Andere bewustzijnstoestanden zijn van oudsher niet alleen
in verband gebracht met individuele geestelijke inspanningen, maar ook
met instellingen. Duizenden jaren lang waren er in de hele wereld centra
voor geestelijk onderricht, soms mysteriën of mysteriescholen genoemd.
Van die scholen wordt gezegd dat ze enkele miljoenen jaren geleden zijn
gesticht door goddelijke wezens, in samenwerking met de geestelijk het
verst gevorderde leden van de mensheid; ze vervulden verschillende functies:
het bewaren van de wijsheid van de goden, ook in tijden van materialisme
en zelfzucht; de mensheid als geheel dienen door een bron van geestelijk
en intellectueel licht te verschaffen en een schakel te vormen met de
geestelijke krachten van de planeet en de kosmos; en diegenen te helpen
bij wie de innerlijke inspanningen, aspiraties en zelf-hervorming het
mogelijk maken om hun persoonlijke ontwikkeling door training en systematische
methoden te versnellen.1
Als gevolg van de geheimhouding rond de mysteriescholen
weten we heel weinig over hun leringen en werkwijzen. Die waar we wel
van weten bloeiden in tamelijk recente perioden van de geschiedenis,
en toen waren deze openlijk bekende centra verwereldlijkt en gedegenereerd.
Ongetwijfeld werden er veel verschillende middelen toegepast om geestelijke
ontvouwing te stimuleren, waaronder veel methoden die tegenwoordig in
toenemende mate worden gebruikt en misbruikt.
Het thema van de mysteriën was de tweede geboorte
– de geboorte van de geestelijke mens, wat ook het doel is van
de individuele innerlijke ontwikkeling. De historische mysteriën
van bijvoorbeeld Griekenland, Egypte, India en Midden-Amerika bevatten
goed gedocumenteerde verslagen van het gebruik van hallucinogene planten
om zulke ‘inwijdings’-ervaringen teweeg te brengen. Sommige
geleerden beweren dat bij de grotere mysteriën in Eleusis bij Athene
een dergelijke stof werd gebruikt in de wijn die werd gedronken vóór
het hoogtepunt in de ceremonie, omdat de beschrijvingen spreken van
‘de symptomatische reacties, niet op een drama of ceremonie, maar
op een mystiek visioen; en omdat het schouwspel elk jaar op een vaste
tijd aan duizenden ingewijden kon worden geboden, lijkt het wel duidelijk
dat dit door een hallucinogeen middel moet zijn teweeggebracht’.2
Dit gebruik van heilige planten komt overeen met het gebruik van soma
in het brahmaanse ritueel, van khat bij de Egyptenaren en van
peyote, paddestoelen en andere substanties in Noord- en Zuid-Amerika.
Zelfs in
de maçonnieke loges van vroeger
werd de neofiet onderworpen aan een reeks verschrikkelijke beproevingen
van zijn standvastigheid, moed en tegenwoordigheid van geest. Door
psychologische indrukken, aangevuld met mechanische hulpmiddelen en
chemicaliën, werd hij in de waan gebracht dat hij in afgronden
viel, door rotsblokken werd verpletterd, tussen hemel en aarde over
bruggen van spinrag liep, door vuur ging, . . . Dit was een herinnering
aan de Egyptische mysteriën en een daaraan ontleend programma.
