Het is misschien passend om bij de herdenking van de honderdste sterfdag
van William Quan Judge zijn wijsheid en kennis van verschillende aspecten
van gezondheid opnieuw te evalueren. Judge legde er de nadruk op dat
de mens een microkosmos is die een weerspiegeling is van de macrokosmos.
Als iemand wil begrijpen wat gezondheid is, moet hij eerst begrijpen
wat een mens is en wat zijn rol is in dit universum.
Aan het begin van iedere kosmische hiërarchie, zoals onze planeetketen,
manifesteert het onkenbare of sat goddelijke volledig bewuste
wezens of jivanmukta’s (vrije levens), samen met goddelijke
elementalen of onbewuste godsvonken, om het bouwen van de nieuwe kosmos
in te leiden. Uit deze jivanmukta’s of monadische essenties worden
monaden gevormd die kunnen worden omschreven als
een geestelijke entiteit, die voor ons mensen ondeelbaar
is; ze is een goddelijk-geestelijk levensatoom, maar ondeelbaar omdat
haar essentiële karakteristiek, zoals wij mensen ons die
voorstellen, homogeniteit is; terwijl het stoffelijke atoom,
waarboven ons bewustzijn zich beweegt, deelbaar is – een samengesteld
heterogeen deeltje.
Monaden zijn eeuwige, een eenheid vormende, individuele
levenscentra, bewustzijnscentra, onsterfelijk gedurende een zonne-manvantara,
en daarom eeuwig, ongeboren, onvergankelijk. Daarom is elk van die
monaden – en hun aantal is oneindig – het middelpunt van
het AL, want het goddelijke of het AL
is DAT, waarvan het centrum overal is en de
omtrek of omgrenzing nergens.
– G. de Purucker, Occulte Woordentolk,
blz. 117
In Suggestions and Aids spreekt Judge over ‘goden, monaden
en atomen’ en vermeldt dat de monaden uit zichzelf, uit hun innerlijk,
iets afscheiden, om verschillende lagere voertuigen te vormen, van het
meest goddelijke (de monadische essentie) tot de geestelijke, menselijke,
dierlijke, plantaardige, minerale en tenslotte de astrale monade of
het ‘levensatoom’ dat het stoffelijke atoom vormt. Tegen
deze achtergrond is het onmogelijk om de mens als alleen maar een stoffelijk
lichaam te zien. In feite is het lichaam de droesem en het bezinksel
van de mens. Ter illustratie van de ideeën van Judge op het gebied
van gezondheid is de volgende aanhaling misschien passend:
Lichamelijke kwalen kunnen hier ruwweg in twee klassen
worden ingedeeld; de ene betreft kwalen die acuut zijn of het gevolg
van de verbeelding of de reactie van de verbeelding op de processen
in het lichaam; de andere betreft kwalen die het gevolg zijn van krachtig
fysiek karma dat zich openbaart in ziekten van het sterfelijke omhulsel,
en staat geheel buiten het bereik van de verbeelding en is niet het
gevolg van reacties die voortkomen uit het denken van degene die eraan
lijdt . . .
. . . In de eerste klasse zullen de lichamelijke
moeilijkheden – veroorzaakt door de reactie – op natuurlijke
wijze verdwijnen zodra de persoon zich oefent het leven opgewekt tegemoet
te treden en een onafhankelijker gemoedstoestand bereikt . . . H.P.
Blavatsky zegt: ‘Dit is het hele geheim. De helft, zo niet tweederde
van onze kwalen en ziekten zijn de vruchten van onze verbeelding en
angsten. Vernietig de laatste en geef een andere wending aan de
eerste, en de natuur zal de rest doen.’1
Voor de tweede klasse van ziekten geldt inderdaad – zoals in
de alternatieve geneeskunde vaak wordt gezegd – dat deze door
het denken ontstaan, maar het is verkeerd te veronderstellen dat de
huidige gedachten in dit lichaam ervoor verantwoordelijk zijn. Het zijn
de gedachten uit een vorig leven en deze zijn volledig uit het gebied
van het denken overgegaan naar het gebied van oorzaken van dynamische
verstoring . . . om na verloop van tijd te resulteren in een probleem
dat plotseling zichtbaar wordt, of dat zich voordoet doordat we in omstandigheden
komen waarin we met ziekteverwekkers in aanraking komen. Want karma
werkt niet alleen op ons in door de moeilijkheden die we hebben geërfd,
maar ook in overeenstemming met de neigingen die wij in een vorig leven
in onszelf hebben ontwikkeld . . .
