Al vroeg in ons leven leren we omgaan met meningsverschillen door òf
problemen uit de weg te gaan, òf ons te doen gelden; door deze
innerlijke spanningen worden we ongelukkig en defensief. Zelden beheersen
we de kunst die nodig is om het hoofd te bieden aan een onenigheid en
die tot een vredig einde te brengen; het oplossen van conflicten kost
tijd, aandacht en kennis. Is het te verwonderen dat we over elkaar klagen,
dat we twisten, elkaar bedriegen, scheiden, uit elkaar gaan of elkaar
vermoorden in plaats van elkaar openhartig tegemoet te treden? Een onderzoek
in Californië bracht aan het licht dat het grootste percentage
van gevallen van doodslag bij volwassenen niet het gevolg was van berovingen,
maar van ruzies.
Bemiddeling is een methode die bij onenigheden partijen helpt hun meningsverschillen
onder woorden te brengen en samen te werken aan een wederzijds bevredigende
oplossing. In sommige scholen wordt er les in gegeven en in veel gemeenschappen
wordt het aangeboden als een alternatief voor geweld of een rechterlijke
actie. In een studiegroep over bemiddeling vroeg de lerares aan de deelnemers
te gaan staan. Wijzend op zichzelf, zei ze, ‘Ik symboliseer een
conflict, wilt u naar een plaats in de zaal gaan die het meest overeenkomt
met uw gebruikelijke houding als het om tweedracht gaat.’ Sommigen
gingen naar het verste einde van het vertrek en keerden haar de rug
toe; anderen stonden praktisch oog in oog met haar, de overigen vulden
de ruimte, sommigen uitdagend, sommigen half gebukt. ‘Als u mensen
moet helpen bij een conflict’, verklaarde ze, ‘moet u zich
volkomen bewust zijn van uw gedrag, uw vrees en neigingen, of ze zullen
uw werk bemoeilijken. U moet uw eigen agenda opzij leggen en geheel
en al oplettend worden.’ Als mensen door een meningsverschil in
de knoop zitten, verliezen ze het vermogen iets anders te zien dan wat
hun eigen positie steunt; bemiddelaars kunnen leren een ruimer bewustzijn
te ontwikkelen, een onpartijdig maar meevoelend begrip, ruim genoeg
om alle gezichtspunten te omvatten, alle gevoelens te respecteren en
alle zorgen weg te nemen. Vijandelijke gevoelens ontdooien in het licht
van deze ruimere visie.
Deze ideeën lijken opvallend veel op die van Thich Nhat Hanh,
een Vietnamees boeddhistisch priester die zijn leven heeft gewijd aan
het helpen van mensen over de hele wereld – oorlogsslachtoffers
en slachtoffers van het leven. Actief in de vredesbeweging, legde hij
ook de nadruk op de betekenis van neutraliteit om tot verzoening te
komen; vrede betekent één zijn met, niet partij kiezen
voor.
In een lezing, Vrede Stichten: Hoe het te Zijn, Hoe het te Doen,
legt hij uit dat het boeddhistische begrip van het zijn er één
is van een nondualistische onderlinge afhankelijkheid. Als u naar een
roos kijkt, zegt hij, met een glimlach in zijn stem, wat ziet u dan?
Ziet u afval? Als u diep genoeg kijkt, kunt u zonlicht zien, kunt u
de regen zien en de aarde; zonder die zou de bloem niet bestaan. We
zouden kunnen zeggen dat het voor het grootste deel uit niet-bloemdelen
bestaat. Als we op dezelfde manier naar onszelf kijken, zien we dat
we moeten worden gevoed door zon, lucht, voedsel, water, liefde en ideeën
– alle schijnbaar delen die niet van ons zijn. Omdat we van deze
dingen afhankelijk zijn en zonder deze niet kunnen leven, zijn
ze een deel van ons ; we kunnen niets zien dat geen deel van ons is.
