Onze liefde voor de
waarheid blijkt uit ons vermogen het goede te onderscheiden en ons
eigen te maken, waar we het ook aantreffen. –
J.W. von Goethe
Mijn oog viel op The Elder Brothers van Alan Ereira1,
halfverscholen tussen nieuwe uitgestalde boeken. De ondertitel, ‘A
lost South American people and their message about the fate of the earth’
[Een vergeten Zuid-Amerikaans volk en zijn boodschap over het lot van
de aarde] gaf de doorslag. Op het omslag stonden leden afgebeeld van
een onbekende indianenstam, in keurige katoenen kleding met kegelvormige
hoeden op het hoofd, tegen een achtergrond van in mistsluiers gehulde
berghellingen. Alan Ereira, historicus en filmregisseur/producent, werd
door de Kogi-indianen van Colombia uitgekozen om hun boodschap aan de
wereld over te brengen. Daarin slaagde hij met zijn TV-film From
the Heart of the World (British Broadcasting Corporation, Londen)
en met zijn boek The Elder Brothers.
In de dertiger jaren werden velen van ons ontroerd
door Lost Horizon van James Hilton, met zijn Shangri-La, een
stad diep in de Himalaja, bestuurd door een wijze lama, waar vrede en
harmonie heersten. De Sierra Nevada de Santa Marta is geen fictie. Haar
twee bergtoppen, bijna 6000 meter hoog, schijnen uit de zee in Colombia
op te rijzen en zijn het woongebied van de Kogi. Zij hebben duizenden
jaren lang trouw en in harmonie met de Grote Moeder geleefd en volgden
een oude wijsheid die verzekert dat alle dingen in het goddelijke geworteld
zijn. Alle dingen, zo geloven zij, bestaan in de geest van de Schepper
voordat ze tenslotte naar buiten komen. De geest doordringt ieder ding.
Die verbindende draad van geest van de Schepper voordat ze tenslotte
openbaar worden. De geest doordringt ieder ding. Die verbindende draad
van geest, aluna genaamd, staat centraal in de Kogi-filosofie.
Een verlichte leraar, Mama Valencia, verklaart:
Alles wat we doen is niet alleen een gebeurtenis
in de stoffelijke wereld, maar ook in de geesteswereld. We leven in
een wereld die in de geest is gevormd. Iedere boom, iedere steen,
iedere rivier heeft een geestvorm, onzichtbaar voor de Jongere Broeder.
Dit is de wereld van aluna, de wereld van gedachte en geest.
Aluna omvat intelligentie, ziel en vruchtbaarheid: het is
de grondstof van het leven, de essentie van de werkelijkheid. De stoffelijke
wereld steunt op en krijgt haar vorm, leven en voortbrengend vermogen
van aluna en het werk van de Mama voltrekt zich in aluna.
– blz. 63
Omdat de Kogi-oudsten of Mama’s zieners zijn en een mysterieschool
hebben doorlopen, bezitten ze het natuurlijke vermogen door te dringen
tot hogere bestaansgebieden en verborgen oorzaken. Ze begrijpen de essentiële
waarheid van het gezegde ‘zo boven, zo beneden.’ Als de
Jongere Broeder in zijn ijdelheid, gedreven door hebzucht en eerzucht,
denkt dat hij ‘de dingen regelt’, worden de planeet en ons
bestaan daarop in gevaar gebracht. De werking van de wet van de Grote
Moeder wordt verstoord.
De wijze van leven van de Kogi – tevreden
zijn met die van vroeger – is een weloverwogen keuze van hun kant,
geworteld in een diep plichtsgevoel om de wil van de Grote Moeder uit
te voeren en het welzijn van deze planeet te verzekeren. Andere volkeren
van de Nieuwe Wereld werden niet zozeer overwonnen door de
indringers, dan wel verleid te geloven dat ze minderwaardig waren ten
opzichte van het ras dat ‘vooruitgang’ gelijkstelde met
de eigen levensvervulling in beperkte zin. Velen werden christenen in
de overtuiging dat ze beschaafder zouden worden geacht. De Kogi hebben
het spaanse woord civilizados (‘beschaafd’) overgenomen,
maar wanneer het wordt toegepast op de Jongere Broeder drukt het minachting
uit voor het westerse begrip van dat woord. Het woord ‘civilization’
is een uitvinding van de zeventiende eeuw maar werd door Dr. Samuel
Johnson niet opgenomen in zijn Dictionary, op grond van het
feit dat het slechts een duplicaat was van ‘civility’ (welgemanierdheid).
