De Oudsten – bewaarders van de voorvaderlijke stem
Tamarack Song*

 
*Tamarack Song, onderzoeker en beoefenaar van de ‘Native Lifeway and Spirituality’ [natuurlijke leefwijze en spiritualiteit], woont in het bos bij Three Lakes in Wisconsin en is de stichter van de ‘Teaching Drum Outdoor School’ [Lerende-drum openluchtschool]. Het doet ons genoegen onze lezers met toestemming van de schrijver twee verhalen uit zijn boek Journey to the Ancestral Self (zie boekbespreking) te kunnen aanbieden. – RED.
 

De Grootvader en de kano

Jaren geleden, lang voordat het Volk van de Noordelijke Meren de Longknife-handelaren en -missionarissen kende, woonde er een gerespecteerde oude man in zijn dorp aan de Oever van het Meer. Hij was een zeer bekwaam Kanobouwer en het gebeurde soms dat mensen die wel vijf dagmarsen weg woonden naar hem toe kwamen als ze een heel speciale boot wilden hebben.

Op een nacht, in een Droom, bezochten de Zeven Grootvaders hem. Ze zaten in een Kring rond de Vuurkuil van zijn Wigwam en hij liet naar elk van hen zijn Pijp rondgaan. Ze rookten in stilte. Daarna bood hij hen gekookt Hertevlees en gedroogde Bosbessen aan, die ze ook in stilte aten.

Na een tijdje begonnen de Grootvaders te spreken. Ze vertelden de oude handwerksman dat hij weldra zijn Volk zou gaan verlaten en dat hij moest beginnen aan de bouw van een speciale Kano om hem op de laatste fasen van zijn reis te vervoeren. Deze Kano moest worden gehakt uit het Steen van de Granieten Rotsen langs het Meer, en een heel speciale pagaai moest worden gehouwen uit de Es die in het nabijgelegen Moeras groeide. Ze tekenden symbolen op een stuk Berkenbast, die hij in de handgreep van de pagaai moest kerven.

Toen hij wakker werd, was hij alleen, maar het voedsel was verdwenen en de ingekerfde Berkenbast lag vóór hem. Zonder een woord tegen iemand te zeggen, ging hij onmiddellijk aan het werk zoals hem dat was opgedragen. Het harde Steen maakte zijn gereedschap snel bot en daarom vorderde hij langzaam. Maar hij zwoegde zonder ophouden verder.

In het begin besteedden de dorpsbewoners niet veel aandacht aan zijn werk; ze waren eraan gewend dat hij zijn handwerk vlijtig beoefende.

Maar na een tijdje begonnen ze te roddelen en ze vroegen zich af of deze man, die zijn tijd ermee doorbracht op dat Steen te beuken, nog wel bij zijn verstand was. Toen begonnen ze hem openlijk te bespotten. Nadat zijn werk voor de vierde keer belachelijk was gemaakt, verliet hij het dorp en bouwde voor zichzelf een kleine Hut dichtbij de plaats waar hij aan de Kano werkte.

Maar de kinderen, die hem steeds gezelschap hielden, bleven komen. Ze waren geboeid door deze gerimpelde man die hen verhalen vertelde over hun ouders en grootouders toen die nog kinderen waren, en over allerlei dingen waar ze weinig van afwisten, maar wel heel nieuwsgierig naar waren. Zij twijfelden er niet in ’t minst aan dat de Kano die hij uit Steen hakte, zou kunnen varen en vroegen zich niet af, zoals de oudere dorpsbewoners deden, hoe hij zo’n zware boot naar het Water zou kunnen brengen.

Het groene jaargetijde kwam en ging. Toen, op de vooravond van de Slapende Maan als de bladeren van kleur veranderen, vertelde hij de kinderen dat de Kano af was en dat hij hem die nacht te water zou laten zodra het donker was.

Na het avondeten gingen de kinderen naar hem toe om afscheid te nemen van hun geliefde verhalenverteller. Een voor een kwamen ook de volwassenen, maar ze bleven in de schaduw om hun nieuwsgierigheid niet te laten blijken.

Op de aangegeven tijd ging hij in de Kano zitten, tikte met zijn Toverpagaai tegen de zijkant en weg was hij in de nachtelijke Hemel. Het hele dorp keek toe terwijl hij hoger en hoger steeg, totdat hij temidden van het Sterrenvolk was aangekomen. En daar is hij tot de dag van vandaag te vinden, omdat de Grootvaders hem beloonden door van hem het sterrenbeeld te maken dat bij het Volk van de Noordelijke Meren bekend is als de Grootvader en de Kano.

