Neptunus: de hemelse bezoeker
Andrew Rooke

 

Een van de grootste pioniersreizen van alle tijden, de schitterende reis van de Voyager 2 naar de buitengebieden van het zonnestelsel, bereikte een dramatisch hoogtepunt toen het kleine ruimtescheepje op 25 augustus vorig jaar zich op zo’n 5000 km hoogte boven de koningsblauwe wolkentoppen van de planeet Neptunus voortspoedde. Er was nog weinig bekend over het uiterlijk van Neptunus en zijn manen totdat de beelden ervan over een afstand van 4.5 miljard kilometer door de ruimte naar de aarde werden gestraald en vervolgens direct op miljoenen televisieschermen over de hele wereld kwamen. De adembenemende schoonheid van Neptunus en zijn grootste satelliet Triton doet ons denken aan de leringen van de oude wijsheid die over de reuzenplaneet spreken als een ‘hemelse bezoeker’ aan de stranden van ons zonnestelsel.

Uranus en Neptunus samen met de kleine Pluto bewaken de buitenwijken van ons zonnestelsel. Voyager 2 ontdekte dat Uranus en Neptunus beide een magnetisch veld hebben dat samenhangt aan en een unieke hoek maakt met de draaiingsas van de planeten.1 De planeetbol van Uranus ligt in zijn baan om de zon op zijn kant zodat de beide poolgebieden afwisselend 42 jaar naar het zonlicht en naar de duisternis zijn gekeerd. De omwentelingstijd van Neptunus werd door de Voyager 2 voor het eerst nauwkeurig vastgesteld, en wel op 16,11 uur. Neptunus bevindt zich in een ijzig schemergebied waar het zonlicht nog slechts een duizendste van dat op aarde is. Toch ontdekte Voyager 2 dat Neptunus een turbulente atmosfeer bezit waarin de krachtigste winden van het hele zonnestelsel zich rond de planeet bewegen met snelheden die volgens recente schattingen kunnen oplopen tot meer dan 2150 km per uur.2

Anders dan bij het weer op aarde, dat door de zon wordt beheerst, ontlenen deze winden vermoedelijk hun kracht aan warmtebronnen binnenin Neptunus zelf, de planeet die van alle grote buitenplaneten de grootste dichtheid heeft. Het actieve leven van de kern is waarschijnlijk verantwoordelijk voor verschillende omvangrijke wervelstormen die als het ware een spoor trekken door de blauwe wolken van waterstof, methaan en ammoniak. De grootste daarvan staat bekend als de Grote Donkere Vlek, een atmosferische maalstroom ter grootte van de aarde, die een venster vormt diep in het overal gesloten wolkendek. Veertig kilometer boven dit enorme gat vormen en verspreiden zich witte cirruswolken in een schouwspel van licht en schaduw, ongeveer zoals zich wolken vormen aan de lijzijde van onze bergen op aarde. Op het zuidelijk halfrond wordt door een andere grote draaikolk, Donkere Vlek Twee, een pluim gesponnen van methaanrijke lucht die condenseert in de vorm van witte wolken, die er uitzien als een enorm oog dat in de onbekende gebieden van het rijk van de zon staart. Een ringensysteem dat lijkt op dat van Jupiter, Saturnus en Uranus beweegt zich majestueus rondom de blauwe planeet. Ingebed in de buitenste ring bevinden zich drie heldere segmenten of bogen, waarvan de structuur de planetologen voor raadsels plaatst.

Neptunus: aangegeven zijn de magnetische as en de rotatie-as van de planeet en de baan van de satelliet Triton. Diagram ter beschikking gesteld door JPL/NASA.

