Ontleend aan Astrofiles, 2 november 1995,
Space Telescope Science Institute, Baltimore MD. Met toestemming overgenomen.
Sterren worden geboren uit het gas van de interstellaire ruimte. Wanneer
ze uiteindelijk uitdoven en sterven, laten ze hun erfenis na aan het
interstellaire medium waaruit ze waren gevormd. De aanduidingen die
wijzen op deze voortdurende cyclus van geboorte, dood, en opnieuw geboorte,
zouden makkelijk zichtbaar zijn voor wie de melkweg in vogelvlucht zou
kunnen aanschouwen. Zo’n waarnemer zou de majestueuze spiraalarmen
van onze melkweg zien, op sommige plaatsen geaccentueerd door felle,
jonge sterren en gloeiende gaswolken.
Een van de meest unieke gebieden waar de geboorte van sterren plaatsvindt,
is de Adelaarsnevel of M16. Deze kan in de buurt van het grensgebied
tussen de sterrenbeelden Boogschutter en Slang met behulp van een verrekijker
worden waargenomen. De nevelvlek is in feite een komvormige uitstulping
aan de rand van een dichte wolk koud interstellair gas. Binnenin deze
open ‘kom’ bevindt zich een fonkelende cluster van ongeveer
100 pasgeboren sterren.
Deze jonge sterren zenden een intense ultraviolette straling uit, die
het omringende gas verhitten zodat het gaat gloeien en ‘verdampt’
terwijl het van de oppervlakte wegstroomt. Als we het proces meer dan
een miljoen jaar lang zouden kunnen gadeslaan, zouden we de kom steeds
groter zien worden naarmate de straling van de sterren steeds dieper
in de moleculaire wolk doordringt.
De naam ‘Adelaarsnevel’ is afgeleid van het symmetrisch
voorkomen ervan, dat doet denken aan een roofvogel met uitgespreide
vleugels en geopende klauwen. De ‘klauwen’ van de adelaar
zijn in feite een reeks compacte gaskolommen die naar het binnenste
van de nevel uitreiken. Deze kolommen ontstaan doordat ze dichter zijn
dan hun omgeving en niet zo snel verdampen als het omringende gas. Het
proces is analoog met dat van het ontstaan van de hoogtorenende tafelbergen
en spitsen in bijvoorbeeld de woestijnen in het zuidwesten van de Verenigde
Staten. Deze ontstonden toen wind en regen de zachtere grond weg-erodeerden,
terwijl stukken waar het steen harder was, overbleven.
De dichtheid van het gas kan in deze interstellaire kolommen zo hoog
worden dat de zwaartekracht het gas in steeds kleinere klonten ineen
doen storten. Naarmate er meer en meer gas op deze groeiende klonten
neerslaat, worden ze door hun eigen gewicht steeds dichter, totdat ze
uiteindelijk in hun kern de aanzet geven tot nucleaire fusies en ‘oplichten’
als sterren.
Zulke formaties worden EGGs [‘eieren’], ‘evaporating
gaseous globules’ [verdampende druppels gas], genoemd. Dit Engelse
acroniem is passend omdat deze EGGs de objecten zijn waarin sterren
worden geboren en nu tevoorschijn komen. Maar in de M16 krijgt het proces
wellicht niet de kans zich volledig te voltrekken. Als een zich vormende
ster en het gas dat deze omgeeft door foto-evaporatie - verdamping onder
invloed van licht - wordt ‘blootgelegd’ voordat de ster
zijn groei heeft volbracht, kan de ster niet verder groeien omdat de
wolk waaruit ze haar materie putte, is verdwenen.
De M16 zal niet altijd zo’n actieve nevelvlek blijven. Over een
paar miljoen jaar zal door de vorming van sterren de beschikbare hoeveelheid
materie zijn uitgeput of verspreid, en zullen de enorme sterren van
de Adelaar hun korte leven hebben afgerond en in spectaculaire supernova-explosies
ten onder zijn gegaan. Maar toch zullen, alhoewel de ‘geboortewolk’nevel
is verdwenen, de meeste sterren die daar werden gevormd overblijven.
Het kroost van de Adelaar zal ‘op de vleugel gaan’ tussen
de rest van de honderden biljoenen sterren waaruit ons heelal is opgebouwd.