Naar een ander bewustzijn – Het mystieke pad
Sarah Belle Dougherty

 

Er is in deze tijd een snelle toename van technieken die andere toestanden van bewustzijn teweegbrengen – de meeste stammen voort uit vanouds bekende bronnen, sommige gecombineerd met technieken uit het modern wetenschappelijk onderzoek. Meditatie, yoga, tantra, trommelen, ‘chanten’, extatische dans, hypnose, het uitschakelen van zintuigelijke prikkels, het gebruik van chemische middelen en vele andere technieken zijn voor iedereen toegankelijk en krijgen veel publiciteit. Vaak gaan deze praktijken vergezeld van psychofysieke en ‘mystieke’ verschijnselen. De moderne geneeskunde en psychotherapie nemen steeds meer uiteenlopende traditionele methoden over die gepaard gaan met deze toestanden en verschijnselen en werken geleidelijk, zowel in theorie als in de praktijk, aan een synthese van de oude wijsheid en de moderne wetenschap. Boeken, geluidsbanden, onderzoekers en leraren, wekken de verwachting met die middelen persoonlijke groei, gezondheid, geluk en/of verlichting te bereiken. Welke maatstaven kunnen we gebruiken om de waarde te bepalen van die vele beschikbare technieken en eruit te kiezen?

Het is duidelijk dat onze gewone waaktoestand maar één facet van het bewustzijn is en als die wordt beschouwd als de enige vorm van bestaan, dan beperkt ze ons gezichtsveld aanzienlijk. De zogenaamde gewijzigde of ongewone bewustzijnstoestanden gaan uit boven dit alledaagse bewustzijn – niet alleen van het stoffelijke gebied, maar ook van ons mentale panorama, de grotendeels niet onderzochte, vaak illusoire interpretaties van de werkelijkheid ontstaan op grond van zintuiglijke indrukken. Deze toestanden geven toegang tot gebieden die zich uitstrekken van bijna stoffelijk tot zeer geestelijk. Maar de fundamentele vragen zijn: wat is groei van de mens en in welk verband staan die ervaringen daarmee? Als we ieder mens als een geestelijk bewustzijnscentrum beschouwen dat zich openbaart met behulp van een psychologisch voertuig en een stoffelijke vorm, dan betekent menselijke ontwikkeling zuivering en training van onze tussenliggende natuur, zodat ze het hogere bewustzijn van het goddelijk zelf onvervormd kan doorgeven. Dit proces leidt tot geestelijke, intellectuele en psychische groei. Door de eeuwen heen waren zelfbeschouwing en meditatie de voornaamste middelen die naar zelfkennis en beheersing van het denken en de emoties leiden. Het zich toeleggen op uiterlijke vormen van meditatiepraktijken of op vermogens en voordelen die door het gebruik ervan onszelf ten deel vallen, draagt bij tot het toenemen van onze egocentriciteit. Als we aan de andere kant een barmhartige drijfveer, gericht op het goddelijke centraal stellen, transformeert dit onze persoonlijke beperkingen op een natuurlijke manier en vormt het banden van sympathie met onze medeschepselen. Door te groeien in mededogen ontwikkelen we het vermogen het goddelijke in ons te doen stralen door het gezuiverde of gereinigde zelf en staan dan ten dienste van allen om ons heen.

In het Westen en het Oosten bestaan vele soorten meditatie, maar pas kort geleden zijn westerlingen in belangrijke aantallen begonnen zich ermee bezig te houden. Beoefening van concentratie-praktijken kan niet alleen leiden tot een in zekere mate ervaren van andere bewustzijnstoestanden maar ook tot verschijnselen zoals visioenen, stemmen of geluiden, stimulering van de chakra’s, buiten-lichamelijke ervaringen en in (vreemde) talen spreken, parapsychologische verschijnselen, trancetoestanden, extase, communiceren of versmelten met andere wezens en gevoelens van eenheid met een geestelijke werkelijkheid. Dat kunnen natuurlijke neveneffecten zijn van een bepaald stadium in de persoonlijke groei. Vaker echter worden ze teweeggebracht door prikkeling van psychofysieke ‘trekkers’. Technieken zoals bepaalde vormen van ademhalen, het uitschakelen van zintuiglijke waarneming, trommeltechnieken of chemische produkten, brengen wel tijdelijke veranderingen in het bewustzijn en/of de inhoud daarvan teweeg, maar ze zijn niet per se een weerspiegeling van de ware innerlijke status of geestelijke toestand van de betrokkene. Er bestaat een opvallend contrast tussen zulke voorbijgaande verschijnselen en innerlijke ontwikkeling op langere termijn, zoals de psychotherapeut Stanislav Grof in verband met kundalini opmerkt:

