Dat werelden (ook rassen) periodiek
afwisselend door vuur (vulkanen en aardbevingen) en water worden vernietigd
en hernieuwd, is een leer zo oud als de mens. Manu, Hermes, de Chaldeeën,
de hele oudheid geloofde erin. Al twee keer is het oppervlak van de
aarde veranderd door vuur, en twee keer door water, sinds de mens
erop verscheen . . . Daaruit vloeit een periodieke herverdeling van
land en water, verandering van klimaten, enz. voort, die alle worden
teweeggebracht door geologische omwentelingen en tenslotte eindigen
in een verandering van de aardas.
– H.P. Blavatsky, De
geheime leer 2:825
Er zijn veel mysteries verbonden aan de evolutie van het
leven op Gaia, onze aarde. Deze levende planeet is geëvolueerd
via belangrijke transformaties die ernstige gevolgen voor haar natuurrijken
teweegbrachten: de meeste belangrijke soorten die vroeg in de evolutie
van de aarde optraden, zijn verdwenen, vaak massaal uitgestorven. Catastrofes
kunnen worden waargenomen aan de hand van hun fossiele overblijfselen
en we zien heel wat discontinuïteiten, hetzij als gevolg van grote
rampen die het uitsterven verhaastten of eenvoudig door de afwezigheid
van fossielen. Een verrassend verschijnsel is dat na zo’n discontinuïteit
vaak een explosieve ontwikkeling optreedt van uiteenlopende nieuwe soorten
van onbekende oorsprong. Er zijn geen echte tussenvormen van de ene
hoofdgroep naar een andere ontdekt en de continuïteit van levensvormen
wordt wellicht ook nooit gevonden. De fossiele overblijfselen kunnen
ons niet de oorzaken van de evolutie, of van haar continuïteit
of doel verschaffen, gezien de omvang en aard van Gaia’s catastrofen
en ook omdat de oorsprong ervan niet in het stoffelijke is te vinden.
Waar bevindt zich dan de continuïteit in de aardse
evolutie? De ‘ontbrekende schakel’ in het evolutieproces
is het bewustzijn, dat goddelijke vitale intelligente mysterie van het
leven. De oorzakelijke krachten van het bewustzijn openbaren zich als
veranderingen in de natuur – grote krachten, afkomstig uit onzichtbare
gebieden, breken plotseling door in de omstandigheden van de fysieke
materie. De vernietiging die daaruit voortvloeit, gevolgd door regeneratie
middels nieuwe scheppende energieën, maakt deel uit van een zinvolle
ontwikkeling van wezens naar volmaaktheid. Geologische perioden die
miljoenen jaren onveranderd blijven maken een langdurige evolutie van
soorten mogelijk, maar daarna veroorzaken dramatische veranderingen
wellicht een snelle ondergang, zoals in het geval van de dinosaurussen.
In het zich ontvouwende plan van de natuur, vloeien essentiële
uiterlijke veranderingen voort uit de innerlijke krachten van het bewustzijn.
De stadia van het leven zijn natuurlijke toestanden van onevenwichtigheid
die door het leven worden teweeggebracht in het proces van eeuwige wording.
Geboorte is een rudimentair trauma, wat overgaat in adolescentie en
volwassenheid, die beide even traumatisch zijn als de ouderdom en de
dood. De dood leidt tot de meest grootse catastrofale overgang van stoffelijke
in etherische vormen, en dat geldt zowel bij werelden, heelallen, de
grote rassen van de mensheid als bij individuen. De ziel mag dan haar
rustperiode hebben voordat een nieuwe geboorte plaatsvindt, maar de
goddelijke essentie stroomt zonder onderbreking voort door ontelbare
belichamingen.
De wereldmythologieën behandelen de oorsprong, evolutie
en vernietiging van werelden en universa. Ze beschouwen bewustzijn als
de oorzakelijke kracht achter de vernietigende en scheppende activiteiten
van de natuur en zien alle dingen als levende wezens, godheden, de vele
vonken van het ene kosmische leven. Bij de hindoes bijvoorbeeld is de
god Vishnu de goddelijke geest, de oorsprong en instandhouder van leven,
en ook de schepper (Brahma) en vernietiger-vernieuwer (Siva). Deze drie-eenheid
vertegenwoordigt in essentie de daadwerkelijke processen van het bewustzijn
dat zijn vormen vernieuwt en verandert in overeenstemming met nieuwe
innerlijke impulsen.
We kunnen beweging in haar hoogste kosmische
betekenis zien als de gewoonten van de goden. Deze gewoonten, die de
basis vormen van alle cyclische patronen van elk wezen, kunnen worden
vergeleken met de automatische verrichtingen van ons lichaam, maar dan
op transcendentale, hogere gebieden. Langs dezelfde lijnen kan karma
als de goddelijke harmonie van het ene absolute bewustzijn worden gezien.
