Een van de grootste pioniersreizen van alle tijden, de schitterende
reis van de Voyager 2 naar de buitengebieden van het zonnestelsel, bereikte
een dramatisch hoogtepunt toen het kleine ruimtescheepje op 25 augustus
vorig jaar zich op zo’n 5000 km hoogte boven de koningsblauwe
wolkentoppen van de planeet Neptunus voortspoedde. Er was nog weinig
bekend over het uiterlijk van Neptunus en zijn manen totdat de beelden
ervan over een afstand van 4.5 miljard kilometer door de ruimte naar
de aarde werden gestraald en vervolgens direct op miljoenen televisieschermen
over de hele wereld kwamen. De adembenemende schoonheid van Neptunus
en zijn grootste satelliet Triton doet ons denken aan de leringen van
de oude wijsheid die over de reuzenplaneet spreken als een ‘hemelse
bezoeker’ aan de stranden van ons zonnestelsel.
Uranus en Neptunus samen met de kleine Pluto bewaken de buitenwijken
van ons zonnestelsel. Voyager 2 ontdekte dat Uranus en Neptunus beide
een magnetisch veld hebben dat samenhangt aan en een unieke hoek maakt
met de draaiingsas van de planeten.1 De
planeetbol van Uranus ligt in zijn baan om de zon op zijn kant zodat
de beide poolgebieden afwisselend 42 jaar naar het zonlicht en naar
de duisternis zijn gekeerd. De omwentelingstijd van Neptunus werd door
de Voyager 2 voor het eerst nauwkeurig vastgesteld, en wel op 16,11
uur. Neptunus bevindt zich in een ijzig schemergebied waar het zonlicht
nog slechts een duizendste van dat op aarde is. Toch ontdekte Voyager
2 dat Neptunus een turbulente atmosfeer bezit waarin de krachtigste
winden van het hele zonnestelsel zich rond de planeet bewegen met snelheden
die volgens recente schattingen kunnen oplopen tot meer dan 2150 km
per uur.2
Anders dan bij het weer op aarde, dat door de zon wordt beheerst, ontlenen
deze winden vermoedelijk hun kracht aan warmtebronnen binnenin Neptunus
zelf, de planeet die van alle grote buitenplaneten de grootste dichtheid
heeft. Het actieve leven van de kern is waarschijnlijk verantwoordelijk
voor verschillende omvangrijke wervelstormen die als het ware een spoor
trekken door de blauwe wolken van waterstof, methaan en ammoniak. De
grootste daarvan staat bekend als de Grote Donkere Vlek, een atmosferische
maalstroom ter grootte van de aarde, die een venster vormt diep in het
overal gesloten wolkendek. Veertig kilometer boven dit enorme gat vormen
en verspreiden zich witte cirruswolken in een schouwspel van licht en
schaduw, ongeveer zoals zich wolken vormen aan de lijzijde van onze
bergen op aarde. Op het zuidelijk halfrond wordt door een andere grote
draaikolk, Donkere Vlek Twee, een pluim gesponnen van methaanrijke lucht
die condenseert in de vorm van witte wolken, die er uitzien als een
enorm oog dat in de onbekende gebieden van het rijk van de zon staart.
Een ringensysteem dat lijkt op dat van Jupiter, Saturnus en Uranus beweegt
zich majestueus rondom de blauwe planeet. Ingebed in de buitenste ring
bevinden zich drie heldere segmenten of bogen, waarvan de structuur
de planetologen voor raadsels plaatst.
 |
| Neptunus: aangegeven
zijn de magnetische as en de rotatie-as van de planeet en de
baan van de satelliet Triton. Diagram ter beschikking gesteld
door JPL/NASA. |
Behalve de grote satellieten Triton en Nereid, die al vanaf de aarde
zijn waargenomen, ontdekte de Voyager 2 nog zes manen. Twee hiervan
lijken op enorme met kraters bedekte aardappels, gitzwart van kleur.