Ik heb zelf herhaaldelijk, in psychedelische samenkomsten en verschillende niet door drugs veroorzaakte geestestoestanden, verschijnselen waargenomen die sterk overeenkomen met beschrijvingen van het opwekken van kundalini, het openen van de chakra’s en het stromen van de kundalini-energie door de hoofdkanalen, ida en pingala, en door het ingewikkelde netwerk van de nadi’s, dunne vertakte kanalen voor pranische energie, zoals ze worden beschreven en afgeschilderd in tantrische teksten.

Het is echter van belang er de nadruk op te leggen dat deze soort ervaringen – kundalini-achtige verschijnselen die in de overgeleverde Indiase literatuur als pranisch zouden worden omschreven – moeten worden onderscheiden van het werkelijke opwekken van kundalini. Dit laatste is namelijk een ingewikkeld proces met een diepgaande betekenis en een hervormend vermogen en het vergt vaak jaren om dit tot stand te brengen. Vergeleken met op zichzelf staande pranische ervaringen gebeurt een dergelijke opwekking van kundalini maar heel zelden ten gevolge van psychedelische ervaringen of empirische psychotherapie en het schijnt een autonoom verschijnsel te zijn.1

Het ervaren van gewijzigde geestestoestanden is stellig vrij algemeen in de geschiedenis vermeld, vooral in verband met de tucht waaraan mystici zich altijd en overal hebben onderworpen op hun speurtocht naar het goddelijke, de waarheid of de werkelijkheid. Concentratie van het denken, psychisch ongehecht raken aan zintuiglijke objecten, dòòrdringen tot onder de oppervlakkige stoffelijke kanten van zichzelf en de wereld en ook speciale technieken die tot verschillende scholen of tradities behoren, dit alles loopt uit op verschijnselen die daardoor vaak worden beschouwd als een absolute voorwaarde voor het geestelijke pad en gezien als geestelijke vooruitgang. Hoe de neveneffecten van de groei ten onrechte worden beschouwd als die groei zelf, wordt geïllustreerd door een uiteenzetting van R. Gordon Wasson:

Het nut van de paddestoel is dat hij velen, misschien wel iedereen, binnen het bereik van deze geestestoestand brengt zonder de zelftucht van Blake en Johannes (van Openbaringen). Hij maakt het mogelijk, duidelijker dan waartoe de beperkte sterfelijke ogen in staat zijn, visioenen te zien achter de horizon van dit leven, terug en vooruit te reizen in de tijd, andere bestaansgebieden binnen te gaan, zelfs (zoals de Indiërs zeggen) God te leren kennen.2

Dat gewone mensen zo gemakkelijk andere bewustzijnstoestanden kunnen bereiken verbaast vaak die onderzoekers van het sjamanisme die deze verschijnselen vereenzelvigen met het mystieke zoeken. Toch is het juist die op intelligente wijze gekozen en aangewende ‘zelftucht’ die naar een blijvende transformatie van het zelf leidt, het echte groeiproces vanaf het beginpunt van een mens naar een meer universeel punt, niet de visioenen en bovenzinnelijke ervaringen die veel mystici meemaken op hun weg naar hun geestelijk doel. Het edele achtvoudige pad van de Boeddha, bijvoorbeeld, dat zijn voornaamste advies is voor spirituele groei en verlichting, benadrukt een manier van leven, denken en overpeinzen die met zelfdiscipline moet worden beoefend, indachtig aan het innerlijke doel en mededogen. Kunstmatig opgewekte geestestoestanden zijn wat hun beschrijving en de aard van de verschijnselen betreft misschien niet te onderscheiden van de natuurlijke, maar innerlijke groei vertegenwoordigt een levenswijze en niet op zichzelf staande ervaringen.3

Het is de kwaliteit van het leven van een mens die voor de menselijke ontwikkeling van wezenlijk belang is.

