Bewustzijn: de oorzaak van dynamische verandering in de evolutie
John Van Mater, jr.

 

Dat werelden (ook rassen) periodiek afwisselend door vuur (vulkanen en aardbevingen) en water worden vernietigd en hernieuwd, is een leer zo oud als de mens. Manu, Hermes, de Chaldeeën, de hele oudheid geloofde erin. Al twee keer is het oppervlak van de aarde veranderd door vuur, en twee keer door water, sinds de mens erop verscheen . . . Daaruit vloeit een periodieke herverdeling van land en water, verandering van klimaten, enz. voort, die alle worden teweeggebracht door geologische omwentelingen en tenslotte eindigen in een verandering van de aardas.
      – H.P. Blavatsky, De geheime leer 2:825

Er zijn veel mysteries verbonden aan de evolutie van het leven op Gaia, onze aarde. Deze levende planeet is geëvolueerd via belangrijke transformaties die ernstige gevolgen voor haar natuurrijken teweegbrachten: de meeste belangrijke soorten die vroeg in de evolutie van de aarde optraden, zijn verdwenen, vaak massaal uitgestorven. Catastrofes kunnen worden waargenomen aan de hand van hun fossiele overblijfselen en we zien heel wat discontinuïteiten, hetzij als gevolg van grote rampen die het uitsterven verhaastten of eenvoudig door de afwezigheid van fossielen. Een verrassend verschijnsel is dat na zo’n discontinuïteit vaak een explosieve ontwikkeling optreedt van uiteenlopende nieuwe soorten van onbekende oorsprong. Er zijn geen echte tussenvormen van de ene hoofdgroep naar een andere ontdekt en de continuïteit van levensvormen wordt wellicht ook nooit gevonden. De fossiele overblijfselen kunnen ons niet de oorzaken van de evolutie, of van haar continuïteit of doel verschaffen, gezien de omvang en aard van Gaia’s catastrofen en ook omdat de oorsprong ervan niet in het stoffelijke is te vinden.

Waar bevindt zich dan de continuïteit in de aardse evolutie? De ‘ontbrekende schakel’ in het evolutieproces is het bewustzijn, dat goddelijke vitale intelligente mysterie van het leven. De oorzakelijke krachten van het bewustzijn openbaren zich als veranderingen in de natuur – grote krachten, afkomstig uit onzichtbare gebieden, breken plotseling door in de omstandigheden van de fysieke materie. De vernietiging die daaruit voortvloeit, gevolgd door regeneratie middels nieuwe scheppende energieën, maakt deel uit van een zinvolle ontwikkeling van wezens naar volmaaktheid. Geologische perioden die miljoenen jaren onveranderd blijven maken een langdurige evolutie van soorten mogelijk, maar daarna veroorzaken dramatische veranderingen wellicht een snelle ondergang, zoals in het geval van de dinosaurussen.

In het zich ontvouwende plan van de natuur, vloeien essentiële uiterlijke veranderingen voort uit de innerlijke krachten van het bewustzijn. De stadia van het leven zijn natuurlijke toestanden van onevenwichtigheid die door het leven worden teweeggebracht in het proces van eeuwige wording. Geboorte is een rudimentair trauma, wat overgaat in adolescentie en volwassenheid, die beide even traumatisch zijn als de ouderdom en de dood. De dood leidt tot de meest grootse catastrofale overgang van stoffelijke in etherische vormen, en dat geldt zowel bij werelden, heelallen, de grote rassen van de mensheid als bij individuen. De ziel mag dan haar rustperiode hebben voordat een nieuwe geboorte plaatsvindt, maar de goddelijke essentie stroomt zonder onderbreking voort door ontelbare belichamingen.

De wereldmythologieën behandelen de oorsprong, evolutie en vernietiging van werelden en universa. Ze beschouwen bewustzijn als de oorzakelijke kracht achter de vernietigende en scheppende activiteiten van de natuur en zien alle dingen als levende wezens, godheden, de vele vonken van het ene kosmische leven. Bij de hindoes bijvoorbeeld is de god Vishnu de goddelijke geest, de oorsprong en instandhouder van leven, en ook de schepper (Brahma) en vernietiger-vernieuwer (Siva). Deze drie-eenheid vertegenwoordigt in essentie de daadwerkelijke processen van het bewustzijn dat zijn vormen vernieuwt en verandert in overeenstemming met nieuwe innerlijke impulsen.