Behalve de grote satellieten Triton en Nereid, die al vanaf de aarde zijn waargenomen, ontdekte de Voyager 2 nog zes manen. Twee hiervan lijken op enorme met kraters bedekte aardappels, gitzwart van kleur. In veel opzichten stal de grootste maan, Triton, de show toen de Voyager 2 over zijn ruige landschap vloog en een uitgestrekte zuidpoolkap aan het licht bracht, die bestaat uit bevroren stikstof met daarover verspreid zwarte gebieden en tientallen veerachtige donkere strepen die ruwweg in noordwestelijke richting lopen. Een analyse van de foto’s van oktober 1989 onthulde een paar enorme vulkanische geisers die een eruptie te zien gaven van 8 kilometer in de dunne atmosfeer van Triton. Verder onderzoek dit jaar bevestigde dat al is Triton het koudste bekende hemellichaam in het zonnestelsel, hij toch zijn eigen soort van vulkanen heeft.3 Er zijn aanwijzingen dat er op Triton lavastromen voorkomen – niet van gesmolten rots zoals op aarde, maar van een mengsel van water, ammoniak en bevroren methaan, dat een tijdlang over de ijskoude oppervlakte stroomde. Dit maakt Triton, met de aarde en de maan Io van Jupiter, tot de enige lichamen in het zonnestelsel waarvan de vulkanische activiteit is aangetoond. Anders dan de satellieten van Uranus, die zich tengevolge van de schuine stand van de planeetas schijnbaar in een retrograde baan bewegen, is de beweging van de satelliet Triton van Neptunus werkelijk retrograde, dat wil zeggen in een richting tegengesteld aan de rotatierichting van Neptunus om zijn as, en zijn baan maakt een hoek met het vlak van de evenaar van Neptunus.

Na Neptunus verliet de Voyager 2 het zonnestelsel. Het toestel is nu op zoek naar de zogenaamde ‘heliopauze’, de uiterste grens tot waar de zonnewind reikt in verband met de optredende invloeden van de omringende sterren. Het ruimteschip met zijn gegevens uit de diepten van de ruimte zal de aardbewoners blijven verbazen tot in het tweede decennium van de 21ste eeuw, waarna het in stilte zal verder zweven als ambassadeur van de aarde voor de sterren.

Al zijn Neptunus, zijn tweelingbroer Uranus en de kleine metgezel Pluto onderhevig aan de aantrekkingskracht van de zon, ze behoren volgens de theosofie niet tot de familie van de Zeven Heilige Planeten, die als bewuste levende wezens meehelpen aan de bouw en de daaropvolgende evolutionaire geschiedenis van onze aarde.4 Terwijl Uranus tot het ‘universele zonnestelsel’ van zichtbare en onzichtbare planeten behoort waaruit het zonnestelsel bestaat, zijn Neptunus en Pluto hemelse bezoekers, die zijn binnengedrongen in de buitenste regionen van ons systeem, wellicht tijdens de chaos van de solaire en planetaire vormingsprocessen miljarden jaren geleden. Net zoals de planeten enkele van hun manen hebben gevangen, heeft de zon wellicht de planeet Neptunus in zijn embryostadium gevangen toen hij dicht genoeg passeerde langs het ‘universele zonnestelsel op zijn eigen bestaansgebied’. Dit verklaart misschien verschillende van de bijzonderheden van Uranus en Neptunus, waargenomen door Voyager 2, en al meer dan honderd jaar geleden door de stichtster van de Theosophical Society, H.P. Blavatsky vermeld in haar meesterwerk De Geheime Leer:

Er bestaat een heel gedicht over de strijd tussen de groeiende planeten, die voorafging aan het ontstaan van de wereld, voordat de Kosmos uiteindelijk werd gevormd. Dit verklaart de schijnbaar verstoorde stand van verscheidene planetenstelsels. Het vlak, waarin de satellieten van enkele planeten (bijvoorbeeld van Neptunus en Uranus, waarvan zoals men zegt de Ouden niets wisten) zich bewegen, staat scheef, waardoor deze een schijnbaar retrograde beweging vertonen.
     – 1:132

De ware oosterse occultist zal volhouden dat, hoewel er in ons stelsel veel tot dusver onontdekte planeten zijn, Neptunus niet tot ons stelsel behoort, ondanks zijn schijnbare betrekking tot onze zon en de invloed daarvan op Neptunus. Men zegt dat deze betrekking mayavisch, denkbeeldig, is.
      – 1:133vn