Veel grote mystici en geestelijke leraren zijn bovendien van mening dat manifestaties, waarnemingen van niet-lichamelijke ‘zintuigen’ en paranormale vermogens tot de grootste gevaren en struikelblokken behoren langs het pad van geestelijke ontwikkeling. De Spaanse mysticus Johannes van het Kruis vond bijvoorbeeld dat deze verschijnselen, als ze op de lichamelijke, mentale of geestelijke waarnemingsorganen inwerken, de kandidaat afleiden van het zoeken naar God en dikwijls geestelijke trots en gehechtheid meebrengen. Die ervaringen kunnen ook verslavend werken, de zoeker van het geestelijke wegvoeren, terug naar uiterlijke verschijningsvormen en zelfzucht.4

Verschijnselen kunnen een kandidaat die zijn ervaringen kritiekloos accepteert, of de inhoud ervan als leidraad gebruikt, ook uit zijn evenwicht brengen en misleiden. In het algemeen geven ervaringen weer wat in het eigen denken leeft – hallucinogene drugs bijvoorbeeld, ziet men als niet-specifieke catalysatoren die eerder bewustzijnsverruimend werken dan nieuwe informatie presenteren – en de gemiddelde mens kan niet zeggen of ze uit het geestelijke of uit het beperkte mentaal/emotionele of psychische deel van hemzelf komen. Bovendien zijn er in de natuur op ieder bestaansgebied positieve en negatieve krachten: stoffelijke, psychische, mentale, emotionele en geestelijke. Als we boven het stoffelijk gebied uitgaan komen we in het algemeen in de astrale of psychische wereld – een iets etherischer vorm van stof die invloeden en wezens bevat, van de meest gedegenereerde soort tot zeer hoogstaande. Dit zogenoemde astrale licht fungeert als intermediair voor het overbrengen van krachten tussen etherischer gebieden en de stoffelijke wereld; de lagere regionen ervan zijn ook het gebied waar de verdichte lagere psychische energieën van mensen (kama-rupa’s, ‘schimmen’ of ‘geesten’) verblijven voor ontbinding na de dood. Het bevat ook afdrukken van alle gedachten, gevoelens en handelingen van de mensheid sedert het begin der tijden, en naar wordt gezegd, van alles wat er is en zal zijn. Deze akasische ‘optekeningen’, die overeenkomen met de morfische velden van Rupert Sheldrake, bestaan in deze ijlere atmosfeer en doordringen ieder deel van de aarde en de afzonderlijke levende wezens waar ze uit is samengesteld. Deze afdrukken worden door affiniteit en gelijksoortige vibratie tot mensen aangetrokken: al onze gedachten en gevoelens komen via deze tussenstof naar ons toe en ze worden er weer in teruggeworpen na te zijn gebruikt.

Zij die in een gewijzigde bewustzijnstoestand verkeren zijn, als ze niet een strenge training hebben gehad, niet gewend zelfbewust in de astrale sfeer van de werkelijkheid te functioneren en worden daar zelfs gemakkelijker door de schijn misleid en in verwarring gebracht dan op het stoffelijk gebied, waar verwarring en gebrek aan zelfbeheersing al zo algemeen zijn. Verschijnselen kunnen óf van God óf van de Duivel komen, om christelijke uitdrukkingen te gebruiken; soms is het zelfs voor de meest oprechte ontvanger ervan niet mogelijk die twee van elkaar te onderscheiden. Ze kunnen ook volkomen denkbeeldig of van eigen makelij zijn zoals Johannes van het Kruis zegt over innerlijke stemmen.

Ik ben ontsteld over wat in deze tijden gebeurt – namelijk dat, als iemand met uiterst geringe ervaring met meditatie zich in de een of andere toestand van overpeinzing bewust wordt van bepaalde uitdrukkingen van deze aard, die meteen alle benoemt als komende van God en aanneemt dat dit het geval is, en zegt: ‘God zei mij . . .’; ‘God antwoordde mij . . .’; terwijl dit helemaal niet zo is maar, zoals we hebben gezegd, ze het zelf zijn die deze dingen grotendeels tegen zichzelf zeggen.

En het verlangen dat de mensen bovendien hebben naar woorden en het genoegen dat daaruit in hun geest oprijst, brengen hen ertoe zichzelf te antwoorden en dan te geloven dat het God is die hun antwoord geeft en tot hen spreekt.5

Er schuilt ook gevaar voor hen die onvoorbereid en zonder begeleiding een innerlijke schakel leggen met deze bestaansgebieden, want misschien is het kanaal wel moeilijk af te sluiten als ongewenste verschijnselen iemand beïnvloeden. Alleen degenen die dergelijke aspecten van zichzelf volledig hebben leren beheersen, kunnen die niet-stoffelijke krachten de baas en juist beoordelen.

