Levensbomen
Nhilde Davidson

 

Het was een bloedhete dag, toen ik naar mijn bestemming reed; geen zuchtje wind, geen wolkje, geen zingende vogel verlichtte de loomheid. Plotseling, toen ik een hoek om ging, stond daar een rij bomen langs beide kanten van de weg. De bladeren en takken ervan vormden een kronendak dat de vermoeide reiziger koelte en schaduw bood onder de brandende zon. Ik minderde vaart en verwonderde me over deze bomen, oud en knoestig, en de enorme stammen hadden wortels die zich als tenen in de aarde vastklampten, terwijl hun takken naar de hemel reikten.
     Tientallen jaren groeiden ze daar al, gebeukt door stormen, geteisterd door branden, droogten hadden ze overleefd, en de aarde hadden ze veranderd in een levend groen toevluchtsoord voor de myriaden levensvormen die door hen worden gekoesterd. Iedere boom had in zichzelf zijn levenservaring opgeslagen, zijn wortels diep in de aarde doen dringen om houvast te krijgen en had zijn takken en bladeren hoog de lucht in gestuurd om de zegen van de zon te ontvangen. Toch waren het de sterke en stoere stammen die mij ontzag inboezemden. Ieder jaar was hun omvang toegenomen om een sterke fundering voor de tere structuur daarboven op te bouwen. Alle klimatologische wisselvalligheden ten spijt hadden ze het uitgehouden en groeiden langzaam en onverbiddelijk; hun jaarringen, de verborgen levende optekening van elke dag die voorbijging, getuigen van hun inwendige groei. Met verdiept begrip en toegenomen bewondering herinnerde ik me de oude symboliek van bomen. Ik was me bewust dat ook wij levensbomen zijn. Ook wij hebben ontelbare eeuwen doorstaan. Onze wortels, stevig verankerd in goddelijkheid, voeden ons spiritueel en de ervaringen van vele levens hebben ringen van wijsheid doen groeien in het weefsel van onze ziel, waardoor we de kracht en stabiliteit hebben gekregen om aan de wisselvalligheden van het leven het hoofd te bieden. Zoals bomen die hun plicht vervullen door de essentie van hun wezen te offeren in de vorm van een beschuttende groene oase, kan ons leven door onzelfzuchtigheid en vriendelijkheid de levens die ons omringen en raken, voeden en beschermen, waardoor we onze goddelijke plicht vervullen.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1995

© 1995 Theosophical University Press Agency