Enigszins bekorte slottoespraak, gehouden op de
vriendschapsbijeenkomst 1991 die van 18 - 23 juli plaatsvond in de Volksabdij
te Ossendrecht, Nederland, onder de auspiciën van Het Theosofisch
Genootschap (Pasadena).
Komende gebeurtenissen werpen hun schaduw vooruit, volgens een bekend
gezegde. Het is moeilijk in deze tijd, die verduisterd door donkere
wolken van oorlog en geweld en door de negatieve krachten in onze directe
omgeving, de ijle schijnsels te ontwaren die een voorbode van betere
tijden zijn.
Als we de belangrijke ontwikkelingen die zich deze eeuw hebben voorgedaan
overzien, beseffen we hoe moeilijk het is ons een beeld te vormen van
de toekomst. Zo was het erg moeilijk in de vorige eeuw het huidige tijdperk
van computerisering te voorzien, evenals de sociale en politieke ontwikkelingen,
de beide wereldoorlogen, de vorming van de Verenigde Naties, ruimtevaart,
enz. Wie zal zeggen of in een volgende eeuw ons niet even opzienbarende
veranderingen te wachten staan? Belangrijke ontwikkelingen komen van
onverwachte zijden – ongetwijfeld een gevolg van denken langs
nieuwe lijnen. We weten niet welke karmische zaden nog moeten ontkiemen.
Sommige ontwikkelingen en veranderingen omvatten een te grote tijdsspanne
om voor onze beperkte waarneming zichbaar te kunnen zijn.
Ik kan niet meer doen dan uiting geven aan enkele van de gedachten
die bij me opkomen als ik probeer iets gewaar te worden van wat ons
in de komende eeuw te wachten staat. Er zijn op deze aarde zonder twijfel
grote zielen voor wie het uitgestrekte duistere gebied van de toekomst
zo helder is als de dag.
Wat in deze tijd in filosofische, religieuze of wetenschappelijke kringen
wordt gezegd over de toekomst heeft op tastbare zaken betrekking, zoals
het voortschrijden van wetenschap en techniek, economische en sociale
veranderingen, de armoede en honger in de wereld, de milieuproblematiek
en het opheffen van internationale spanningen. Dit alles is echter het
gevolg van dieperliggende processen die zich niet laten indelen in wetenschappelijk,
filosofisch of religieus. Willen we vanuit een theosofisch standpunt
naar de toekomst kijken, dan dienen we ons op oorzaken te richten –
op de grond waarin de dingen groeien. De zuiverheid en kwaliteit van
de grond zijn van het allerhoogste belang.
In de komende eeuwen zullen we een heel nieuwe ideeënwereld aantreffen
en zal de wetenschappelijke en filosofische bovenbouw van heel andere
aard zijn dan de huidige. Aangezien evolutionaire impulsen tenderen
naar het ontwikkelen van die structuren en processen die mensen meer
één doen worden met hun werkelijke zelf, zullen in de
toekomst wetenschap en filosofie mensen minder van zichzelf doen vervreemden
dan nu vaak door hun mechanistisch en koud afstandelijk jargon gebeurt,
en zullen ze een humanere en zelfs religieuze dimensie krijgen.
Toch is het ontstaan van metafysische ideeën in de wetenschappen
niet het meest wezenlijke, aangezien het beperkt blijft tot het mentale
gebied. Veel fundamenteler is de verandering in de atmosfeer die het
ene tijdperk van het andere onderscheidt, en het wezen van een bepaalde
tijd vormt, daar het alles doordringt met zijn subtiele maar machtige
invloed op het denken en voelen. Het wordt echter het laatst ontdekt,
omdat het de basis vormt van het proces van ontdekken zelf. We kunnen
deze atmosfeer omschrijven als de manier waarop de mensheid als geheel
de werkelijkheid beleeft; een stilzwijgende overeenstemming over wat
werkelijk is en mogelijk, en wanneer iets geldt als bewijs. Deze stilzwijgende
overeenstemming is het resultaat van een wisselwerking tussen de maya's
of illusies van de individuen die in een bepaalde tijd leven en die
tezamen een groepsmaya vormen, machtiger dan de som van zijn delen.
We beseffen de sterkte van deze kracht als we gadeslaan wat er op het
psychologische niveau gebeurt wanneer we trachten onszelf te veranderen.
Als we afstand willen doen van vaste leef- en denkgewoonten, en er in
ons een nieuw zelf geboren worden wil, worden we door de houding van
de mensen om ons heen steeds meer met ons oude zelf geconfronteerd.