Er is een voortdurende eb en vloed van diverse activiteiten van leven,
van kosmisch tot menselijk, die spiraalsgewijs paden van cyclische ontvouwing
volgen wanneer wezens het materiële bestaan binnengaan en weer
verlaten. Vernietiging en vernieuwing zijn essentieel voor vooruitgang
omdat ze een cruciale overgang betekenen naar hogere niveaus.
We zouden de vraag kunnen stellen wat de goden te maken
hebben met de zondvloeden of rampen die de wereldomvattende veranderingen
op Gaia en de evolutie van de mensheid teweegbrengen? Het antwoord van
de oude wijsheid zou zijn: alles! Zij zijn de bezielende wijsheid achter
deze karmische aanpassingen en volgen de inherente, universele cyclische
ritmen van het kosmisch bewustzijn. Deze eeuwige cyclussen van het leven
zijn verbonden met patronen van vroegere activiteit en er zijn net zoveel
soorten cyclussen die verband houden met Gaia als er zijn in verband
met onszelf.
Eén essentiële evolutiecyclus heeft betrekking
op de veranderingen in de eigenschappen van het bewustzijn en de fysieke
eigenschappen van de stof. Er is sprake van een dalende boog van de
geest, welke zich onderdompelt in een zee van vitaliteit en materie,
via steeds stoffelijker vormen. Het keerpunt wordt bereikt bij een tijdelijk
evenwicht tussen geest en stof, gevolgd door een opklimming van het
bewustzijn en een vergeestelijking van de stof. De essentie van de goden
is gediffundeerd door de enorme collectieve evolutie van de natuurrijken
als levensgolven die herhaaldelijk deze fundamentele cyclus volgen.
De monadische entiteiten moeten de juiste voertuigen scheppen waarin
zij ervaringen kunnen opdoen tijdens deze dalende boog. Na de boog van
de geest, die op het meest stoffelijke punt volgt, te hebben bereikt,
wordt de stof getransformeerd en ontvouwt zich het innerlijk bewustzijn,
en dit toont zich steeds duidelijker.
Wanneer we deze cyclus op de aarde toepassen, zien we
dat Gaia eerst etherisch, astraal en gasachtig was. Bij haar afdaling
in de stof werd zij hard en rotsig. In de vroege astrale toestand gedroegen
krachten en substanties zich heel anders dan onder de huidige fysieke
omstandigheden. De eigenschappen van de stof en het bewustzijn bevonden
zich toen in een andere dynamische fase. In het begin van deze actieve
periode of ronde traden de levenszaden uit een latente toestand tevoorschijn.
In zo’n periode differentieerden de relatief astrale dieren snel
en toonden veel complexe vormveranderingen, en hierdoor ontstonden nieuwe
soorten. Deze verstoffelijkten en werden de belangrijke planten- en
dierenfamilies die we nu kennen. Het verbazingwekkende proces van het
ontstaan van nieuwe soorten, laat staan van families, klassen of orden,
wordt in de tegenwoordige periode niet meer waargenomen. En de continuïteit,
zelfs in de plastische vormen, en de snelle veranderingen van vroege
prototypen in moderne soorten zal nooit in steen worden gevonden, al
herkent men die wel in het ordelijke proces van de ontwikkeling van
dierlijke en menselijke embryo’s.1
Hoewel de fossiele overblijfselen belangrijke veranderingen
vertonen vanaf de eerste prototypen tot de tegenwoordige, kunnen de
gespecialiseerde fysieke lichamen verloren zijn gegaan, maar een innerlijke
herinnering blijft in elk monadisch centrum achter. Deze bewustzijnscentra
verhuizen naar nieuwe soorten of groepen om te leren andere typen van
intelligentie en eigenschappen tot uitdrukking te brengen. De evolutie
van de natuurrijken uit het verleden blijft ook voortbestaan als deel
van het collectieve geheugen van Gaia’s hogere bewustzijn.
Sinds de tijd dat achttien miljoen jaar geleden het zelfbewustzijn
in de mensheid ontwaakte, is de aarde radicaal veranderd. Grote wereldomvattende
veranderingen van landmassa’s, oceanen en van alle levensvormen
worden in de mythologieën van de wereld vermeld. Eén legende,
gebaseerd op zulke gebeurtenissen, betreft de vernietiging van Atlantis.