Sindsdien wordt ‘beschaving’ gebruikt voor bijna alles wat
de mens van het dier onderscheidt. Bijna iedere cultuur beschouwt haar
levenswijze als de hoogste prestatie van alle tijden.
Hoewel veel van de Kogi-filosofie onbekend
is, moet dat ons er niet van weerhouden ‘nieuwe deuren’
te openen en onze horizon te verbreden. Het eindproduct is een sterk
geloof in broederschap en eerbied voor de aarde. Maar hoe zal de verstandelijke
‘mens van de wereld’ hierop reageren? Mogelijk hebben miljoenen
TV-kijkers From the Heart of the World gezien; heel wat minder
mensen zullen het boek lezen. De film gunt een blik in het zuivere hart
en denken van dit volk, maar om Alan Ereira’s avontuur volledig
mee te beleven moet men het boek lezen. Iedere alinea verdient aandacht
en wekt weerklank. Van Ereira’s betrokkenheid met de Kogi, hun
oudsten of Mama’s, krijgt men naar mijn mening een goed beeld.
De boodschap die ze brengen duidt erop – zoals algemeen blijkt
uit vele bronnen – dat er in de wereld een ontwaken van geestelijk
bewustzijn plaatsvindt en dat als reactie daarop‘de goden uit
hun verborgenheid komen’ en opnieuw hun stem laten horen.
Is er ooit een tijd geweest waarin de mensheid
niet werd aangemoedigd hogerop te komen – haar innerlijke
mogelijkheden tot ontplooiing te brengen en op een hoger moreel, mentaal
en geestelijk peil te komen dan ze ooit heeft gekend? Het bewijs ligt
voor de hand: het ligt in het bestaan van grote zielen die, zoals de
geschiedenis heeft opgetekend, lichtbakens waren en, omdat ze eens gewone
mensen waren als wijzelf, konden ze de massa inspireren en zich daarmee
vereenzelvigen. Hoeveel groter is het aantal dat geen bewijs van hun
bestaan heeft nagelaten? De Kogi zeggen ons herhaaldelijk dat het Hoogste
in ons woont. Op bescheiden wijze zien ze zichzelf als ‘een eenvoudig
volk’ dat ernaar streeft op steeds volmaaktere wijze in harmonie
met de Grote Moeder te werken. Weinig buitenstaanders zouden voldoende
bevattings- en uithoudingsvermogen bezitten om onderricht van de Mama’s
te ontvangen.
Komt het genesis van de Kogi ons niet bekend
voor?
In het begin was er duisternis.
Alleen de zee.
In het begin was er geen zon, geen maan, geen mensen.
In het begin waren er geen dieren, geen planten.
Alleen de zee.
De zee was de Moeder.
De Moeder was niet de mensen, zij was niet iets.
Helemaal niets.
Zij was toen zij was, duister.
Zij was herinnering en vermogen.
Zij was aluna. – blz. 115
Mama is de naam die de Kogi geven aan de Grote Moeder, aan
de zon, of aan een wijze of verlichte leraar (man of vrouw). In het
Inca-pantheon komt Mama Ocllo overeen met de Egyptische Isis.2
Zelfs als we deze Moeder ‘Ruimte’ noemen, hoe universeel
ook, is ze geen leegte maar een bestaan, een openbaring van iets. De
wijsten onder de wijzen gaven haar geen naam. De Hindoes noemen haar
Parabrahman, ‘voorbij Brahman’ of grenzeloos. Zonder
naam is deze kracht niettemin een werkelijkheid en er bestaat niets
dat daaraan niet is ontleend, daardoor niet wordt ondersteund en onderhouden.
Hoewel de meeste Amerikaanse inheemsen niets
op schrift hebben nagelaten,, lijdt het geen twijfel dat ze zich met
de natuur en de Grote Geest vereenzelvigden. De eerste indringers uit
Europa namen slaven, goud, zilver en juwelen mee. Vol zendingsijver
gebruikten de priesters ieder middel om bekeerlingen te maken. Zij hadden
geen waardering voor inlandse culturen en deden hun best die uit te
roeien. Het weinige dat we van veel Amerikaanse culturen weten, wordt
ontleend aan Spaanse verslagen. Alexander Humboldt, een man met universele
interessen, ging in het begin van de negentiende eeuw naar Colombia.
