De bijbel staat vol raadsels; een bekend voorbeeld is de tegenstrijdigheid
in Genesis: In hoofdstuk 1, ‘God schiep de mens naar
zijn beeld, naar Gods beeld schiep hij hem; man en vrouw schiep hij
hen’, wat kennelijk een tweevoudige schepping is. Hoofdstuk 2
beschrijft de Hof van Eden, waar de Here God de mens plaatste die hij
had geformeerd. Maar die mens had geen ‘hulp’ en zo ontstond
Eva uit een rib van Adam. Wat gebeurde er met de oorspronkelijke vrouw?
Vreemd genoeg kwam uit de tweede versie van deze raadselachtige kwestie
een christelijke grondstelling voort die een blijvende invloed heeft
gehad.
Over de kwellingen en opgeofferde levens van de eerste christenen in
Rome en elders bestaan goede bewijsstukken, maar oude gnostische geschriften
die in december 1945 in Egypte zijn gevonden, hebben waardevolle en
verrassende aanvullingen op de christelijke geschiedschrijving opgeleverd.1
Toen de Romeinse keizer in het laatste deel van de 4de eeuw van de voorheen
verboden godsdienst van martelaren een staatsgodsdienst maakte, kreeg
een van de kerkvaders grote betekenis, degene die later bekend werd
als Sint Augustinus. Vele hoge, idealistische geestelijken bestreden
zijn theorieën en veronderstellingen, omdat ze gevaarlijk en bedreigend
waren voor de zuivere christelijke ideeën die ze probeerden uit
te roeien. Zij misten echter allemaal zijn minzaamheid, zijn eerzucht
voor de gevestigde kerk, zijn respect voor de burgerlijke wetten en
zijn al toegenomen macht. Zijn kerkelijke en politieke invloed maakte
het hem inderdaad mogelijk om alle broeders die een bedreiging vormden
machteloos en te schande te maken of te excommuniceren. Hij en zijn
bondgenoten gingen met politieke slimheid te werk en bepaalden, wat
tot dan volkomen ongebruikelijk was, dat tegen ongehoorzame christenen
het gebruik van lichamelijk en psychologisch geweld was toegestaan;
ze maakten dit tot een essentieel onderdeel van het bisschoppelijk ambt.
Wat waren de zaken waartegen de uiteindelijk verslagen collega’s
bezwaar maakten? In de allereerste plaats het heftige verzet van Augustinus
tegen menselijke vrijheid, in de zin van het individuele recht en het
vermogen persoonlijke keuzen te doen, of die van zorgvuldigheid getuigden
of niet; verder ontkrachtte hij de overtuiging van de vroege christenen
dat er een innige verbondenheid bestond van de mens met God en Christus.
De definitieve scheiding van wegen ontstond toen de ongewone interpretatie
van Augustinus van het verhaal over de Hof van Eden officieel werd aanvaard.
Kort gezegd: hij verklaarde zonder staving dat, toen Adam gemeenschap
had met Eva (een doodzonde omdat het in strijd was met God’s wil)
een deel van zijn zondigend zaad in ieder mens, zonder uitzondering,
die daarna werd geboren werd ingeplant. Zo ontstond de leer van het
‘in zonde geboren’ zijn. Hij wees er nadrukkelijk op dat
Jezus niet was blootgesteld aan de rampzalige gevolgen van de zondeval
van Adam, want hij werd geboren uit een maagdelijke moeder.
Men neemt aan dat Augustinus lang nadacht over de sterke zinnelijke
verlangens van zijn jeugd, over mislukte pogingen tot zelfbeheersing
en dat hij in wanhoop naar een oorzaak buiten hem zocht. Hij had stellig
een hoge dunk van zichzelf, want hij overwoog dat als hij verleiding
niet kon weerstaan, iemand anders dat ook niet kon. Dit verklaart gedeeltelijk
de oplossing die hij vond in de eerste mens van God, wiens ‘verdorven’
ongehoorzaamheid ervoor zorgde dat de mensheid altijd in zonde geboren
zou zijn. Hij ging nog een stap verder door de hoop op toekomstige vervolmaking
van de aarde weg te nemen als gevolg van het gedrag van Adam dat de
oorspronkelijke schoonheid van de Hof bedreigde. Hij ging zelfs zover
dat hij te kennen gaf dat het hele heelal nooit meer hetzelfde zou zijn.
Deze kerkvader was geen mysticus. Gezien zijn achtergrond en zijn geringschattende
opinie over de mensheid, was het voor hem een natuurlijke zaak te geloven
dat een waardevol leven en de verlossing niet het resultaat konden zijn
van innerlijke impulsen, laat staan van geestelijke affiniteit, maar
uitsluitend worden toebedeeld door de kerkelijke machthebbers. In ieder
geval heeft die zogenaamde erfenis van Adam, die uiteindelijk wijd en
zijd werd aanvaard, eeuwenlang in het Westen bepaald wat een passend
gedrag en de juiste houding is. Wonderlijk genoeg was dit nieuwbakken
dogma – dat het seksuele gedrag van de stamvader van het menselijk
ras voorgoed de onvermijdelijke en altijddurende schuld van het mensdom
betekende – een idee van Augustinus zelf. Niemand anders schijnt
daar ooit aan te hebben gedacht, zeker Jezus niet; de aanvaarding ervan
weerspiegelde ongetwijfeld ontwikkelingen in de betrekkingen tussen
kerk en staatsbestuur en het verlangen om een sterkere greep op de gelovigen
te krijgen.
