De uitdaging mens te zijn
Grace F. Knoche

 

‘De wereld weerspiegelt zich in een dauwdruppel’ – inderdaad is, zoals Emerson opmerkt, het grote bevat in het kleine, want het heelal en ieder deeltje ervan is gevormd uit ‘één verborgen materie’. Dit jaar is het thema van ons speciale nummer de zeven facetten van onze natuur, van het goddelijke tot het stoffelijke, en hoe ons samengestelde wezen in verband staat met die universele gebeurtenissen van geboorte, dood en wedergeboorte, die alle belichaamde wezens ondergaan. H.P Blavatsky introduceerde in haar meesterwerk De Geheime Leer de zevenvoudige indeling van de aarde, het zonnestelsel en de mens. Men heeft haar eens gevraagd waarom die leer ons zo lang is onthouden: wat voor schade zou de kennis van de zevenvoudige planeetketen kunnen aanrichten? Ze gaf daarop het volgende commentaar:

     Het gevaar was, dat leringen zoals die van de planeetketen of de zeven rassen direct een sleutel geven tot de zevenvoudige natuur van de mens, want ieder beginsel staat in verband met een gebied, een planeet en een ras, en de menselijke beginselen staan op elk gebied in verband met zevenvoudige occulte krachten – waarvan die van de hogere gebieden een geweldige energie bezitten. Zo geeft iedere zevenvoudige verdeling direct een sleutel tot geweldige occulte krachten, waarvan het misbruik onberekenbaar kwaad voor de mensheid zou veroorzaken . . . .
     De documenten waren verborgen, dat is waar, maar van de kennis zelf en van het werkelijke bestaan daarvan werd nooit een geheim gemaakt door de hiërofanten van de tempel, waarin MYSTERIËN altijd als een leerschool dienden en een aansporing tot deugd vormden. – 1:19

