Verkenning van het menselijk bewustzijn: Het onderzoek van Raymond A. Moody, Jr.
Jean B. Crabbendam

 

Na de publikatie van Life After Life in 1974 was dr. Raymond Moody niet alleen verbaasd over de positieve publieke reacties op zijn verslag over ervaringen na de dood, maar over het aantal lezers dat contact met hem opnam; de vrijwillige verhalen over hun persoonlijke ervaringen betekenden een toets voor zijn onderzoek van de toestanden na de dood, wat in die tijd in de westerse wereld een totaal nieuw begrip was. Deze gunstige reactie gaf hem moed dieper te graven in dit weinig bekende terrein en bracht hem er later toe verwante vakken te bestuderen. Toen zowel als nu streefde dr. Moody ernaar zijn bevindingen zo reëel mogelijk over te brengen, hoewel de door hem gekozen onderwerpen met hun metafysische inslag zich niet leenden tot het gangbare empirische onderzoekspatroon. Het is jammer dat zijn opzettelijk koele proza de grote beminnelijkheid en warmte van deze man, waarvan interviews zo duidelijk blijk geven, niet weerspiegelt.1

Moody's nooit verminderende nieuwsgierigheid en belangstelling als het om mensen gaat, en zijn ingewortelde overtuiging dat de mens waardevolle mogelijkheden heeft, hebben hem tot uiteenlopende levensopvattingen geleid en verschillende kanten van zichzelf doen zien, wat blijkt als we zijn loopbaan nagaan. Na het behalen van zijn doctoraat in de wijsbegeerte werd hij hoogleraar, maar veranderde daarna van richting en verwierf de doctorsgraad in de medicijnen. Nog steeds niet tevreden, zette hij zijn studie voort en werd psychiater. Het is interessant dat hij voornamelijk door zijn patiënten in zijn particuliere praktijk onvoorziene geheimen in het menselijk bewustzijn ontdekte die hem tot onderzoek aanspoorden. Twee van zijn andere boeken verschaffen nog meer gegevens over na-de-dood ervaringen en leveren duidelijke bewijzen van zichzelf en van gerespecteerde collega's dat die onbekende geestestoestanden geen gevolg waren en konden zijn van medicinale middelen of drugs, maar dat ze deel uitmaken van de innerlijke werkelijkheid van de persoon tijdens een coma-achtige toestand.

Ondanks het feit dat de echtheid van bijna-doodervaringen (BDE's) in toenemende mate wordt aanvaard, zijn medici en wetenschappers in het algemeen nog steeds niet overtuigd; ze staan afwijzend en zelfs minachtend tegenover de hele theorie. Eén uitzondering vormt Melvin Morse, een arts, wiens nieuwsgierigheid werd gewekt door Life After Life toen het pas verscheen, maar die het uit zijn gedachten zette doordat hij in zijn eigen onderzoek was verdiept. Als kinderarts reanimeerde hij enkele jaren later een bijna verdronken slachtoffertje dat maar een geringe kans had te overleven. Op onverklaarbare wijze herstelde het negenjarig meisje volledig in drie dagen. Door daaropvolgende gesprekken met haar herinnerde hij zich de BDE's, want in antwoord op de vraag hoe het kwam dat ze in de vijver was gevallen begon het kind hem te vertellen wat in de eerstehulpkamer gebeurde toen ze bewusteloos was, welke dokters erbij betrokken waren en wat ze tijdens haar bijna-dood reis had gezien. Later beschreef ze waar ze was geweest en wat ze buiten haar lichaam had gedaan toen ze nog in het ziekenhuis lag.

