden
Grace F. Knoche

 

Niemand kent de mystieke reis van ideeën; als zaden die door de wind worden meegevoerd en hier en daar neervallen ‘als de geest luistert’, zetten ze intuïtieve geesten tot handelen aan. Is een idee eenmaal verwoord en heeft men er zich, al is het maar heel kort, mee beziggehouden, dan zal ze opnieuw verschijnen als de cyclus gunstig is. Ze kan niet worden uitgewist want ze is het gedachten bewustzijn van de mensheid binnengekomen, dat alle creatieve – en destructieve – energieën die in ons hun oorsprong vinden naar ons terugkaatst.

Het wordt tijd dat wij de droom die in de diepten van de ziel huist in ons leven verwerkelijken, zodat onze persoonlijke aspiraties de springplank worden voor gezamenlijke actie om in de toekomst te overleven. Het is een opmerkelijk feit dat een steeds groter aantal mensen dat ook doet, en eens zal de kracht van mededogen en zorg voor alle kinderen van de natuur, niet alleen van de menselijke familie, zich een weg banen door het ‘verbindingspunt’ tussen het ene gebied en het andere en zal de zo noodzakelijke transformatie van het bewustzijn zich hebben voltrokken. We zullen een flinke sprong hebben gemaakt in het bewustzijn; van eigenliefde naar de alomvattende erkenning dat de mensheid samen met elke andere levensvorm op Moeder Aarde een is – een symbiose waarin elk een deel is van de ander, deze helpt en completeert.

In een onlangs verschenen boek, The Day the World Forgot, stelt Robert Skutch de vraag: ‘Wat zou er gebeuren als we vergaten dat het gebruikelijk is elkaar te wantrouwen, wat dan?’ Als antwoord stelt hij zich in het klein voor dat liefde en vertrouwen gedurende vierentwintig wondervolle uren een einde zouden maken aan de eindeloze vijandelijkheden en verschrikkingen die onze beschaving teisteren.

Het scheen dat het gebeurde zonder enige waarschuwing, en niemand wist hoe; en omdat het zich zo spontaan voltrok, dacht niemand eraan er melding van te maken. Maar wat in het Midden-Oosten, Moskou en Washington gebeurde, zou weer kunnen plaatsvinden. Gedurende enkele uren werd het hart van Palestijnen en Joden, Russen en Amerikanen van angst bevrijd. Arabieren en Joden trokken de ‘verboden’ gebieden binnen, deelden hun brood, hun gedachten en hun dromen; ze vergaten elkaar te haten en vroegen zich af waarom er legers waren. Aan beide zijden van het ‘gordijn’ veranderden diplomaten en staatsfunctionarissen, die een nieuwe ontwapeningsconferentie voorbereidden, van houding: Waar waren ze bang voor als er in feite geen reden was dat het ene land het andere zou vrezen? Belangrijke figuren aan beide zijden stelden een volledige herwaardering van het beleid voor, een beleid dat gebaseerd moest zijn op vertrouwen en niet op wantrouwen.

Zonder zich daarvan bewust te zijn, maakten ze een weergaloze sprong in de geest, van vrees naar vertrouwen. Zoals Johannes schreef in hoofdsruk 4 van zijn Eerste Brief:

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit. (18)
Maar als wij elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. (12)
God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem. (16)

Een utopische fantasie, een ijdele droom? Alleen als het voor de geest roepen van een ideaal geen betekenis heeft, niet wortelt in de werkelijkheid. Het verhaal van Skutch mag dan op fantasie berusten, maar het raakt wel de kern van ons dilemma. Liefde en begrip moeten worden gevoed als we vrede en geen oorlog willen. Zoals herhaaldelijk gebeurt, verdwijnt de magie van vertrouwen, zoals het doek valt voor het toneel, steekt vrees de kop op en overtuigt en dwingt de logica ons met onweerlegbare argumenten, gebaseerd op mislukkingen in het verleden. In een oogwenk is de belofte van het nieuwe tenietgedaan en trekken de spelers zich terug in de bekende schuilhoeken van wantrouwen. De Dag die een duizendjarig rijk van vrede en vrijheid voor allen had kunnen inluiden, raakte in vergetelheid. Maar niet voorgoed.