     Blavatsky zei niets nieuws; het denkbeeld van vijf, zeven, negen, tien of zelfs twaalf aardbollen of zonnen werd in de oudheid door veel volken overgeleverd in de vorm van mythen of allegorieën. Met het binnengaan in Aquarius van de zon en de daarmee gepaard gaande verandering van zodiakale invloeden op de aarde, was de cyclus rijp om duidelijk en zonder sterk gesluierde beeldspraak uiteen te zetten hoe de zeven beginselen van de mens samenhangen met de zeven grote rassen (wij zijn in het vijfde) en met de zevenvoudige planeet- en zonneketens van respectievelijk de aarde en de zon. Er lag de uitnodiging aan iedere geïnteresseerde in besloten om alle geestelijke, astrologische en andere aspecten te onderzoeken – de niet uitgesproken hoop daarbij was dat dit uiteindelijk zou bijdragen aan het welzijn van de mensheid. Het eindresultaat kunnen we niet weten want we zijn nog maar halverwege. Blavatsky’s herformulering van de universele wijsheidsreligie heeft ongetwijfeld tal van bijproducten opgeleverd die van gemengde kwaliteit waren, en nog zijn. Aan de andere kant kan niet worden ontkend dat het gedachtenbewustzijn van de mensheid een morele en spirituele injectie heeft gekregen, waarvan wij allemaal of we het willen of niet de vruchten plukken. Het is niet langer nodig dat iemand, die bereid is zelfstandig na te denken en acht te slaan op de influisteringen van de intuïtie, zich verplicht zou voelen de menselijk/goddelijke creativiteit in het nauwe keurslijf te persen van een dogmatische religie of een materialistische wetenschap.
     Al meer dan honderd jaar zijn vele duizenden lezers van Blavatsky’s geschriften haar intens dankbaar voor deze veel ruimere visie op wie en wat we zijn en het kosmische perspectief waarin wij worden geplaatst – een perspectief waarin verscheidene rijken of families van monaden vanaf de meest etherische bol afdaalden in stoffelijke sferen tot de vierde en meest stoffelijke, onze tegenwoordige aarde, werd bereikt. De omlaag gerichte drang van alle entiteiten, waaronder onze menselijke levensgolf, naar steeds stoffelijker gebieden, maakte daarna plaats voor de aantrekkingskracht van de geest. Na op de lange boog van de evolutie met succes het beslissende nadir of laagste punt te zijn gepasseerd, waar de neerwaartse en opwaartse krachten (stof en geest) gelijk zijn geworden, zijn we aan de langzame, glorieuze, maar vaak pijnlijke tocht langs de spiraal omhoog begonnen. Op den duur zullen we onze ingeboren geestelijke talenten actief tot uitdrukking brengen en ons ook belichamen op de drie onzichtbare en meer etherische bollen van Gaia, tot ons mensenrijk of onze levensgolf alles zal hebben ervaren wat op de volledige zevenvoudige keten van de planeet aarde gekend kan worden.
     Een dramatische gebeurtenis met een uitzonderlijke draagwijdte vond plaats tijdens ons derde grote ras (zoals gezegd zijn wij in het vijfde). In de tot dan toe niet-zelfbewuste mensheid werd het zelfbewustzijn geactiveerd, waardoor we werden begiftigd met denkkracht en het vermogen menselijke en kosmische keuzen te maken – een algemeen voorkomend thema dat we in verschillende vormen steeds weer in de mondelinge en schriftelijke overleveringen van elk volk aantreffen. En hoe hebben we bij kleine en grote kwesties in ons leven gekozen: met wijsheid en voor het welzijn van het geheel – of het tegengestelde? Of kozen we, opzettelijk of uit laksheid, helemaal niet? Als mensheid hebben we nog een lange weg te gaan; maar ondanks onze vele vroegere en tegenwoordige blunders kunnen we niet voorbijgaan aan ons voorouderlijk erfdeel, ons aandeel in de opbouw en bloei van grote beschavingen in vroeger tijden, toen we ongetwijfeld zowel bedachtzame en zorgzame als dwaze en zelfzuchtige keuzen hebben gedaan. Bovendien werkt niets zo bevrijdend voor de geest van de mens als het besef dat er geen rechtvaardiging is voor een tussenkomst van priester, meester, god of goden tussen degene die naar het hogere streeft en zijn innerlijke god, zijn hoger zelf. Deze is onze geestelijke metgezel, die klaar staat ons inspiratie en leiding te geven als we ons tot hem wenden.
     Al lijkt het tegendeel het geval, nu een groot deel van de mensheid onder enorme problemen gebukt gaat, toch wordt er op veel fronten vooruitgang geboekt. Maar kennis is macht en macht vereist verantwoordelijkheid ten aanzien van onze motieven, gedachten en daden, en de absolute noodzaak van morele onkreukbaarheid: nooit willens en wetens keuzen doen die anderen, minder goed voorbereid, op gevaarlijke wegen zouden kunnen brengen. Want er zijn altijd onbezonnen lieden die zo gefascineerd zijn door de mogelijkheid dat ze occulte verbanden ontdekken tussen planetaire en solaire invloeden en onze lichaamsorganen en chakra’s, dat ze in hun onwetendheid het natuurlijke evenwicht en de beschermende stroom van de levenskrachten kunnen verstoren die het lichaam gezond houden. Daarmee stellen zij zich tenminste tijdelijk bloot aan het binnendringen in hun eigen psychische ruimte van entiteiten uit de laagste gebieden van de astrale wereld – iets wat te allen tijde moet worden vermeden.
     Waarom zou het een uitdaging betekenen mens te zijn als het wellicht even natuurlijk is als ademhalen? De aarde, de zon en de planeten, en het heelal zelf, weerspiegelen orde, harmonie en doelgerichtheid; de bergen en rivieren, planten en dieren, bereiken als we die niet verstoren, eveneens hun respectieve bestemming, in overeenstemming met de ritmen van de natuur. Zou het kunnen dat het verbazingwekkende vermogen van het denken, van zelfbespiegeling, zowel schurk als redder is? Met zijn onbeperkte creatieve mogelijkheden is het denkvermogen tweezijdig: veredelend en barmhartig wanneer het wordt aangetrokken tot het geestelijk/intuïtieve deel van ons, klein en laag wanneer het wordt neergehaald naar het niveau van alleen maar begeerte.
     Omdat er bipolariteit is sinds de eerste trilling van het universele bestaan, toen licht de onmetelijke zee van duisternis doorbrak en ‘de morgensterren samen zongen’, is het geen wonder dat in het mensenrijk een onafgebroken strijd van doelstellingen en wilsuitingen een noodzakelijke bijkomstige factor in het groeiproces schijnt te zijn. Als een ruimere visie op onze toekomstige bestemming tot onze verbeelding zou kunnen spreken, zou dat de mensheid opnieuw met hoop bezielen en mannen en vrouwen moed en hernieuwde kracht schenken. Als mens staan we voor de eeuwigdurende uitdaging te moeten kiezen. Door karma te maken en de gevolgen daarvan te oogsten, leren we op den duur onze mogelijkheden volledig tot uitdrukking te brengen en worden we uiteindelijk zelfbewuste instrumenten van aardse en kosmische harmonie.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1994

© 1994 Theosophical University Press Agency