We kunnen beweging in haar hoogste kosmische betekenis zien als de gewoonten van de goden. Deze gewoonten, die de basis vormen van alle cyclische patronen van elk wezen, kunnen worden vergeleken met de automatische verrichtingen van ons lichaam, maar dan op transcendentale, hogere gebieden. Langs dezelfde lijnen kan karma als de goddelijke harmonie van het ene absolute bewustzijn worden gezien. Er is een voortdurende eb en vloed van diverse activiteiten van leven, van kosmisch tot menselijk, die spiraalsgewijs paden van cyclische ontvouwing volgen wanneer wezens het materiële bestaan binnengaan en weer verlaten. Vernietiging en vernieuwing zijn essentieel voor vooruitgang omdat ze een cruciale overgang betekenen naar hogere niveaus.

We zouden de vraag kunnen stellen wat de goden te maken hebben met de zondvloeden of rampen die de wereldomvattende veranderingen op Gaia en de evolutie van de mensheid teweegbrengen? Het antwoord van de oude wijsheid zou zijn: alles! Zij zijn de bezielende wijsheid achter deze karmische aanpassingen en volgen de inherente, universele cyclische ritmen van het kosmisch bewustzijn. Deze eeuwige cyclussen van het leven zijn verbonden met patronen van vroegere activiteit en er zijn net zoveel soorten cyclussen die verband houden met Gaia als er zijn in verband met onszelf.

Eén essentiële evolutiecyclus heeft betrekking op de veranderingen in de eigenschappen van het bewustzijn en de fysieke eigenschappen van de stof. Er is sprake van een dalende boog van de geest, welke zich onderdompelt in een zee van vitaliteit en materie, via steeds stoffelijker vormen. Het keerpunt wordt bereikt bij een tijdelijk evenwicht tussen geest en stof, gevolgd door een opklimming van het bewustzijn en een vergeestelijking van de stof. De essentie van de goden is gediffundeerd door de enorme collectieve evolutie van de natuurrijken als levensgolven die herhaaldelijk deze fundamentele cyclus volgen. De monadische entiteiten moeten de juiste voertuigen scheppen waarin zij ervaringen kunnen opdoen tijdens deze dalende boog. Na de boog van de geest, die op het meest stoffelijke punt volgt, te hebben bereikt, wordt de stof getransformeerd en ontvouwt zich het innerlijk bewustzijn, en dit toont zich steeds duidelijker.

Wanneer we deze cyclus op de aarde toepassen, zien we dat Gaia eerst etherisch, astraal en gasachtig was. Bij haar afdaling in de stof werd zij hard en rotsig. In de vroege astrale toestand gedroegen krachten en substanties zich heel anders dan onder de huidige fysieke omstandigheden. De eigenschappen van de stof en het bewustzijn bevonden zich toen in een andere dynamische fase. In het begin van deze actieve periode of ronde traden de levenszaden uit een latente toestand tevoorschijn. In zo’n periode differentieerden de relatief astrale dieren snel en toonden veel complexe vormveranderingen, en hierdoor ontstonden nieuwe soorten. Deze verstoffelijkten en werden de belangrijke planten- en dierenfamilies die we nu kennen. Het verbazingwekkende proces van het ontstaan van nieuwe soorten, laat staan van families, klassen of orden, wordt in de tegenwoordige periode niet meer waargenomen. En de continuïteit, zelfs in de plastische vormen, en de snelle veranderingen van vroege prototypen in moderne soorten zal nooit in steen worden gevonden, al herkent men die wel in het ordelijke proces van de ontwikkeling van dierlijke en menselijke embryo’s.1

Hoewel de fossiele overblijfselen belangrijke veranderingen vertonen vanaf de eerste prototypen tot de tegenwoordige, kunnen de gespecialiseerde fysieke lichamen verloren zijn gegaan, maar een innerlijke herinnering blijft in elk monadisch centrum achter. Deze bewustzijnscentra verhuizen naar nieuwe soorten of groepen om te leren andere typen van intelligentie en eigenschappen tot uitdrukking te brengen. De evolutie van de natuurrijken uit het verleden blijft ook voortbestaan als deel van het collectieve geheugen van Gaia’s hogere bewustzijn.

Sinds de tijd dat achttien miljoen jaar geleden het zelfbewustzijn in de mensheid ontwaakte, is de aarde radicaal veranderd. Grote wereldomvattende veranderingen van landmassa’s, oceanen en van alle levensvormen worden in de mythologieën van de wereld vermeld. Eén legende, gebaseerd op zulke gebeurtenissen, betreft de vernietiging van Atlantis. Het is onvermijdelijk dat Gaia reageert op de gedachten en andere uitingen van de mensheid en de verschillende rijken van de natuur die de neiging hebben tot cumulatie te komen en spanningen en onevenwichtigheden creëren die een uitweg zoeken. De spirituele krachten van Gaia reageren op innerlijke niveaus van bestaan en resulteren in enorme elementale veranderingen – een zuivering van haar uiterlijk lichaam. Nieuwe continenten worden geboren uit oude die tevoorschijn komen na een rustperiode op de bodem van de oceaan. Oceanen veranderen van plaats en voorzien in een nieuw begin voor water en land en dientengevolge voor planten en dieren. We kennen de explosieve kracht van vulkanen, de krachten van de storm en de wind, grote vloedgolven, overstromingen, droogten, plotselinge vorst en verijzing, enzovoort. We kennen ook ziekten, hongersnood of steriliteit die op hele volkeren een drastische uitwerking hebben.

