Vijftig jaar geleden, op 24 oktober 1945, werd het charter van de Verenigde
Naties, opgesteld door vertegenwoordigers van 51 lidstaten, officieel
aan de wereld gepresenteerd nadat het door de vijf permanente leden
van de veiligheidsraad plus een meerderheid van de andere lidstaten
was ondertekend. Het in het leven roepen van een internationaal wereldforum
waar men uiting kan geven aan de uitdagingen en problemen waarmee de
mensheid wordt geconfronteerd, waar met respect naar elkaar wordt geluisterd
en op gewetensvolle wijze wordt geprobeerd om bij te dragen tot een
vreedzame oplossing van geschillen, kan een niet gering wonder worden
genoemd.
In 1995 werd er over de hele wereld aandacht besteed aan de 50ste verjaardag
van de Verenigde Naties, want er bestaat bijna geen land of volk waar
de Verenigde Naties niet via een van haar vele filantropische instellingen
een weldadige invloed heeft gehad. Hoewel de aanwezigheid van de VN,
in het bijzonder haar militaire tak, niet altijd welkom is en de uitvoering
van de taken die haar waren toegewezen in sommige gevallen onbeholpen
en vergeefs bleken, wordt de organisatie over het geheel genomen terecht
erkend als het enige wereldomvattende lichaam dat standvastig werkt
aan de handhaving van de wereldvrede en veiligheid, en de maatschappelijke
vooruitgang, individueel zowel als wereldwijd, bevordert. Het is wellicht
een feit dat haar grootste verworvenheid eruit bestaat dat zij eenvoudigweg
regeringen en mensen van alle landen bijeen heeft gebracht in een dagelijks
streven naar verbetering op het gebied van gezondheid, educatie en andere
voortgaande activiteiten van samenwerking die weinig in de publiciteit
komen. Zoals met elke organisatie die bezig is een nieuw terrein te
ontginnen, in het bijzonder als dit van morele en sociale aard is, heeft
ze bij tijden heel wat obstakels op haar weg gevonden, maar het doel
dat men voor ogen had – het vestigen van een verband van naties
die voor een gemeenschappelijk doel samenwerken – blijft overeind.
Tegelijk met de wereldwijde viering, is er ook een aspect van zelfonderzoek,
dat volgens het bulletin dat werd uitgegeven ter gelegenheid van de
50ste verjaardag van de VN, ‘het werkelijke hart, de intellectuele
kern van het jubileumjaar’ vormt. Daarin wordt iedereen uitgenodigd
serieus na te denken hoe op de beste wijze ‘een vernieuwde en
versterkte VN krachtig de toekomst in gestuurd kan worden’.
Wat is de relatie van de VN tot onszelf als individu, in het bijzonder
wanneer we weinig raakvlak hebben met haar activiteiten? Is niet ieder
van ons een replica in het klein van de Verenigde Naties, in die zin
dat wij in onze natuur heel veel verschillende vormen van energie en
heel veel verschillende aspecten omvatten, zowel vredige als oorlogszuchtige
elementen, die onze aandacht opeisen en wijze leiding behoeven op het
juiste moment? En zijn wij niet net zo kwetsbaar als die organisatie
wat betreft de consequenties van menselijke tekortkomingen, van jaloezie
en woede, de ‘slippertjes’ en zwakheden van de deelnemers?
Natuurlijk; maar we vertegenwoordigen ook hun kracht en creatieve kwaliteiten.
Zijn we als mensheid niet vergelijkbaar met een Verenigde Naties, samengesteld
uit onmiskenbaar unieke leden in onze vermomming als mannen, vrouwen
en kinderen – ieder met zijn of haar eigen bestemming, verschillend
van alle anderen en toch op net zo unieke wijze met elkaar verbonden
als de lidstaten die samen de Algemene Vergadering van de Verenigde
Naties vormen? Des te meer reden om de idealen achter de pogingen van
de VN te ondersteunen, zodat deze ermee voort kan gaan wegen en middelen
te vinden om de grootse idee die het motief was om haar tot stand te
brengen, te verwezenlijken. Wij mensen zijn beslist een schaalmodel
van de VN, en kunnen we ook niet zeggen dat de VN een schaalmodel is
van ons zonnestelsel – misschien zelfs van het heelal zelf?
Jubilea dienen voor ons als knooppunten waarbij waarden, doelen en
richting opnieuw worden getaxeerd en meer in het bijzonder de stroom
en motiverende impuls achter gebeurtenissen, meer specifiek nog die
achter onze gedachten en het effect dat deze op onze omgeving hebben,
niet in het minst op de mensheid en haar doeleinden. Het grootste geschenk
dat we onszelf en anderen kunnen geven, is oprecht en eerlijk ons leven
van het breedste en hoogst bereikbare perspectief te beschouwen. Op
deze manier zullen we met steeds toenemende helderheid de effecten ten
goede of ten kwade leren onderscheiden die het gevolg zijn van ons denken,
onze emoties en de idealen die we wellicht koesteren – op onszelf,
op degenen met wie we verbonden zijn en op de wereld als geheel en zelfs
op solaire schaal. Gedachten zijn machtig en oefenen hun invloed uit
evenredig met hun inherente capaciteit, niet alleen op onze eigen psyche,
maar ook op het lot van de mensheid en, zeer zeker, op het innerlijk
leven van het zonnestelsel. Alleen vanuit een verruimd perspectief zullen
we in staat zijn onderweg met wijsheid koerscorrecties aan te brengen,
zonder het natuurlijke gezonde ritme van onze lichamelijke en psychische
natuur te verstoren.
Als de VN in staat zou zijn zichzelf te evalueren met een voldoende
afstand van de vertakkingen en de traagheid die zo’n enorme organisatie
eigen zijn, zouden diegenen die erbij betrokken zijn misschien met meer
gemak heen kunnen kijken door de verwarde kluwen van de draden van het
lot en van de gewoontes die in de tientallen jaren van haar bestaan
zijn gegroeid, en men zou de eenvoudige, sterke, motiverende kracht
zien die de juiste mensen op de juiste plaatsen ertoe aanzette om op
het juiste moment bijeen te komen in de ene conferentie na de andere.
En wat nog belangrijker is, om intuïtief te weten dat de veiligheid
van de internationale gemeenschap zou afhangen van het opbouwen van
een wereldomvattend lichaam van vreedzame landen die bereid waren hun
beste streven te richten op het verwerven van vrede, stabiliteit en
veiligheid voor allen. Op die wijze kwam de Verenigde Naties tot stand.
Op die wijze zullen vrede en veiligheid van ieder land op aarde uiteindelijk
de norm worden.