Deze oorzaken van ziekte afkomstig uit het vorige leven, die zich toen
op het gebied van het denken bevonden en in dit leven mechanische oorzaken
zijn geworden, zijn nu in ons gestel bezig via het juiste kanaal naar
buiten te komen, en dat is via een fysiek, mechanisch kanaal . . . Ze
moeten met de gebruikelijke methoden worden behandeld: door hygiëne,
geneesmiddelen, chirurgie en dieet.2
Een beroemde Amerikaanse homeopathische arts, Constantine Hering, M.D.,
heeft eens gezegd dat een ziekte naar gelang iemand vooruitgaat of beter
wordt, langs vier hoofdlijnen verloopt:
1) van een belangrijk orgaan naar een minder belangrijk
orgaan;
2) van boven naar beneden;
3) van binnen naar buiten;
4) in de omgekeerde volgorde van het verschijnen.
Deze constateringen zijn in overeenstemming met de ideeën van
Judge over het verplaatsen van de ziekte van de geest of de hogere niveaus
naar het stoffelijke gebied – dat wil zeggen, het verplaatsen
van het meer belangrijke niveau van de mens naar een minder belangrijk
niveau; van boven – de hersenen die de belangrijkste fysieke organen
zijn – naar beneden; van binnen naar buiten, want de huid vormt
de buitenkant van het stoffelijk lichaam en is relatief minder belangrijk
dan de inwendige organen. De omgekeerde volgorde van het verschijnen
geldt vooral voor het onderdrukken van de ziekte, volgens welk patroon
het ook maar verloopt.
Judge was erg bezorgd over het onderdrukken van ziekte (Eng. disease
– letterlijk: ‘het ontbreken van gemak’ of ‘gebrek
aan harmonie’) en het terugdrijven van een fysiek probleem naar
de mentale of hogere niveaus. Hij was vooral bezorgd voor mensen die
kiezen voor een zogenaamde genezing door de geest of een geloofsgenezing.
Hij legt er de nadruk op dat de meeste van deze mensen in andere opzichten
voortreffelijke mensen zijn, vriendelijk en met goede motieven. Hij
was het er helemaal mee eens dat het een goede zaak is over een heldere
en opgewekte geest te beschikken en dat men het leven moedig tegemoet
zou moeten treden en daarbij een beroep doet op de geestelijke energie
die een onlosmakelijk aspect van het heelal is. Dit zijn natuurlijk
geen nieuwe ideeën. De theosofie heeft er vanaf het begin uitdrukking
aan gegeven en er zijn ongetwijfeld andere gebieden van overeenstemming
met deze beide filosofieën. Er zijn echter ook gebieden waarover
beslist verschil van inzicht bestaat. De oprechte zorg van Judge is
dat het denken wordt gebruikt om ‘het geestelijke en goddelijke
naar dit bestaansgebied te trekken. In geen van de archaïsche leerscholen
was het iemand toegestaan de goddelijke of geestelijke krachten voor
zichzelf te gebruiken of te verkopen.’3
Hij zegt vervolgens:
Nog een misvatting wordt gevormd door het stelsel
van bevestigingen en ontkenningen. Te bevestigen zoals zij doen dat
er geen materie is, dat alles geest is, en dat er geen kwaad is maar
dat alles goed is, en dat ‘dit lichaam van mij zuiver is en
bevallig en zonder gebreken’, is in filosofisch opzicht en zuiver
taalkundig gezien in elk opzicht onjuist. ‘Geest’ en ‘materie’
zijn termen die naast elkaar moeten bestaan, en als één
van de twee wordt weggelaten moet ook de andere verdwijnen . . . Evenzo
zijn goed en kwaad twee tegenpolen die ten opzichte van elkaar bestaan,
de ene is nodig om de andere te kennen, want als er geen kwaad zou
zijn, zouden we niet weten hoe we het goede zouden moeten noemen.
Men zou evengoed kunnen zeggen dat er geen duisternis is maar dat
alles licht is. . . .
. . . Het is een soort yoga zonder enige juiste kennis
of methode; het is een blind dolen tussen krachten die zo subtiel
en gewelddadig zijn dat ze ieder moment tot uitbarsting kunnen komen.
. . .
