Het besef van onze seksuele identiteit is zo sterk dat
het geslacht een fundamenteel onderdeel van het menszijn lijkt. Toch
zegt de theosofische filosofie die ten grondslag ligt aan mythologieën
en religies over de wereld, dat de mensheid oorspronkelijk niet was
verdeeld in seksen. De bijbel bijvoorbeeld zegt dat de eerste menselijke
wezens als ‘man-en-vrouw’ werden geschapen – met andere
woorden als tweeslachtige wezens – en dat dit androgyne ras zich
later in twee seksen splitste, hetgeen gesymboliseerd wordt door Eva
die uit de zijde of ‘rib’ van Adam werd gevormd. Adam is
hier een verzamelwoord, zoals het Nederlandse woord Mens, en
duidt op ‘man’ in de zin van ‘mensheid’. Ook
Plato merkt in zijn Symposium op dat mensen, oorspronkelijk
eivormige androgynen, door Zeus in mannelijke en vrouwelijke helften
werden gescheiden ‘als met een haar die een ei in tweeën
deelt’ en sinds die tijd zoekt iedere helft de andere om zichzelf
te completeren.
Terwijl wetenschappers leven en bewustzijn als bijprodukten
van de stoffelijke evolutie beschouwen, stelt de theosofie dat het stoffelijke
lichaam de activiteit van onderliggende spirituele en psychomentale
krachten weerspiegelt. Alle wezens in het universum zijn levende, bewuste,
evoluerende wezens, niet de eindresultaten van willekeurige en puur
mechanische materiële processen. Volgens deze visie volgen de drang
tot evolutie en de richting van de ontwikkeling uit het innerlijk wezen
van iedere entiteit zelf. Bovendien voltrekt de evolutie zich in individuele
wezens die zich ontwikkelen door middel van een aeonenlang proces
van wederbelichaming, en niet door middel van de vormen van soorten
of klassen die zich op de één of andere wijze in elkaar
transformeren door een reeks van fysieke veranderingen.
De moderne theosofische literatuur ziet mensen als in
wezen seksloze bewustzijnscentra die zich tot uitdrukking brengen door
middel van materiële vormen, aangepast aan hun steeds groeiende
bewustzijn. De voortplantingsmethoden zijn sterk veranderd naarmate
de mensheid zich in heel verschillende lichaamsvormen openbaarde onder
sterk wisselende aardse omstandigheden. De vroege stadia van menselijke
evolutie op deze bol in deze planetaire cyclus1,
vormen een progressieve ontwikkeling over een periode van miljoenen
jaren: van etherische aseksuele wezens via meer materiële androgyne
wezens tot de huidige seksuele mensheid. De verschillende vormen van
voortplanting in de natuur zijn tenslotte variaties op één
enkel thema. Altijd scheidt een individu een deel van zichzelf af, dat
zich daarna zelfstandig ontwikkelt tot een gelijksoortig individu, of
dit nu gebeurt door deling, knopvorming, sporen, zaden, of eieren die
binnen dan wel buiten het lichaam worden uitgebroed. Eieren kunnen zelfbevruchtend
zijn (wanneer ze beide voortplantingselementen bevatten) of moeten van
buitenaf bevrucht worden (omdat ze maar één element bevatten).
In het laatste geval kan het tweede element door hetzelfde individu
worden bijgedragen (hermafroditisme), of door een ander (seksuele voortplanting).
Het menselijk lichaam is, als menselijk lichaam,
in zijn lange geschiedenis door al deze voortplantingsprocessen heengegaan
en heeft hierbij typen uit de lagere rijken van de natuur in het kort
herhaald, die tijdens de vroegere grote cyclussen of ronden van de aardse
evolutie met behulp van de bewustzijnscentra van de mensheid zijn opgebouwd.
Want verre van laatkomers te zijn, bestonden de innerlijke zelven die
het mensenrijk samenstellen al voordat de aarde werd gevormd en werden
vele aeonen geleden bijeengebracht met alle andere zaden van de aardse
levens om deze planeet geboren te doen worden.
De menselijke evolutie op deze bol herhaalde in deze vierde
aardse cyclus dus eerdere grote cyclussen in het kort. Eerst was de
mensheid meer etherisch dan fysiek: gigantische, semi-astrale ‘cellen’
die zich aanvankelijk voortplantten doordat één vorm versmolt
in zijn nageslacht, en later door middel van deling, zoals dat tegenwoordig
bij cellen gebeurt. Deze individuen kenden de dood niet zoals wij haar
nu kennen omdat zij hun eigen nageslacht werden. Met het verstrijken
van de aeonen maakte de eerste grote menselijke cyclus of het eerste
wortelras plaats voor de tweede. Het menselijk lichaam werd vaster,
alhoewel nog steeds astraal: gelatineachtig en draderig, zonder botten,
organen, haar, of echte huid, ongeveer zoals een kwal van nu, of het
doorschijnende vlees van een jong embryo. Ze plantten zich eerst voort
door knopvorming, later door een proces dat lijkt op het afwerpen van
sporen of levenscellen. Deze ‘mens’ was niet-zelfbewust
en amoreel, en had in dit opzicht veel weg van de dieren van nu. Deze
etherische ontwikkelingsprocessen namen vele miljoenen jaren in beslag.
