Alle behalve de helderste sterren zijn onzichtbaar vanuit de omgeving
van een grote menselijke nederzetting zoals Los Angeles. Buiten wordt
de nevelige laag koelere lucht boven de grond zo door de straatlantaarns
verlicht, dat alleen het licht van de Maan en Venus, Sirius en Capella
en nog een handvol andere heldere natuurlijke lichten erdoorheen kan
dringen, temidden van de vele vliegtuigen en helikopters. Het meeste
van wat men ziet is geheel door mensenhanden gemaakt. Miljoenen mensen
voelen zich op hun gemak in deze kunstmatige omstandigheden, beschermd
tegen het ontzagwekkende en oude wonder van een grote zwarte, met sterren
bezaaide hemel, met zijn verre zonnen en vage melkwegstelsels. Ook al
is onze eigen planeet gezegend met een vrij heldere atmosfeer waardoor
het mogelijk is de kosmos te zien, toch is onze blik te vaak gericht
op de door onszelf vervaardigde dingen, waarmee we onmiddellijk te maken
hebben en die we begrijpen.
Alleen door de wereldstad te ontvluchten kunnen we onmiddellijk zien
wat onze plaats is in een veel groter en veel ouder geheel: de rand
van ons draaiende melkwegstelsel wordt zichtbaar vanuit de woestijn,
de bergen of de open vlakten. De talrijke zonnen, de wolken van sterrenvormende
stof en gas, de planeten – onze eigen sterrenfamilie – staan
daar allemaal boven ons. De aandacht voor het aardse wordt weggetrokken,
het hart wordt verkwikt met ontzag en verwondering nu we tegenover de
oneindige uitgestrektheid van ons natuurlijke tehuis komen te staan.
Voor een groot deel zijn alle, behalve de meest gewone, dagelijkse
gedachten, de meest algemene of de meest prikkelende emoties en verlangens,
verdrongen door de voortdurende mentale en emotionele activiteiten die
het leven in een wereldstad van de 20ste eeuw vereist. Het gebied en
de subtiele diepte van de menselijke ziel bevinden zich voor een groot
deel in het duister. We voelen ons op ons gemak met de vertrouwde mentale
en emotionele gewoonten die ons beschermen tegen de ontzagwekkende,
schijnbaar oneindige diepten van het bewustzijn. Vertrouwd met wat we
kunnen begrijpen en de dingen waarmee we dagelijks omgaan, vermijden
we het naar de ‘woestijn’ of de ‘bergen’ van
de geest te gaan, waar we de gezegende kans lopen in aanraking te komen
met oude, diepe werkelijkheden binnen het zelf.
Net als het beleven en overpeinzen van de onmetelijkheid van ruimte
en tijd, schijnen perioden van diepe persoonlijke stilte aan een zekere
geestelijke behoefte te voldoen. Zitten mediteren is zelfs minder moeilijk
dan de stad uitrijden om een glimp van de nachtelijke hemel op te vangen,
al moeten er voorbereidingen worden getroffen en een bepaalde weg worden
gevolgd. Zulk mediteren betekent dat we een halt toeroepen aan de verduisterende
gevolgen van ons voortdurend bezig zijn, ons handelen, denken en reageren.
Het is een tijd waarin het vast op de dagelijkse bezigheden gerichte
bewustzijn wordt losgelaten en we een toestand van vrede ervaren, waarin
de hele natuurlijke ‘melkweg’ van het hoger zelf zich weerspiegelt.
De Yoga Sutra's van Patañjali geven één
‘weg’ van meditatie aan die geschikt is voor mensen in wie
de intellectuele activiteit de devotionele of lichamelijke overheerst.
Patañjali noemt acht stappen die kunnen leiden naar de ‘bergen’
van de geest. Al geven de Sutra's inderdaad een grondig inzicht
in het proces, het is kenmerkend dat de meditatie als een mondelinge
traditie wordt doorgegeven. De volgende Sanskrietwoorden komen samen
voor in vers 29 van Boek 2 en zijn hier weergegeven in een vrije vertaling,
omdat het onmogelijk is de kernachtige beknoptheid van het origineel
in een moderne taal weer te geven:
Yama, niyama: Het leiden van een eerlijk en gematigd leven
in harmonie met de wet van de natuur;
Asana: Een standvastige, gemakkelijke en ontspannen houding;
Pranayama: Het op natuurlijke wijze tot rust komen van de
ademhaling en de energiestroom;
Pratyahara: Het terugtrekken van de zintuigen van uiterlijke
voorwerpen;
Dharana: Het geleidelijk beperken van mentale activiteit;
Dhyana: Het denken gestild;
Samadhi: Het denken te boven gaan.
De stappen, te beginnen met asana, worden gewoonlijk één
of tweemaal per dag uitgevoerd, ongeveer een half uur. Door te herhalen
leert men meer tijd door te brengen in dhyana, waar het hoger
zelf de kans heeft te overdenken. Deze stappen lijken op de traditionele
stappen van het Edele Achtvoudige Pad in het boeddhisme. Volgens John
Blofeld1 werd het beoefenen van dhyana uit
Noord-India overgebracht naar een verdeeld China in de 6e eeuw na Christus,
waar het ‘chan’ werd genoemd. Sindsdien heeft het opgang
gemaakt in Japan als ‘zen’ en is ze ook bekend geworden
in Noord-Amerika. In feite zijn overeenkomstige – misschien wel
identieke – stappen, waarbij het om dhyana gaat, door de eeuwen
heen en in de hele wereld bekendgemaakt aan allen die ernaar streven
de alles doordringende stilte te ervaren achter de sluiers van de zintuiglijke
waarneming.
In deze tijd worden we allen met ernstige problemen geconfronteerd,
variërend van persoonlijke tot mondiale en het kan zeker helpen
als we ons nu en dan kunnen terugtrekken in de diepe stilte van het
tot rust gebrachte denken, buiten het bereik van het drukke stadsleven
met zijn lawaai en vervuiling. We keren verfrist terug en gereed onze
dagelijkse belangrijke plichten weer op te nemen.
Noot
- The Zen Teachings of Huang Po, On the Transmission
of Mind, in het Engels vertaald door John Blofeld, Grove Press,
New York, 1959, blz. 7-13.