Ik ken verschillende gevallen waaronder een aantal
van feitelijke krankzinnigheid die geheel het gevolg zijn van deze
oefeningen.’4
Judge kreeg kritiek van diverse Mental Science- of Christian Science-groepen
die van mening waren dat hij de dingen niet waarnam zoals ze in werkelijkheid
waren of ‘dit soort dingen ‘is geen authentiek voorbeeld;
het is niet representatief’. Het probleem is dat verschillende
‘metafysici’ hetzelfde van elkaar zeggen, en wanneer ze
door zoiets als dit in het nauw worden gebracht zeggen ze ‘O,
dat is niet waar het om gaat.’5
Andere gebieden waar men belangstelling voor had waren hypnotisme en
mesmerisme. Judge heeft veel over deze controversiële onderwerpen
geschreven. In één artikel zegt hij dat H.P. Blavatsky
vertelde dat de hypnotiseur een fluïdum van zich afwerpt dat ‘voor
een deel is samengesteld uit de astrale substantie die iedereen om zich
heen heeft en voor een deel uit de fysieke atomen in een fijn verdeelde
toestand’.6 Daarom wordt door hypnose
het astrale lichaam (lingasarira) het meest beïnvloed.
Als het kind vóór de geboorte volledig
is ontwikkeld, staat deze vorm vast, is samenhangend en blijvend en
ondergaat vanaf die dag tot de dood slechts kleine veranderingen .
. . Het verandert alleen van leven tot leven, . . . Het is als het
ware de verzamelaar van de zichtbare atomen die ons maakt zoals we
er uiterlijk uitzien. . . . de astrale zintuigen van ieder individu
worden direct geërfd van zijn eigen voorafgaande incarnaties,
en zijn niet het resultaat van familie-erfelijkheid, ze kunnen hun
eigen ervaring niet te boven gaan en daarom wordt hun verworven kennis
daardoor beperkt, . . . Deze innerlijke zintuigen kunnen onder bepaalde
omstandigheden op iedere afstand waarnemen, onafhankelijk van hun
positie of van obstakels. Maar ze kunnen niet alles zien, en ook zijn
ze niet altijd in staat om de aard van alles wat ze wel zien goed
te begrijpen. Want soms verschijnt er iets waarmee ze niet bekend
zijn. En ook zullen ze vaak rapporteren dat te hebben gezien wat degene
die ze beheerst verlangde te zien, terwijl ze in feite onbetrouwbare
informatie verschaffen . . . fouten doen zich voor als we vertrouwen
op datgene wat hij [de persoon onder hypnose] in die toestand zegt
over zaken die filosofische kennis vereisen, behalve in de zeldzame
gevallen die zo weinig voorkomen dat ze nu buiten beschouwing kunnen
blijven . . . Veel mensen maken zich wijs dat het hogere zelf de antwoorden
geeft, of dat er een of andere geest of zoiets aanwezig is, maar het
is zo te zeggen slechts één van de vele innerlijke personen
die spreekt, of eerder nog de spraakorganen aanzet om hun taak te
vervullen.7
. . . de vreemde ‘herhaling van toestanden’
en de ogenschijnlijk duidelijke deling of scheiding van de intelligentie
in één mens, worden alle verklaard door de oude oosterse
methode die de innerlijke vermogens van de mens in zeven klassen verdeelt,
in elk waarvan het verborgen zelf – het ego –
onafhankelijk kan handelen en dat ook doet, waarbij het lichaam slechts
een grof instrument is of de plaats van handeling van de ware mens.
Deze theorie verdeelt hem in zeven niveaus van handeling,
op elk waarvan het ego of verborgen zelf bewust kan handelen
op een bijzondere voor dat gebied geschikte manier, en ook kan delen
in het bewustzijn en de ervaring van de niveaus erboven maar niet
eronder. En elk van deze lagen of velden van bewustzijn wordt verder
verdeeld in andere onderafdelingen, en in elk daarvan kan een afzonderlijke
ervaring en handeling plaatshebben, of alle kunnen worden gecombineerd.8
Judge verklaart vervolgens dat het mesmerisme vaak magnetisme (soms
ook ‘handoplegging’) wordt genoemd en in de eerste plaats
te maken heeft met het overbrengen van levenskracht of prana van de
genezer naar de zieke mens. Mesmerisme is niet hetzelfde als hypnotisme.