Dit was het begin van een langdurig onderzoek van de vele bijna-dood ervaringen van kinderen die in Closer to the Light 2 nauwkeurig worden beschreven. Hij heeft niet meer geloof gevonden dan dr. Moody en al weet hij dat deze herinneringen niet een gevolg zijn van drugs, schijnt hij momenteel het antwoord alleen te zoeken in het stoffelijk brein, met uitsluiting van de mogelijkheid van onbekende, maar werkelijke en oorzakelijke bewustzijnstoestanden, die niet afhankelijk zijn van gemanifesteerde vormen of fysieke stof. Deze houding berust op het wetenschappelijke dogma om niets als waar te aanvaarden dat voor een gewoon stoffelijk onderzoek niet geschikt is. De moeilijkheid is dat bewustzijn niet in een laboratorium kan worden afgezonderd of aangetoond. Het bestaat, ja, maar hoe, waar, waarom? Bekwame technici (wetenschappers) blijven nog even geboeid als altijd door de ingewikkelde computer (het menselijk brein) die uit elkaar kan worden gehaald, kan worden geanalyseerd en waarvan iedere functie in een bepaalde afdeling kan worden ondergebracht, kan worden geprikkeld en onderzocht op nog onontdekte mogelijkheden. Wat ze negeren is de operateur (geest) die de toetsen indrukt.

Dr. Morse legt er in zijn uitstekende boek de nadruk op dat jongeren die deze diepgaande innerlijke ervaringen hebben doorgemaakt, grote behoefte hebben aan een sympathiek persoon om mee te praten, iemand die bereid is hen te geloven, hen serieus te nemen en om openhartig te spreken over wat is gebeurd. Dr. Moody kwam tot dezelfde conclusie wat betreft de behoeften van volwassen BDE-patiënten die hem vertelden dat ze door toehoorders vrijwel steeds als misleid of gek werden beschouwd of belachelijk gemaakt om hun avontuurlijke verhalen: door praktisch niemand werden ze geloofd. Deze frustratie bracht dr. Moody ertoe te gaan schrijven; maar zelfs al vóór zijn eerste boek had hij onder normale gezonde patiënten er enkelen gevonden die, onder hypnose, om de achter een persoonlijk probleem verborgen oorzaken bloot te leggen, hem in verbazing brachten door met duidelijke bijzonderheden een leven te beschrijven dat ze hadden gehad in een vreemde plaats en in een andere tijd. Weinig besefte hij toen hoezeer die onthullingen hem tenslotte zouden beïnvloeden. Natuurlijk bestonden er al publikaties over ervaringen uit een vroeger leven, en regressies onder hypnose door therapeuten waren vrij algemeen geworden, niet als tijdverdrijf maar als een intrigerend idee dat misschien waard was onderzocht te worden.

Dr. Moody geeft toe dat het door zijn jarenlange wetenschappelijke training, gepaard aan een degelijke christelijke achtergrond, moeilijk viel de reïncarnatietheorie te aanvaarden. Hij wees regressies in vorige levens af als dagdromen, onderbewuste of verborgen herinneringen, wensgedachten of andere fantasieën. Hij besprak het verschijnsel echter met collega's en bracht tenslotte een bezoek aan een vooraanstaand psychiater die ervaring had als hypnotherapeut en gespecialiseerd was in regressies in vorige levens. Zij bood aan hem tot een vroeger stadium terug te brengen en nadat hij in één uur negen levens had herleefd zegt hij: ‘Ik kreeg een nieuwe, volkomen andere opvatting over deze ‘‘zaken’’ die terugkeer in een vorig leven heten’ (blz.24). Zo begon zijn poging er een grondig wetenschappelijk onderzoek naar in te stellen in het besef dat het onmogelijk zou zijn de normaal vereiste wetenschappelijke bewijzen te vinden. Hij vertelt zijn bevindingen in zijn laatste boek, Coming Back: A Psychiatrist Explores Past-Life Journeys.3

Deze terugblikken op lang vervlogen tijden en personen zijn van een intense werkelijkheid voor degenen die onder hypnose in bijzonderheden beschrijven wat ze zien als een vorig leven, waaronder gedachten, innerlijke gevoelens, beschrijvingen van hen die ze ontmoeten, gesprekken en zelfs geuren. Dr. Moody gelooft dat regressie een geschikt en nuttig middel is om te gebruiken wanneer de problemen die iemand heeft een afspiegeling schijnen te zijn van of beïnvloed worden door gebeurtenissen in een vroeger leven. Nu hij veel patiënten die onder hypnose zijn gebracht heeft beluisterd, is hij duidelijk een voorstander van deze methode; hij doet echter geen poging reïncarnatie te verklaren en zegt alleen: ‘We moeten in gedachten houden dat reïncarnatie – als die bestaat – heel anders kan zijn dan wat we er ons van voorstellen. Het kan zelfs onbegrijpelijk anders zijn.’ Hij blijft in hoge mate neutraal wat een persoonlijk geloof in reïncarnatie betreft en stelt zich niet ten doel te proberen lezers op de een of andere manier te overtuigen, wat ook niet in zijn aard ligt. Dit boek bevat daardoor de argumenten van hen die er wel en die er niet in geloven en laat zien dat degenen die nu op dit terrein actief zijn het op dit punt grondig met elkaar oneens zijn.