We hebben de neiging te worden wat de mensen om ons heen denken dat
we zijn. Als we dit talloze malen vermenigvuldigen, krijgen we een indruk
van de kracht waarvan sprake is wanneer deze processen op grote schaal
werkzaam zijn en waarom tijdens de inwijding dit maya, dat de neofiet
te boven tracht te komen, de vorm aanneemt van een schrikwekkende verschijning.
In de huidige eeuw leven we niet alleen objectief gezien in een materialistische
wereld, maar zijn ook onze gedachten materialistisch gericht. Onze zintuigen
vangen geestelijke indrukken niet gemakkelijk op. Een beschaving als
geheel maakt zich door de collectieve gerichtheid van het bewustzijn
ontvankelijk voor een instromen van het geestelijke. Als ze lange tijd
zich heeft gericht op wereldse en materiële zaken, is het besef
gering dat een andere wereld de onze doordringt. Alleen een verandering
in de aspiraties van de mensen kan het mystieke terugbrengen in het
dagelijkse leven en aan hun wereld een religieus element toevoegen.
De verbeelding wordt gewekt en de mens gelooft dat meer mogelijk is
dan het hem vertrouwde. Wat betekent dit alles anders dan dat liefde
en broederschap de lucht weer gaan door trillen. . . ?
In de oudheid was de splitsing tussen het alledaagse en het mystieke,
het profane en het heilige, veel minder uitgesproken. In deze tijd wordt
voor wat heilig is een speciale plaats ingeruimd, en doorgaans ook een
bepaalde tijd, en is zo niet langer een hoedanigheid die de hele dag
door al ons handelen en de processen van ons bewustzijn kenmerkt. Als
ons hele leven weer zou zijn doordrongen van bovenpersoonlijke aspiraties
en zieleherinneringen, zouden we, in de woorden van een bekend schrij-ver,
kunnen spreken van de ‘terugkeer van de betovering’.
Met de grote paradigmaverschuivingen in de komende eeuw zal ongetwijfeld
ook de taal een verandering ondergaan. Als we anders gaan denken, zal
de taal het voorbeeld volgen; omgekeerd zal een verandering in de taal
invloed hebben op onze wijze van denken. Hoewel we geneigd zijn bewustzijn
als de oorsprong te zien van alles en taal als niet meer dan een gevolg,
moeten we niettemin de middenweg bewandelen en erkennen dat de woorden
en begrippen die we gebruiken onze gedach-ten ongemerkt in een bepaalde
richting duwen. Aangezien in het huidige stadium van onze evolutie ons
bewustzijn vooral op het manasische of mentale gebied werkzaam is, speelt
taal een belangrijke rol bij het structureren van het denken.
Waaruit bestaat de grote invloed van taal op onze gedachten? De vragen
die we stellen bevatten meestal een veronderstelling, zonder dat we
ons daar bewust van zijn. Deze veronderstelling kan lange tijd een hinderpaal
zijn bij het beantwoorden van onze vragen. We zoeken overal naar een
antwoord behalve in de vraag zelf. Aan bijvoorbeeld de vraag, ‘Hoe
raak ik deze stemming, emotie, gewoonte of gedachte kwijt?’ ligt
een diepgewortelde veronderstelling ten grondslag die voortkomt uit
een bepaalde grondhouding van ons bewustzijn. Door deze vragen te stellen,
gaan we er vanuit dat iets ons in zijn greep heeft. Op basis van deze
veronderstelde onbetwistbare zekerheid proberen we ons eraan te ontwor-stelen.
We hebben echter het probleem pas echt opgelost als we, in een moment
van waarlijk geestelijke humor, in een flits beseffen dat niet iets
ons in zijn greep heeft, maar wij het zijn die iets in een greep hebben.
Door in de verkeerde richting naar het antwoord te zoeken, vereenzel-vigen
we ons steeds meer met waar we ons van willen bevrijden. We denken dat
we de een of andere inspanning moeten verrichten, terwijl we in werkelijkheid
met de inspanning die we al verrichten op moeten houden.
Een ander voorbeeld is het gebruik van een term als het 'hoger zelf'.