In veel opzichten stal de grootste maan, Triton, de show toen de Voyager
2 over zijn ruige landschap vloog en een uitgestrekte zuidpoolkap aan
het licht bracht, die bestaat uit bevroren stikstof met daarover verspreid
zwarte gebieden en tientallen veerachtige donkere strepen die ruwweg
in noordwestelijke richting lopen. Een analyse van de foto’s van
oktober 1989 onthulde een paar enorme vulkanische geisers die een eruptie
te zien gaven van 8 kilometer in de dunne atmosfeer van Triton. Verder
onderzoek dit jaar bevestigde dat al is Triton het koudste bekende hemellichaam
in het zonnestelsel, hij toch zijn eigen soort van vulkanen heeft.3
Er zijn aanwijzingen dat er op Triton lavastromen voorkomen –
niet van gesmolten rots zoals op aarde, maar van een mengsel van water,
ammoniak en bevroren methaan, dat een tijdlang over de ijskoude oppervlakte
stroomde. Dit maakt Triton, met de aarde en de maan Io van Jupiter,
tot de enige lichamen in het zonnestelsel waarvan de vulkanische activiteit
is aangetoond. Anders dan de satellieten van Uranus, die zich tengevolge
van de schuine stand van de planeetas schijnbaar in een retrograde
baan bewegen, is de beweging van de satelliet Triton van Neptunus
werkelijk retrograde, dat wil zeggen in een richting tegengesteld aan
de rotatierichting van Neptunus om zijn as, en zijn baan maakt een hoek
met het vlak van de evenaar van Neptunus.
Na Neptunus verliet de Voyager 2 het zonnestelsel. Het toestel is nu
op zoek naar de zogenaamde ‘heliopauze’, de uiterste grens
tot waar de zonnewind reikt in verband met de optredende invloeden van
de omringende sterren. Het ruimteschip met zijn gegevens uit de diepten
van de ruimte zal de aardbewoners blijven verbazen tot in het tweede
decennium van de 21ste eeuw, waarna het in stilte zal verder zweven
als ambassadeur van de aarde voor de sterren.
Al zijn Neptunus, zijn tweelingbroer Uranus en de kleine metgezel Pluto
onderhevig aan de aantrekkingskracht van de zon, ze behoren volgens
de theosofie niet tot de familie van de Zeven Heilige Planeten, die
als bewuste levende wezens meehelpen aan de bouw en de daaropvolgende
evolutionaire geschiedenis van onze aarde.4
Terwijl Uranus tot het ‘universele zonnestelsel’ van zichtbare
en onzichtbare planeten behoort waaruit het zonnestelsel bestaat, zijn
Neptunus en Pluto hemelse bezoekers, die zijn binnengedrongen in de
buitenste regionen van ons systeem, wellicht tijdens de chaos van de
solaire en planetaire vormingsprocessen miljarden jaren geleden. Net
zoals de planeten enkele van hun manen hebben gevangen, heeft de zon
wellicht de planeet Neptunus in zijn embryostadium gevangen toen hij
dicht genoeg passeerde langs het ‘universele zonnestelsel op zijn
eigen bestaansgebied’. Dit verklaart misschien verschillende van
de bijzonderheden van Uranus en Neptunus, waargenomen door Voyager 2,
en al meer dan honderd jaar geleden door de stichtster van de Theosophical
Society, H.P. Blavatsky vermeld in haar meesterwerk De Geheime Leer:
Er bestaat een heel gedicht over de strijd tussen
de groeiende planeten, die voorafging aan het ontstaan van de wereld,
voordat de Kosmos uiteindelijk werd gevormd. Dit verklaart de schijnbaar
verstoorde stand van verscheidene planetenstelsels. Het vlak, waarin
de satellieten van enkele planeten (bijvoorbeeld van Neptunus en Uranus,
waarvan zoals men zegt de Ouden niets wisten) zich bewegen, staat
scheef, waardoor deze een schijnbaar retrograde beweging vertonen.
– 1:132
De ware oosterse occultist zal volhouden dat, hoewel
er in ons stelsel veel tot dusver onontdekte planeten zijn, Neptunus
niet tot ons stelsel behoort, ondanks zijn schijnbare betrekking tot
onze zon en de invloed daarvan op Neptunus. Men zegt dat deze betrekking
mayavisch, denkbeeldig, is.