Omdat deze mensen minder fysiek waren dan de aarde waarop ze leefden,
lieten ze geen fossielen na.
Zo’n 20 tot 25 miljoen jaar geleden begon de vroege
mens zijn derde cyclus of wortelras. Aanvankelijk waren de mensen nog
betrekkelijk etherisch, ze waren fysiologisch gezien mannelijk noch
vrouwelijk en plantten zich nog steeds voort door levenscellen af te
geven. Naarmate hun protoplasma langzaam dichter en vaster werd, specialiseerde
het zich tot skelet-, zenuw-, spierachtige en andere systemen en organen,
zodat de eerste herkenbare menselijke wezens ontstonden – hoewel
ze er nog heel anders uitzagen dan nu. Naarmate de voortplantingsorganen
een vaste plaats kregen, werd de mens androgyn en plantte hij zich voort
door middel van eieren, die eerst buiten het lichaam rijpten en daarna
binnen het lichaam, zoals dat nu gebeurt. De aanwezigheid van rudimenten
in iedere sekse van de voortplantingsorganen van de andere is een overblijfsel
van dit hermafroditisme.
Naarmate de mensheid stoffelijker werd en haar innerlijke
en uiterlijke voertuigen zich in het derde wortelras ontwikkelden, begonnen
de menselijke bewustzijnscentra hun ware menselijke aspecten tot uitdrukking
te brengen. Ieder mens bestaat uit meerdere afzonderlijke, karmisch
met elkaar verbonden bewustzijnscentra op verschillende evolutionaire
niveaus, die ruwweg overeenkomen met de natuurrijken. Toen het menselijke
intellectuele centrum of Zelf in staat was zich tot uitdrukking te brengen
door zijn dierlijk-menselijke ziel en zijn stoffelijk lichaam, traden
mentale krachten zelfbewust het menselijk bewustzijn binnen. Dit punt
was het cruciale moment in de menselijke evolutie, dat in mythen over
de wereld als de komst van het denkvermogen werd vereeuwigd. Veel tradities
beschrijven deze gebeurtenis als de incarnatie van goden onder de mensen,
omdat het het ontwaken van ons ware menselijke zelf vertegenwoordigt,
onder de invloed van onze eigen innerlijke goddelijkheid en van hoog
ontwikkelde wezens die het bewustzijn van de vroege mens ontstaken en
onderwezen.
Het was de bipolaire activiteit van hun mentale vermogens
die ertoe leidde dat de androgyne mensen zich langzaam splitsten in
de twee seksen. In het begin werden nu en dan individuen geboren in
wie de ene of de andere sekse overheerste, totdat seksuele wezens de
norm werden en tweeslachtigheid verdween. Maar hoewel onze psychofysieke
aspecten blijk geven van seksuele verschillen, gaan onze spirituele
en goddelijke delen die van incarnatie tot incarnatie blijven bestaan,
nog steeds het sekseverschil volledig te boven.
Het menselijk leven veranderde radicaal met de komst van
intellectueel zelfbewustzijn. Deze ontwikkeling was sterk verbonden
met de sluimertoestand van het zogenaamde derde oog van geestelijke
waarneming, de komst van de ‘dood’ en de scheiding van de
seksen. De aarde naderde haar meest stoffelijke stadium, en na de scheiding
van de seksen naderde ook het menselijk lichaam zijn meest materiële
stadium, een fase waarnaar wordt verwezen als het vierde of Atlantische
wortelras. Op dat moment vond een andere belangrijke gebeurtenis plaats:
het scheidingspunt voor deelname aan menselijke en hogere rijken. Het
zelfbewuste denkvermogen had zich gemanifesteerd in alle wezens die
in staat waren hun intellectuele beginsel tijdens deze belichaming van
de aarde tot uitdrukking te brengen. Gelijksoortige scheidingspunten
vonden plaats met betrekking tot het mineralen-, het planten- en het
dierenrijk in vroegere aardse cyclussen, en andere zullen in de toekomst
volgen wanneer sommige entiteiten in staat zullen zijn om verder te
evolueren dan het menselijke stadium en andere niet.
