In het midden van de 19de eeuw bereikte het westerse denken een hoogtepunt
van het materialisme. H.P. Blavatsky bond de strijd aan tegen de grove
beperkingen waaraan het bewustzijn en de mogelijkheden van de mens waren
onderworpen, door te wijzen op het bestaan van gebieden achter het stoffelijke,
en op toestanden van bewustzijn die de gewone waaktoestand die onze
stoffelijke zintuigen ons doen kennen, ver overtreffen. Ze legde de
nadruk op de essentiële verbondenheid van al het bestaande, zowel
als op de noodzaak de gebruikelijke opvattingen op stoffelijk en intellectueel
gebied, die berusten op het ongefundeerd aanvaarden van afgescheidenheid
als grondslag van de werkelijkheid, door betere te vervangen. Een van
de doeleinden van de Theosophical Society was en blijft ‘het onderzoek
van de krachten die de mens zijn aangeboren’; en net als de twee
andere voornaamste doeleinden – de stichting van een actieve universele
broederschap en de studie van oude en moderne wetenschap, religie en
filosofie – heeft ook dit doeleinde in de honderd jaar na HPB’s
dood algemeen ingang gevonden.
Er is tegenwoordig een sterke toename van methoden om de in ieder mens
aanwezige latente vermogens te onderzoeken en te ontwikkelen, die hun
oorsprong vinden in traditionele bronnen of voortkomen uit moderne onderzoekingen.
Boeken, tapes, onderzoekers en leraren beloven persoonlijke groei, gezondheid,
geluk, succes, vermogens en/of verlichting te bereiken langs allerlei
verschillende wegen. Heel wat mensen met een open geest zijn tot het
besef gekomen dat we ons onnodig zelf beperkingen hebben opgelegd en
dat gewone mensen in staat zijn tot dingen die eerder als bijzonder
of onmogelijk werden beschouwd. We beseffen ook dat eenheid de fundamentele
werkelijkheid is, hetzij op menselijk, mondiaal of kosmisch
gebied. De theosofie kan veel bijdragen aan deze boeiende opleving,
vooral door het weidse perspectief dat ze biedt op de menselijke aard
en het menselijk leven.
Het is duidelijk dat ons gewone dagelijkse bewustzijn, dat op de stoffelijke
wereld is gericht, slechts één aspect vormt van ons bewustzijn
en dat het, als we het zien als de enige bestaanstoestand, de neiging
heeft ons te beperken tot een heel klein deel van het totale gebied
van wie we zijn. Kosmisch in het diepst van ons wezen, zijn we miniatuurzonnestelsels
en melkwegen, belichamingen van solaire en planetaire wezens en krachten.
Als we ieder mens zien als een geestelijk bewustzijnscentrum dat zich
in een stoffelijke vorm openbaart, zoals HPB deed, betekent de menselijke
ontwikkeling de zuivering en oefening van onze tussennatuur, waardoor
deze het bewustzijn van het goddelijk zelf onverminkt kan doorlaten
en zich daardoor tot het goddelijke kan ontwikkelen. Onze geestelijke
en goddelijke aspecten zijn betrekkelijk onsterfelijk, terwijl de minder
ontwikkelde aspecten, waaronder de emoties en het lagere denken, na
de dood uiteenvallen. Omdat psychomentale en psychische vermogens niet
van leven tot leven blijven voortbestaan, en slechts als invloeden en
neigingen behouden blijven, is het uiteindelijk zinloos ons leven te
wijden aan het perfectioneren van zulke vermogens. Aan de andere kant
zijn geestelijke eigenschappen, zoals liefde, een intuïtief waarnemingsvermogen,
universaliteit en mededogen, niet alleen van nature de meest krachtige,
maar ook de belangrijkste voor de ontwikkeling van de mens omdat zij
een blijvende groei betekenen.
Door de eeuwen heen heeft men gestreefd naar de ontwikkeling van het
menselijk potentieel, via allerlei soorten van meditatie, zowel als
yoga, tantrische, shamanische, ascetische en andere praktijken. Het
zich concentreren van het denken, psychologische onthechting aan de
voorwerpen van de zinnen, doordringen achter de oppervlakkige stoffelijke
aspecten van zichzelf en de wereld, en speciale methoden van verschillende
scholen of tradities, gaan vaak vergezeld van verschijnselen zoals visioenen,
stemmen of geluiden, het stimuleren van de chakra’s, buitenlichamelijke
ervaringen, verschillende talen kunnen spreken, psi verschijnselen,
trance-toestanden, extase, communicatie of contact met andere ‘wezens’
en gevoelens van eenheid met een geestelijke werkelijkheid. Deze niet-essentiële
ervaringen worden daarom vaak beschouwd als een sine qua non
voor menselijke ontwikkeling. Ze kunnen de onvermijdelijke en natuurlijke
bijprodukten zijn van een bepaald evolutiestadium, maar worden gewoonlijk
teweeggebracht doordat psychofysische brandpunten worden gestimuleerd.