– 1:133vn
Ook zijn de laatst ontdekte twee grote planeten niet
zoals de rest van de planeten geheel afhankelijk van de Zon. Hoe kan
men anders het feit verklaren, dat Neptunus één-900ste
keer zoveel licht ontvangt als onze Aarde en Uranus één-390ste
keer zoveel, en dat hun satellieten de eigenaardigheid van tegengestelde
draaiing vertonen, die bij geen van de andere planeten in het zonnestelsel
wordt gevonden. Wat wij zeggen, is in elk geval op Uranus van toepassing,
hoewel men dit feit onlangs weer heeft bestreden. –
1:635-6
Dit solaire proces van het vangen van kometen en planeten is te vergelijken
met het microheelal van het atoom dat elektronen vangt en verwijdert.
Uiteindelijk zullen Neptunus en misschien Pluto het zonnestelsel verlaten
nadat hun karmische bezoek is beëindigd. In de jaren tachtig maakten
een nieuwe generatie supercomputers en de zich ontwikkelende mathematische
theorieën over chaos, experimenten mogelijk die bijdroegen aan
een modern bewijs voor de perspectieven van de oude wijsheid.5
In 1986 projecteerden Jack Wisdom en zijn collega’s van het Laboratorium
voor Kunstmatige Intelligentie van het Massachusetts Institute of Technology
de baan van Pluto 845 miljoen jaar vooruit. Zij ontdekten dat gedurende
lange tijdsperioden de baan van Pluto in resonantie trad met Neptunus,
wat zou kunnen leiden tot chaotische bewegingen en de mogelijkheid dat
Pluto het zonnestelsel zal verlaten. Italiaanse onderzoekers vonden
recentelijk bewijs voor chaos in de bewegingen van de buitenplaneten
in een studie bekend onder de naam LONGSTOP, de ‘Lange Termijn
Zwaartekrachtstabiliteitstest voor Buitenplaneten.’ Canadese onderzoekers
die computermodellen hanteerden van deeltjes in een dynamisch systeem
dat zich gedroeg als het zonnestelsel, namen waar dat als de deeltjes
begonnen tussen Uranus en Neptunus ‘de banen van ruwweg de helft
van die deeltjes gedurende een periode van 5 miljard jaar chaotisch
genoeg werden om uit het zonnestelsel te worden geworpen.6
Dezelfde levensstroom die van de zon uitgaat onderhoudt zowel het levend
wezen dat Neptunus is als onszelf hier op aarde, op miljarden mijlen
afstand. En net zoals een bezoeker invloed kan uitoefenen op de reacties
van gezinsleden onderling, zo beïnvloedt onze hemelse bezoeker
Neptunus het magnetisme van het hele zonnestelsel – en ook zijn
vertrek. Deze bewustzijnsverruimende gedachten van de oude wijsheid
worden nu geëvenaard door de schitterende beelden die door Voyager
2 werden doorgegeven. De mysteriën van de zon en de planeten die
onze voorouders reeds in hun ban hielden, zijn nu voor miljoenen een
levende realiteit geworden dankzij de televisie-uitzendingen van door
de mens gebouwde ruimteschepen die zich op miljarden kilometers afstand
bevinden, en vergroten daarmee de visie over onze plaats en verantwoordelijkheid
in de grootse broederschap van het zonnestelsel.
Noten
- Samenvattingen van de wetenschappelijke ontdekkingen
door de Voyager 2 betreffende Neptunus kan men vinden in Science
van 15 dec. 1989, en in Astronomy van dec. 1989.
- Science News, 16 dec. 1989, blz. 391.
- Science News, 14 okt. 1989, blz. 247; 16
dec. 1989, blz. 391; 24 maart 1990, blz. 191.
- Andrew Rooke, ‘Het zonnestelsel: perspectieven
van de oude wijsheid en de moderne wetenschap’, Sunrise
maart/april 1988, blz. 49-55, mei/juni 1988, blz. 75-80. Besprekingen
over Neptunus en Uranus vindt men in Bron van het Occultisme
van G. de Purucker, blz. 352-361 en in zijn Beginselen van de
Esoterische Filosofie, blz. 514-5.
- Zie I.M. Oderberg, ‘‘CHAOS’ –
Een nieuwe wetenschap?’ Sunrise, mrt/apr 1989, blz.
47-53.
- K. Hartley, ‘Research News: Solar System Chaos’,
Astronomy, mei 1990, blz. 34-9.