Daar het Westen de geheimen van het Oosten had verloren moest het,
zoals ik zeg, zijn toevlucht nemen tot kunstgrepen. Maar tegenwoordig
zijn door de popularisatie van de wetenschap dergelijke onbeduidende
beproevingen verouderd. De aspirant wordt nu uitsluitend in de psychologische
zijde van zijn natuur aangepakt.3
Hoe moeilijk zulke ervaringen voor de deelnemers ook waren
te doorgronden, toch waren de oude mysteriën die ons bekend zijn
opgenomen in de gevestigde exoterische religies of sekten, die van nature
meestal vijandig stonden tegenover het individuele mystieke zoeken en
de daardoor verkregen kennis. In De Geheime Leer (2:566-7 en
voetnoot) werpt H.P. Blavatsky licht op dit verband en gebruikt ze als
voorbeeld de hindoe-overlevering:
Soma is sterrenkundig gezien de maan;
maar in het mystieke spraakgebruik is het ook de naam van de heilige
drank die door de brahmanen en ingewijden tijdens hun mysteriën
en offerriten wordt gedronken. De ‘soma’-plant is asclepias
acida, die een sap geeft waaruit die mystieke drank, de somadrank,
wordt bereid. Alleen de afstammelingen van de rishi's, de agnihotri
(de vuurpriesters) van de grote mysteriën, kenden alle krachten
ervan. Maar de wezenlijke eigenschap van de ware soma was
(en is) een nieuw mens van de ingewijde te maken,
nadat hij is herboren, namelijk zodra hij in zijn astrale
lichaam . . . begint te leven; want wanneer zijn geestelijke natuur
de stoffelijke heeft overwonnen, zou hij die al snel loslaten en zelfs
die geëtheriseerde vorm afleggen.4
In de oudheid werd soma nooit gegeven
aan de niet-ingewijde brahmaan – de eenvoudige grihastha
of priester van het exoterische ritueel. Zo vertegenwoordigde Brihaspati
– hoewel hij de ‘goeroe van de goden’ was –
toch de dode-letter vorm van eredienst. Maar Tara zijn vrouw
– het symbool van iemand die, hoewel verbonden aan de dogmatische
eredienst, naar ware wijsheid verlangt – is, zoals men zegt,
door koning Soma, de schenker van die wijsheid, in zijn mysteriën
ingewijd. Daarom is zij volgens de allegorie door Soma weggevoerd.
Het gevolg daarvan is de geboorte van Budha – esoterische
wijsheid – (Mercurius, of Hermes in Griekenland en Egypte).
Hij wordt voorgesteld als ‘zo mooi’, dat zelfs de echtgenoot,
hoewel hij zich er goed van bewust is dat Budha niet het resultaat
van zijn dode-letter eredienst is – de ‘pasgeborene’
als zijn zoon erkent, de vrucht van zijn ritualistische en zinloze
vormen.
De exoterische religies namen de resultaten van mystieke
ervaring in zich op, hoewel ze in beginsel niet gesteld waren op de
individualistische en niet-autoritaire middelen en de beoogde resultaten.
Walter Houston Clark vergeleek de godsdienstige hoofdstroom met vaccinatie;
de mensen die een kerkdienst bijwonen ontvangen een kleine dosis die
hen beschermt tegen ‘het werkelijke’. Volgens Jung was de
voornaamste functie van de conventionele religie ‘de mensen te
beschermen tegen het rechtstreeks ervaren van God’.5
Een kenmerk van de exoterische mysteriën was dat
ze openstonden voor een brede kring van mensen binnen een specifieke
groep of stam. In het geval van de mysteriën die in Eleusis werden
opgevoerd, kon iedereen die Grieks sprak, geen moord of bepaalde andere
misdaden had gepleegd, geld had om de kosten van het rituele offer te
betalen en zes maanden in Athene kon doorbrengen, die mysteriën
ondergaan. Veel leden van stamgemeenschappen ondergaan gewoonlijk een
mystieke of inwijdingservaring die verband houdt met het volwassen worden
of het lid worden van verschillende stamgroeperingen. Dat exoterische
ritueel hangt dus niet af van de geschiktheid of de innerlijke status
van de persoon.
Hoewel deze openbare mysteriën verhuld bleven door
geloften van geheimhouding, waren ze niet de innerlijke of esoterische
mysteriën, al dan niet verbonden aan een exoterische locatie. De
innerlijke mysteriën waren het oefenterrein voor de weinigen die
hun leven en streven wilden wijden aan geestelijke ontwikkeling en die
daarvoor de toewijding en de capaciteiten bezaten. De nadruk lag hier
meer op het worden dan op een bepaalde visionaire ervaring, andere bewustzijnstoestanden
of de overdracht van intellectuele kennis; maar ongetwijfeld speelden
andere bewustzijnstoestanden, verschijnselen en kennis daarbij een rol.
De beslissende factor was echter de kwaliteit van de persoon en zijn
of haar vermogen om de beperkte aspecten van hem- of haarzelf te overwinnen
of daarbovenuit te stijgen. Deze innerlijke mysteriën zijn nooit
verdwenen en functioneren naar men zegt nog volop overal op onze aarde,
hoewel verborgen. Hun bestaan wordt ontdekt door hen die op grond van
hun evolutionaire ontwikkeling en aspiratie innerlijk en mogelijk uiterlijk
banden van sympathie aangaan met hen die dit oude spirituele netwerk
vormen.
