Boekbespreking: When Elephants Weep
Jim Belderis

 

When Elephants Weep: The Emotional Lives of Animals [Wanneer olifanten huilen: het emotionele leven van dieren], Jeffrey Masson and Susan McCarthy, Dell Publishing, New York, 1996; 320 blz., ISBN 0-385-31428-0, softcover.


 

In de 17de eeuw dachten Descartes en zijn volgelingen dat alle dieren alleen instinctieve reflexen ondergaan, dat ze geen gedachten of gevoelens hebben en dus niet kunnen lijden. Meer dan 300 jaar later blijft dit nog steeds het overheersende wetenschappelijke standpunt. Het Cartesiaanse idee dat dieren niet voelende ‘gedachteloze bruten’ zijn, heerst nog steeds in wetenschappelijke kringen – maar niet omdat studies hebben aangetoond dat het waar is. Het is in feite een ongegronde aanname, want er is nooit een systematisch onderzoek geweest naar de emoties van dieren. Wat weerhoudt hen van zo’n studie? Kan deze objectief worden verricht? Misschien zijn wij degenen die geen ware gevoelens hebben als onze vooronderstellingen in de weg staan. Als de emoties van dieren zonder vooropgezette ideeën werden onderzocht, wat voor soort kennis zou ons dat dan opleveren?

Dat zijn overwegingen waarom Jeffrey Masson en Susan McCarthy een grote hoeveelheid wetenschappelijke literatuur hebben doorgenomen op zoek naar bewijsmateriaal over het emotionele leven van dieren. Terwijl ze zich vooral baseerden op onderzoeksverslagen van erkende wetenschappers die dieren in het wild hebben bestudeerd, geven ze goed gedocumenteerde beschrijvingen van het gedrag die wijzen op een breed scala van emoties: liefde en angst, vreugde en verdriet, hoop en wanhoop, dankbaarheid en wrok, trots en schaamte, een gevoel voor rechtvaardigheid, en zelfs een gevoel van ontzag en inspiratie.

De meeste biologen schrijven dat soort gedrag toe aan instinct en evolutionaire overlevingsdrang. Maar dit kan niet die gevallen verklaren waarin dieren hun welzijn in gevaar brengen om wezens te helpen buiten hun eigen familie en zelfs buiten hun soort. Omdat de verklaring ervoor ontbreekt, worden die gevallen ‘uitzonderingen op de regel’ genoemd, want in de meeste gevallen helpen dieren instinctief alleen familieleden die dezelfde ‘genenpool’ delen om de overleving ervan te verzekeren.

Masson en McCarthy weerleggen dit en ook veel andere argumenten door de dubbele standaard aan de kaak te stellen die door de wetenschap wordt gehanteerd. Deze erkent dat bepaalde gedragingen bij mensen duidelijk het gevolg zijn van emoties, terwijl hetzelfde gedrag bij andere wezens in het geheel geen emotionele inhoud heeft. Er wordt aangevoerd dat alleen mensen gevoelens hebben, omdat alleen wij ze in taal kunnen uitdrukken – maar er zijn veel mensen die niet tot uitdrukking kunnen brengen wat ze voelen. Wanneer we zijn gewond en we het uitschreeuwen van pijn, wordt in het algemeen aangenomen dat we lijden. Maar wanneer andere wezens onder dezelfde omstandigheden het uitschreeuwen, is het slechts een ‘angstroep’. Als we ons leven riskeren om onze kinderen te beschermen, is er geen twijfel aan dat we dat uit liefde doen. Maar wanneer leden van een andere soort zich op die manier gedragen, zegt de evolutietheorie dat zulke acties door hun genen worden gedicteerd.

Aan al dit soort denken ligt de wetenschappelijke vooronderstelling ten grondslag dat mensen moeten worden beoordeeld volgens een andere standaard, omdat geen andere levensvorm gedachten, gevoelens, motieven en bewustzijn heeft. Iedereen die zulke eigenschappen toekent aan dieren is aan het antropomorfiseren en is niet langer geloofwaardig. Maar niettemin zijn er een aantal biologen die deze ‘zonde’ plegen omdat dit heel doeltreffend is gebleken om het gedrag van dieren te voorspellen. Er zijn onderzoekers in het veld die het in feite raadzaam achten om de wezens die ze bestuderen met menselijke termen te beschrijven omdat dit hun inzicht vergroot.

Dus wat betekent het om mens te zijn? When Elephants Weep onderzoekt tientallen theorieën die ‘verklaren’ hoe we fundamenteel verschillen van de dieren, en in ieder van die gevallen is er bewijs van het tegendeel. Zou het kunnen dat alle vormen van leven een soort bewustzijn, gedachten en gevoelens hebben, en dat het grootste deel hiervan buiten onze waarneming ligt? Wat als de essentie van het leven juist dit universele potentieel is om te denken en te voelen? Als dit waar is, zou dat een van de meest intrigerende raadsels in de biologie verklaren: Waarom zou een wezen zijn eigen welzijn riskeren om een ander te helpen, als er daarvoor geen stoffelijke reden is? Het moet een innerlijke band voelen die alle materiële vorm overstijgt – een verwantschap van bewustzijn en gevoel – en dit medegevoel moet sterker zijn dan al zijn angsten, gewoontepatronen, en instincten. When Elephants Weep doet een krachtig beroep op ons allen om ons deze universele verwantschap te herinneren als een feit in de natuur. Het is tijd dat we daarover nadachten, haar voelden, en laat ze de leidende gedachte zijn bij het behandelen van al onze medeschepsels – want dat is wat het werkelijk betekent om mens te zijn.

 
Andere artikelen over dieren
 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1996

© 1996 Theosophical University Press Agency