Ook zijn de laatst ontdekte twee grote planeten niet zoals de rest van de planeten geheel afhankelijk van de Zon. Hoe kan men anders het feit verklaren, dat Neptunus één-900ste keer zoveel licht ontvangt als onze Aarde en Uranus één-390ste keer zoveel, en dat hun satellieten de eigenaardigheid van tegengestelde draaiing vertonen, die bij geen van de andere planeten in het zonnestelsel wordt gevonden. Wat wij zeggen, is in elk geval op Uranus van toepassing, hoewel men dit feit onlangs weer heeft bestreden.    – 1:635-6

Dit solaire proces van het vangen van kometen en planeten is te vergelijken met het microheelal van het atoom dat elektronen vangt en verwijdert. Uiteindelijk zullen Neptunus en misschien Pluto het zonnestelsel verlaten nadat hun karmische bezoek is beëindigd. In de jaren tachtig maakten een nieuwe generatie supercomputers en de zich ontwikkelende mathematische theorieën over chaos, experimenten mogelijk die bijdroegen aan een modern bewijs voor de perspectieven van de oude wijsheid.5

In 1986 projecteerden Jack Wisdom en zijn collega’s van het Laboratorium voor Kunstmatige Intelligentie van het Massachusetts Institute of Technology de baan van Pluto 845 miljoen jaar vooruit. Zij ontdekten dat gedurende lange tijdsperioden de baan van Pluto in resonantie trad met Neptunus, wat zou kunnen leiden tot chaotische bewegingen en de mogelijkheid dat Pluto het zonnestelsel zal verlaten. Italiaanse onderzoekers vonden recentelijk bewijs voor chaos in de bewegingen van de buitenplaneten in een studie bekend onder de naam LONGSTOP, de ‘Lange Termijn Zwaartekrachtstabiliteitstest voor Buitenplaneten.’ Canadese onderzoekers die computermodellen hanteerden van deeltjes in een dynamisch systeem dat zich gedroeg als het zonnestelsel, namen waar dat als de deeltjes begonnen tussen Uranus en Neptunus ‘de banen van ruwweg de helft van die deeltjes gedurende een periode van 5 miljard jaar chaotisch genoeg werden om uit het zonnestelsel te worden geworpen.6

Dezelfde levensstroom die van de zon uitgaat onderhoudt zowel het levend wezen dat Neptunus is als onszelf hier op aarde, op miljarden mijlen afstand. En net zoals een bezoeker invloed kan uitoefenen op de reacties van gezinsleden onderling, zo beïnvloedt onze hemelse bezoeker Neptunus het magnetisme van het hele zonnestelsel – en ook zijn vertrek. Deze bewustzijnsverruimende gedachten van de oude wijsheid worden nu geëvenaard door de schitterende beelden die door Voyager 2 werden doorgegeven. De mysteriën van de zon en de planeten die onze voorouders reeds in hun ban hielden, zijn nu voor miljoenen een levende realiteit geworden dankzij de televisie-uitzendingen van door de mens gebouwde ruimteschepen die zich op miljarden kilometers afstand bevinden, en vergroten daarmee de visie over onze plaats en verantwoordelijkheid in de grootse broederschap van het zonnestelsel.

 

Noten

  1. Samenvattingen van de wetenschappelijke ontdekkingen door de Voyager 2 betreffende Neptunus kan men vinden in Science van 15 dec. 1989, en in Astronomy van dec. 1989.
  2. Science News, 16 dec. 1989, blz. 391.
  3. Science News, 14 okt. 1989, blz. 247; 16 dec. 1989, blz. 391; 24 maart 1990, blz. 191.
  4. Andrew Rooke, ‘Het zonnestelsel: perspectieven van de oude wijsheid en de moderne wetenschap’, Sunrise maart/april 1988, blz. 49-55, mei/juni 1988, blz. 75-80. Besprekingen over Neptunus en Uranus vindt men in Bron van het Occultisme van G. de Purucker, blz. 352-361 en in zijn Beginselen van de Esoterische Filosofie, blz. 514-5.
  5. Zie I.M. Oderberg, ‘‘CHAOS’ – Een nieuwe wetenschap?’ Sunrise, mrt/apr 1989, blz. 47-53.
  6. K. Hartley, ‘Research News: Solar System Chaos’, Astronomy, mei 1990, blz. 34-9.
 
Andere artikelen over sterrenkunde en kosmologie
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1991

© 1991 Theosophical University Press Agency