De geestelijke literatuur beklemtoont de noodzaak van begeleiding langs het pad van spirituele ontwikkeling en wijst op de gevaren van het onwetend gebruik van krachten in en buiten ons. Het veiligste middel voor gezondheid en geluk is te leven in harmonie met de hele natuur en met de hogere delen van ons, wat in de praktijk neerkomt op karaktervorming, in het universeel maken van onze gedachten en gevoelens en, wat zeer belangrijk is, liefde voor alle wezens de hoeksteen van ons dagelijkse leven te maken. In vroegere eeuwen hebben zij die op zoek waren naar geestelijke groei zich gewend tot die instellingen en leraren die erkende bronnen voor spirituele verlichting waren. In het volgende nummer zullen we bekijken wat die waren en waarheen de moderne zoeker zich kan wenden voor leiding.

 

Noten

  1. The Adventure of Self-Discovery: I – Dimensions of Consciousness; II – New Perspectives in Psychotherapy and Inner Exploration, 1988, blz. 113-15.
  2. The Road to Eleusis: Unveiling the Secret of the Mysteries, 1978, blz. 19.
  3. Zie commentaar van Huston Smith in ‘Psychology of Religious Experience’, The Roots of Consciousness, 1988, Thinking Allowed videotape series.
  4. Zie ‘Ontwaken en verschijnselen’, Sarah B. van Mater, Sunrise (28:2), febr. 1979, blz. 80-87.
  5. Ascent of Mount Carmel (De bestijging van de berg Karmel), E. Allison Peers, bk 2, hfdst. 29, afd. 4–5.
 

 

Naar een ander bewustzijn – De oude en moderne mysteriën
Sarah Belle Dougherty

 

Andere bewustzijnstoestanden zijn van oudsher niet alleen in verband gebracht met individuele geestelijke inspanningen, maar ook met instellingen. Duizenden jaren lang waren er in de hele wereld centra voor geestelijk onderricht, soms mysteriën of mysteriescholen genoemd. Van die scholen wordt gezegd dat ze enkele miljoenen jaren geleden zijn gesticht door goddelijke wezens, in samenwerking met de geestelijk het verst gevorderde leden van de mensheid; ze vervulden verschillende functies: het bewaren van de wijsheid van de goden, ook in tijden van materialisme en zelfzucht; de mensheid als geheel dienen door een bron van geestelijk en intellectueel licht te verschaffen en een schakel te vormen met de geestelijke krachten van de planeet en de kosmos; en diegenen te helpen bij wie de innerlijke inspanningen, aspiraties en zelf-hervorming het mogelijk maken om hun persoonlijke ontwikkeling door training en systematische methoden te versnellen.1

Als gevolg van de geheimhouding rond de mysteriescholen weten we heel weinig over hun leringen en werkwijzen. Die waar we wel van weten bloeiden in tamelijk recente perioden van de geschiedenis, en toen waren deze openlijk bekende centra verwereldlijkt en gedegenereerd. Ongetwijfeld werden er veel verschillende middelen toegepast om geestelijke ontvouwing te stimuleren, waaronder veel methoden die tegenwoordig in toenemende mate worden gebruikt en misbruikt.

Het thema van de mysteriën was de tweede geboorte – de geboorte van de geestelijke mens, wat ook het doel is van de individuele innerlijke ontwikkeling. De historische mysteriën van bijvoorbeeld Griekenland, Egypte, India en Midden-Amerika bevatten goed gedocumenteerde verslagen van het gebruik van hallucinogene planten om zulke ‘inwijdings’-ervaringen teweeg te brengen. Sommige geleerden beweren dat bij de grotere mysteriën in Eleusis bij Athene een dergelijke stof werd gebruikt in de wijn die werd gedronken vóór het hoogtepunt in de ceremonie, omdat de beschrijvingen spreken van ‘de symptomatische reacties, niet op een drama of ceremonie, maar op een mystiek visioen; en omdat het schouwspel elk jaar op een vaste tijd aan duizenden ingewijden kon worden geboden, lijkt het wel duidelijk dat dit door een hallucinogeen middel moet zijn teweeggebracht’.2 Dit gebruik van heilige planten komt overeen met het gebruik van soma in het brahmaanse ritueel, van khat bij de Egyptenaren en van peyote, paddestoelen en andere substanties in Noord- en Zuid-Amerika. Zelfs in

de maçonnieke loges van vroeger werd de neofiet onderworpen aan een reeks verschrikkelijke beproevingen van zijn standvastigheid, moed en tegenwoordigheid van geest. Door psychologische indrukken, aangevuld met mechanische hulpmiddelen en chemicaliën, werd hij in de waan gebracht dat hij in afgronden viel, door rotsblokken werd verpletterd, tussen hemel en aarde over bruggen van spinrag liep, door vuur ging, . . . Dit was een herinnering aan de Egyptische mysteriën en een daaraan ontleend programma. Daar het Westen de geheimen van het Oosten had verloren moest het, zoals ik zeg, zijn toevlucht nemen tot kunstgrepen. Maar tegenwoordig zijn door de popularisatie van de wetenschap dergelijke onbeduidende beproevingen verouderd. De aspirant wordt nu uitsluitend in de psychologische zijde van zijn natuur aangepakt.3