Het woord hoger impliceert iets dat ver weg is en waar we heen
moeten reizen om het te bereiken Ons ware zelf is echter het dichtst
bij ons, en de reden dat we het niet ontdekken is dat we er overheen
kijken, zoals bij de pupillen van onze ogen. We moeten ook hier weer
proberen de middenweg te gaan en erkennen dat het taalgebruik van de
esoterische traditie op meesterlijke wijze is samengesteld, en op grond
van een kennis van de menselijke psychologie waar we ons nauwelijks
een voorstelling van kunnen vormen. De woorden en termen die zijn gekozen
zijn waarschijnlijk die waarbij, gezien de psychologische structuur
van de hedendaagse mens, de kans op een verkeerde interpretatie het
kleinst is en die, als gevolg van hun paradoxale karakter, iets in ons
denken op gang brengen dat uiteindelijk tot een dieper begrip zal leiden.
Een ander belangrijk aspect van onze samenleving dat weinig van geestelijke
waarde in zich lijkt te hebben, maar waar we allen veel mee te maken
hebben, is de economie en het bedrijfsleven. Een van de veronderstellingen
waar we stilzwijgend vanuit gaan, nauwelijks vermoedend dat de dingen
anders zouden kunnen zijn, is dat de voornaamste taak van de bedrijven
op deze planeet het maken van winst en instandhouden van zichzelf is.
Het welzijn van de mensen die voor hen werken wordt be-schouwd als een
bijkomstigheid.
Onlangs las ik een interview met de president-directeur van een bekende
multinationale onderneming. Het interview had betrekking op de filosofie
van ondernemingen in het algemeen en zijn eigen onder-neming in het
bijzonder, en de visie die hij had op de toekomst. Hij onderscheidde
drie stadia waar ondernemingen deze en de komende eeuw doorheen zullen
moeten gaan. In het eerste stadium zijn onder-nemingen uitsluitend gericht
op het maken van winst. In het tweede stadium richten ze zich naast
winst op het algemeen welzijn: maatregelen worden getroffen om vervuiling
van de omgeving te vermijden, maar met de onderliggende houding dat
het niet teveel last voor de onder-neming moet veroorzaken en dergelijke
maatregelen gunstig zijn voor het imago van de onderneming en daardoor
in haar voordeel werken. Het laatste stadium, dat we nog niet hebben
bereikt, is dat waarin het dienen van het welzijn van het geheel eerder
een doel in zichzelf wordt dan een middel tot een ander doel.
Een situatie waarin het welzijn van de hele mensheid de norm is, vereist
een enorme paradigmaverschuiving die, indien die op alle gebieden plaatsvindt,
door de hele maatschappij heen fundamentele veranderingen teweeg zou
brengen. In het onderwijs zal het doel zijn kinderen in staat te stellen
zich tot echte mensen te ontwikkelen in plaats van ze te veranderen
in produktieve krachten met een hoge nuttigheidswaarde: karaktervorming
zal vóór scholing gaan. In de architectuur zullen gebouwen
eerder worden ontworpen om in de eerste plaats tegemoet te komen aan
menselijke noden dan alleen vanuit overwegingen van rendement en financiën.
Als nietmateriële waarden in onze samenleving de norm worden, zullen
ook dieren humaner worden behandeld en niet louter als dingen. Uitbuiting
in het algemeen zal geleidelijk verdwijnen.
Een opmerkelijke tendens in de afgelopen eeuw was de ontwikkeling van
psychische vermogens. H.P. Blavatsky waarschuwt er in haar brief aan
de Vijfde Jaarlijkse Conventie in Boston (1891) voor dat
Het psychisme, met al zijn verlokkingen en al zijn
gevaren, begint zich noodzakelijk bij u te ontwikkelen en u moet oppassen
dat de psychische ontwikkeling niet de manasische [mentale] en geestelijke
ontwikkeling achter zich laat. Psychische vermogens die door het manasische
beginsel volkomen worden beheerst, beteugeld en gestuurd, zijn voor
de ontwikkeling waardevolle hulpmiddelen. Maar als die psychische
vermogens de vrije teugel worden gelaten, iemand gebruiken in plaats
van te worden gebruikt, dan voeren ze de leerling tot de gevaarlijkste
waanvoorstellingen en zeer zeker naar morele ondergang. Let daarom
nauwkeurig op deze ontwikkeling, die in uw ras en ontwikkelingsperiode
onvermijdelijk is, zodat ze uiteindelijk ten goede en niet ten kwade
zal uitwerken.
– H.P.Blavatsky aan de Amerikaanse
Conventies 1888 - 1891, blz. 49
HPB zegt niet duidelijk welke soort ontwikkelingen ze op het oog heeft,
en algemeen wordt aangenomen dat ze het heeft over de soort psychische
vermogens waar deze eeuw zoveel over is geschreven. Psychisme kan echter
vele verschillende dingen betekenen en, aangezien de omstandigheden
in de komende eeuw volledig anders zullen zijn dan in de vorige, betekent
het psychisme waar HPB op doelt waarschijnlijk meer dan we nu aannemen
dat het betekent.
