Wat zijn wij mensen? Grote denkers hebben zich door de hele geschiedenis
heen met deze vraag beziggehouden. De meeste definities leggen de nadruk
op ons verstandelijk vermogen. We worden omschreven als wezens die kunnen
denken, ideeën kunnen begrijpen en conclusies kunnen trekken: mensen
zijn verstandelijke wezens. Maar definities stellen juist door hun aard
grenzen, en als we te maken hebben met iets dat niet door woorden is
te beperken, kunnen definities alleen maar een deel van het beeld weergeven.
Misschien vormt het verstand een heel groot deel van het beeld van de
mens: we gebruiken dit het grootste deel van onze tijd. Maar wat bepaalt
de richting waarin we denken? Als er iets in ons is dat de wijsheid
bezit om goed van kwaad te onderscheiden, dan moet een deel van onze
natuur in het verleden de ervaring van het maken van fouten hebben opgedaan
en van die fouten hebben geleerd. De wijsheid die uit zulke ervaringen
is verkregen, staat bekend als de stem van het geweten, die ons verstand
kan leiden en dit vaak ook doet.
Bedenk eens hoe vaak we proberen het goede te doen . . . en ten slotte
toch het verkeerde doen. Waarom leidt ons geweten ons soms op een dwaalspoor?
Eenvoudig omdat er altijd gebieden zijn waarop ons geweten geen ervaring
heeft. En juist door het maken van fouten krijgen we de gelegenheid
om ervaring op te doen. In dit licht gezien is wijsheid afhankelijk
van ons geweten en van onze bereidheid om meer en meer attent te zijn
op zijn stem, om op zijn leiding te vertrouwen en om niet bang te zijn
fouten te maken.
Een van onze veel voorkomende fouten is de zaken uitsluitend uit ons
eigen gezichtspunt te zien, en een hekel te hebben aan mensen met andere
opvattingen. Zelfs al zegt de stem van het geweten ons dat dit verkeerd
is en verdraagzaamheid goed, we willen vaak niet luisteren naar personen
die het met ons oneens zijn. Het lijkt erop dat we de ervaring van nog
veel meer levens nodig zullen hebben voor we deze les zullen leren.
Maar er is nog een hogere stem in ons die dit al weet – de stem
van de intuïtie. Ergens in ons is een heel subtiel bewustzijn aanwezig
dat ons in verbinding brengt met de hele natuur, waar alle stukjes van
de legpuzzel in elkaar passen en ons een volledig beeld geven. Zonder
dat we naar een bepaald gezichtspunt toe hoeven te redeneren, krijgen
we een kant en klaar inzicht in het geheel: de synthese van alle opvattingen.
En omdat de intuïtie werkt buiten de grenzen van woorden, zijn
we het meest intuïtief als de stroom van woorden stokt: in de stilte
horen we de stem van de stilte.
Toch kan intuïtie ook door het geweten op gang worden gebracht,
door het zachte fluisteren van een hoger deel in ons, dat ons zegt het
goede te doen voor anderen, meer rekening met hen te houden, te proberen
hen beter te begrijpen, ons hart en ons verstand open te stellen voor
de gevoelens van anderen en voor hun kijk op de dingen. Met deze hogere
motieven als gids kan zelfs het verstand de intuïtie aanwakkeren.
Want als we er genoeg zorg voor dragen om werkelijk naar elkaar te luisteren
om ons gebruikelijke gedachtepatroon te doorbreken en ons denken te
richten op dat ene centrum waaruit alle intuïtie voortkomt, dan
zien we al intuïtief de eenheid van alle wezens. Op dit vermogen
moeten we de nadruk leggen, niet bij het beschrijven van onszelf, maar
als we onszelf de ruimte willen geven om buiten de grenzen van het verstand
te gaan: om op ons gevoel van goed en kwaad te kunnen vertrouwen, om
naar elkaar te luisteren met een ontvankelijk verstand en een open hart,
en intuïtief een totaalbeeld te krijgen waarvan ieder van ons deel
uitmaakt.