Wat er ook aan de buitenkant zichtbaar is, ons werkelijke leven speelt
zich innerlijk af; wat ons bewustzijn raakt onthouden we en gebruiken
we om ons geheugen te vormen, en op het geheugen is alle verdere kennis
die we verwerven gebaseerd. Dat moet de reden zijn dat in de Griekse
mythologie Mnemosyne (het geheugen) de moeder is van de negen muzen
die de kunsten en wetenschappen vertegenwoordigen, want iedere nieuwe
toename van begrip is een verandering van of een toevoeging aan wat
we eerder hebben geleerd. De gebeurtenissen in ons leven zouden geen
invloed op ons uitoefenen of een ervaring voor ons betekenen zonder
het bewustzijn dat op deze gebeurtenissen reageert, en dat bewustzijn
is vol herinneringen uit het verleden. Misschien vergeten we sommige
gebeurtenissen, zodat ze geen verandering in het bewustzijn veroorzaken,
terwijl andere ervaringen misschien helemaal verbeelding zijn en toch
een blijvende indruk maken. Ook als twee mensen dezelfde ervaring doormaken,
zal de herinnering eraan van ieder van hen verschillen.
Misschien herinnert u zich een film, die jaren geleden populair was,
getiteld ‘Het geheime leven van Walter Mitty’ met Danny
Kaye in de hoofdrol. Walter gaf zich over aan buitensporige dagdromen,
waarin hij wonderbaarlijke prestaties van moed en bekwaamheid leverde.
Het lezen van een alledaags boodschappenlijstje kon de onschuldige jongeman
door associatie veranderen in een oorlogspiloot, of een chirurg die
het leven van een patiënt redde in een krachttoer die zijn assistenten
verbaasde; daarna nam hij de toejuichingen van zijn collega’s
met een overdreven bescheidenheid in ontvangst. En dat kon allemaal
gebeuren terwijl hij stond te wachten voor een stoplicht.
We leiden allemaal een dubbelleven: een uiterlijk leven dat zichtbaar
is voor de hele wereld en een innerlijk leven dat we met niemand kunnen
delen, zelfs als we dat zouden willen. Het leven dat voor iedereen waarneembaar
is kan opvallend veel verschillen van de ervaringen die zich in het
bewustzijn opstapelen. Zelfs terwijl we een maaltijd bereiden of een
schilderij maken, ondergaan we mentaal-emotionele veranderingen en slaan
we herinneringen op die vaak veraf staan van wat we aan het doen zijn.
Hoe dor zou het leven zijn voor iemand die op zijn fysieke zintuigen
vertrouwt, maar die in zijn bewustzijn de betekenis ervan niet in zich
opneemt: zijn oren horen de muziek en de vogelzang, hij ziet het zonlicht
en koestert zich in de warmte ervan, de geur en smaak van bloemen en
vruchten dringen tot hem door, maar omdat zijn ziel niet reageert, herinnert
hij zich niets; niets werkt in op zijn blijvende zelf. Daartegenover
staat dat de geur uit een lang vergeten verleden in de geest kan terugkeren,
wat getuigt van een herinneringsvermogen van de ziel dat duurzamer is
dan welke fysieke gebeurtenis ook.
Toch zijn er velen die de realiteit van het bewustzijn willen ontkennen
uit gebrek aan tastbare bewijzen. Waarmee leven zij dan? Leiden zij
een leven in vergetelheid, omdat ze geen herinnering aan het verleden
of hoop voor de toekomst hebben, en niets overhouden dan elektrische
celverbindingen in de hersenen die moeten uiteenvallen wanneer het leven
zich terugtrekt? Zo’n bestaan laat geen groei van begrip toe,
geen vreugde of verdriet, geen verrukking over schoonheid, want dat
zijn reacties van een ontvankelijke innerlijke natuur, een ziel met
vele schakeringen. De stoffelijke wereld alleen kan niet in die behoefte
voorzien. Anderzijds is het ruimschoots bewezen dat een mens een volledig
en inderdaad nuttig leven kan leiden zonder de stoffelijke waarnemingsvermogens
als hij over die zieleneigenschappen beschikt die in een normaal geval
de zintuigen gebruiken en beheersen: de wil, vastberadenheid, moed,
inspiratie, voorstellingsvermogen en die hogere kracht waar begrip moet
worden gezocht. Dit zijn enige eigenschappen van het bewustzijn dat
in steeds ruimere mate meevoelt en groeit.
Maar al maakt het bewustzijn gebruik van zintuiglijke waarnemingen,
het is er niet van afhankelijk, behalve als het gaat om het communiceren
met anderen, en zelfs dan niet altijd. We kennen gevallen van opmerkelijke
mensen die een bevredigend leven leiden ondanks handicaps die de rest
van ons bijna ondenkbaar acht: de jonge man zonder armen (een thalidomide
baby) die zo graag basketbal speelde. In plaats daarvan werd hij voetballer
en gitarist door zijn voeten optimaal te gebruiken. Veel blinde musici
hebben succesrijke carrières gemaakt. En wie kan de invloed op
de hele wereld taxeren of de innerlijke visie en kracht peilen van een
Helen Keiler, of van haar vriendin en lerares, Anne Sullivan. Zij zijn
ons bekend. Hoeveel onbekenden versterken de ziel van de menselijke
familie? Hun moed is niet minder waardevol en wij hebben allemaal toegang
tot het gemeenschappelijke reservoir van menselijke hulp en menselijk
dienen waaruit zij putten – zowel om te geven als te ontvangen.