Hij bezocht het beroemde heilige meer van El Dorado (‘De Gouden
Man’) dat zo’n grote aantrekkingskracht op de Spanjaarden
had uitgeoefend. Hij nam beschrijvingen en tekeningen van Inca- en Mayatempels
mee terug naar Europa.
In 1915 deed Hiram Bingham, een Amerikaan,
de eerste opgravingen in Machu Picchu, de heilige Incastad. Onder de
leden van zijn ploeg bevond zich O.F. Cook, een botanicus, een man met
een open geest. Door onze neiging de ouden als onbeschaafd te beschouwen,
worden hun gebouwen gewoonlijk bestempeld als offeraltaren, vestingen,
of aan goden en godinnen gewijde tempels – allemaal uitingen van
barbarisme. Cook bracht in dit alles verandering. Hij toonde aan dat
de prehistorische muren en terrassen werden gebouwd om rotsachtige berghellingen
en canyons te veranderen in landbouwgronden. In alle gevallen ontdekte
Cook dat daarachter uitgezochte teelaarde van grote afstand was binnengebracht,
die vervolgens in lagen werd gestort om een ideaal mengsel voor de landbouw
te verkrijgen. Dit onbekende volk had zich toegelegd op de kunst van
het bebouwen van land en derhalve op het welzijn van de gemeenschap.
Wat daar op grote schaal werd verricht is nog nooit ergens anders geëvenaard
en moet duizenden jaren in beslag hebben genomen.
De Kogi, de hedendaagse bewaarders van de Tairona-beschaving,
zijn erin geslaagd tegenover een grote overmacht trouw te blijven aan
hun bergachtig toevluchtsoord. Vierhonderd jaar lang hebben ze strijd
moeten leveren met slavenhandelaren, landdieven en plunderaars, fanatieke
missionarissen en in onze eigen tijd met vijandige drugshandelaren,
oorlogvoerende politici en moordenaars. In het besef dat dit kluizenaarsvolk
‘zijn nek had uitgestoken’ door zich aan het publiek bekend
te laten maken, richtte Ereira een trustfonds op om hen te helpen hun
rechten te herwinnen en om iets van het kustgebied, dat hen vroeger
toebehoorde, terug te vorderen. Uit bittere ervaringen hebben de Kogi
geleerd dat ze niets te winnen hadden met gastvrijheid. Hun
eerste woorden tegen een vreemdeling zijn: ‘Wanneer vertrekt u?’
Alan Ereira bleek een zeldzame ‘gringo’ te zijn, die de
Kogi met respect behandelde, zijn deskundigheid als publicist aan hen
ter beschikking stelde en erin toestemde gedurende één
jaar onderricht van de Mama’s te ontvangen.
Waarom besloot de stam tenslotte dat de tijd
voor hun boodschap nu was aangebroken en waarom is die van belang voor
hun pogingen de planeet te redden? Ze wijzen erop dat de wereld werd
gemaakt door Serankua, de Zoon van de Moeder, voordat wij mensen bestonden.
Langgeleden had de hele mensheid een gemeenschappelijk geloof: er waren
geen Jongere Broeders. Allen erkenden hun verplichting tegenover de
Schepper voor hun wereldse zegeningen. Het is begrijpelijk dat voor
alles moet worden betaald – het wild dat tot voedsel diende, de
lucht die we inademen en alles wat we nodig hebben om te leven.
Toen aan de Jongere Broeder kennis van mechanische
dingen werd gegeven, werd het duidelijk dat de toepassing ervan de vernietiging
van Moeder Aarde zou betekenen. Er was voor hem geen plaats in het heilige
land. Serankua, die het gevaar inzag, verklaarde: ‘Laten we hen
wegzenden naar de andere kant en, opdat zij ons eerbiedigen en niet
oversteken, maak ik een afscheiding – de zee’ (blz. 74).
De Kogi-boodschap, overgebracht door de Mama’s
in de Chibcha-taal in de nuhue (ceremonieel huis) werd in het
Spaans vertaald en tenslotte in het Engels. De vertaling geeft iets
van de primitieve majesteit ervan weer.
