Occultisme versus paranormale vermogens
John P. Van Mater

 

Er is een groot verschil tussen paranormale vermogens en occultisme. Er zijn vele verschillende paranormale vermogens, waaronder verschijnselen zoals helderziendheid, psychometrie, telepathie, kinesthesie, channeling en het trancemediumschap. Aan de ontwikkeling hiervan wordt vaak begonnen door mensen die van nature mediamiek zijn; of iemand kan alleen maar nieuwsgierig zijn, zonder te weten wat hij zich op de hals haalt, want de wereld van het paranormale is veel bedrieglijker dan de ons vertrouwde fysieke wereld. Maar zulke vermogens zijn beslist geen spirituele vermogens. Zoals W.Q. Judge opmerkt:

Wanneer een student het pad begint te betreden en nu en dan lichtvlekken ziet opvlammen of gouden vuurbollen ziet voorbijrollen, betekent dat niet dat hij het ware zelf – zuivere geest – begint te zien. Een moment van de diepste vrede of schitterende onthullingen die de student worden gegeven, is niet het ontzagwekkende ogenblik waarop iemand op het punt staat zijn spirituele gids te ontmoeten, laat staan zijn eigen ziel. Evenmin zijn flitsen van paranormaal waargenomen blauwe vlammen, of visioenen van dingen die later feitelijk gebeuren, of een blik in kleine gedeelten van het astrale licht met zijn prachtige fotografische beelden van vroeger of van de toekomst, of het plotselinge gelui van sprookjesachtige klokken in de verte, een bewijs dat u op spiritueel gebied vorderingen maakt. Deze en andere nog vreemdere zaken zullen zich voordoen wanneer u een eindje op weg bent, maar het zijn niets anders dan de voorposten van een nieuw land dat zelf geheel stoffelijk van aard is en maar één stap is verwijderd van het gebied van het grofstoffelijke bewustzijn.    – Theosofische inzichten, blz. 34-5

Het aankweken van dit soort verschijnselen heeft gewoonlijk een verlammende uitwerking op onze hogere aspiraties, en hetzelfde geldt voor fysiek genot. Judge sprak van het gevaar van ‘astrale dronkenschap’ in verband met dit soort zaken, want de dorst naar verschijnselen kan even onverzadigbaar zijn als die naar sterke drank of drugs:

Het vermogen van de natuur om ons te misleiden kent geen grenzen, en als we bij dit soort zaken blijven stilstaan, zal ze ons niet verder laten gaan. Het is niet zo dat een of andere persoon of natuurkracht heeft afgekondigd dat we als we dit of dat doen moeten stoppen, maar wanneer men wordt overweldigd door wat Böhme ‘Gods wonderen’ noemde, heeft dit een bedwelming tot gevolg waardoor het verstand in verwarring raakt. Als iemand bijvoorbeeld ieder beeld dat in het astrale licht wordt gezien als een spirituele ervaring beschouwt, dan zou hij na enige tijd op dit punt misschien geen tegenspraak dulden, maar dat komt dan alleen omdat hij dronken is van dit soort wijn.     – Op.cit., blz. 35

Naarmate de menselijke evolutie voortschrijdt, zullen paranormale vermogens zich in toenemende mate voordoen als de natuurlijke ontwikkeling van innerlijke vermogens terwijl nieuwe zintuigen en organen actief gaan functioneren. Maar iedere poging om dit proces voortijdig te forceren is gevaarlijk voor de lichamelijke en zelfs de geestelijke gezondheid. In tijden als deze, wanneer de scheidsmuur tussen de etherische innerlijke werelden en onze fysieke wereld dun wordt, kunnen we een verhoogde paranormale sensitiviteit verwachten. In zulke tijdperken is het van vitaal belang aan de daaruit voortvloeiende stroom van verschijnselen een positieve richting te geven door het menselijke gedachteleven naar spirituele werkelijkheden te voeren.

Occultisme wordt vaak verward met paranormale verschijnselen en daarom schrikken de mensen ervoor terug. Het beeld van het occultisme dat de meeste mensen hebben, is dat van seances, waarzeggers, charlatans, rondreizende goeroes met beweerde vermogens, zwarte magie – allemaal dingen die tegenwoordig hoogtij vieren. Maar in werkelijkheid is occultisme de studie van de verborgen dingen van de natuur. In zijn ruimste toepassing wordt het soms de esoterische filosofie genoemd, die te maken heeft met de structuur en de werkingen van de kosmos en met de oorsprong en bestemming van de wezens die deze samenstellen. Een fundamenteel axioma van de occulte filosofie is dat alle dingen levend zijn en delen van een levend geheel; dat heelallen, melkwegstelsels, zonnen en planeten levende wezens zijn, die zowel inwendig als uitwendig uit menigten grotere en kleinere entiteiten zijn samengesteld. Op dezelfde manier vormen de atomen, moleculen, cellen en organen van ons lichaam – samen met de gedachten, gevoelens, aspiraties en het inzicht dat uit de hogere delen van onze natuur emaneert – dit levende heelal dat wij een mens noemen.