Hoe moeilijk zulke ervaringen voor de deelnemers ook waren te doorgronden, toch waren de oude mysteriën die ons bekend zijn opgenomen in de gevestigde exoterische religies of sekten, die van nature meestal vijandig stonden tegenover het individuele mystieke zoeken en de daardoor verkregen kennis. In De Geheime Leer (2:566-7 en voetnoot) werpt H.P. Blavatsky licht op dit verband en gebruikt ze als voorbeeld de hindoe-overlevering:

Soma is sterrenkundig gezien de maan; maar in het mystieke spraakgebruik is het ook de naam van de heilige drank die door de brahmanen en ingewijden tijdens hun mysteriën en offerriten wordt gedronken. De ‘soma’-plant is asclepias acida, die een sap geeft waaruit die mystieke drank, de somadrank, wordt bereid. Alleen de afstammelingen van de rishi's, de agnihotri (de vuurpriesters) van de grote mysteriën, kenden alle krachten ervan. Maar de wezenlijke eigenschap van de ware soma was (en is) een nieuw mens van de ingewijde te maken, nadat hij is herboren, namelijk zodra hij in zijn astrale lichaam . . . begint te leven; want wanneer zijn geestelijke natuur de stoffelijke heeft overwonnen, zou hij die al snel loslaten en zelfs die geëtheriseerde vorm afleggen.4

In de oudheid werd soma nooit gegeven aan de niet-ingewijde brahmaan – de eenvoudige grihastha of priester van het exoterische ritueel. Zo vertegenwoordigde Brihaspati – hoewel hij de ‘goeroe van de goden’ was – toch de dode-letter vorm van eredienst. Maar Tara zijn vrouw – het symbool van iemand die, hoewel verbonden aan de dogmatische eredienst, naar ware wijsheid verlangt – is, zoals men zegt, door koning Soma, de schenker van die wijsheid, in zijn mysteriën ingewijd. Daarom is zij volgens de allegorie door Soma weggevoerd. Het gevolg daarvan is de geboorte van Budha – esoterische wijsheid – (Mercurius, of Hermes in Griekenland en Egypte). Hij wordt voorgesteld als ‘zo mooi’, dat zelfs de echtgenoot, hoewel hij zich er goed van bewust is dat Budha niet het resultaat van zijn dode-letter eredienst is – de ‘pasgeborene’ als zijn zoon erkent, de vrucht van zijn ritualistische en zinloze vormen.

De exoterische religies namen de resultaten van mystieke ervaring in zich op, hoewel ze in beginsel niet gesteld waren op de individualistische en niet-autoritaire middelen en de beoogde resultaten. Walter Houston Clark vergeleek de godsdienstige hoofdstroom met vaccinatie; de mensen die een kerkdienst bijwonen ontvangen een kleine dosis die hen beschermt tegen ‘het werkelijke’. Volgens Jung was de voornaamste functie van de conventionele religie ‘de mensen te beschermen tegen het rechtstreeks ervaren van God’.5

Een kenmerk van de exoterische mysteriën was dat ze openstonden voor een brede kring van mensen binnen een specifieke groep of stam. In het geval van de mysteriën die in Eleusis werden opgevoerd, kon iedereen die Grieks sprak, geen moord of bepaalde andere misdaden had gepleegd, geld had om de kosten van het rituele offer te betalen en zes maanden in Athene kon doorbrengen, die mysteriën ondergaan. Veel leden van stamgemeenschappen ondergaan gewoonlijk een mystieke of inwijdingservaring die verband houdt met het volwassen worden of het lid worden van verschillende stamgroeperingen. Dat exoterische ritueel hangt dus niet af van de geschiktheid of de innerlijke status van de persoon.