Na honderden en honderden jaren
stak de Jongere Broeder over vanuit een ander land,
zegt de Mama.
Señor Christopher Columbus3
kwam naar dit land
en zag onmiddellijk de rijkdommen
en doodde en schoot vele inheemsen.
Hij nam het goud dat hier was.
Heilig goud, goud van de maskers,
alle soorten goud.
Zij namen zoveel.
Zoveel.
Zoveel. – blz. 59
Jongere Broeder denkt
‘Ja! Hier ben ik! Ik weet veel van het heelal!’
Maar dit weten is leren de wereld te vernietigen,
alles te vernietigen,
de hele mensheid. – blz. 197
Omdat Jongere Broeder onder ons is,
overtreedt Jongere Broeder
de grondslag van de wet van de wereld.
Een totale overtreding.
Roven.
Plunderen.
Wegen aanleggen,
Olie uit de grond halen,
mineralen. – blz. 196
Als alle Kogi sterven, denkt u dan, Jongere Broeder,
dat u kunt blijven leven?
Veel verhalen zijn verteld
dat de zon zal doven,
de wereld tot een eind zal komen.
Maar als wij allen goed doen en goed denken zal ze niet eindigen.
Daarom zorgen wij nog steeds voor
de zon en de maan en het land. – blz.
166-67
De beschaving waarop wij ons beroemen belichaamt
niet dat waartoe de geestelijke mens in staat is. In zijn Aspecten
van de Occulte Filosofie zegt G. de Purucker wat de kern van ons
probleem is – dat zo moeilijk is te vatten voor onze dominerende
cultuur die de hele wereld doordringt: ‘Wat in de mens zondigt
is zijn verstand. Zonde zit in de keuze, in daden’ (blz. 72).
Nu wordt het duidelijk wat H.P. Blavatsky bedoelde in De Geheime
Leer toen zij de reden gaf waarom ‘een aantal uitgekozen
gedeelten’ van de oude wijsheid, na duizenden jaren van stilte
opnieuw het licht zien: ‘De wereld van vandaag, . . . ontwikkelt
zich snel verder op het tegengestelde van het geestelijke, nl. het stoffelijke
gebied.’ (I:6). De moderne mens is op grote schaal tot de overtuiging
gebracht dat hij niet uit de geest geboren is. Of hij zich
van zijn goddelijke oorsprong bewust is of niet, hij gebruikt, als iets
dat vanzelf spreekt, een heilige gave: zijn vrijheid te kiezen, geleid
door zijn verstand. Als we deze gave uitsluitend voor onze eigen doeleinden
gebruiken – duidelijker gezegd, zelfzuchtig – doen we dat
in weerwil van de voorbeelden van het tegendeel van zelfzucht
overal in de natuur om ons heen. Dat is naar mijn mening wat wordt bedoeld
met zich ontwikkelen op het ‘tegengestelde van het geestelijke,
nl. het stoffelijke gebied.’
In het diepst van ons hart – al onze
geloofsopvattingen en goede bedoelingen ten spijt – weten we beter.
De Kogi-Mama’s zien het duidelijk; ze zijn niet naïef. Ze
worden niet geroerd door vrome uitspraken, verdedigingen, verontschuldigingen
en de diepgewortelde overtuiging dat niemand kijkt en dat we er onderuit
kunnen komen. Als wat we doen destructief is voor andere mensen, de
lagere natuurrijken en voor een levende planeet die de mensheid huisvest,
is het dan te veel gevraagd van richting te veranderen – laten
we zeggen 180°?
Somberheid en ondergang zijn niet bepaald dingen
die we graag overdragen. Maar evenmin kan de kracht van goede bedoelingen
het kwaad, dat al is aangericht, ongedaan maken. Goede bedoelingen zijn
niet genoeg. De kern van het probleem is dat er mensen zijn die niet
ophouden voor geld de aarde te plunderen, tot ze daartoe worden gedwongen
door het opkomend tij van de publieke verontwaardiging. Blijkbaar is
niets heilig voor hen die vastbesloten zijn de planeet van haar rijkdommen
te beroven. Aan de komende generaties wordt niet gedacht. Uitbuiting
van andere mensen hield niet op met de afschaffing van de slavernij
en het lijfeigenschap. Onze vindingrijkheid weet van geen ophouden.