Als we nauwkeuriger kijken, kunnen we het afval zien waar de bloem
na enkele dagen heengaat; we zien dat het afval ook voor het grootste
deel uit niet-afval delen bestaat en als we goede verzorgers zijn zullen
daar op hun beurt weer bloemen uit groeien. Alles is in voortdurende
cyclische beweging en onderling verbonden. Soms denken we misschien
aan onszelf en anderen die onze idealen delen als rozen, en aan degenen
die het niet met ons eens zijn meer als afval, maar ‘beiden behoren
we tot dezelfde realiteit . . . de een kan zonder de ander niet bestaan’;
we moeten voor beiden bekwame verzorgers zijn.
Boosheid kunnen we op dezelfde wijze bezien; ook die bestaat grotendeels
uit niet-boosheid delen – en soms zijn wezelf een van deze delen.
Op een of ander moment hebben we allen zelfgerechtvaardigde, verontwaardigde,
ziedende woede gevoeld en de zaak geforceerd tot we onze zin kregen.
Innerlijke vrede is nooit het gevolg van het winnen van een
gevecht, hoe bevredigend het eerst ook mag schijnen. De overwinning
bestaat uit niet-overwinning delen en één daarvan is nederlaag;
en naarmate we onze relatie met het geheel beseffen, kunnen we zien
dat we deelhebben aan het verliezen, telkens wanneer we deelhebben aan
het winnen.
Toorn is een verstikkende ziekte en vindt baat bij indringende, therapeutische
aandacht. Nhat Hanh belooft bevrijding door middel van begrip. Hij zegt
ons dat we onze toorn volledig moeten accepteren, dan rustig moeten
gaan zitten en aan alle delen denken waaruit hij bestaat. Hij raadt
aan hem eerst te zien als de vrucht van de boom, dan te proberen de
wortels te zien en al zijn werkelijke oorzaken. Als we de ware aard
ervan zien en alle samenstellende delen herkennen, dan begint het omvormen
van de toorn.
De kunst gebruikt bij het oplossen van innerlijke of uiterlijke conflicten
kan in verband worden gebracht met de in de boeddhistische paramita's
genoemde deugden: met een menslievend hart betreedt men het
strijdperk – treedt men de veronderstelde tegenstander of de tegengestelde
idee tegemoet, handhaaft men een innerlijke harmonie en meevoelende
neutraliteit, beziet men geduldig alle kanten van de situatie,
onverschillig voor persoonlijke overwinning, onderzoekt en
vergelijkt men moedig de geschilpunten, zodat ze gezien worden
voor wat ze zijn, mediteert men rustig over de onderlinge afhankelijkheid
van alle delen en begrijpt men dat het probleem dat zich voordoet
niet de wortel van het conflict is.
Dieper zoeken langs de richtlijnen van de paramita's is een doeltreffende,
innerlijk-gerichte benadering die ertoe leidt dat we onze onderlinge
afhankelijkheid gaan begrijpen en die ons mededogen ontsluit. Bemiddeling
is van eenzelfde structuur, maar is een minder persoonlijke, meer extroverte
methode, die twistende personen helpt door praten tot wederzijds begrip
te komen en tot inzicht in de niet-conflict delen. Een neutrale derde
partij, de bemiddelaar (van het Latijnse mediare, ‘in
het midden zijn’ en, bij uitbreiding van de gedachte, ‘helen’),
komt tussenbeide en maakt voor hen de weg vrij om hun wonden, hun pijnen
te helen; hij probeert de schijnbaar onzichtbare oplossing te ontsluieren
door het bewustzijn in te schakelen bij het conflict. Het proces is
vrijwillig – ieder gaat akkoord of niet, afhankelijk van de gemoedsgesteldheid.
Als ruziënde personen inzien dat ze hun onenigheid niet kunnen
oplossen en elk bereid is de ander van aangezicht tot aangezicht te
ontmoeten (een nogal schrikaanjagende zaak voor één of
beide partijen) wordt een ontmoeting geregeld op neutraal gebied –
dikwijls in het bureau van de bemiddelaar. De opponenten zijn gewoonlijk
nerveus en de bemiddelaar moet een aanvaardbare sfeer scheppen, die
zo veilig is dat het tenslotte voor elk mogelijk is zelfbescherming
om te zetten in bereidwillige samenwerking, de gebalde vuist in een
open hand. Het begin van de methode bestaat uit een intelligent, aandachtig
en eerbiedig luisteren.