Augustinus was een buitengewoon intelligent mens, wiens lange leven
vol ongewone omstandigheden en ervaringen was. Geboren in 354 n.Chr.,
als heiden opgevoed, werd hij een tijdlang gefascineerd door de leringen
van Mani, een Pers die over twee machtige goden sprak – de ene
als oorzaak van al het goede, de andere als bron van alle kwaad. Later
onderwees Augustinus in Milaan retorica, waarin hij een opleiding had
gehad, bekeerde zich tot het christendom en ging terug naar zijn geboorteland
Afrika. Hij werd overgehaald om priester te worden en werd in 395 tot
bisschop gewijd. Van al zijn omvangrijke geschriften gaf hij de voorkeur
aan de Staat Gods, waarvan de voltooiing 15 jaar vergde. Hierin
gaf hij zijn opvattingen over het christendom volledig weer; hij voegde
er een waardevolle geschiedschrijving aan toe van het heidense Rome
en wees vooral op de negatieve invloeden van die polytheïstische
godsdienst op de Romeinse bevolking. Zijn beperkingen die een rol speelden
bij zijn verklaring en verdediging van het christelijk geloof, liggen
in zijn vooronderstelling dat de mystieke sfeer van God en Christus
geheel op goddelijke voorkennis en volmaakte vrede berust, terwijl verdoemden,
die in de stoffelijke wereld leven, hulpeloos en verdorven zijn. Hoewel
hij toegaf dat er goede mensen en slechte engelen bestaan, hield hij
er onvermurwbaar aan vast dat er tussen beide sferen geen uitwisseling
kan zijn. Die overheersende bezetenheid door het kwaad – in
de mensen en om hen heen in de vorm van duivels – was zijn ondergang.
Hoe grondig hij de bijbel ook kende, hij legde die alleen uit op een
manier die bij zijn vooropgezette meningen paste.
Sint Augustinus vormt dus een boeiende studie, om hemzelf, om het karakter
van zijn tijd, de van respect getuigende opmerkingen over Plato en omdat
hij de christelijke theologie zo krachtig beïnvloedde. Zijn successen
waren mogelijk door toestanden en gebeurtenissen van zijn tijd. De algemene
(katholieke) kerk was in opbouw en werd al snel onaantastbaar door haar
rijkdom, haar bereik en solidariteit. De meeste hindernissen tegen uitbreiding
waren verdwenen, althans in de westerse wereld, en het waren die successen
waarvoor Augustinus zich in hoofdzaak interesseerde. Tot zijn voldoening
begonnen kerkleden over de hele wereld dezelfde regels en opvattingen
te huldigen.
In tegenstelling tot de gnostici en andere vroege christenen, die uren
besteedden aan dikwijls tot verdeeldheid leidende discussies, woordenwisselingen
en bespiegelingen, wees de nieuwe kerk al zulke gewaagde beschouwingen
af. Gehoorzaamheid was verplicht en werd in acht genomen uit liefde
van de gelovigen voor Christus en ook uit vrees. Augustinus gaf spijtig
toe dat tegen sommige weerspannige christenen op geen andere manier
kon worden opgetreden. Liefde, barmhartigheid en mededogen waren niet
bepaald zijn grootste gaven – hij en zijn volgelingen namen het
initiatief tot de lange reeks van dreigementen, bestraffingen enz. die
binnen de kerk en tegen ongelovigen werden toegepast. Niettemin is er
geen twijfel aan dat hij een onvermoeibare organisatorische reus was.
De ethische waarden in de leringen van Jezus ontvingen in die tijd
minder nadruk dan daarvoor. De wereldse druk op kerkleden en de kerk
zelf overweldigde alle geestelijke energie en er werd te weinig aandacht
besteed aan de kracht die aan liefhebbende en humane gedachten en daden
en aan vergevensgezindheid ten grondslag ligt. Verdraagzaamheid bestond
niet. Toch was zijn Noord-Afrikaans bisdom meer dan vijfentwintig jaar
actief en hij genoot ervan zijn denkbeelden bekend te maken. Zijn visie
op het laatste oordeel was wel niet erg bemoedigend, maar ondanks dat
onvermijdelijke, sinds Adam bestaande brandmerk waren alle oprechte,
aan God gehoorzame en aan Christus getrouwe christenen ervan verzekerd
dat de hemel, waar God, Christus, engelen en heiligen verblijven, uiteindelijk
hun deel zou zijn. De hemel betekent onvoorstelbare, eeuwige vrede en
gelukzaligheid; aardse roem en rijkdommen zijn kortstondig en waardeloos.