Er is in de psychologie nog geen veelomvattende theorie ontwikkeld
die de wetten verklaard waaraan de gebeurtenissen op het mentale vlak
onderhevig zijn, gelijkwaardig aan die welke in de natuurwetenschappen
is geformuleerd om de stoffelijke verschijnselen om ons heen te verklaren.
Een wetenschap van psychische wetmatigheden brengt een groot gevaar
met zich mee omdat het gelegenheden voor het manipuleren van anderen
verschaft. Mensen die in esoterische zaken liefhebberen kunnen daarom
een gevaar betekenen. Aangezien een halve waarheid vaak erger is dan
een hele onwaarheid, kunnen mensen met slechts gedeeltelijke kennis
heel wat verwarring stichten.
Een van de vormen van psychisme waar HPB op doelt zou wel eens de reclame
kunnen zijn, die een belangrijke plaats is gaan innemen in onze samenleving.
Het doel van reclame en marketing is mensen te beïnvloeden door
psychologische processen. Als ze zich zouden beperken tot het verschaffen
van informatie, zou er geen probleem zijn, maar aangezien ze veel verder
gaan en subtielere krachten in de menselijke natuur misbruiken ten eigen
bate, hebben deze praktijken veel gemeen met wat wel zwarte magie is
genoemd. Toespelingen in reclame op sex zijn een voorbeeld van het misbruiken
van een in wezen heilige en scheppende kracht in de menselijke natuur.
We hebben weinig idee van de gevaren die zijn verbonden aan het misbruik
van krachten die duizenden malen subtieler zijn. Gelijksoortige tendensen
doen zich voor bij management- en marketingcursussen. Er wordt een scala
aan technieken onderwezen die tot doel hebben anderen zodanig te beïnvloeden
dat het eigenbelang zoveel mogelijk wordt gediend.
Gezien deze algemene neiging tegenwoordig om alles wat heilig en delicaat
is ten eigen voordele te misbruiken en in zekere zin te ontheiligen,
dienen we ons af te vragen hoe de theosofische leringen zich in de toekomst
verder zullen ontwikkelen? Theosofie is een schatkamer met gouden sleutels
die we kunnen gebruiken om deuren te ontsluiten en ons toegang te verschaffen
tot nog onontgonnen terreinen van kennis en inzicht, waar we wellicht
nieuwe sleutels kunnen vinden. Niemand kent de invloed van een leven
van theosofische studie en van theosofisch proberen te leven. Evenmin
kennen we het karma dat we scheppen als we als groep op deze wijze samenwerken:
misschien vinden de voorbereidingen plaats van wat pas na verscheidene
toekomstige incarnaties gaat gebeuren.
Theosoof-zijn betekent in de eerste plaats het leren van discipline.
We bevinden ons in een ongewone situatie waarbij aan de ene kant een
groter aantal esoterische feiten en sleutels zijn geopenbaard dan ooit
tevoren in de bekende geschiedenis, en we in een wereld van geestelijke
wezens en werkelijkheden leven; terwijl we aan de andere kant ons in
een wereld bevinden die allerminst geestelijk is en waarin de wet van
de brute kracht en van de jungle heersen. De confrontatie van deze twee
krachtvelden maakt het mogelijk en noodzakelijk esoterische leringen
in hun volle betekenis te begrijpen en toe te passen. Dit is de uitdaging
en de kans van de 21ste eeuw.
In deze komende eeuw zal de vermenging van verschillende culturen nog
groter zijn dan in de huidige eeuw. Dit is één aspect
van het idee van broederschap en de opvatting dat er niet zoiets als
afgescheidenheid bestaat. Er is een zekere heterogeniteit vereist om
iets te kunnen scheppen; of het nu gaat om man en vrouw, verschillende
svabhava's [essentiële aard] in een enkele beweging, of verschillende
culturen in een enkele wereld, uit het samenkomen van tegengestelde
polariteiten en hun transcendentie in een hogere eenheid wordt altijd
iets nieuws geboren. De vermenging van verschillende magnetismen zal
een nieuw gedachtenleven voortbrengen.