De nadruk op innerlijke groei en het leiden van een onzelfzuchtig
leven is één factor die veel beoefenaars van het sjamanisme
en het tantrisme scheidt van hen die de mystieke tradities volgen. De
eerstgenoemden houden zich in het algemeen ermee bezig om een middelaar
te zijn tussen hun groep en de innerlijke werelden en vaak heeft de
gedachte om zelf een onzelfzuchtig leven van barmhartigheid of persoonlijke
onbaatzuchtigheid te moeten leiden geen hoge prioriteit. Ze houden zich
bezig met genezing, het oplossen van specifieke problemen en andere
praktische zaken, wat wordt vergemakkelijkt door hun toegang tot en
macht over niet-stoffelijke werelden. Groeperingen die zich met genezing
en psychotherapie bezighouden wenden zich steeds meer tot die mensen
en gebruiken hen als model voor hun rollenspel en als bron voor technieken,
vooral omdat sjamanen in eigen kring in veel opzichten overeenkomen
met vakmensen in de gezondheidszorg. Hoe nuttig deze methoden ook mogen
zijn, ze moeten niet worden verward met middelen tot geestelijke groei
of innerlijke ontwikkeling. Ze zijn een uitbreiding van wereldse zaken
naar andere bestaansgebieden, zoals het astrale, die tot voor kort in
het moderne Westen werden genegeerd.
De methoden die zich in deze tijd in toenemende mate aandienen,
leveren ongetwijfeld vaak opvallende resultaten op, zowel lichamelijk
als psychisch. Verscheidene eeuwen lang heeft het Westen zich beperkt
tot de stoffelijke wereld en materialistische theorieën inzake
psychologie, de geneeskunde, het menselijk bewustzijn en het menselijk
bestaan. Het opnemen van een breder scala van technieken en kennis van
oosterse en oude volken werkt als zuurdesem op westerse takken van wetenschap.
Ongetwijfeld is het voor de westerse geneesmethoden nodig zich te richten
op de totale mens en hoe deze op alle bestaansgebieden is verbonden
met de natuur als geheel. Evenals bij de oude mysteriën blijft
‘de dood van’ of ‘het uitstijgen boven’ het
gewone zelf of ego de kern van de menselijke evolutie, met als doel
de geboorte of wedergeboorte van de innerlijke, geestelijke mens mogelijk
te maken. De westerse mens heeft deze ervaring grotendeels veronachtzaamd
en tot voor kort spraken zij die haar spontaan meemaakten, er niet over
– herhaaldelijk wordt ze nog gebrandmerkt als een geestesziekte
of afwijking (wat de zaak ingewikkeld maakt is het feit dat degenen
die andere bewustzijnstoestanden ervaren, inderdaad vaak onevenwichtig
worden en psychoses vertonen naast of in plaats van verschillende ‘geestelijke’
toestanden). Deze ervaringen van wedergeboorte komen nu weer op de voorgrond
door de publikatie van bijna-dood ervaringen en door nieuwe, ruimere
theorieën en technieken in de psychotherapie, die laten zien dat
dood-wedergeboorte ervaringen als een bestanddeel van de menselijke
psyche algemeen voorkomen, en hun betekenis aantonen voor de psychische
gezondheid van het individu:
De intense ervaring van een confrontatie
met geboorte en dood gaat vaak samen met een existentiële crisis
van buitengewone omvang, waarin de mens ernstige twijfels heeft over
de zin van zijn of haar leven en het bestaan in het algemeen. Deze
crisis kan alleen worden opgelost door verband te leggen met de inherente,
geestelijke dimensies van de psyche en de diep verborgen bronnen van
het collectieve onbewuste. De metamorfose van de persoonlijkheid en
de ontwikkeling van het bewustzijn die er het gevolg van zijn, kunnen
worden vergeleken met de veranderingen beschreven in de context van
oude dood-wedergeboorte mysteriën, inwijding in geheime genootschappen
en verschillende overgangsriten bij de aboriginals.6
Tegelijkertijd schuilt er gevaar in het zonder onderscheid
en als experiment overnemen van zeer krachtige technieken, waarvan sommige
in hun inheemse vorm gedegenereerde elementen bevatten. Een Tibetaans
spreekwoord zegt dat slechts een spinneweb witte magie van zwarte scheidt.