Omdat teruggaan naar een vorig leven in populariteit blijft groeien, schetst dr. Moody zorgvuldig enkele nu bestaande valkuilen. De meest riskante houdt verband met charlatans die werken met valse of nietbestaande kwalificaties. ‘Dit probleem is bijzonder actueel door het feit dat maar betrekkelijk weinig beroepspsychologen en psychiaters belangstelling hebben voor het verrichten van vorig-leven regressies, waardoor er een tekort ontstaat aan getrainde beroepskrachten die bereid zijn als gids te dienen voor hen die er belang in stellen hun vorige levens te onderzoeken’ (blz.182). Dat is niet zo maar een waarschuwing, want aan de hand van in zijn praktijk en onderzoekingen verkregen kennis kan hij bevestigen dat gebruikmaken van onervaren of ongeoefende hypnotiseurs en psychotherapeuten werkelijk levensbedreigend kan zijn.

Een ander struikelblok is dat westerse mensen, voor wie het idee van reïncarnatie nieuw is, zo bezeten raken door hun vorige levens dat ze nauwelijks aandacht schenken aan hun dagelijks bestaan dat toch de enige weg is naar groei en mogelijkheden. Ze beseffen ook niet dat het controleren van bijzonderheden uit een vorig leven praktisch onmogelijk is. Daarom kan men het best aan die verzoeking – waarmee hij in het begin zelf ook te kampen had – weerstand bieden.

Dit is een tot nu toe weinig onderzocht terrein en het gevolg is dat sommige hypnotherapeuten tamelijk ontstellende en onrustbarende praktijken introduceren. Zo zijn er bijvoorbeeld van de in het boek beschreven levens, die van de schrijver inbegrepen, maar weinig gelukkig. Bij velen loopt het uit op geweldpleging jegens de persoon en de dood. Tijdens de sessie voelt de patiënt intens wat de persoonlijkheid uit het vorige leven voelde. Als blijkt dat het gewelddadige einde van een bepaald leven voor hun patiënt funest is, bedenken sommige psychologen eenvoudig een minder wreed en meer aanvaardbaar einde. Geen enkele beoefenaar weet in feite waar deze herinneringen vandaan komen. Zouden ze dan niet wat voorzichtiger moeten zijn als ze zich inlaten met de mysterieuze bewustzijnssferen van een ander of daaraan onjuiste gegevens toevoegen?

Voor moreel hoogstaande beoefenaars als dr. Moody is het enige positieve nut van regressie dat het misschien bepaalde moeilijkheden kan verminderen of een andere psychiatrische aanpak kan suggereren, voor het oplossen van een bijzonder nu bestaand probleem, waardoor de patiënt tenslotte meer zelfkennis krijgt. Hij vertelt ons dat mensen van schuldgevoelens kunnen worden bevrijd, zich opgelucht voelen, soms voldoende worden aangemoedigd om een nieuwe weg in te slaan. Hij merkt op:

Op het persoonlijke vlak heeft mijn ervaring met vroegere levens mijn geloofsstelsel veranderd. Ik zie deze ervaringen niet langer als ‘curiositeiten’. . . . Op zijn minst zijn het diepgaande onthullingen vanuit het onderbewuste. In het beste geval geven ze een bewijs van een leven vóór dit leven.    – blz.190

Toch zal het lezers van vroegere publikaties van dr. Moody opvallen dat patiënten na afloop van die regressie-sessies geen blijk geven van geestelijke inspiratie, onthulling of verlichting, wat een duidelijk contrast vormt met patiënten die bijna-dood ervaringen hebben, bij wie een veranderde levenshouding ontwaakt en die voelen dat ze door het nauwe contact met de dood bewust zijn geworden van de wezenlijke geestelijke aard van het leven en van het feit dat het leven een doel en betekenis heeft en dat er voor mededogen een natuurlijke reden bestaat.