Sedert die dag leven kinderen en Oudsten samen met respect voor elkaar en begrijpen elkaar goed. De kanobouwer woont daar aan de nachtelijke Hemel om de Mensen eraan te herinneren dat hun Oudsten getuigen van een wijsheid van hogere dan menselijke oorsprong. Met nieuwe eerbied voor de Ouden heeft het Volk sinds die dag toegewijd geluisterd naar hun raad en hen de ereplaats in hun leven gegeven.

Legenden met dit thema zijn overal in de wereld te vinden. Deze hoorde ik van Nokomis (Grootmoeder) Keewaydinoquay, geëerd Oudste en Genezeres.

 

De beminden

De ‘Creek’ – Indianen uit het zuidoostelijk deel van Noord-Amerika – spreken, als ze het over hun oude en wijze mannen en vrouwen hebben, van hun Beminden. Er is niets dat de traditionele volkeren zozeer met elkaar gemeen hebben dan respect voor hun ouderen. Bij feestelijkheden en ceremoniën krijgen ze een ereplaats; ze mogen ook het eerst gaan zitten en worden het eerst bediend. Ze worden het eerst op de hoogte gesteld en geraadpleegd en, moeilijke omstandigheden daargelaten, zijn ze de laatsten die ontbering zouden lijden. Bij raadsvergaderingen en Praat-Kringen (zie Boek II) zijn zij het die het eerst het woord voeren, en pas met hun toestemming mogen anderen spreken.

Het is heel praktisch dat de Oudsten zo worden vereerd; zij zijn de bewaarders van kennis en de bronnen van wijsheid voor hun Volk. Het delen van hun kennis en wijsheid verzekert het voortbestaan van het Volk. Het leven wordt er rijker en gemakkelijker door. Ze zijn de schakel tussen de generaties en dragen de leringen en de herinneringen van de Oudsten uit hún jeugd weer over op de kinderen van hun kinderen.

Wijsheid is de grootste Schenking van de Oudsten. Ze komt slechts met de jaren, omdat ze berust op kennis en ervaring. Hoe meer jaren, hoe dieper de wijsheid. Bij het doorgeven van wijsheid vertrouwen de mensen erop dat bij hun Oudsten het algemeen belang vooropstaat, want bij jongeren ontbreekt soms de wijsheid om dat te kunnen onderscheiden. Het inzicht dat de Oudsten hebben verworven en de tradities waarmee ze innig verbonden zijn, maken dat ze eenvoudig niet anders kúnnen dan hun Volk onbaatzuchtig dienen.

Oude mensen met respect behandelen, brengt ons dichter bij elkaar. Het herstelt het gevoel van nederigheid bij hen die minder winters hebben meegemaakt, maar meer tot stand hebben gebracht, en het eert diegenen die lange tijd hun Pad zijn gegaan, maar misschien niet zulke in het oog lopende successen hebben geboekt als anderen.

De oudere man of vrouw heeft al zolang geleden afscheid genomen van de wereld van het kind, dat er geen gemeenschappelijke taal en leefpatroon lijkt te bestaan. Maar het blijkt dat de uitwisseling die algemeen voorkomt tussen kinderen, ook voorkomt tussen ouderen, maar die is snel en woordenloos, zodat het vrijwel onopgemerkt gebeurt. Het overbruggen van deze communicatiekloof schijnt tijd en een vermogen tot samenwerking te vragen van de kant van de oudere, en geduld en aandacht van de kant van het kind.

Dit is echter niet het geval, zoals de hierboven vertelde legende illustreert. Kinderen en Oudsten hebben een heel bijzondere en natuurlijke relatie tot elkaar – een relatie die warm, diep en spontaan is. Het is alsof ze intuïtief beseffen hoe belangrijk ze voor elkaar zijn als de brug die Kracht en continuïteit schenkt aan het leven van hun volk.

Als de ‘Beschaafde Leefwijze’ haar ouderen weer zou omarmen, zou ze wellicht haar oerwortels opnieuw ontdekken en een begin maken met de terugkeer naar De Moeder die zolang geleden in de steek werd gelaten.

 
Kunst, muziek, (kinder)verhalen en literatuur
 
Oude culturen/beschavingen en hun spirituele tradities
 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1996

© 1994 Teaching Drum Outdoor School