Echte boeken en ware magie
Jim Belderis

 

In 1887 schreef William Quan Judge een artikel waarin hij theosofen het advies gaf om niet langer zoveel boeken over theosofie en occultisme te lezen1. In die tijd werden er veel nieuwe dingen over die onderwerpen geschreven, en hij waarschuwde zijn lezers ervoor niet te veel verstrikt te raken in een verwarrend net van denkbeelden van anderen. Deze boodschap schijnt des te meer een raadsel omdat Judge zelf actief betrokken was bij het verspreiden van theosofische en occulte literatuur. In 1886 was hij begonnen met het publiceren van het tijdschrift The Path, waarin hij nieuwe theosofische boeken aanbeval. Hij was ook een uitleenbibliotheek begonnen, ontving donaties voor boeken, en leende boeken per post uit aan mensen overal in de Verenigde Staten. Twee jaar later werd een drukpers gekocht om andere tijdschriften, boeken en brochures te produceren. En in 1892 opende hij een naslagbibliotheek met als doel een volledige verzameling theosofische boeken te verwerven. Waarom zorgde hij ervoor dat er zoveel literatuur beschikbaar kwam als hij dacht dat de mensen te veel lazen?

Judge’s redenering is gebaseerd op zijn opvatting over echte boeken: boeken over de werkelijkheid. Volgens hem is de werkelijkheid de eenheid van alle leven. Het totstandbrengen van eenheid was zijn hoofddoel. Hij was ervan overtuigd dat ‘ons eerste doel zou moeten zijn om het gevoel dat we afgescheiden zijn van een ander mens, van zijn daden en gedachten, uit ons denken te bannen’. Het probleem was dat niet veel 19de eeuwse schrijvers schreven over hoe we ons denken kunnen vrijmaken van afgescheidenheid. Dus zag Judge zeker de noodzaak ervan in om literatuur te verspreiden over de eenheid van het leven.

Maar hij was ook bezorgd over het feit dat zoveel onderzoekers van het occultisme er meer in waren geïnteresseerd om de leringen te bestuderen dan om broederschap te beoefenen. Hij kende het gevaar dat studie voorrang krijgt boven de praktijk, hoe de mensen worden gedreven door het verlangen naar meer occulte informatie, en hoe dit iemand meer op zichzelf gericht en gesloten kan maken. Daarom adviseerde hij dat een paar ‘echte boeken’ voldoende zou zijn. Als deze met zorg zouden worden bestudeerd, zou hun invloed ‘de oude kennis in ons doen herleven’, en dit is al wat we nodig hebben om de ‘ware magie’ te gaan beoefenen – toewijding aan de belangen van anderen. De prioriteit van Judge was de eenvoudige oefening van het in de eerste plaats kiezen voor het welzijn van anderen.

Maar wat betekent deze eenvoudige uitspraak voor ons vandaag? Velen zouden zeggen dat de belangen van hen die waarheid zoeken veel ingewikkelder zijn geworden. Er zijn duizenden fascinerende boeken die gaan over de eenheid van het leven, en er zijn honderden verschillende benaderingen, elk met haar toegewijde volgelingen. Als ze naar ons toekomen om van gedachten te wisselen, moeten we dan weten waar ze vandaan komen? Of is het genoeg om werkelijk te weten waar wij vandaan komen? Zouden we geen betere woordvoerders van de waarheid zijn als we allerlei soorten wijsheidsliteratuur zouden bestuderen? Of zou dit ons afhouden van het in de praktijk brengen van onze eerste poging?

De vrije geest van de theosofie zou ieder van ons die vraag zelf laten beantwoorden. Het advies van Judge kan met onze innerlijke toetssteen van de waarheid worden onderzocht. Als we beslist worden geboeid door het lezen over de innerlijke werking van de natuur, dan kunnen alleen wijzelf bepalen wat teveel is, en waar we ware kennis moeten zoeken. Misschien ligt onze grootste uitdaging in het vinden van een evenwicht tussen het intellect en het hart: te leren hoe we geïnformeerd kunnen worden – niet uit eigenbelang maar om ons te helpen en te oefenen om beter met anderen op te kunnen schieten. Het lezen over de menselijke en de kosmische natuur zou slechts een eerste stap kunnen zijn – die ons ertoe aanzet erop uit te gaan in de wereld, en de natuur zelf te onderzoeken.

Ik denk dat dit de essentie is van wat Judge voorstond, dat we ‘echte’ boeken gebruiken om ons te inspireren onderzoekers van de mensheid te zijn: het grote zelf te bestuderen dat in ieder mens wordt weerspiegeld. Wanneer deze innerlijke verwantschap onze werkelijke bron van kennis wordt, dan komen de leringen tot leven in onze dagelijkse betrekkingen, en ervaren we de ware magie van het leven.

 

Noot

  1. ‘Theosophical Studies’, The Occult Word, feb/mrt 1887 (Echoes 3:132-4).
 
Andere artikelen over W.Q. Judge
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1996

© 1996 Theosophical University Press Agency