Bij hypnose trekken de cellen van het lichaam en
de hersenen samen van de periferie naar het centrum. Dit proces is
in werkelijkheid een verschijnsel van de toestand van de dood, en
is het tegenovergestelde van het mesmerische effect; en dit feit is
de medische wereld niet bekend, en dat zal het zoals ze nu te werk
gaat ook niet worden omdat post mortum onderzoek nooit de
werking van een levende cel onthult. Magnetisme door menselijke invloed
begint van binnenuit en gaat dan naar de buitenkant en openbaart zo
een verschijnsel van het leven – precies het tegenovergestelde
van hypnotisme. En het gebruik van magnetisme is niet verwerpelijk;
niettemin zou het in de praktijk moeten worden beperkt tot competente
leden van de medische beroepsgroep. . . . Alle aspecten van deze soort
anesthesie kunnen zonder enige slechte gevolgen door het mesmerisme
worden gekopieerd.9
Er werden een aantal andere gevaren aangeduid door Judge, waaronder
het wetenschappelijk onderzoek door dr. Charcot naar het probleem van
suggestie of post-hypnotische suggestie. Men had ontdekt dat proefpersonen
na hypnotische suggestie veel vreemde dingen konden doen, waaronder
stelen en andere criminele handelingen.10
Ook is er bezorgdheid over het onderdrukken van een lichamelijke ziekte
naar een dieper niveau van de geest of de ziel; zoals al gezegd, ziekte
gaat van de geest of de ziel naar het stoffelijk lichaam.
Het laatste onderwerp met opmerkingen van Judge over gezondheid betreft
homeopathie en de conventionele westerse geneeskunde. Homeopathie betekent
letterlijk ‘gelijksoortig lijden’ of wat het nog beter weergeeft
‘het gelijke geneest het gelijke’ of ‘genezen door
gelijksoortige dingen’. De homeopathie in Duitsland werd in 1810
door dr. Samuel Hahnemann gesystematiseerd. Er staan meer dan tweeduizend
geneesmiddelen in de United States Homeopathic Pharmacopoeia,
overwegend van plantaardige of minerale oorsprong.
Judge had enkele positieve opmerkingen over een vermaarde homeopaat,
de Italiaanse graaf Mattei, die in feite bekend was om zijn gebruik
van ‘subtiele plantaardige essences’ die ‘heftige
pijnen konden stoppen, gezichtsvermogen herstellen, het gehoor teruggeven
en abnormale gezwellen doen verdwijnen’.11
Judge vermeldt ook zijn grote eerbied voor de homeopathische arts dr.
J.D. Buck die ‘een gewaardeerd medewerker was van The Path,
The Theosophist, Lucifer . . .’12
Het is waarschijnlijk passend hier te vermelden dat ook H.P. Blavatsky
in voor de homeopathie bemoedigende woorden sprak, maar vaststelde dat
zowel de homeopathie als de allopathie (de conventionele westerse geneeswijze)
stevig moesten worden aangepakt.
De homeopaten op grond van hun algehele afwijzing
van de allopathische methoden; en hun tegenstanders voor het sluiten
van hun ogen voor de feiten en voor hun onvergeeflijke a priori
ontkenning van wat ze zonder verificatie wensen te beschouwen als
kwakzalverij en bedrog. Het wordt duidelijk dat beide methoden in
de niet ververwijderde toekomst gelukkig verenigd zullen worden in
de uitoefening van de geneeskunde.13
De wijze woorden van Judge over gezondheid gelden nu evengoed als toen.
De sleutel tot de oorzaak van ziekte is zelfzucht, de zelfzuchtige neigingen
van een mens zowel op mentaal als psychisch gebied, in dit leven en/of
in vorige levens. Vooral het stoffelijk lichaam wordt gebruikt om deze
kwalen uit de diepere niveaus van de mens weg te werken. We moeten geen
enkele methode gebruiken die dit proces van uitstroming blokkeert. En
wat kan een mens het beste doen om ziekte te voorkomen? Onbaatzuchtige
en sympathieke gedachten, controle over emoties, daden van barmhartigheid
en vriendelijkheid; in één woord, door zelfvergetelheid.
Verwijzingen
- Echoes of the Orient,
3:362.
- Ibid. 2:276-7.
- The Path, januari 1892,
blz. 304-7 (Echoes 1:213).
- Ibid. (Echoes 1:213-14).
- The Path, maart 1892,
blz. 386-7 (Echoes 1:223).
- Lucifer, mei 1892, blz.
197-205 (Echoes 2:28-9).
- Ibid. (Echoes 2:29-33).
- Hypnotism and Theosophy
van W.Q. Judge. Een artikel verschenen in Jenness Miller Illustrated
Monthly, New York, augustus 1893 (Echoes 3:217).
- Ibid (Echoes 3:216).
- Ibid. (Echoes 3:215-16).
- Echoes 1:264.
- Echoes 2:319-20, 2:453.
- H.P. Blavatsky: Collected
Writings 4:319.