Films, boeken, liederen – mensen kunnen niet ophouden over liefde
na te denken. Wat is dat gevoel? We kunnen onze man of vrouw, ouders,
kinderen, vrienden, huisdieren liefhebben; we kunnen houden van een
hobby, zoals voetbal of het verzamelen van postzegels. Heel wat soorten
liefde zijn zelfzuchtig omdat men er iets voor terug wil. Het tijdelijk
geluk dat deze gevoelens ons brengen geeft voldoening, maar het is niet
blijvend. Maar al ervaart en uit ieder mens liefde op een andere manier,
de liefde die is geworteld in de kern van ons wezen is in ons allen
gelijk en overschaduwt elke andere vorm van liefde. Ze is nauwelijks
te begrijpen, ze maakt geen onderscheid, kent geen voorkeur, maar blijkt
de grondslag te vormen van planeten, zonnen en goden, al wat boven en
beneden is, binnen en buiten, dichtbij en ver weg – een alomvattende
en meedogende liefde. Ze onthult een eenheid van al wat bestaat; het
besef van deze universele eenheid en broederschap maakt het ons mogelijk
de ware betekenis van liefde te begrijpen.
Liefde en mededogen zijn nauw verwant. Als we iets afschuwelijks zien,
zoals beelden van mensen die verhongeren en lijden, willen we helpen
en vaak voelen we ons ook ongelukkig en hebben we medelijden –
een normale emotionele reactie. Vreemd genoeg is het mogelijk dat het
emotionele aspect ons verlamt en verhindert te doen wat er gedaan moet
worden. Mededogen dat berust op een diep begrip van al wat leeft, neemt
dezelfde dingen waar zonder de sterk emotionele reactie. Het is ongetwijfeld
moeilijk liefde te voelen zonder ons door onze emoties te laten meeslepen
– we zijn namelijk geen goden, we zijn mensen te midden van een
ingewikkeld leerproces hier op aarde. We worstelen, vallen en maken
fouten. We denken dat de wereld tamelijk onrechtvaardig is, voelen ons
soms machteloos en vragen ons af wat we moeten doen en hoe we moeten
handelen. We zijn per slot van rekening ‘slechts’ mensen.
Maar is dat waar? Is er in ieder mens niet een latente god aanwezig?
Hebben we niet een hoger en een lager bewustzijn? Ons lagere bewustzijn,
dat niet onsterfelijk is, neigt tot jaloezie, hebzucht, sexuele driften,
machtsgevoelens, enzovoort. Ons hogere bewustzijn huist in de reïncarnerende
ego, die in leven na leven blijft bestaan. Goddelijk en vol liefde is
hij onze gids, en als we naar zijn innerlijke stem proberen te luisteren,
voelen we een liefde en mededogen die alles omvatten.
Al hebben oude leraren zoals Boeddha en Christus ons geleerd dat we
voor onszelf verantwoordelijk zijn, geloven velen toch dat een Almachtige
God of het plaatsvervangend lijden onze vrijheid van keuze beknot of
ons vrijwaart voor de gevolgen van onze daden, zodat we niet allen verantwoordelijk
zijn voor wat er in de wereld gebeurt. Maar god is geen wezen los van
ons: wij zijn god, en al vergeeft de natuur, ze is ook rechtvaardig
– wijzelf zijn de natuur! Als we bijvoorbeeld slecht
gehumeurd zijn voelt onze omgeving dat, met het gevolg dat anderen vaak
negatief op ons reageren en we ons nog slechter voelen. De gevolgen
van onze daden zijn naar ons teruggekeerd. Deze voortdurende wisselwerking
tussen mensen schept de situaties in het dagelijkse, nationale en zelfs
internationale leven. Het is een voortdurende karmische beweging. Als
de mensheid haar zelfzuchtige wil tegenover de geestelijke wetten van
het heelal plaatst, zal de natuur, die in diepste wezen evenwicht en
onpersoonlijke harmonie is, reageren en zullen smart, strijd en lijden
de onvermijdelijke gevolgen zijn.
‘Verbeter de wereld en begin bij uzelf’, zegt een oud spreekwoord.
En wat is moeilijker dan aan onszelf te werken, onze eigen fouten onder
ogen te zien? We zien de wereld te vaak als slachtoffers. In werkelijkheid
zijn er geen slachtoffers en het is tijdverspilling ons leven door te
brengen in zelfbeklag. Er is moed nodig: als we situaties eerlijk onder
ogen zien, negatieve gevoelens bestrijden, het leven zien als een uitdaging,
dan benaderen we elk probleem zo positief mogelijk, al is dat vaak moeilijk.
Het hogere bewustzijn, dat van nature meedogend is, blijft zoeken naar
harmonie en evenwicht. We kunnen de lagere aspecten van ons bewustzijn
accepteren zonder dat ze de bovenhand krijgen, door het hoger zelf te
zoeken en naar de daaruit voortkomende gevoelens te handelen. Het is
duidelijk dat we moeten werken aan onszelf, dat we onszelf en zelfs
de fouten moeten liefhebben, om alle liefde die wij hebben ontvangen
aan anderen te kunnen doorgeven.
Mensen zien inderdaad de goede en slechte dingen die op hen afkomen
en proberen daarvan te leren. Overal zijn er mannen en vrouwen, pioniers
op de geestelijke ontdekkingsreis, die niet langer vrede hebben met
de moderne levensstijl of zijn bedenkelijke beloften. Met de groei van
bewustzijn gaan we beseffen wat verantwoordelijkheid betekent in de
betrekkingen tussen mensen en alles om ons heen. In ieder land zoeken
mensen naar de werkelijkheid, naar een weg die naar verlichting voert.
Door in bewustzijn te groeien ervaren we een verlichting, een lichter
worden van onze stoffelijke last, pijn en verdriet – een verlichting
door te proberen ons ervan bewust te worden waarom de natuur werkt zoals
ze doet. En we worden inderdaad meer bewust en meedogend omdat
onze aandacht daarop wordt gericht door de fundamentele kracht van de
natuur, liefde.
Voor hen die een gevoel van plicht kennen jegens hun medemensen, is
verlichting een pad van zelfvergetelheid en zelfdiscipline, een worsteling
die uiteindelijk uit dat wat de mensheid bezit alle geestelijke ervaringen
die op aarde mogelijk zijn, alle intellectuele grootheid en liefde te
voorschijn roept. Het betekent een versnelling van het normale evolutieproces
– niet het overslaan van een stadium maar het concentreren in
een korte periode wat op natuurlijke wijze een langere tijd vergt. Er
bestaat ook verlichting door inwijding, iets wat alleen de groten van
de mensheid kiezen.
De oude christelijke leer zegt ons ‘als een kind’ te zijn;
een kind keert bij de geboorte terug uit de hemelwereld, vol liefde
en met een atmosfeer van zuiverheid. We moeten leren elkaar lief te
hebben vanuit een hogere werkelijkheid, terwijl ons leven in harmonie
moet zijn met onze medemensen, de natuur en onszelf. Maar bovenal moeten
we ons bekommeren om wat er gebeurt, in het bijzonder om wat we als
onrechtvaardig voelen. Onze motieven en daden zijn belangrijker dan
de waarneembare gevolgen; als we zoeken naar ons hogere bewustzijn,
zullen we dat stellig vinden.