Een vraag van essentieel belang is of we een aantal problemen die nu
levensgroot aanwezig zijn zullen hebben opgelost. Misschien moeten we
onze aandacht meer richten op het zoeken naar de oorzaken van deze problemen
die zolang de mensheid hebben vergezeld. Het onvermogen vele belangrijke
wereldproblemen op te lossen kan het gevolg zijn van het niet de juiste
houding hebben jegens elkander. Misschien ontbreekt bij de mensen die
gezamenlijk naar antwoorden zoeken de juiste onpersoonlijke grondhouding.
Als in een komende eeuw een voldoende aantal mensen in een bovenpersoonlijke
geesteshouding bijeen zou komen en, zichzelf vergetend, zou proberen
een belangrijk probleem op te lossen, zou dan niet een dergelijk bijeenzijn
een kracht kunnen opwekken die zal leiden tot begrip, en oplossingen
doen zichtbaar worden, welke anders niet mogelijk zouden zijn geweest?
Indien we alleen de inhoud van problemen analyseren, komen we doorgaans
niet tot een wezenlijke oplossing. Daarvoor moeten we een bewustzijnssprong
maken, waarna alles duidelijk wordt. En zou niet het aan kinderen onderwijzen
van deze fundamentele geesteshouding veel effectiever voor het oplossen
van problemen zijn dan hen feiten en discussietechnieken te leren?
Hoe zal de theosofie eruit zien in de toekomst? Theosofie is niet alleen
een traditie. Haar levenskracht en dynamiek zijn het resultaat van de
mate van waarachtige geestelijke oorspronkelijkheid die we tot expressie
kunnen brengen. Per definitie zijn haar activiteiten onvoorspelbaar
– niet door een gebrek aan beleid, maar omdat de bepalende factor
de unieke situatie op het moment in kwestie is. Als een theosofische
organisatie leeft, blijkt dit uit het feit dat het theosofisch werk
een direct antwoord zal zijn op de vraagstukken waar de wereld op dat
moment mee wordt geconfronteerd. Indien we als individuen bewust leven,
zullen onze individuele hindernissen in essentie dezelfde zijn als die
waar de wereld als geheel zich voor gesteld ziet.
Hoe kunnen we het beste de theosofie overdragen in de komende eeuwen?
Een dergelijke vraag vooronderstelt dat wij iets hebben wat anderen
ontvangen. In feite zouden we eigenlijk de theosofie moeten vergeten
als we met iemand van gedachten wisselen, en wellicht zullen dan door
de inspiratie van de uitwisseling beiden iets nieuws kunnen ontdekken.
Op zo'n moment brengen we de theosofie op een unieke manier tot expressie
en dragen we bij aan het ontstaan van nieuwe theo-sofische uitdrukkingsvormen,
nu en in de toekomst. De inzichten die we in zo'n uitwisseling verwerven
zijn niemands eigendom. Ze zijn parels die verborgen liggen in de structuur
van het zijn, en die worden bloot-gelegd door de kracht van de uitwisseling.
Ware geestelijke oorspronkelijkheid is mijns inziens de grondslag van
de evolutie van het bewustzijn. Ons huidig menselijk bewustzijn was
in het verre verleden een hogere vorm van menselijk bewustzijn. Wat
we nu zijn, zijn we omdat enkele mensen meer durfden te zijn dan wat
gebruikelijk werd geacht. Enkele mensen waren toen wat we nu allen zijn.
Wellicht was wat we nu als gewoon beschouwen in die tijd een soort theosofie,
zoals de theosofie in onze tijd eens de algemene zienswijze van een
toekomstige mensheid zal zijn.
Zoals perspectief of diepte voortkomt uit het elkaar snijden van de
beide gezichtsvelden van de ogen, en hier een nieuwe dimensie uit ontstaat,
zo ontstaat uit het communiceren een werkelijkheid die meer is dan de
som van haar delen. Als we in staat zouden zijn op een visionaire en
onpersoonlijke wijze met elkaar te communiceren, zal het resultaat een
werkelijkheid van een hogere orde zijn, die ook nieuw is voor degenen
die haar schiepen en op hen terugwerkt. Dit is de oorsprong van werkelijke
inspiratie.
De woorden van G. de Purucker geven de essentie aan van de bedoeling
van The Theosophical Society:
[Het] was bedoeld om de geestelijk-intellectuele
kweekplaats te zijn waaruit de grote filosofische, religieuze en wetenschappelijke
stelsels van toekomstige eeuwen – ja, het hart van de beschavingen
van de komende cyclussen, zouden ontstaan. –
Bron van het Occultisme, blz. 6