De volmaakte vrede
Nancy Coker

 

Al vroeg in ons leven leren we omgaan met meningsverschillen door òf problemen uit de weg te gaan, òf ons te doen gelden; door deze innerlijke spanningen worden we ongelukkig en defensief. Zelden beheersen we de kunst die nodig is om het hoofd te bieden aan een onenigheid en die tot een vredig einde te brengen; het oplossen van conflicten kost tijd, aandacht en kennis. Is het te verwonderen dat we over elkaar klagen, dat we twisten, elkaar bedriegen, scheiden, uit elkaar gaan of elkaar vermoorden in plaats van elkaar openhartig tegemoet te treden? Een onderzoek in Californië bracht aan het licht dat het grootste percentage van gevallen van doodslag bij volwassenen niet het gevolg was van berovingen, maar van ruzies.

Bemiddeling is een methode die bij onenigheden partijen helpt hun meningsverschillen onder woorden te brengen en samen te werken aan een wederzijds bevredigende oplossing. In sommige scholen wordt er les in gegeven en in veel gemeenschappen wordt het aangeboden als een alternatief voor geweld of een rechterlijke actie. In een studiegroep over bemiddeling vroeg de lerares aan de deelnemers te gaan staan. Wijzend op zichzelf, zei ze, ‘Ik symboliseer een conflict, wilt u naar een plaats in de zaal gaan die het meest overeenkomt met uw gebruikelijke houding als het om tweedracht gaat.’ Sommigen gingen naar het verste einde van het vertrek en keerden haar de rug toe; anderen stonden praktisch oog in oog met haar, de overigen vulden de ruimte, sommigen uitdagend, sommigen half gebukt. ‘Als u mensen moet helpen bij een conflict’, verklaarde ze, ‘moet u zich volkomen bewust zijn van uw gedrag, uw vrees en neigingen, of ze zullen uw werk bemoeilijken. U moet uw eigen agenda opzij leggen en geheel en al oplettend worden.’ Als mensen door een meningsverschil in de knoop zitten, verliezen ze het vermogen iets anders te zien dan wat hun eigen positie steunt; bemiddelaars kunnen leren een ruimer bewustzijn te ontwikkelen, een onpartijdig maar meevoelend begrip, ruim genoeg om alle gezichtspunten te omvatten, alle gevoelens te respecteren en alle zorgen weg te nemen. Vijandelijke gevoelens ontdooien in het licht van deze ruimere visie.

Deze ideeën lijken opvallend veel op die van Thich Nhat Hanh, een Vietnamees boeddhistisch priester die zijn leven heeft gewijd aan het helpen van mensen over de hele wereld – oorlogsslachtoffers en slachtoffers van het leven. Actief in de vredesbeweging, legde hij ook de nadruk op de betekenis van neutraliteit om tot verzoening te komen; vrede betekent één zijn met, niet partij kiezen voor.

In een lezing, Vrede Stichten: Hoe het te Zijn, Hoe het te Doen, legt hij uit dat het boeddhistische begrip van het zijn er één is van een nondualistische onderlinge afhankelijkheid. Als u naar een roos kijkt, zegt hij, met een glimlach in zijn stem, wat ziet u dan? Ziet u afval? Als u diep genoeg kijkt, kunt u zonlicht zien, kunt u de regen zien en de aarde; zonder die zou de bloem niet bestaan. We zouden kunnen zeggen dat het voor het grootste deel uit niet-bloemdelen bestaat. Als we op dezelfde manier naar onszelf kijken, zien we dat we moeten worden gevoed door zon, lucht, voedsel, water, liefde en ideeën – alle schijnbaar delen die niet van ons zijn. Omdat we van deze dingen afhankelijk zijn en zonder deze niet kunnen leven, zijn ze een deel van ons ; we kunnen niets zien dat geen deel van ons is.

Als we nauwkeuriger kijken, kunnen we het afval zien waar de bloem na enkele dagen heengaat; we zien dat het afval ook voor het grootste deel uit niet-afval delen bestaat en als we goede verzorgers zijn zullen daar op hun beurt weer bloemen uit groeien. Alles is in voortdurende cyclische beweging en onderling verbonden. Soms denken we misschien aan onszelf en anderen die onze idealen delen als rozen, en aan degenen die het niet met ons eens zijn meer als afval, maar ‘beiden behoren we tot dezelfde realiteit . . . de een kan zonder de ander niet bestaan’; we moeten voor beiden bekwame verzorgers zijn.