De Kogi-Mama’s zien ons zoals we zijn: veel Jonge Broeders.
Het laatste waartoe de ‘intellectueel’
zijn toevlucht neemt is: ‘Wat zijn uw bewijzen dat de Kogi-ingewijden
meer inzicht hebben dan onze doctoren in de filosofie, die aan de universiteiten
hun studenten op het leven voorbereiden?’ Vergelijk de
praktische zin van de Kogi met de onze: terwijl zij over weinig apparaten
beschikken die wij als noodzakelijkheden zien, hebben zij geen daklozen
of hongerenden, geen bendes, geen banken, geen ‘werkende moeders’;
wat ze aan vernieuwingen in hun woonplaatsen nodig hebben doen ze zelf.
Ze voelen zich niet in het nadeel omdat ze geen winkelcentra hebben.
Er werd aan Alan Ereira een Mama toegewezen
om hem in fundamentele leringen te onderrichten en hem in de ceremoniële
loge te verwelkomen. Op een zeker moment stelde de leerling aan de leraar
een vraag over de schepping. Hem werd gezegd dat daar geen tijd voor
was: alleen al het doornemen van de titels van de hoofdstukken zou negen
avonden vereisen. De bijzonderheden zouden negenmaal negen avonden vergen.
‘We zullen u vertellen wat u werkelijk moet weten.’
Hieruit mogen we opmaken dat The Elder Brothers op dezelfde
logica berust. De Kogi-boodschap wordt beperkt tot wat de Jongere Broeder
kan ontvangen.
Huidige wetenschappers zijn begonnen een onderzoek
in te stellen naar de wereld van de slaap, waarmee we een derde van
ons leven doorbrengen, maar begrijpen ze ook werkelijk de dood of de
oorzaken van geboorte? De Kogi-Mama weet dat alleen door de werkelijkheid
van de ziel en de geest te erkennen, de goddelijke kant van de menselijke
natuur kan worden ontwikkeld.
In de dagen die volgden
was Javier (Rodriguez) een bron van informatie over de Kogi. Hij vertelde
me dat de Mama’s vanaf hun kindsheid in het donker worden opgevoed
en pas in het licht worden toegelaten wanneer hun opvoeding na twee
perioden van negen jaar is voltooid. Negen is het getal dat voor volledigheid
is vereist, zoals een foetus negen maan-maanden in de moederschoot
doorbrengt en er negen werelden zijn. Er zijn ook personen die moro’s
worden genoemd, zei hij, en hun opvoeding wordt met nogmaals twee
perioden van negen jaar voortgezet. Laatstgenoemden zou ik nooit ontmoeten;
zij wonen hoog in de Sierra en spreken alleen met de Mama’s.
Ze zijn de orakels die het uiteindelijke beleid bepalen. Het zijn
deze wezens die de nadering van het einde van de wereld hebben gezien.
Later ontdekte ik, dat moro het woord is voor elke leerling
die studeert om een Mama te worden. Het lijkt inderdaad mogelijk dat
sommige leerlingen pas na hun dertigste jaar in het licht worden toegelaten.
. . De Kogi zijn in hoge mate ascetisch en bereiden zich voor belangrijke
momenten voor door te vasten, door meditatie en seksuele onthouding;
contact met iemand die nog gevangen zit in de grove fysieke wereld
kan, zo geloven ze, deze voorbereiding tenietdoen. De moro’s
van Javier zouden zich hun leven lang in deze verheven toestand bevinden
en het zou daarom voor mij onmogelijk zijn ze ooit onder ogen te krijgen,
maar hij gaf te kennen dat zij hun ogen op mij gericht hielden.
– blz. 77-8
Ieder die in staat is de zuivere deugden te
zien van de Bosjesmannen, de Australische aboriginals, de Athapasken,
de Seminole-indianen of de Hopi’s, zal geen moeite met de Kogi
hebben. Zij dragen het stempel van majesteit: de erkenning van het goddelijke
in het hart van alles. Deze edele waardigheid komt tot uiting in hun
bezorgdheid voor hun veel Jongere Broeder.
Noten
- Alfred A. Knopf, New York, 1992; 243 blz., isbn 0-679-40618-2,
gebonden.
- ‘A Land of Mystery’, H.P. Blavatsky,
The Theosophist, maart 1880, blz. 160.
- De symbolische naam voor alle indringers