In beide gevallen worden dezelfde training, technieken en vermogens
gebruikt; de enige verschillen zijn het motief, de toepassingen en de
resultaten in de ontwikkeling. Tengevolge van eeuwenlange onbekendheid
met de innerlijke krachten en bestaansgebieden ontbreekt het de westerse
mens aan begrip van de wetten die de innerlijke kanten van de natuur
en de mens beheersen, en hij is daarom niet in staat de consequenties
van zijn daden op die gebieden correct te evalueren. Niet-stoffelijke
krachten werken veel sterker dan de ermee overeenkomende stoffelijke;
we kunnen een psychische en astrale ‘ecologische’ ramp op
gang brengen vergelijkbaar met de stoffelijke die wordt teweeggebracht
door ons onkundig gebruik en manipuleren van het stoffelijke milieu.
Het gevaar bestaat voor zowel het individu als de samenleving
en de mensheid als geheel. Het onkundig toepassen van bewustzijnsveranderende
methoden kan een averechts effect hebben op de energiestromen in ons
menselijk gestel en resulteren in een ongezonde lichamelijke of psychische
toestand. De slechte lichamelijke (en soms ook psychische) conditie
van veel mystici, vooral in het westen, waar ze vaak werken zonder deskundige,
geestelijke begeleiding, is daarvan een bewijs. Het overnemen van technieken
van volksstammen of oosterse culturen, waarin de gebruikers vaak als
wezenlijk deel van het leven een traditionele achtergrond bezitten om
te begrijpen wat ze doen, en die geleidelijk invoeren in de westerse
cultuur, kan heel onverwachte resultaten opleveren. Het is een uitdaging
om een synthese te vormen waarvan de uitwerking en neveneffecten heilzaam
zijn. Of dat kan worden bereikt door uitgebreide, gepopulariseerde persoonlijke
experimenten is te betwijfelen.
Bovendien heeft het seculariseren en populariseren van
geestelijke technieken in de geschiedenis vaak geleid tot een verkeerd
gebruik en ook misbruik van kennis en methoden. Misbruik van wat heilig
is, is onmiskenbaar in het geval van heilige substanties die eens in
streng gecontroleerde religieuze rituelen werden toegepast, waar
het tot zich nemen van heilige stoffen
niet alleen was bedoeld om een ‘high’ toestand op te wekken,
maar om een proces van metamorfose op gang te brengen en
aan te wakkeren, dat leidt tot een theürgische omzetting van
de menselijke natuur in een apotheose waarin de tevoren louter sterfelijke
mens moet worden vergottet, om de treffende beschrijving
van Meister Eckhart te gebruiken, d.w.z. ‘vergoddelijkt’.
Maar dat proces, waarop werd toegezien door kosmische bestuurders,
de levende archetypen van stellaire machten, moest op momenten plaatsvinden
in overeenstemming met die machten.7
Buiten het heiligdom worden die stoffen meestal drugs
en genotmiddelen; in sommige gevallen is hun kwaliteit van geest-veranderende
substanties vrijwel vergeten, laat staan hun status van ‘heilige’
planten, vooral als ze zijn ingevoerd uit een vreemde cultuur, zoals
in het geval van tabak, koffie en thee. Zelfs in het oude Griekenland
vond misbruik plaats van de in de mysteriën van Eleusis toegepaste
stof, zoals blijkt uit ‘een berucht schandaal dat in de klassieke
tijd aan het licht trad met de ontdekking dat talrijke aristocratische
Atheners waren begonnen het Mysterie thuis te vieren met groepen dronken
gasten aan het diner.’8 In onze
tijd zijn veel voorheen ‘heilige’ stoffen consumptiegoederen
geworden, legaal of illegaal, zonder enig verband met menselijke spiritualiteit.
Onderzoekers hebben nu echter ontdekt dat het motief, de voorbereiding
en de verwachting van doorslaggevende betekenis zijn voor het effect
van veel van zulke stoffen.
Wat is de juiste functie van de verschillende technieken?