Bepaalde ademhalingstechnieken bijvoorbeeld, het ontkrachten of selectief
stimuleren van de zintuigen, of bepaalde chemicaliën kunnen tijdelijke
veranderingen teweegbrengen in het bewustzijn en/of de bewustzijnsinhoud,
maar die geven geen beeld van de werkelijke geestelijke toestand van
ons gewone zelf. Er is een duidelijk verschil tussen zulke voorbijgaande
verschijnselen en een langdurige innerlijke ontwikkeling, zoals de psychotherapeut
Stanislav Grof opmerkt in verband met kundalini:
Ik heb zelf herhaaldelijk, in psychedelische samenkomsten
en verschillende niet door drugs veroorzaakte geestestoestanden, verschijnselen
waargenomen die sterk overeenkomen met beschrijvingen van het opwekken
van kundalini, het openen van de chakra’s en het stromen
van de kundalini-energie door de hoofdkanalen, ida en pingala, en
door het ingewikkelde netwerk van de nadi’s, dunne
vertakte kanalen voor pranische energie, zoals ze worden beschreven
en afgeschilderd in tantrische teksten.
Het is echter van belang er de nadruk op te leggen
dat deze soort ervaringen – kundalini-achtige verschijnselen
die in de overgeleverde Indiase literatuur als pranisch zouden
worden omschreven – moeten worden onderscheiden van het werkelijke
opwekken van kundalini. Dit laatste is namelijk een ingewikkeld proces
met een diepgaande betekenis en een hervormend vermogen en het vergt
vaak jaren om dit tot stand te brengen. Vergeleken met op zichzelf
staande pranische ervaringen gebeurt een dergelijke opwekking van
kundalini maar heel zelden ten gevolge van psychedelische ervaringen
of empirische psychotherapie en het schijnt een autonoom verschijnsel
te zijn.1
Een ondeskundig gebruik van ontwikkelingsmethoden kan een averechtse
uitwerking hebben op de circulatie van deze verfijnde energieën
door de menselijke constitutie en een ongezonde lichamelijke en psychologische
toestand teweegbrengen. De slechte lichamelijke (en soms psychologische)
toestand van veel mystici, vooral in het Westen waar ze dikwijls werken
zonder een competente geestelijke leiding, getuigt daarvan.
Vele grote mystici en geestelijke leraren zijn van opvatting dat abnormale
verschijnselen en vermogens in feite tot de grootste struikelblokken
behoren op het pad van geestelijke ontwikkeling. Johannes van het Kruis,
bijvoorbeeld, zei dat deze verschijnselen, onverschillig of ze werken
op de stoffelijke, mentale of geestelijke waarnemingsorganen, de aspirant
afhouden van zijn zoeken naar God en vaak tot geestelijke trots en gehechtheid
aanleiding geven. Zulke ervaringen kunnen verslavend werken, de zoeker
wegleiden van het geestelijke en terugvoeren naar verschijnselen en
het egocentrische. Ze kunnen ook de aspirant, die zijn ervaringen zonder
meer als waardevol beschouwt en er zich door laat leiden, uit zijn evenwicht
brengen en misleiden. Verschijnselen kunnen of van God of van de duivel
komen, om een christelijke wijze van uitdrukken te gebruiken, en het
is zelfs voor de meest oprechte mens die ze ervaart, onmogelijk het
één soms van het ander te onderscheiden. In het algemeen
zijn ervaringen uitingen van de eigen geest, en alleen de grootste wijzen
kunnen altijd zeggen of ze afkomstig zijn van het geestelijke of het
beperkte mentaal/emotionele of psychische deel van henzelf.2
Er zijn bovendien in de natuur positieve en negatieve krachten op elk
bestaansgebied, het stoffelijke, psychische, emotionele, mentale en
geestelijke. Die krachten die uitgaan boven het stoffelijke treden gewoonlijk
de astrale of psychische wereld binnen – een enigszins etherischer
vorm van stof die invloeden en wezens omvat van de meest ontaarde tot
de zeer verhevene. Dit zogenaamde astrale licht, het astrale lichaam
van de aarde, vormt de schakel voor het overbrengen van krachten tussen
de meer etherische gebieden en de stoffelijke wereld; in zijn lagere
delen is het het gebied waar de verdichte lagere psychologische energieën
(kamarupa’s of ‘geesten’) verblijven die na de dood
verdwijnen. Het bevat de indrukken van alle gedachten, gevoelens en
daden van de mensheid sinds de dageraad van de tijd. Deze akasische
‘optekeningen’, die veel weg hebben van de morfische resonanties
waarover Rupert Sheldrake spreekt, bestaan in deze ijlere astrale atmosfeer
die elk deel van de aarde en van de individuele levens waaruit ze bestaat
doordringt. Deze afdrukken worden door affiniteit en trillingsgelijkheid
tot mensen aangetrokken: al onze gedachten en gevoelens komen tot ons
via dit medium en worden daarin weer teruggebracht na te zijn gebruikt.