Als in essentie spirituele entiteiten, openbaren menselijke
wezens zich door middel van vormen die veranderen in overeenstemming
met innerlijke behoeften en ontwikkelingen. De fysiologische verschillen
tussen de seksen weerspiegelen de huidige activiteit van onze psychomentale
krachten. Naarmate de mensheid als geheel geleidelijk de meer ontwikkelde
aspecten van de geest tot uitdrukking brengt – die uitgaan boven
de dualiteit – zal het menselijk lichaam uiteindelijk de actie
van de tweepolige levenskrachten weerspiegelen die circuleren door wat
in India de nadi’s (‘buizen’, ‘kanalen’)
worden genoemd. Nadi slaat op kanalen zoals de bloedvaten en zenuwen,
maar in het bijzonder op drie kanalen die de ruggengraat vormen: de
sushumna, in het centrum van de ruggengraat, en de ida
en pingala, astraal-fysieke en energiekanalen aan beide zijden
van de ruggengraat. Deze zijn nauw verbonden met de chakra’s,
zowel fysiek als astraal, en voeren de fysieke, psychovitale, intellectuele
en spirituele krachten door de hele menselijke constitutie.
H.P. Blavatsky wijst op het verband tussen de ida
en pingala met het sympatische zenuwstelsel en zegt dat
Vanuit een heilig punt boven de medulla
oblongata, de trideni genaamd, ontspringen sympathische
strengen. Uit ditzelfde punt beginnen ida en pingala, waardoor een
hoger knooppunt van de sympatische en de cerebro-spinale assen wordt
gevormd. . . .
Sushumna is de centrale doorgang, ida
ligt aan de linkerzijde van het ruggemerg en pingala aan de rechterzijde.
Als de sympatische strengen vergroeien om een nieuw ruggemerg te vormen,
zoals hierboven uitgelegd, zullen ida en pingala met sushumna worden
verenigd en ook één worden. De sympatische strengen,
die zo nauw betrokken zijn bij het stelsel van klieren, ontwikkelen
zich bij de vrouw meer dan bij de man, en de cerebro-spinale as, die
verbonden is met het spierstelsel, ontwikkelde zich bij de man meer
dan bij de vrouw, maar zullen gelijkwaardigheid of een evenwicht bereiken,
en daarmee zal het androgyne het typisch menselijke worden.
– H.P. Blavatsky, Collected Writings
12:700-2
Het doel van de scheiding tussen de seksen was dus om
bij de mensen de ingeboren bipolaire aspecten van hun lagere mentaliteit
tot voller wasdom te brengen. Naarmate de mens een evenwichtige ontwikkeling
bereikt tussen de psychomentale krachten die verbonden zijn met de nadi’s,
zullen deze zich lichamelijk manifesteren als twee kanalen of ‘ruggegraten’
in een dan tweeslachtig lichaam: omdat de bipolariteit die op het ogenblik
het bestaan van twee seksen veroorzaakt dan in evenwicht zal zijn in
ieder mens, zal ieder zowel de ‘mannelijke’ als de ‘vrouwelijke’
kwaliteiten belichamen en dus zowel fysiek als psychisch tweeslachtig
zijn. Met het voortgaan van de evolutie van de geest en de involutie
van de stof, zal de mens uiteindelijk geslachtloos worden, zoals hij
dat in zijn verder geëvolueerde, spirituele aspecten altijd is
geweest.
Tegelijkertijd zullen de menselijke voortplantingsmethoden
noodzakelijkerwijze veranderen. Naarmate het menselijk lichaam meer
etherisch wordt en we beter in staat zijn om onze menselijke en spirituele
krachten bewust te gebruiken, zal het huidige seksuele proces plaatsmaken
voor een proces waarbij door één enkel individu een ander
mens zal worden voortgebracht, een proces dat Blavatsky omschreef als
‘wil en yoga’, in het Sanskriet kriyasakti: de
kracht van de actieve wil en de creatieve verbeelding die uiterlijke
gevolgen teweegbrengt. De mensheid zal deze huidige evolutiecyclus op
aarde voltooien als een ras van uit de geest geboren christussen en
boeddha’s.
In onze tijd zijn mensen noch geheel mannelijk noch geheel
vrouwelijk: naast een latent tweeslachtig lichaam, zijn we ook in meerdere
of mindere mate psychologisch tweeslachtig en brengen we beide polariteiten
van de lagere mentale en emotionele krachten tot uitdrukking. Waarom
zouden we iets anders verwachten wanneer ieder van ons zoveel levens
heeft doorgemaakt in lichamen van beide seksen? Een mens kan in een
reeks levens verschillende malen als man incarneren en vervolgens in
een reeks levens als vrouw, heen en weer geslingerd naarmate de polariteit
van lagere psychomentale krachten zich langzaam van de ene kant naar
de andere beweegt, in overeenstemming met de gedachten en ervaringen
van de betreffende persoon, totdat tenslotte een evenwichtige ontwikkeling
wordt bereikt. Daarom is geen van de seksen superieur aan de andere,
en evenmin zijn de leden van één sekse als groep superieur
aan die van de andere. Ieder mens evolueert als een individu, maakt
gebruik van fysieke en psychische instrumenten van een bepaald type,
als gevolg van psychomentale neigingen die gedurende recente aardse
levens zijn opgebouwd en als gevolg van karmische eisen en mogelijkheden.
