Het helpende hart
Rune Goop

 

Van alle problemen in de wereld – oorlog, hongersnood, armoede, geweld, wanhoop – zijn wellicht de meest hartverscheurende die waarbij miljoenen mensen zijn betrokken die in vervallen, door misdaad geregeerde achterbuurten leven, waar toekomstige generaties hun tijd en energie verdoen in een ontwikkelingsvacuüm. Wat is de oorzaak van al die ellende? Zijn het de hoge geboortecijfers, de werkloosheid, het gebrek aan initiatief en geld? Ja, inderdaad; maar wat zijn de oorzaken van deze oorzaken? Geboren worden op een verkeerde plaats op het verkeerde moment? Ja, maar de wortel ligt ergens anders.
     Het algemene gebrek aan een ruimer perspectief op ons individuele leven is een belangrijke factor. Volgens het overheersende Cartesiaanse beeld van de wetenschap is de wereld een mechanisme – zonder ziel, zonder betekenis. Eerder gedomineerd door zintuiglijke waarnemingen dan door intuïties, toont het een wereld die in stoffelijke zin werkelijk, maar geestelijk onwerkelijk is. Dit individuele gebrek aan visie leidt ertoe dat hele naties een waardig, voor de ziel inspirerend doel missen. Hoe anders is het onszelf te zien als mensen met een opdracht, als dansers, als genezers, als dienaren in een wereld die volgens de eeuwige filosofie helemaal wordt beheerst door spirituele krachten, waaronder karma en reïncarnatie. Bepaalde feiten hebben hun plaats, maar we hebben geen feiten nodig om wijs en liefdevol te zijn.
     Ook al wil iedereen graag in een betere wereld leven, streven maar weinigen naar volmaaktheid en nog minder mensen zijn zich bewust van de ontzaglijke betekenis van dat streven, zowel collectief als individueel. Volmaaktheid wordt ons niet geschonken, ze wordt verworven. Het vergaren van bezittingen en welstand uit bronnen buiten ons, maakt van ons geen betere mensen. Wat doet dat wel? Onszelf ontdoen van alles wat vergankelijk is, terugkeren naar het essentiële – het tot een minimum reduceren van wat niet past bij ons hoogste doel. Een vriend schreef onlangs:

Laten we ons niet zozeer afvragen ‘wat kunnen we doen?’, danwel nadenken en dan doen wat we kunnen doen. We staan niet met lege handen. We hebben genoeg inzicht, begrip, liefde, uithoudingsvermogen en energie om een handreiking te bieden, te helpen waar we nodig zijn. We kunnen een ommekeer teweegbrengen!
     Onze individuele en collectieve verantwoordelijkheid is nooit eerder zo duidelijk geweest, zo groot en zo tastbaar noodzakelijk op ieder gebied van de samenleving als nu. We kunnen bijdragen tot een ommekeer in iemands leven: van wanhoop naar hoop, van drugsverslaving naar onthouding, van depressie naar de erkenning van de ingeboren waardigheid van de mens. Miljoenen mensen verlangen naar zo’n verandering.

     Als we onze bijdrage niet leveren, betekent dit, dat we onze jongeren, leraren en toekomstige mensheden tekortdoen. Als we de bron van schoonheid, kracht, wijsheid, mededogen en liefde niet voeden – wie zal het dan wel doen?
     Laat de hulp beginnen! Nú! En laat die beginnen met mijzelf!

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1995

© 1995 Theosophical University Press Agency