De denkbeeldige ‘Dag’ van Skutch herinnert ons er op dramatische wijze aan dat het Goddelijke, Liefde is – een zo eenvoudige waarheid dat de krachtige consequenties ervan ons ontgaan. De ‘Flower’ kinderen van de jaren zestig, met hun zorgeloze minachting voor normen die eeuwenlang als heilig waren beschouwd, waren nodig om ons uit onze zelfvoldaanheid wakker te schudden. Op praktisch ieder terrein werd de status-quo ruw verstoord – het lijdt geen twijfel dat het meer dan tijd was voor drastische veranderingen in de denkgewoonten. Ze vervielen tot uitersten – drugsmisbruik en een onbeteugelde levensstijl ondermijnden zowel de gezondheid als het idealisme – maar toch kiemde er onder het afstotelijke iets kostbaars. Hun onafgebroken roep om eens en voor altijd een einde te maken aan de oorlog en zijn verschrikkingen, klinkt met verhoogde kracht door nu de 21ste eeuw nadert. In deze tijd zijn er talrijke organisaties die voor dat doel werken, het vinden van humane en gezonde oplossingen voor de dreigingen die boven ons hoofd hangen. Zij beseffen dat ieder mens door de aard van zijn gedachten en idealen een verantwoordelijke rol kan en moet spelen in onze toekomstige beschaving.

Gedachten gaan aan daden vooraf, en als een voldoende aantal van ons hun bewustzijn verplaatsen van bijkomstige naar eeuwige zaken, van het bevredigen van het ik naar het dienen van het universeel goede, dan zullen eens de oorzaken van haat en agressie verschrompelen en sterven. In vele kringen komt een ‘voorzichtig optimisme’ tot uitdrukking dat de langverwachte verandering in de richting van het wereldbewustzijn is begonnen. Zelfs de geringste wijziging in de polariteit van ons denken naar het universele, is een reden tot hoop. Het pad is steil en kronkelig en de weg omhoog wisselvallig. Maar als men blijft streven, kan het zijn dat tegen het jaar 2000 de gezamenlijke wil van ontwaakte individuen de stoot zou kunnen geven tot een universele broederschap van alle volkeren. Dan zouden redelijke en harmonieuze relaties russen volkeren en rassen de natuurlijke levensstijl worden in het komende millennium en ervoor zorgen dat het volgende millennium op zijn beurt de belofte van ons Aquariustijdperk waarmaakt.

Het is van wezenlijk belang ons het hoogst mogelijke voor ogen te stellen als we iets willen bereiken. Natuurlijk zijn we ons bewust van de enorme problemen waarvoor onze huidige beschaving aan alle fronten staat. Maar we zijn ons ook bewust van het toenemende aantal onafhankelijke organisaties die er ijverig voor werken een potentiële ramp om te zetten in creatieve winst.

Het is duidelijk wat het redmiddel is op het gebied van het denken: als in ieder land een voldoende aantal universeel denkende mensen hun idealen op een hoger en algemener plan en in praktijk zouden brengen, is het denkbaar dat dit een ‘kritieke massa’ van toegewijde altruïsten zou doen ontstaan die een dynamische verandering teweeg zou brengen in het menselijk bewustzijn. Wat ons op het ogenblik te doen staat is onze motieven aan een nieuw onderzoek te onderwerpen om er zeker van te zijn dat we op verantwoorde wijze leven als liefhebbende en meelevende mensen. Ieder van ons telt.

Wij zien uit naar de Dag waarop we het wonder van vertrouwen zullen hebben verwezenlijkt, want dat zal een kettingreactie doen ontstaan waarvan de gevolgen verder reiken dan we kunnen beseffen. Het zal een Dag zijn om te onthouden, want een verandering van de aardas zou niet een zo belangrijke omwenteling teweeg kunnen brengen als de blijvende wijziging in het bewustzijn van het ‘menselijk-dierlijke naar het menselijk-goddelijke’. In komende eeuwen zal die gebeurtenis worden herdacht in balladen en liederen, in mythen en verhalen, die de mensheden van de verre toekomst zullen herinneren aan die wonderlijke waarheid dat het Goddelijke, Liefde is, en dat hij die zijn broeder of buur liefheeft ‘ in God blijft en God in hem.’

 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/apr 1990

© 1990 Theosophical University Press Agency