Ieder op zijn beurt beschrijft hoe de situatie is ontstaan, zonder
dat de andere partij corrigeert of interrumpeert. Ieder brengt zijn
verhaal, eerlijk, overtuigd dat het waar en volledig is en beseft nog
niet dat het maar een deel van het totale beeld is, dat geheel ontdekt
en gerespecteerd moet worden. Het is moeilijk rustig te blijven zitten
als iemand iets vertelt dat men zelf als halve waarheden ziet (zoniet
als totale leugens) en er bouwt zich een spanning op die, als ze op
het probleem is gericht vruchtbaar zal zijn, maar anti-produktief als
ze zich ontlaadt op de ander. Volkomen openheid, het erkennen en respecteren
van alle facetten, schetst een beeld van een geheel dat beide
perspectieven omvat.
De bemiddelaar helpt bij het zichtbaar maken van deze schets door elk
punt van de onenigheid afzonderlijk te bekijken: als zij het niet eens
kunnen worden over het probleem, worden ze het nooit eens over de oplossing.
Naarmate de lijst groeit, eerst met de duidelijke probleempunten, daarna
met de meer subtiele gevoelskwesties, beginnen de personen te ontspannen,
omdat ze er zeker van zijn dat hun belangen niet over het hoofd worden
gezien. Omdat de bemiddelaar de geldigheid van beide gezichtspunten
respecteert, aanvaardt hij de rechtmatigheid van elk emotioneel probleem
zonder om ‘bewijzen’ te vragen. Omdat hij beide gelijkelijk
waardeert, zonder een oordeel te vellen, schept de bemiddelaar een beschermende
ruimte waarin ieder eerst ziet wat zijn eigen noden zijn en daarna die
van de ander, om zo de weg te vinden naar het scheppen van ware vrede.
Zelden hebben mensen behoefte aan advies hoe hun moeilijkheden moeten
worden opgelost, als ze eenmaal de uiterlijke vorm en de innerlijke
dynamiek van het probleem, de wortels ervan, de stam, het circulatiesysteem
– de niet-probleem delen zien.
Maar het leven voorziet ons niet altijd van de luxe van een neutrale
derde partij, telkens als iemand het hartgrondig met ons oneens is,
en daarom kunnen we door waakzaam te blijven onze eigen reacties bemiddelen.
Gewoonlijk hebben we het gevoel dat we ons gezicht moeten redden door
met denken en praten onze rivaal te overtroeven. We kunnen onze verdedigende
houding sussen door onszelf toe te staan de geldigheid van de opvatting
van de ander te erkennen, zonder het ermee eens te moeten zijn.
Als we ons daarin oefenen kunnen we onze emotionele binding scheiden
van ons vermogen kalm en redelijk te luisteren. Als we ons eigen straatje
(en onze eigen schaduw) verlaten, beginnen we kleur en nuances te zien
die ons beeld verruimen en ons de vrijheid geven een multilaterale oplossing
te vinden die aan alle geschilpunten tegemoetkomt, in plaats van te
wedijveren om een unilateraal antwoord – al is dat misschien het
meest logische, de goedkoopste, enz.
Soms denken we dat we volledig in de geest van samenwerking handelen
als we aanbieden de andere persoon halverwege tegemoet te komen –
veel doeltreffende akkoorden ontstaan uit zo'n voorstel. Goede wil is
besmettelijk; de bereidheid van de een de weg naar vrede zelfs gedeeltelijk
te gaan, brengt de ander ertoe hetzelfde te doen. De meeste mensen lopen
op de tenen naar een akkoord en al moeten we geen enkele stap naar vrede
met achterdocht bezien, onze voorkeur gaat uit naar een benadering die
meer uit het hart komt.
Er wordt verteld dat er eens een wijze koning was wiens zoon hem verliet
en de wereld introk. Toen de koning zijn zoon nodig had en wilde dat
hij terugkwam, zond hij een boodschapper uit. De zoon, die worstelde
met zijn eigen problemen, antwoordde, ‘Ik kan niet komen.’
De koning stuurde een tweede boodschapper uit, ‘Kom dan zover
als je kunt, zoon, en ik kom de rest van de weg.’