Er is in het metabolisme van het heelal zowel als dat van Gaia een voortdurend samenspel van tegengestelde krachten van bewustzijn, sommige verbonden met de stof, andere als middelaars van de geest. Vanuit deze vermenging en spanning is er een algemene beweging naar vervolmaking. Esoterische verhandelingen geven vaak het voorbijgaan van grootse cyclussen en grote veranderingen weer in astronomische termen die verband houden met de beweging van de planeet en de dierenriem. De schuine stand van Gaia’s as en haar omwentelingssnelheid kunnen, net als het kloppen van een hart, regelmatig zijn, maar ook variëren, wat op een bepaalde tijd tot buitengewone schommelingen kan leiden. Oude optekeningen zeggen dat in zulke perioden de aarde helt en schommelt. Deze storingen zijn een deel van de vernieuwing van het leven en sluiten aan bij de menselijke cycli of yuga’s; de grootste rampen vinden plaats tijdens de kaliyuga’s.

De mensheid heeft al verscheidene wereldomvattende karmische vereffeningen meegemaakt in het midden van de vorige, derde en vierde wortelrassen. Ondanks dit alles werden bij wereld-branden en -overstromingen bepaalde vertegenwoordigers van de mensheid, van dieren en planten door de Noachs of Vaivasvata-manu’s gered. Noach is een algemene term voor vele hiërarchieën van wezens die verband houden met het innerlijk leven van de mensheid en van Gaia. H.P.Blavatsky noemt Noach ‘de zevenvoudige menigte van de Elohim en is dus de vader of schepper (de instandhouder) van al het dierlijke leven’ (De geheime leer 2:681). Zulke personen vertegenwoordigen ook de spirituele, meedogende beschermers en wijzen van wie gezegd wordt dat ze, na grote wereldomvattende catastrofes, de nieuwe mensheden veilig naar nieuwe landen hebben geleid. Het huidige vijfde wortelras bijvoorbeeld, verplaatste zich naar de oprijzende landmassa’s van Centraal-Azië vóór de grote vernietiging van zijn voorganger, het vierde of Atlantische wortelras.

Als we Genesis uit de bijbel en andere, nog oudere verhalen beschouwen, zien we de onderlinge samenhang tussen de mensheid, Gaia, de zeven zonnegoden of Elohim en de vele Noachs. De goden spelen een collectieve rol als het goddelijke bewustzijn, de onpersoonlijke karmische middelaar die de harmonie instandhoudt en de groeipatronen in gang zet. Onze mensheid en de natuurrijken als deel van Gaia, worden instandgehouden en in de ark, de zonneboot of het zonneëi beschermd door de intelligente leiding van de goden die haar spirituele hart vormen. Wereldwijd spreken de mythen van goden die levenszaden uitwerpen in een nieuwe cyclus en helpen bij hun groei en evolutionaire vormen. Zij worden de natuurrijken en doordringen alle wezens met een deel van hun zevenvoudige bewustzijn. Er is altijd sprake van goden als bewakers van het leven of herstellers van karmisch evenwicht. De titanen en kabiri van Griekenland en Azië, de hindoese prajapati’s, pitri’s en manu’s en de Hebreeuwse Elohim vertegenwoordigen hetzelfde universele denkbeeld van bouwers en architecten van werelden: de stamvaders van de mensheid en de lagere rijken die hen begeleiden en beschermen van het begin tot het einde gedurende enorme cyclussen. Het is dus van binnenuit naar buiten dat het goddelijk bewustzijn de hemelen en de aarde regeert.

 

Noot

  1. Omdat bij de mens de embryonale stadia het hele spectrum van vormen, waaronder de planten- en dierenrijken, vertegenwoordigen, behoort de mens thuis in het scheppingsproces. De oude tradities noemen de mensheid het oudste rijk, dat een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van de biologische vormen van de lagere rijken. In dit opzicht wordt de mensheid ook gezien als een ‘Noach’ en een ‘Ark’ van een minder belangrijk type, samen met de goden.
 
Andere artikelen over evolutie
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1995

© 1995 Theosophical University Press Agency