Iedereen moet zelf beslissen wat voor hem of haar geschikt is; niemand
kan een ander iets voorschrijven of voor hem of haar beslissen. Maar
waar het om gaat is: wat willen we en hoe kan dat het best worden bereikt?
Veel onderzoekers op dit terrein speuren naar mogelijkheden om de bestaande
methoden uit te breiden – vooral in de geneeskunde en de psychotherapie;
voor velen gaat het erom ‘werkt het?’ en niet of het motief
of zelfs het uiteindelijke resultaat waardevol is. Geestelijke groei
is een zaak van innerlijke zelfbeheersing en ontwikkeling, wat al dan
niet leidt tot waarneembare tekenen of opvallende veranderingen in onze
bewustzijnstoestand. De toepassing van technieken om het denken onder
controle te brengen en te zuiveren, universeler te worden in onze gevoelens
en gedachten, het goddelijke steeds in het bewustzijn te houden, de
aandacht te richten op het nu, dit alles heeft grote waarde, lichamelijk,
psychisch en ook geestelijk. Maar zonder de juiste begeleiding en juiste
motieven kunnen sommige technieken heel riskant zijn.
De meest zuiverende invloed ontstaat door voor anderen
te leven, en altruïsme tot de grondslag van het leven te maken.
Daarmee gepaard gaat het zoeken naar de eigen dharma – zowel de
algemene reden voor het eigen bestaan als de meest voor de hand liggende
plicht op ieder gegeven moment. De eigen dharma verrichten kan een voortdurende
meditatie worden. Onze groei als mens hangt uiteindelijk af van het
onopvallend volbrengen van de taken in het dagelijks leven, het beheersen
en verbeteren van ons karakter en de manier waarop we met anderen omgaan.
Verschillende bewustzijnstoestanden zullen zich na verloop van tijd
op een natuurlijke manier voordoen.
We kunnen gemakkelijk gevangen raken in de schone schijn
en de dramatiek van andere geestestoestanden, als doel op zich en ook
als middel tot het verkrijgen van persoonlijke vermogens en materieel
of geestelijk succes. Als we kunnen inzien dat het bereiken van die
toestanden op zichzelf geen teken is van innerlijke groei en vooruitgang
– dat we om werkelijk menselijk en tenslotte goddelijk te worden
het pad van mededogen moeten gaan, dat we ons bewustzijn moeten concentreren
op de meer universele aspecten van onszelf, en het alledaagse ego tot
onze dienaar in plaats van onze meester moeten maken – dan kan
de komst van deze traditionele technieken in het moderne westerse leven
een terugkeer inluiden van de meer spirituele en wereldomvattende sfeer
van de ware mysteriën, die centra van geestelijke liefde en menselijk
medeleven die de beschavingen van vroegere tijden zo heilzaam hebben
beïnvloed en die nog steeds de ware zoekers naar de geestelijke
werkelijkheid blijven stimuleren en aanmoedigen.
Noten
- Zie G. de Purucker, De
Esoterische Traditie; Grace F. Knoche, The Mystery-Schools;
en ‘Een Groot Licht, een kracht ten goede’, W.T.S. Thackara,
Sunrise, febr. 1979, blz. 69-79.
- Carl A.P. Ruck in The Road to Eleusis: Unveiling
the Secret of the Mysteries, 1978, blz. 37.
- De Mahatma
Brieven aan A.P. Sinnett, samengesteld door A.Trevor Barker,
blz. 405-6.
- De gebruiker van soma blijft met zijn uiterlijke
lichaam verbonden en toch staat hij er in zijn geestelijke vorm los
van. Deze laatste zweeft, bevrijd van het eerstgenoemde, tijdelijk
in de etherische hogere gebieden en wordt feitelijk ‘als één
van de goden’; toch bewaart hij in zijn stoffelijke brein de
herinnering aan wat hij ziet en leert. Soma is eenvoudig
de vrucht van de Boom van Kennis die door de jaloerse Elohim aan Adam
en Eva of Yah-ve werd verboden, ‘opdat de mens niet
als een van ons zou worden’. – HPB.
- Vgl. Dr. Stanislav Grof, The Adventure of Self-Discovery,
blz. 269.
- Grof, Adventure, blz. 10.
- Charles Musès, ‘The Secret Plant of Ancient
Egypt’, Gateway to Inner Space, blz. 148.
- Ruck in The Road to Eleusis, blz. 37.