Als het gaat om mensen in een ongewone toestand van bewustzijn, dan
interpreteren deze personen hun respectievelijke
beelden mentaal en emotioneel verschillend, ieder volgens zijn eigen
aard.
Hierin ligt een van de belangrijkste oorzaken van
de altijd aanwezige onbetrouwbaarheid in wat halfmystici en halfzieners
of helderzienden vaak omschrijven als ‘visioenen van waarheid’.
Ze kunnen alleen die beelden uit het astrale licht naar het fysieke
gebied brengen die ze toevallig ‘zien’ en dan alleen door
middel van hun eigen respectieve verbeeldingen. Het grote gevaar ligt
in het ten onrechte toeschrijven van spirituele waarheid aan hun astrale
visioenen, en daardoor leggen ze verkeerde verbanden en geven dus
verkeerde interpretaties. Daarom is hier geen sprake van een werkelijk
geestelijk zienerschap; omdat de ware ziener de gevaren en vertekeningen
van het astrale licht door en door kent, en zijn doordringende blik
op de gebieden van de geest richt waar hij waarheden direct kan zien
en ze kan overbrengen naar het wachtende brein. De spirituele adept
kan echter in zijn bewustzijn volkomen veilig door elke kamer van
de astrale beeldengalerij gaan, en met een zo helder inzicht dat hij
precies weet wat hij ziet of voelt, en daarom loopt hij geen gevaar
zichzelf te bedriegen, of te worden misleid door de maya van dit bedrieglijkste
van alle gebieden van de natuur. Anderzijds verbeeldt iemand die alleen
maar helderziende is zich, vaak oprecht, dat wat hij ‘ziet’
de werkingen zijn van de ‘geestelijke wereld’, terwijl
het enige wat hij werkelijk ervaart een ronddwalen is van zijn veranderlijke
en ongetrainde psychomentale gestel door de verschrikkelijk bedrieglijke
en illusoire beeldengalerijen van het astrale licht.3
De meeste mensen die niet gewend zijn zelfbewust in de astrale sfeer
te functioneren, zullen nog gemakkelijker worden bedrogen door de schijn
en raken nog meer verward dan in de stoffelijke wereld, waar verwarring
en gebrek aan zelfbeheersing algemeen zijn. Deuren naar innerlijke werelden
die eenmaal zijn geopend, kunnen moeilijk worden gesloten als ongewenste
krachten en wezens op de onderzoeker druk uitoefenen. Alleen zij die
dergelijke aspecten van zichzelf volkomen beheersen, kunnen deze niet-stoffelijke
krachten en wezens op de juiste wijze beoordelen en onder controle houden.