Het lot van een ongelovige was vol verschrikking: intense, eeuwige foltering
in een hel van vuur. De onderwereld is natuurlijk ook een bijbels raadsel
want de Duivel, Satan en Lucifer zijn, naar men aanneemt, drie-in-een,
ook al betekent Lucifer lichtbrenger en is hij een engel, zij het een
gevallen engel, die bij God verbleef voordat hij werd verdreven
omdat hij een opstand leidde. Het is geen wonder dat christelijke geleerden
een leven hebben besteed aan het ontleden van woorden, zinnen en passages
om de bedoeling en de betekenis te vinden en hele reeksen bekwame vertolkers
veranderen hun uitleggingen periodiek – en dat hoort ook zo.
Augustinus bracht nog andere onderwerpen naar voren die niet in de
smaak vallen bij vrouwen, dierenliefhebbers en milieuverdedigers van
de 20e eeuw. Een paar voorbeelden: het mannelijk geslacht wordt superieur
geacht aan het vrouwelijke en, tenzij ze zich tot een gewillige, dienstbare
echtgenote vormde, die kinderen voortbrengt, is de vrouw niet meer dan
een afspiegeling van Eva. Hij en andere kerkdienaren waren niet de enigen
die onafhankelijke vrouwen vernederden; dat deden de heidenen ook. Het
is eigenlijk een raadselachtig standpunt, want Eva was een schepping
van God, en de Romeinen eerden hun godinnen. Wat de dieren
betreft, bezorgdheid daarvoor was niet op haar plaats omdat ze geen
ziel bezitten en in ieder geval waren geschapen ten nutte van de mens,
net als alle andere stoffelijke vormen. Wat de Aarde betreft ziet iedereen
de littekens als gevolg van onze mishandeling. Daarvoor, en voor een
ander ons boven het hoofd hangend kwaad, stelde Augustinus Adam aansprakelijk.
Wie van de milieudeskundigen zou het met hem eens zijn?
Oude religieuze uitspraken hebben een lang leven maar vele ervan zijn
door de tijd, door kennis en ervaring tot de draad versleten. Wat heeft
het dan voor waarde naar iemand als Augustinus een onderzoek in te stellen?
Omdat het hier gaat om een man die door de eerste formele christelijke
kerk zo werd geprezen dat ze hem tot heilige verhief. Het lezen van
zijn geschriften en van de weerleggingen van zijn tegenstanders is als
het binnengaan in dat onstuimige tijdperk, dat beslissend was voor de
weg die het christendom zou volgen. We kunnen ons bijna een beeld van
hem vormen, van zijn energie en onuitputtelijke toewijding aan de kerk
en haar leer die hem voortdreven. Hij was geen man met vlotte, ongedwongen
manieren, hij was meedogenloos, manipulerend, onbuigzaam: in veel opzichten
een onaantrekkelijk karakter, aangevuurd door de gave tegenslagen te
boven te komen en zijn taak te volbrengen.
Als Augustinus nu zou leven, zou hij heel goed een leidinggevend functionaris
kunnen zijn, betrokken bij multinationale beveiliging, fusies of uitbreidingsprocedures,
iemand die nagenoeg alles doet om zijn doel te bereiken. In de gedachten
van zo iemand zouden moraal en geweten niet op de eerste plaats komen.
In een aantal beroepen van deze tijd schijnt het afzwakken van innerlijke
prikkels een eis te zijn en bij hem was dat duidelijk het geval. Als
men deze bijbelgeleerde een beetje leert kennen, krijgt men niet alleen
een beter begrip van een vermaard kerkvader, die sommigen verafschuwen
en anderen heilig noemen, maar krijgt men ook een andere kijk op het
christendom: wat het is en wat het had kunnen zijn. De 5de eeuw lijkt
ver achter ons te liggen, maar de menselijke aard is kennelijk niet
veel veranderd; veel mensen geloven nog in de duivel en aanvaarden het
scheppingsverhaal en het ‘in zonde geboren’ zijn. Eén
positief 20ste eeuws verschil is dat nog maar weinig mensen twijfelen
aan de mogelijkheid van geestelijke verlichting, hier en nu, die overal
te bereiken is voor hen die zoeken; en iedereen komt in aanmerking.
Moderne mensen leggen steeds meer nadruk op de innerlijke goddelijke
aard van de mens in plaats van op een onherstelbaar zondig karakter
dat ze niet onder controle hebben.
Als we het leven van Augustinus nagaan, vormt de tedere liefde van
Jezus voor kinderen daarmee een inspirerend contrast om over na te denken.
Augustinus bouwde een fantasie van ongelooflijk lange duur op, die teveel
eer bewijst aan het kwaad en aan goddelijke wraak. Het wordt tijd dat
los te laten.
Noot
- Vgl. Adam, Eva en de Slang en De Gnostische
Evangeliën door Elaine Pagels. Zie ook The Secret Teachings
of Jesus, in het Engels vertaald door Marvin W. Meyer.