Hoewel deze openbare mysteriën verhuld bleven door geloften van geheimhouding, waren ze niet de innerlijke of esoterische mysteriën, al dan niet verbonden aan een exoterische locatie. De innerlijke mysteriën waren het oefenterrein voor de weinigen die hun leven en streven wilden wijden aan geestelijke ontwikkeling en die daarvoor de toewijding en de capaciteiten bezaten. De nadruk lag hier meer op het worden dan op een bepaalde visionaire ervaring, andere bewustzijnstoestanden of de overdracht van intellectuele kennis; maar ongetwijfeld speelden andere bewustzijnstoestanden, verschijnselen en kennis daarbij een rol. De beslissende factor was echter de kwaliteit van de persoon en zijn of haar vermogen om de beperkte aspecten van hem- of haarzelf te overwinnen of daarbovenuit te stijgen. Deze innerlijke mysteriën zijn nooit verdwenen en functioneren naar men zegt nog volop overal op onze aarde, hoewel verborgen. Hun bestaan wordt ontdekt door hen die op grond van hun evolutionaire ontwikkeling en aspiratie innerlijk en mogelijk uiterlijk banden van sympathie aangaan met hen die dit oude spirituele netwerk vormen.

De nadruk op innerlijke groei en het leiden van een onzelfzuchtig leven is één factor die veel beoefenaars van het sjamanisme en het tantrisme scheidt van hen die de mystieke tradities volgen. De eerstgenoemden houden zich in het algemeen ermee bezig om een middelaar te zijn tussen hun groep en de innerlijke werelden en vaak heeft de gedachte om zelf een onzelfzuchtig leven van barmhartigheid of persoonlijke onbaatzuchtigheid te moeten leiden geen hoge prioriteit. Ze houden zich bezig met genezing, het oplossen van specifieke problemen en andere praktische zaken, wat wordt vergemakkelijkt door hun toegang tot en macht over niet-stoffelijke werelden. Groeperingen die zich met genezing en psychotherapie bezighouden wenden zich steeds meer tot die mensen en gebruiken hen als model voor hun rollenspel en als bron voor technieken, vooral omdat sjamanen in eigen kring in veel opzichten overeenkomen met vakmensen in de gezondheidszorg. Hoe nuttig deze methoden ook mogen zijn, ze moeten niet worden verward met middelen tot geestelijke groei of innerlijke ontwikkeling. Ze zijn een uitbreiding van wereldse zaken naar andere bestaansgebieden, zoals het astrale, die tot voor kort in het moderne Westen werden genegeerd.

De methoden die zich in deze tijd in toenemende mate aandienen, leveren ongetwijfeld vaak opvallende resultaten op, zowel lichamelijk als psychisch. Verscheidene eeuwen lang heeft het Westen zich beperkt tot de stoffelijke wereld en materialistische theorieën inzake psychologie, de geneeskunde, het menselijk bewustzijn en het menselijk bestaan. Het opnemen van een breder scala van technieken en kennis van oosterse en oude volken werkt als zuurdesem op westerse takken van wetenschap. Ongetwijfeld is het voor de westerse geneesmethoden nodig zich te richten op de totale mens en hoe deze op alle bestaansgebieden is verbonden met de natuur als geheel. Evenals bij de oude mysteriën blijft ‘de dood van’ of ‘het uitstijgen boven’ het gewone zelf of ego de kern van de menselijke evolutie, met als doel de geboorte of wedergeboorte van de innerlijke, geestelijke mens mogelijk te maken. De westerse mens heeft deze ervaring grotendeels veronachtzaamd en tot voor kort spraken zij die haar spontaan meemaakten, er niet over – herhaaldelijk wordt ze nog gebrandmerkt als een geestesziekte of afwijking (wat de zaak ingewikkeld maakt is het feit dat degenen die andere bewustzijnstoestanden ervaren, inderdaad vaak onevenwichtig worden en psychoses vertonen naast of in plaats van verschillende ‘geestelijke’ toestanden). Deze ervaringen van wedergeboorte komen nu weer op de voorgrond door de publikatie van bijna-dood ervaringen en door nieuwe, ruimere theorieën en technieken in de psychotherapie, die laten zien dat dood-wedergeboorte ervaringen als een bestanddeel van de menselijke psyche algemeen voorkomen, en hun betekenis aantonen voor de psychische gezondheid van het individu:

De intense ervaring van een confrontatie met geboorte en dood gaat vaak samen met een existentiële crisis van buitengewone omvang, waarin de mens ernstige twijfels heeft over de zin van zijn of haar leven en het bestaan in het algemeen. Deze crisis kan alleen worden opgelost door verband te leggen met de inherente, geestelijke dimensies van de psyche en de diep verborgen bronnen van het collectieve onbewuste. De metamorfose van de persoonlijkheid en de ontwikkeling van het bewustzijn die er het gevolg van zijn, kunnen worden vergeleken met de veranderingen beschreven in de context van oude dood-wedergeboorte mysteriën, inwijding in geheime genootschappen en verschillende overgangsriten bij de aboriginals.6

Tegelijkertijd schuilt er gevaar in het zonder onderscheid en als experiment overnemen van zeer krachtige technieken, waarvan sommige in hun inheemse vorm gedegenereerde elementen bevatten. Een Tibetaans spreekwoord zegt dat slechts een spinneweb witte magie van zwarte scheidt. In beide gevallen worden dezelfde training, technieken en vermogens gebruikt; de enige verschillen zijn het motief, de toepassingen en de resultaten in de ontwikkeling. Tengevolge van eeuwenlange onbekendheid met de innerlijke krachten en bestaansgebieden ontbreekt het de westerse mens aan begrip van de wetten die de innerlijke kanten van de natuur en de mens beheersen, en hij is daarom niet in staat de consequenties van zijn daden op die gebieden correct te evalueren. Niet-stoffelijke krachten werken veel sterker dan de ermee overeenkomende stoffelijke; we kunnen een psychische en astrale ‘ecologische’ ramp op gang brengen vergelijkbaar met de stoffelijke die wordt teweeggebracht door ons onkundig gebruik en manipuleren van het stoffelijke milieu.

Het gevaar bestaat voor zowel het individu als de samenleving en de mensheid als geheel. Het onkundig toepassen van bewustzijnsveranderende methoden kan een averechts effect hebben op de energiestromen in ons menselijk gestel en resulteren in een ongezonde lichamelijke of psychische toestand. De slechte lichamelijke (en soms ook psychische) conditie van veel mystici, vooral in het westen, waar ze vaak werken zonder deskundige, geestelijke begeleiding, is daarvan een bewijs. Het overnemen van technieken van volksstammen of oosterse culturen, waarin de gebruikers vaak als wezenlijk deel van het leven een traditionele achtergrond bezitten om te begrijpen wat ze doen, en die geleidelijk invoeren in de westerse cultuur, kan heel onverwachte resultaten opleveren. Het is een uitdaging om een synthese te vormen waarvan de uitwerking en neveneffecten heilzaam zijn. Of dat kan worden bereikt door uitgebreide, gepopulariseerde persoonlijke experimenten is te betwijfelen.

Bovendien heeft het seculariseren en populariseren van geestelijke technieken in de geschiedenis vaak geleid tot een verkeerd gebruik en ook misbruik van kennis en methoden. Misbruik van wat heilig is, is onmiskenbaar in het geval van heilige substanties die eens in streng gecontroleerde religieuze rituelen werden toegepast, waar

het tot zich nemen van heilige stoffen niet alleen was bedoeld om een ‘high’ toestand op te wekken, maar om een proces van metamorfose op gang te brengen en aan te wakkeren, dat leidt tot een theürgische omzetting van de menselijke natuur in een apotheose waarin de tevoren louter sterfelijke mens moet worden vergottet, om de treffende beschrijving van Meister Eckhart te gebruiken, d.w.z. ‘vergoddelijkt’. Maar dat proces, waarop werd toegezien door kosmische bestuurders, de levende archetypen van stellaire machten, moest op momenten plaatsvinden in overeenstemming met die machten.7

Buiten het heiligdom worden die stoffen meestal drugs en genotmiddelen; in sommige gevallen is hun kwaliteit van geest-veranderende substanties vrijwel vergeten, laat staan hun status van ‘heilige’ planten, vooral als ze zijn ingevoerd uit een vreemde cultuur, zoals in het geval van tabak, koffie en thee. Zelfs in het oude Griekenland vond misbruik plaats van de in de mysteriën van Eleusis toegepaste stof, zoals blijkt uit ‘een berucht schandaal dat in de klassieke tijd aan het licht trad met de ontdekking dat talrijke aristocratische Atheners waren begonnen het Mysterie thuis te vieren met groepen dronken gasten aan het diner.’8 In onze tijd zijn veel voorheen ‘heilige’ stoffen consumptiegoederen geworden, legaal of illegaal, zonder enig verband met menselijke spiritualiteit. Onderzoekers hebben nu echter ontdekt dat het motief, de voorbereiding en de verwachting van doorslaggevende betekenis zijn voor het effect van veel van zulke stoffen.