Het bezit van innerlijke kennis van oosterse en traditionele volkeren,
die een zo ruim gebied beslaat, werkt als zuurdesem op westerse takken
van wetenschap en er is sprake van een opleving van psychische vermogens
nu meer mensen bemerken dat zulke eigenschappen zich spontaan of met
betrekkelijk gemak ontwikkelen. In 1891 schreef HPB aan de Amerikaanse
Afdeling van de Theosophical Society:
Het psychisme, met al zijn verlokkingen en al zijn
gevaren, begint zich noodzakelijk bij u te ontwikkelen en u moet oppassen
dat de psychische ontwikkeling niet de manasische [mentale] en geestelijke
ontwikkeling achter zich laat. Psychische vermogens die door het manasische
beginsel volkomen worden beheerst, beteugeld en gestuurd, zijn voor
de ontwikkeling waardevolle hulpmiddelen. Maar als die psychische
vermogens de vrije teugel worden gelaten, iemand gebruiken in plaats
van te worden gebruikt, dan voeren ze de leerling tot de gevaarlijkste
waanvoorstellingen en zeer zeker naar morele ondergang. Let daarom
nauwkeurig op deze ontwikkeling, die in uw ras en ontwikkelingsperiode
onvermijdelijk is, zodat ze uiteindelijk ten goede en niet ten kwade
zal uitwerken.4
Omdat innerlijke krachten en bestaansgebieden eeuwenlang zijn ontkend,
bleven westerlingen onbekend met de innerlijke aspecten van de natuur
en de mens, en waren ze in veel gevallen niet in staat de gevolgen van
hun acties op deze gebieden juist te taxeren. Er schuilt gevaar in het
blindelings toepassen op een experimentele basis van zeer krachtige
technieken, omdat sommige van deze gedegenereerde en tot zwarte magie
behorende elementen in hun oorspronkelijke staat bevatten. Er is een
Tibetaans spreekwoord dat zegt dat slechts een spinnenweb witte van
zwarte magie scheidt: dezelfde training, technieken en eigenschappen
worden in beide gevallen gebruikt en de enige verschillen zijn het motief,
het gebruik en de voortgebrachte gevolgen. Sprekend over het ondeskundig
gebruik door haar leerlingen van meditatietechnieken, gaf HPB de volgende
waarschuwing:
Echte concentratie en meditatie, bewust en voorzichtig,
op het lager zelf in het licht van de innerlijke goddelijke mens en
de paramita’s, is uitstekend. Maar ‘aan yoga doen’
met slechts een oppervlakkige en vaak verkeerd begrepen kennis van
de ware beoefening, is bijna altijd noodlottig; tien tegen één,
dat de student in zichzelf mediamieke krachten ontwikkelt of tijd
verliest en zowel praktijk als theorie gaat verafschuwen. Voor men
zich in zo’n gevaarlijk experiment stort . . . doet men er goed
aan op zijn minst het verschil te leren tussen de twee aspecten van
‘magie’, de witte of goddelijke en de zwarte of duivelse,
en tot het besef te komen dat door ‘aan yoga te doen’,
zonder ervaring en zonder gids om hem op de gevaren te wijzen, hij
niet elke dag en elk uur de grenzen van het goddelijke overschrijdt
om tot het satanische te vervallen. – H.P.
Blavatsky: Collected Writings, 12:603-4
De geestelijke literatuur en tradities benadrukken het belang van bevoegde
leiding bij zelfontplooiing. Al duizenden jaren lang zijn er over de
hele wereld centra voor hoog geestelijk onderricht, die soms mysteriën
of mysteriescholen worden genoemd. Deze scholen, die verscheidene miljoenen
jaren geleden zouden zijn gesticht door goddelijke wezens in samenwerking
met de geestelijk meest ontwikkelde mensen, hebben allerlei functies:
de wijsheid van de goddelijke instructeurs van de vroege mensheid te
bewaren als de tijden in toenemende mate materialistisch worden; de
mensheid als geheel te dienen door een bron van geestelijk en intellectueel
licht te verschaffen en een schakel met de geestelijke krachten van
de planeet en de kosmos; en diegenen te helpen die het door hun streven
en aspiraties mogelijk maakten dat hun persoonlijke evolutie zich versnelde
door systematische training.
We weten heel weinig over de leringen en methoden van de oude mysteriën;
de scholen waarvan we iets weten bloeiden in betrekkelijk recente historische
tijden, al waren ze toen al in het algemeen verwereldlijkt en op hun
retour. Het onderwerp van de mysteriën was de tweede geboorte,
het tevoorschijn brengen van de innerlijke, geestelijke mens, bevrijd
van de slavernij van het stoffelijk lichaam en de lagere psychologische
natuur. Er werden ongetwijfeld verschillende methoden gebruikt om de
geestelijke ontplooiing te stimuleren en te versnellen, waarvan vele
in onze tijd steeds meer in zwang komen. Tegelijk waren deze openbare
mysteriën, hoewel in geheimhouding gehuld, niet de esoterische
mysteriën die wel of niet waren verbonden met een exoterische plaats.
