Alle dingen nieuw maken
Jules van Bergen

 

Toen ik nog een schooljongen was, zei mijn onderwijzer eens dat het onmogelijk is nieuwe gedachten te denken. Dit trof me, maar ik kon het niet geloven en nam me voor om op een goede dag toch als eerste iets te bedenken, waar tot dat ogenblik nog nooit iemand aan had gedacht.

Deze droom heb ik lang geleden verloren, maar toch keert hij steeds weer als een uitdaging terug. Het denkbeeld dat het universum een kind van de eindeloze duur is en mijn opvatting van evolutie – een nooit eindigend groeiproces voor al wat in het universum is – hebben ten slotte een einde aan mijn illusie gemaakt. Want als we in de tijdeloze duur leven, moeten er wezens, entiteiten, mensen bestaan, die de top van het menszijn hebben bereikt en dus alles al hebben leren kennen en beheersen wat een mens kan ervaren, denken en leren. Kunnen ‘mijn’ gedachten werkelijk de mijne zijn als ze niet origineel zijn en waarschijnlijk al miljoenen keren door anderen zijn gedacht? Zo kwam ik tot de slotsom dat al wat behoort tot het aspect van de werkelijkheid dat met het denken omvat kan worden, al eerder is beschouwd.

Enig nadenken hierover leidt tot het denkbeeld, dat op elke vraag het antwoord kan worden gevonden, in woord of in geschrift, want beide zijn met elkaar verbonden als oorzaak en gevolg. Toch schijnt onze ervaring hiermee in tegenspraak te zijn. Maar al te vaak stellen wij vragen, waarop we geen of een verkeerd antwoord krijgen, of als het antwoord juist is, wordt het niet begrepen of verkeerd toegepast. Het is blijkbaar niet zo eenvoudig en dat is maar gelukkig ook. Als het zo eenvoudig was, zou het leven zo iets zijn als een computer: doe de vraag er maar in en de oplossing komt klaar voor gebruik tevoorschijn!

Als we ons een bibliotheek voorstellen, waarvan de duizenden boeken in principe de antwoorden zouden kunnen bevatten op alle vragen ter wereld, dan is die bibliotheek op zichzelf toch niet meer dan een kerkhof van ideeën en elk boek een soort mummie. Of is het een zaadwinkel en is elke gedachte een zaadje, waarvan de potentiële groei afhankelijk is van degene die het cultiveert?

Er schijnen twee fundamentele categorieën te zijn: 1) De dingen die vastgelegd en altijd hetzelfde zijn, zoals de boeken op de plank en de woorden daarin; en 2) Dat wat groeit, verandert en uniek, beweeglijk en wordend is. In de eerste groep zijn de bouwstenen, de middelen, het materiaal, wachtend op een schepper die ze zal gebruiken. In de tweede is leven en beweging, wezenlijk verschillend van dingen en feiten. De mens behoort ertoe met zijn altijd activerende bewondering, waaruit de echte vragen voortkomen. En deze zullen onvermijdelijk de echte antwoorden oproepen. Want zo’n antwoord is een schepping, die tot leven is gewekt door het toevoegen of ingieten van iets van de levensessentie uit de innerlijke natuur van de mens. Dit mysterieuze ‘iets’ overtreft alles in belangrijkheid – het is het ‘wonderbaarlijke levenselixer’ dat de mens onsterfelijk maakt.

Als wij kinderen zijn van de eeuwigheid, dan hebben we toegang tot een onuitputtelijke bron van inspiratie en kracht. Dit is een buitengewoon hoopvolle gedachte, want ze staat er borg voor dat we de levenstechniek in deze materiële wereld werkelijk kunnen leren. Niet dan nadat we het leven aanraken met ons wezenlijk zelf, is het Leven. We zijn de scheppers van onze toekomst en bijgevolg van onszelf. Als dit niet zo was, zouden we niet meer zijn dan marionetten of papegaaien; we zouden op ons kleine plekje blijven, voortdurend bezig met het herhalen van het statische en het rondzeulen met de dode lichamen van het wijsgerig en godsdienstig denken.

Dit wordt gemakkelijk tot gewoonte en we worden blind voor het feit, dat ons leven voor het grootste deel bestaat uit het doelloos en zinloos verplaatsen van ‘bouwstenen’. Het resultaat hiervan is dat we ons leven een verkeerde richting geven. We willen bijvoorbeeld liefde, geluk, enz., maar we zien over het hoofd dat we dit alles niet kunnen bezitten als een paar schoenen of een auto. Liefde en geluk kunnen evenmin eens en voor al worden verworven, want dit is in strijd met de natuurwetten, die de grondslag van het leven vormen. In de loop van onze dagelijkse ervaringen kunnen ze aangeraakt worden, maar nooit kunnen we ze bezitten.

Het leven is anti-stilstand en de kennis ervan is niet louter het gevolg van het weet hebben van dingen en feiten, maar begrijpen van wat er gebeurt. Zelfkennis is niet het weten van wat ik nu ben, maar van wat er in mij groeit. Ik ben niet trouw aan mezelf als ik probeer te blijven wat ik op dit ogenblik ben. Door een voortdurende vernieuwing, door steeds weer opnieuw te beginnen, mezelf te verliezen en weer te kiezen, ben ik trouw aan mezelf. Ik leef niet als ik ben, maar als ik bezig ben te worden. Volledige zelf-expressie in woord of in daad is niet mogelijk. Zodra iets is gezegd, geobjectiveerd en buiten onszelf geplaatst, behoort het tot het verleden en zijn we er zelf niet meer in. Het lijkt paradoxaal te zeggen dat we steeds vooruit zijn op onszelf. We zijn altijd onderweg en bereiken nooit een eindpunt.

Aan het einde van deze uitzonderlijke eeuw vervluchtigen de schijn-zekerheden van religie en wetenschap die ons eeuwenlang zijn voorgehouden door goedwillende zelf-misleiders of kwaadwillige misleiders en waarmee we het moeten doen.

Het is een tijd waarin we meer dan ooit de kans krijgen om in te zien dat redding uit onze nood niet van buitenaf kan komen, maar dat die in onszelf te vinden is. We moeten weer ontdekken dat het alles bezielende Leven ook in ieder van ons uitmondt en dat we vrijelijk mogen beschikken over de mysterieuze essentie ervan. Een waarheid zo oud als de wereld die ons steeds weer ontglipt en waardoor wijzelf telkens de noodtoestand teweegbrengen die ons onvermijdelijk weer aanzet opnieuw de weg van het ware zelf te vinden.

‘Niets nieuws onder de zon . . .!’ Of we het ons bewust zijn of niet, we putten onafgebroken uit het reservoir van vele malen gekoesterde gedachten. Maar, wat is daar tegen? Is niet alles één weefsel?

De vermetele kinderillusie nieuwe gedachten te willen bedenken heeft zich moeiteloos getransformeerd in de stimulerende opdracht het bestaande, voor ieder beschikbare denkpotentiaal, in mijzelf tot nieuw leven te wekken en zo ‘alle dingen nieuw te maken’.

 

Uit het tijdschrift Sunrise jul/aug 1994

© 1994 Theosophical University Press Agency


 

Als komende gebeurtenissen, zoals men zegt, hun schaduw vooruit werpen, moeten gebeurtenissen uit het verleden hun indrukken achterlaten. Door deze schaduwen uit het grijze verleden en hun beeldenspel op het uiterlijke scherm van iedere religie en filosofie, kunnen we door onderzoek en vergelijking, tenslotte de bron ontdekken die ze voortbracht.    – H.P. Blavatsky