Wat is de juiste functie van de verschillende technieken? Iedereen moet zelf beslissen wat voor hem of haar geschikt is; niemand kan een ander iets voorschrijven of voor hem of haar beslissen. Maar waar het om gaat is: wat willen we en hoe kan dat het best worden bereikt? Veel onderzoekers op dit terrein speuren naar mogelijkheden om de bestaande methoden uit te breiden – vooral in de geneeskunde en de psychotherapie; voor velen gaat het erom ‘werkt het?’ en niet of het motief of zelfs het uiteindelijke resultaat waardevol is. Geestelijke groei is een zaak van innerlijke zelfbeheersing en ontwikkeling, wat al dan niet leidt tot waarneembare tekenen of opvallende veranderingen in onze bewustzijnstoestand. De toepassing van technieken om het denken onder controle te brengen en te zuiveren, universeler te worden in onze gevoelens en gedachten, het goddelijke steeds in het bewustzijn te houden, de aandacht te richten op het nu, dit alles heeft grote waarde, lichamelijk, psychisch en ook geestelijk. Maar zonder de juiste begeleiding en juiste motieven kunnen sommige technieken heel riskant zijn.

De meest zuiverende invloed ontstaat door voor anderen te leven, en altruïsme tot de grondslag van het leven te maken. Daarmee gepaard gaat het zoeken naar de eigen dharma – zowel de algemene reden voor het eigen bestaan als de meest voor de hand liggende plicht op ieder gegeven moment. De eigen dharma verrichten kan een voortdurende meditatie worden. Onze groei als mens hangt uiteindelijk af van het onopvallend volbrengen van de taken in het dagelijks leven, het beheersen en verbeteren van ons karakter en de manier waarop we met anderen omgaan. Verschillende bewustzijnstoestanden zullen zich na verloop van tijd op een natuurlijke manier voordoen.

We kunnen gemakkelijk gevangen raken in de schone schijn en de dramatiek van andere geestestoestanden, als doel op zich en ook als middel tot het verkrijgen van persoonlijke vermogens en materieel of geestelijk succes. Als we kunnen inzien dat het bereiken van die toestanden op zichzelf geen teken is van innerlijke groei en vooruitgang – dat we om werkelijk menselijk en tenslotte goddelijk te worden het pad van mededogen moeten gaan, dat we ons bewustzijn moeten concentreren op de meer universele aspecten van onszelf, en het alledaagse ego tot onze dienaar in plaats van onze meester moeten maken – dan kan de komst van deze traditionele technieken in het moderne westerse leven een terugkeer inluiden van de meer spirituele en wereldomvattende sfeer van de ware mysteriën, die centra van geestelijke liefde en menselijk medeleven die de beschavingen van vroegere tijden zo heilzaam hebben beïnvloed en die nog steeds de ware zoekers naar de geestelijke werkelijkheid blijven stimuleren en aanmoedigen.

 

Noten

  1. Zie G. de Purucker, De esoterische traditie; Grace F. Knoche, The Mystery-Schools; en ‘Een Groot Licht, een kracht ten goede’, W.T.S. Thackara, Sunrise, febr. 1979, blz. 69-79.
  2. Carl A.P. Ruck in The Road to Eleusis: Unveiling the Secret of the Mysteries, 1978, blz. 37.
  3. De mahatma brieven aan A.P. Sinnett, samengesteld door A.Trevor Barker, blz. 405-6.
  4. De gebruiker van soma blijft met zijn uiterlijke lichaam verbonden en toch staat hij er in zijn geestelijke vorm los van. Deze laatste zweeft, bevrijd van het eerstgenoemde, tijdelijk in de etherische hogere gebieden en wordt feitelijk ‘als één van de goden’; toch bewaart hij in zijn stoffelijke brein de herinnering aan wat hij ziet en leert. Soma is eenvoudig de vrucht van de Boom van Kennis die door de jaloerse Elohim aan Adam en Eva of Yah-ve werd verboden, ‘opdat de mens niet als een van ons zou worden’. – HPB.
  5. Vgl. Dr. Stanislav Grof, The Adventure of Self-Discovery, blz. 269.
  6. Grof, Adventure, blz. 10.
  7. Charles Musès, ‘The Secret Plant of Ancient Egypt’, Gateway to Inner Space, blz. 148.
  8. Ruck in The Road to Eleusis, blz. 37.
 
Andere artikelen over: Occultisme, meditatie, yoga, gebed, paranormale vermogens
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1994 en jan/feb 1995

© 1994 Theosophical University Press Agency