De innerlijke mysteriën waren de oefenschool voor de weinigen
die hun leven wilden geven aan geestelijke ontwikkeling en die de toewijding
en mogelijkheid bezaten dat te doen. Hier lag de nadruk op het worden
in plaats van op bepaalde visionaire ervaringen, andere bewustzijnstoestanden,
psychische vermogens of de uitwisseling van intellectuele kennis, al
hoorden die dingen er ongetwijfeld bij. De bepalende factor was de kwaliteit
van de persoon en zijn vermogen uit te stijgen boven de beperkte aspecten
van zichzelf. Deze innerlijke mysteriën zijn nooit verdwenen en
zouden ook nu nog in de hele wereld, ofschoon in het geheim, functioneren.
Ze zijn te vinden bij die personen die door hun evolutionaire ontwikkeling,
hun hoge morele aard en onzelfzuchtige aspiraties, een innerlijk en
misschien uiterlijk contact onderhouden met hen die van dit oude geestelijke
netwerk deel uitmaken.
Net als in de oude mysteriën blijft de tweede geboorte het doel
waar het bij de menselijke evolutie om gaat: de groei van het alledaagse
zelf totdat het volkomen boven zijn beperkingen is uitgestegen en zelfbewust
wordt herboren als de innerlijke god. Ieder mens moet bepalen wat de
eigenlijke rol van de verschillende technieken voor hem of haar in dit
proces is. We moeten echter onszelf afvragen wat we werkelijk willen
en hoe dat het best kan worden bereikt. Voor velen is het criterium
‘werkt het?’ en niet of hun motief of het uiteindelijke
resultaat universeel en onpersoonlijk is. Vaak zoeken mensen naar krachtiger
middelen om dezelfde beperkte en soms destructieve doeleinden te bereiken.
Hoe bruikbaar ook, de op zichzelf gerichte methoden zijn een uitbreiding
van egocentrische, wereldse belangen op andere bestaansgebieden en zijn
als zodanig geen middelen tot innerlijke groei. Zelfs het streven naar
geestelijke ontwikkeling om aan ‘het rad van het bestaan’
te ontkomen of onszelf voldoening te geven is uiteindelijk een uiting
van zelfzucht en egoïsme, zij het op een meer geestelijk plan.
Men kan gemakkelijk in de ban komen van de glans van paranormale vermogens
en toestanden, als doel op zichzelf en als een middel om vermogens te
verwerven of succes te krijgen, stoffelijk of geestelijk. Maar menselijke
ontwikkeling is een zaak van innerlijke discipline en groei, die in
zijn beginstadia wel of niet kan leiden tot verschijnselen, psychische
vermogens, persoonlijk succes of dramatische veranderingen in onze bewustzijnstoestand.
Uiteindelijk hangt het af van het volbrengen van de uiterlijk onspectaculaire
plichten van het dagelijks leven, van het beheersen van ons karakter
en van het altruïsme dat de grondslag van ons bestaan moet worden.
In deze samenhang zullen de verschillende krachten en bewustzijnstoestanden,
als de tijd daar is, op natuurlijke wijze tot ontwikkeling komen.
Als we kunnen inzien dat het bereiken van deze toestanden en het verwerven
van vermogens op zichzelf geen tekenen zijn van innerlijke groei en
vooruitgang – dat het pad naar het ware menszijn en tenslotte
het goddelijke, wordt gevormd door mededogen en het concentreren van
het bewustzijn in de meer universele aspecten van onszelf, terwijl we
ons gewone ik tot onze dienaar maken in plaats van onze meester –
dan kan het invoeren van deze nieuwe-oude technieken in het moderne
westerse leven de terugkeer aankondigen van de meer spirituele en alomvattende
atmosfeer van de innerlijke mysteriën, die bepaalde beschavingen
uit de oudheid zo gunstig heeft beïnvloed. Deze vergeestelijking
van het menselijk leven, op wereld en individueel niveau, was ongetwijfeld
de achtergrond van H.P. Blavatsky’s aanmoediging de krachten die
de mens zijn aangeboren, te bestuderen.
Noten
- The Adventure of Self-Discovery: Dimensions of
Consciousness and New Perspectives in Psychotherapy and Inner Exploration,
State University of New York Press, Albany, 1988, blz. 113-4.
- Vgl. ‘Ontwaken en verschijnselen’, Sarah
B. van Mater, Sunrise febr. 1979, blz. 80-7, voor een vollediger
behandeling van mystieke verschijnselen en geestelijke groei.
- G. de Purucker, De Esoterische Traditie,
blz. 578-9.
- H.P. Blavatsky aan de Amerikaanse Conventies:
1888-1891, 1980, blz. 49.