Boosheid kunnen we op dezelfde wijze bezien; ook die bestaat grotendeels uit niet-boosheid delen – en soms zijn wezelf een van deze delen. Op een of ander moment hebben we allen zelfgerechtvaardigde, verontwaardigde, ziedende woede gevoeld en de zaak geforceerd tot we onze zin kregen. Innerlijke vrede is nooit het gevolg van het winnen van een gevecht, hoe bevredigend het eerst ook mag schijnen. De overwinning bestaat uit niet-overwinning delen en één daarvan is nederlaag; en naarmate we onze relatie met het geheel beseffen, kunnen we zien dat we deelhebben aan het verliezen, telkens wanneer we deelhebben aan het winnen.

Toorn is een verstikkende ziekte en vindt baat bij indringende, therapeutische aandacht. Nhat Hanh belooft bevrijding door middel van begrip. Hij zegt ons dat we onze toorn volledig moeten accepteren, dan rustig moeten gaan zitten en aan alle delen denken waaruit hij bestaat. Hij raadt aan hem eerst te zien als de vrucht van de boom, dan te proberen de wortels te zien en al zijn werkelijke oorzaken. Als we de ware aard ervan zien en alle samenstellende delen herkennen, dan begint het omvormen van de toorn.

De kunst gebruikt bij het oplossen van innerlijke of uiterlijke conflicten kan in verband worden gebracht met de in de boeddhistische paramita's genoemde deugden: met een menslievend hart betreedt men het strijdperk – treedt men de veronderstelde tegenstander of de tegengestelde idee tegemoet, handhaaft men een innerlijke harmonie en meevoelende neutraliteit, beziet men geduldig alle kanten van de situatie, onverschillig voor persoonlijke overwinning, onderzoekt en vergelijkt men moedig de geschilpunten, zodat ze gezien worden voor wat ze zijn, mediteert men rustig over de onderlinge afhankelijkheid van alle delen en begrijpt men dat het probleem dat zich voordoet niet de wortel van het conflict is.

Dieper zoeken langs de richtlijnen van de paramita's is een doeltreffende, innerlijk-gerichte benadering die ertoe leidt dat we onze onderlinge afhankelijkheid gaan begrijpen en die ons mededogen ontsluit. Bemiddeling is van eenzelfde structuur, maar is een minder persoonlijke, meer extroverte methode, die twistende personen helpt door praten tot wederzijds begrip te komen en tot inzicht in de niet-conflict delen. Een neutrale derde partij, de bemiddelaar (van het Latijnse mediare, ‘in het midden zijn’ en, bij uitbreiding van de gedachte, ‘helen’), komt tussenbeide en maakt voor hen de weg vrij om hun wonden, hun pijnen te helen; hij probeert de schijnbaar onzichtbare oplossing te ontsluieren door het bewustzijn in te schakelen bij het conflict. Het proces is vrijwillig – ieder gaat akkoord of niet, afhankelijk van de gemoedsgesteldheid.

Als ruziënde personen inzien dat ze hun onenigheid niet kunnen oplossen en elk bereid is de ander van aangezicht tot aangezicht te ontmoeten (een nogal schrikaanjagende zaak voor één of beide partijen) wordt een ontmoeting geregeld op neutraal gebied – dikwijls in het bureau van de bemiddelaar. De opponenten zijn gewoonlijk nerveus en de bemiddelaar moet een aanvaardbare sfeer scheppen, die zo veilig is dat het tenslotte voor elk mogelijk is zelfbescherming om te zetten in bereidwillige samenwerking, de gebalde vuist in een open hand. Het begin van de methode bestaat uit een intelligent, aandachtig en eerbiedig luisteren.