Het is onvermijdelijk dat Gaia reageert op de gedachten en andere uitingen
van de mensheid en de verschillende rijken van de natuur die de neiging
hebben tot cumulatie te komen en spanningen en onevenwichtigheden creëren
die een uitweg zoeken. De spirituele krachten van Gaia reageren op innerlijke
niveaus van bestaan en resulteren in enorme elementale veranderingen
– een zuivering van haar uiterlijk lichaam. Nieuwe continenten
worden geboren uit oude die tevoorschijn komen na een rustperiode op
de bodem van de oceaan. Oceanen veranderen van plaats en voorzien in
een nieuw begin voor water en land en dientengevolge voor planten en
dieren. We kennen de explosieve kracht van vulkanen, de krachten van
de storm en de wind, grote vloedgolven, overstromingen, droogten, plotselinge
vorst en verijzing, enzovoort. We kennen ook ziekten, hongersnood of
steriliteit die op hele volkeren een drastische uitwerking hebben.
Er is in het metabolisme van het heelal zowel als dat
van Gaia een voortdurend samenspel van tegengestelde krachten van bewustzijn,
sommige verbonden met de stof, andere als middelaars van de geest. Vanuit
deze vermenging en spanning is er een algemene beweging naar vervolmaking.
Esoterische verhandelingen geven vaak het voorbijgaan van grootse cyclussen
en grote veranderingen weer in astronomische termen die verband houden
met de beweging van de planeet en de dierenriem. De schuine stand van
Gaia’s as en haar omwentelingssnelheid kunnen, net als het kloppen
van een hart, regelmatig zijn, maar ook variëren, wat op een bepaalde
tijd tot buitengewone schommelingen kan leiden. Oude optekeningen zeggen
dat in zulke perioden de aarde helt en schommelt. Deze storingen zijn
een deel van de vernieuwing van het leven en sluiten aan bij de menselijke
cycli of yuga’s; de grootste rampen vinden plaats tijdens de kaliyuga’s.
De mensheid heeft al verscheidene wereldomvattende karmische
vereffeningen meegemaakt in het midden van de vorige, derde en vierde
wortelrassen. Ondanks dit alles werden bij wereld-branden en -overstromingen
bepaalde vertegenwoordigers van de mensheid, van dieren en planten door
de Noachs of Vaivasvata-manu’s gered. Noach is een algemene term
voor vele hiërarchieën van wezens die verband houden met het
innerlijk leven van de mensheid en van Gaia. H.P.Blavatsky noemt Noach
‘de zevenvoudige menigte van de Elohim en is dus de vader of schepper
(de instandhouder) van al het dierlijke leven’ (De geheime
leer 2:681). Zulke personen vertegenwoordigen ook de spirituele,
meedogende beschermers en wijzen van wie gezegd wordt dat ze, na grote
wereldomvattende catastrofes, de nieuwe mensheden veilig naar nieuwe
landen hebben geleid. Het huidige vijfde wortelras bijvoorbeeld, verplaatste
zich naar de oprijzende landmassa’s van Centraal-Azië vóór
de grote vernietiging van zijn voorganger, het vierde of Atlantische
wortelras.
Als we Genesis uit de bijbel en andere, nog oudere verhalen
beschouwen, zien we de onderlinge samenhang tussen de mensheid, Gaia,
de zeven zonnegoden of Elohim en de vele Noachs. De goden spelen een
collectieve rol als het goddelijke bewustzijn, de onpersoonlijke karmische
middelaar die de harmonie instandhoudt en de groeipatronen in gang zet.
Onze mensheid en de natuurrijken als deel van Gaia, worden instandgehouden
en in de ark, de zonneboot of het zonneëi beschermd door de intelligente
leiding van de goden die haar spirituele hart vormen. Wereldwijd spreken
de mythen van goden die levenszaden uitwerpen in een nieuwe cyclus en
helpen bij hun groei en evolutionaire vormen. Zij worden de natuurrijken
en doordringen alle wezens met een deel van hun zevenvoudige bewustzijn.
Er is altijd sprake van goden als bewakers van het leven of herstellers
van karmisch evenwicht. De titanen en kabiri van Griekenland en Azië,
de hindoese prajapati’s, pitri’s en manu’s en de Hebreeuwse
Elohim vertegenwoordigen hetzelfde universele denkbeeld van bouwers
en architecten van werelden: de stamvaders van de mensheid en de lagere
rijken die hen begeleiden en beschermen van het begin tot het einde
gedurende enorme cyclussen. Het is dus van binnenuit naar buiten dat
het goddelijk bewustzijn de hemelen en de aarde regeert.
Noot
- Omdat bij de mens de embryonale stadia het hele spectrum
van vormen, waaronder de planten- en dierenrijken, vertegenwoordigen,
behoort de mens thuis in het scheppingsproces. De oude tradities noemen
de mensheid het oudste rijk, dat een belangrijke rol speelde in de
ontwikkeling van de biologische vormen van de lagere rijken. In dit
opzicht wordt de mensheid ook gezien als een ‘Noach’ en
een ‘Ark’ van een minder belangrijk type, samen met de
goden.