Stel dat we ons in gedachten bezighouden met een van onze vrienden die we heel goed hebben leren kennen en ons afvragen: Wat is deze vriend eigenlijk? Is hij of zij de fysieke verschijning of is de werkelijke persoon het bewustzijn, de intelligentie, de goedheid? Ongetwijfeld de laatste. Deze innerlijke persoon, het werkelijke individu, is voor onze stoffelijke zintuigen ontastbaar en onzichtbaar. De eigenschappen van het intellect en van de ziel worden beheerst door wetten van de geest en van de psyche; zelfs de zogeheten fysieke wetten van de natuur zijn in het geheel niet van fysieke aard. Ook zij zijn onzichtbaar en worden alleen tastbaar en waarneembaar door de manier waarop ze de stoffelijke wereld beheersen en organiseren. Zij kunnen op geen andere wijze door ons gewone gezichtsvermogen worden waargenomen.

Als we deze redenering op de kosmos toepassen, kunnen we begrijpen dat het ware oorzakelijke heelal het onzichtbare heelal is. Als menselijk leven, bewustzijn, goedheid en kracht onze werkelijkheid zijn, geldt dit evenzo voor het heelal dat ons omsluit. Ook dit wordt bestuurd door intelligentie en bewustzijn. Wat is de aard van deze intelligentie en dit bewustzijn? Deze is de achterliggende werkzaamheid van intelligente, bewuste wezens.

Elk van ons is inderdaad een heelal in miniatuur en binnenin ons zijn velden of gebieden van zijn en bewustheid, die we alleen kunnen leren kennen door de vermogens binnenin ons die tot die gebieden behoren en die op dit ogenblik grotendeels latent of slechts ten dele ontwaakt zijn. En zoals er menigten levens zijn die een status lager dan die van mensen hebben, zo moeten er ook menigten hogere wezens zijn; een opvatting die door alle grote religies wordt bevestigd. De verschillende levensgebieden, van atoom tot kosmos, vertegenwoordigen de opgaande treden van de ladder van kosmische evolutie. En de zogenaamde wetten van de natuur zijn de spirituele levensstijl van hogere wezens, van wie de aanwezigheid de harmonie der sferen waarborgt. Daarom is het heelal even werkelijk in spirituele zin als voor ons tastbaar in stoffelijke zin.

De drie grondstellingen die H.P. Blavatsky in het eerste deel van haar Geheime Leer noemt, zijn de essentie van het occultisme, want ze doen het goddelijke in ons ontwaken en laten het universum zien als een onmetelijk organisme, waarvan alle rijken, van het elektron tot de hoogste god, de wezenlijke evoluerende delen zijn. De eerste grondstelling beschrijft de oneindige, onkenbare bron waaruit alle dingen stromen – een eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk beginsel. De tweede grondstelling beschrijft de universele wet van periodiciteit, het leven, de dood en de wedergeboorte van alle dingen – werelden, goden en mensen. Zij komen alle periodiek tevoorschijn: er zijn tijden van rust en tijden van activiteit of manifestatie. Van ogenblik tot ogenblik, van jaar tot jaar, in cyclus na kosmische cyclus, vindt de evolutie van alle dingen voortgang. De derde grondstelling wijst nadrukkelijk op de essentiële eenheid van iedere ziel met de universele overziel. Ze beschrijft ook hoe iedere goddelijke vonk door middel van iedere vorm in de wereld van verschijnselen evolueert, waarbij ze tenslotte individualiteit verkrijgt. Ze bereikt dit door een bijna oneindige reeks wederbelichamingen, terwijl ze in de loop van de kosmische tijd opklimt door alle graden van intelligentie heen, van de laagste tot de hoogste.

Met het woord occultisme wordt dit verheven proces bedoeld: hoe de kleinste vonk van goddelijk leven na verloop van tijd mens wordt; en hoe wij mensen goden kunnen worden. Hoe ver ligt dit majestueuze perspectief verwijderd van de futiele vermogens, die verband houden met de paranormale verschijnselen en de zogenaamde ‘occulte’ kunsten! Laten we in plaats daarvan onze aandacht richten op het spirituele hart van dit onmetelijke ons omringende heelal, dat tevens het spirituele hart van de kern van ons eigen wezen is, terwijl we ernaar streven om als de goden te worden.

 
Andere artikelen over occultisme, meditatie, yoga, gebed, paranormale vermogens
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1996

© 1996 Theosophical University Press Agency