Ieder op zijn beurt beschrijft hoe de situatie is ontstaan, zonder dat de andere partij corrigeert of interrumpeert. Ieder brengt zijn verhaal, eerlijk, overtuigd dat het waar en volledig is en beseft nog niet dat het maar een deel van het totale beeld is, dat geheel ontdekt en gerespecteerd moet worden. Het is moeilijk rustig te blijven zitten als iemand iets vertelt dat men zelf als halve waarheden ziet (zoniet als totale leugens) en er bouwt zich een spanning op die, als ze op het probleem is gericht vruchtbaar zal zijn, maar anti-produktief als ze zich ontlaadt op de ander. Volkomen openheid, het erkennen en respecteren van alle facetten, schetst een beeld van een geheel dat beide perspectieven omvat.

De bemiddelaar helpt bij het zichtbaar maken van deze schets door elk punt van de onenigheid afzonderlijk te bekijken: als zij het niet eens kunnen worden over het probleem, worden ze het nooit eens over de oplossing. Naarmate de lijst groeit, eerst met de duidelijke probleempunten, daarna met de meer subtiele gevoelskwesties, beginnen de personen te ontspannen, omdat ze er zeker van zijn dat hun belangen niet over het hoofd worden gezien. Omdat de bemiddelaar de geldigheid van beide gezichtspunten respecteert, aanvaardt hij de rechtmatigheid van elk emotioneel probleem zonder om ‘bewijzen’ te vragen. Omdat hij beide gelijkelijk waardeert, zonder een oordeel te vellen, schept de bemiddelaar een beschermende ruimte waarin ieder eerst ziet wat zijn eigen noden zijn en daarna die van de ander, om zo de weg te vinden naar het scheppen van ware vrede. Zelden hebben mensen behoefte aan advies hoe hun moeilijkheden moeten worden opgelost, als ze eenmaal de uiterlijke vorm en de innerlijke dynamiek van het probleem, de wortels ervan, de stam, het circulatiesysteem – de niet-probleem delen zien.

Maar het leven voorziet ons niet altijd van de luxe van een neutrale derde partij, telkens als iemand het hartgrondig met ons oneens is, en daarom kunnen we door waakzaam te blijven onze eigen reacties bemiddelen. Gewoonlijk hebben we het gevoel dat we ons gezicht moeten redden door met denken en praten onze rivaal te overtroeven. We kunnen onze verdedigende houding sussen door onszelf toe te staan de geldigheid van de opvatting van de ander te erkennen, zonder het ermee eens te moeten zijn. Als we ons daarin oefenen kunnen we onze emotionele binding scheiden van ons vermogen kalm en redelijk te luisteren. Als we ons eigen straatje (en onze eigen schaduw) verlaten, beginnen we kleur en nuances te zien die ons beeld verruimen en ons de vrijheid geven een multilaterale oplossing te vinden die aan alle geschilpunten tegemoetkomt, in plaats van te wedijveren om een unilateraal antwoord – al is dat misschien het meest logische, de goedkoopste, enz.

Soms denken we dat we volledig in de geest van samenwerking handelen als we aanbieden de andere persoon halverwege tegemoet te komen – veel doeltreffende akkoorden ontstaan uit zo'n voorstel. Goede wil is besmettelijk; de bereidheid van de een de weg naar vrede zelfs gedeeltelijk te gaan, brengt de ander ertoe hetzelfde te doen. De meeste mensen lopen op de tenen naar een akkoord en al moeten we geen enkele stap naar vrede met achterdocht bezien, onze voorkeur gaat uit naar een benadering die meer uit het hart komt.

Er wordt verteld dat er eens een wijze koning was wiens zoon hem verliet en de wereld introk. Toen de koning zijn zoon nodig had en wilde dat hij terugkwam, zond hij een boodschapper uit. De zoon, die worstelde met zijn eigen problemen, antwoordde, ‘Ik kan niet komen.’ De koning stuurde een tweede boodschapper uit, ‘Kom dan zover als je kunt, zoon, en ik kom de rest van de weg.’

 

Uit het tijdschrift Sunrise sep/okt 1992

© 1992 Theosophical University Press Agency


 

Als we het kleed van dit aardse leven afwerpen, hullen we ons in een nieuwe mantel – de mantel die glanst van het licht dat ieder mens verlicht die deze wereld binnentreedt. Door die Glans te volgen, reizen we langs het pad van de sterren.    – James A. Long