Vanuit een theosofisch gezichtspunt is het reïncarnatieproces veel ingewikkelder dan in Coming Back wordt gesuggereerd, want deze oude leer is onherroepelijk met karma verbonden, de wet van oorzaak en gevolg. De toekomstige incarnatie van ieder wordt bepaald door het door hemzelf gemaakte karma, omdat hij of zij wordt gevormd door de gedachten, verlangens en daden die in voorgaande levens zijn ervaren. Reïncarnatie is ook verbonden met ritmische cyclussen – van de mens, van het ras, van de wereld en van de kosmos – die plaats en tijd bepalen. Omdat karma de tegenhanger van reïncarnatie is, kunnen die leringen niet zinvol op zichzelf staan. Zolang dr. Moody niet inziet hoe hecht beide zijn verbonden, zal hij het oorzakelijke aspect van het menselijk bewustzijn op zijn talloze niveaus niet begrijpen; maar zijn prijzenswaardige werk tart wel de eeuwenoude denkpatronen.

Daarbij komt dat zij die reeksen regressie-sessies meemaken hun tijd verspillen omdat de kennis van vorige levens op zich weinig echte waarde heeft. Het willen oplossen van persoonlijke narigheden of brandende emoties van nu, door de schuld te geven aan een vroeger zelf is een zwak besluit. Dr. Moody legt er ook niet de nadruk op dat elke persoonlijkheid met wie een patiënt zich identificeert, in ieder leven een andere is – een belangrijk en verhelderend punt. Door reïncarnatie gaan we nadenken wie we zijn en welke delen van ons wezen weer op aarde incarneren. We vereenzelvigen ons met onze dagelijkse persoonlijkheid, maar dat element overleeft de dood niet en blijft als zodanig niet intact. De essentie van haar ervaring wordt door ons geestelijk aspect opgenomen en dat brengt zich daarna door middel van een nieuwe en andere persoonlijkheid weer tot uitdrukking in de volgende belichaming als mens. We zijn als mens de totaliteit van al onze vroegere ervaringen en ieder leven vertegenwoordigt dus die aspecten uit ons verleden die ons geestelijk zelf het nuttigst acht in het licht van ons totale karma.

In het algemeen wordt de tegenwoordige mens zowel over- als onderschat omdat onze samengestelde natuur, onze oorsprong en bestemming slechts vaag en onduidelijk worden omschreven. Er wordt echter geen recht gedaan aan de kwestie van het bewustzijn als de mens wordt beschouwd als niet meer dan een machteloze aardse sterveling, die stuurloos is en een produkt van het toeval en met behulp van zijn kleine verstand op een nietige planeet werkt. De theosofie ziet in de mens een samengesteld wezen met een eigen plaats in een geordend ontwikkelingsplan; iedereen wordt geboren met een vrije wil en is daardoor begiftigd met het vermogen te kiezen. Mensen zijn dus als essentieel deel van een geheel automatisch bevoegd de kosmos zowel als de aarde hun tehuis te noemen.

Het grote evolutieplan waaraan al het geopenbaarde leven deelneemt is het middel waardoor het bewustzijn zich op ieder niveau tot uitdrukking brengt. De bestaansreden van de mens is een zelfbewust deelnemer te worden in de hogere regionen van het bewustzijn. Reïncarnatie en karma samen bieden oneindige tijd, eindeloze tweede kansen en open doorgangen die leiden naar geestelijke evolutionaire vooruitgang. Het is dus niet zo verwonderlijk dat zo velen zich tot deze aloude leringen wenden om meer begrip te krijgen van zichzelf, hun wereld en hun heelal.

 

Noten

  1. Bijvoorbeeld, de video-opname van het interview van Jeffrey Mishlove met Raymond A. Moody, M.D.: Inner Works, Thinking Allowed productions, Oakland, CA, 1988.
  2. Melvin Morse met Paul Perry, Villand Books, NY, 1990.
  3. Met Paul Perry, Bantam Books, New York, 1991.
 
Andere artikelen over de dood
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1993

© 1993 Theosophical University Press Agency