Maar fysieke factoren zijn slechts een enkel aspect in
de evolutie van de seksen. De mensheid is gedompeld in de gedachten-atmosfeer
van de aarde, het akasa: de opslagplaats van die levende energieën
die gedachten en gevoelens worden genoemd. Deze verzameling niet-fysieke
maar heel reële psychomentale energieën beroert ieder mens,
en elk individu trekt díe gedachten en gevoelens aan die het
meest bij haar of zijn eigen grondtoon en tijdelijke gemoedstoestand
passen. Als we de morfische velden van Rupert Sheldrake als analogie
gebruiken, dan vertegenwoordigen deze energieën psychomentale gebieden
die door de mensheid zijn opgebouwd sinds zij op aarde verscheen. Naarmate
deze velden door herhaling worden versterkt, kunnen ze zeer overheersend
en gemakkelijk toegankelijk worden.
In de loop van de opgetekende geschiedenis hebben mannen
als totaliteit zich op bepaalde karakteristieke wijzen gedragen en een
specifiek stel neigingen getoond die sterke collectieve psychomentale
gewoonten of velden in het leven hebben geroepen. Hetzelfde geldt voor
vrouwen als groep. Volgens Sheldrake trekken we door resonantie de velden
aan die het meest met ons overeenstemmen. Iemand die in een mannelijk
lichaam is geboren lijkt op een radio die is afgestemd op de ontvangst
van bepaalde zenders, terwijl iemand in een vrouwelijk lichaam is afgestemd
om andere zenders te ontvangen. Tenzij de aangeboren karaktertrekken
van het individu sterker zijn dan deze inherente gevoeligheid, zal hij
of zij geneigd zijn in gebreke te blijven door deze typisch mannelijke
of vrouwelijke reacties en gedragingen te manifesteren. Op deze wijze
hebben het gebruikelijke gedrag en de ervaringen van mannen en vrouwen
over de hele wereld in de loop van de tijd gebrekkige neigingen van
menselijk denken en gedrag ontwikkeld, waarvan sommige wenselijk zijn,
maar andere niet. Sommige weerspiegelen zonder twijfel fysiologische
verschillen in de structuur en het functioneren van de hersenen, die
verband houdt met de bipolariteit van de mentale krachten. Het is daarom
belangrijk om bewust te kiezen als het om onze gedachten, emoties en
daden gaat en na te gaan of deze voortvloeien uit wat we waarderen en
geloven of dat het eenvoudig onbewuste collectieve gewoonten zijn die
ons beïnvloeden vanuit het akasa.
Onze variërende toestand in verleden en toekomst
geven aan dat sekse en de sekseverschillen niet fundamenteel zijn voor
het menselijk bestaan. Omdat de aarde het meest stoffelijke punt in
haar evolutie is gepasseerd, heeft er een verschuiving plaats van haar
rijken van fysieke manifestatie naar spirituele expressie. De toekomstige
menselijke evolutie hangt af van de mate waarin wij de hogere mentale,
intuïtieve, en spirituele kwaliteiten cultiveren die zich uiten
als mededogen, altruïsme, wilskracht, kennis, intuïtie, zelf-beschikking,
zelfexpressie, samenwerking, dienstbaarheid, rechtvaardigheid en liefde,
naast nog vele andere. Sommige van deze kwaliteiten zijn voornamelijk
in verband gebracht met een van de seksen, zoals het geval is met minder
gewenste trekken als agressie, geweld, onwetendheid, competitiedrang,
onderdanigheid, zwakheid, frivoliteit en passiviteit. De vooruitgang
als mens berust op het verwerven van een evenwichtige spirituele groei.
Zowel vrouwen als mannen moeten alle positieve menselijke kwaliteiten
die in spirituele tradities over de hele wereld benadrukt worden voortbrengen,
en de negatieve aspecten in zich onder ogen zien en overwinnen. Als
we deze weg van ontwikkeling volgen, kan ieder van ons niet alleen een
completer mens worden, maar ook een reëlere en vollediger uitdrukking
van het goddelijke bewustzijnscentrum dat we in wezen zijn.
Verwijzing
- Zie in dit nummer ‘De
evolutie van de mensheid en haar beschavingen’ en ‘Cyclussen
van de mens en van de kosmos’ voor een meer volledige uiteenzetting
van de cyclussen van de aarde en de mens, zoals ronden en wortelrassen.