Het feit dat zovelen in staat zijn een veel grotere vrijheid van denken
aan te kunnen dan hen ooit in de geschiedenis was gegund, zegt veel
over het deel van de mensheid dat nu op aarde aanwezig is. Als we terugkijken
zien we tijden waarin wetten primitief waren en afgedwongen, zoals de
geboden van Mozes, duizenden jaren later gevolgd door de suggestieve
aanbevelingen – geen onvoorwaardelijke bevelen – van de
Leraar op de Olijfberg. Ons huidige spirituele klimaat is er een van
meer ruimte voor vrijheid, wat erop wijst dat de ziel van de mensheid
nu rijper is, beter in staat juiste beslissingen te nemen zonder de
dreiging van straf of de toezegging van beloningen.
Er zijn er natuurlijk velen die nog steeds duidelijk voorgelicht willen
worden hoe ze het pad van evolutie het best kunnen gaan: hoe te zitten,
hoe te ademen, welk voedsel te eten, waarover te mediteren; zij moeten
nog ontdekken dat groei een proces is dat bovenal zelfvertrouwen vereist.
Onder hen zijn diegenen die naar tastbare resultaten uitzien, en verwachten
door stoffelijke middelen spiritueel te worden. Slechts zeer weinigen
zijn bereid te zoeken naar de beginselen waarmee de natuur werkt en
die toe te passen, de waarheid te zoeken waarheen ze ook leidt. Want
de werkelijkheid is misschien niet altijd aangenaam en de onverbloemde
waarheid kan het ego van de zoeker kwetsen. De veilige, de gouden sleutel
die de geheimen van de kosmos ontsluit, gaat aan dat ego voorbij, want
die sleutel is altruïsme. Het is een makkelijk woord om te gebruiken
en snel gedefinieerd maar zelfs als we het kennen, wordt het niet gemakkelijk
doorgrond. De ziel moet eerst gemotiveerd worden door de ontdekking
van de eenheid van alle leven en dat kan alleen worden bereikt door
een persoonlijke verkenningstocht in de werelden van het denken en van
spiritueel begrip. Is dat eenmaal bereikt, dan leidt dit inzicht tot
een totaal opgaan in het geheel. Opgelost in het al-leven, waar het
ego ophoudt een afgescheiden bestaan te hebben, kan het individuele
leven dat worden waarnaar het werkelijk streeft.
Deze toestand moet worden bereikt door bewuste keuze van de autonome
wil. Hiervoor zijn twee dingen nodig: het vermogen op zichzelf te staan
en onafhankelijk wijs te oordelen, en ten tweede moet de pelgrim op
dit pad de visie en het verlangen hebben zijn wijsheid in dienst te
stellen van alle wezens, zelfs ten koste van zijn eigen vooruitgang.
Dit kan, net zomin als onafhankelijkheid, worden onderwezen. Zij die
de oude geheimen bestuderen, moeten voor zichzelf de waarheid ontdekken
die van hen een werktuig maakt voor de hogere levenswetten. Dan zullen
zij die beginselen toepassen die nuttig kunnen zijn voor de vooruitgang
van het systeem dat we allemaal helpen samenstellen, en die deze vooruitgang
kunnen bevorderen. Gewoonlijk beperken we onze blik tot het heden en
het stoffelijke en beperken daardoor onze waarnemingen, maar als we
ons toestaan ons bezig te houden met grootsere levensperspectieven en
onszelf zien als producten van een verleden zonder begin, en op weg
naar een toekomst zonder einde, dan wordt het leven niet alleen zinvol
als een geheel: paradoxaal wordt ieder moment daarvan uniek, kostbaar
en onvervangbaar.
Deze eeuw met zijn onbeperkte mogelijkheden op metafysisch terrein
biedt ieder de gelegenheid te vinden en te onderzoeken wat hij werkelijk
nastreeft. De kansen om hogere of lagere bewustzijnsgebieden te bereiken
zijn ongeveer gelijk; of we prachtige dromen hebben of afschuwelijke
nachtmerries meemaken hangt helemaal af van de individuele motieven.
We hebben door de ervaringen van de ziel in ons oneindig verleden een
eeuwig waardevolle basis die ons tot oordelen in staat stelt, en ongetwijfeld
hebben we vele malen geleden door de gevolgen van onze fouten en geprofiteerd
van onze successen.
Een cryptische uitspraak die menig geleerde in verwarring bracht, ‘Een
ieder die heeft zal gegeven worden; van hem die niet heeft zal wat hij
heeft afgenomen worden’, is in het bijzonder van toepassing op
het bewuste zelf dat heerst over onze reacties op de omstandigheden
en zich dus ontwikkelt. Op het eerste gezicht lijkt het oneerlijk, hoewel
juist. Het zelf vergaart wat verdienstelijk en wat slecht is, wordt
in toenemende mate wijs of dom. De weg naar de hel en de hoogten die
we beklimmen worden steiler als we vorderen. Onze keuzen, gebaseerd
op verlangens en dromen van de ziel, hebben ongezochte en verreikende
gevolgen en iedere groei wordt een uitgangspunt waaruit grote gevolgen
voortvloeien. We kunnen niemand anders de schuld geven en ook zijn we
anderen niets verplicht wat de gevolgen betreft van onze houding, onze
stemmingen, gevoelens of andere bewoners van het bewustzijn. Ze zijn
onze eigen keus, laten we dus nooit de Walter Mitty in ons allemaal
onderschatten.