Een vriend tot voorbij het graf
Nhilde Davidson

 

Zijn leven was gekenmerkt door zachtmoedigheid;
en de elementen hadden zich in hem zo vermengd
Dat de natuur zich kon verheffen
En aan de hele wereld verkondigen,
Dit was een man!
    – Shakespeare, Julius Caesar, akte 5, scène 5

Zoals de kolen van het ene vuur kunnen worden gebruikt om een nieuw vuur aan te steken, zo wordt de nalatenschap van een leven bewaard in de harten van degenen die deze mens kenden, en kan dit op mysterieuze wijze worden aangewakkerd tot een levend vuur in hun eigen leven – om tenslotte opnieuw te worden doorgegeven. Tot zegen of verderf beroeren wij de levens om ons heen en, of dat nu kort of lang duurt, onmerkbaar ondergaan we allen veranderingen. Het gehalte van de relatie zal bepalen hoe de nalatenschap zal zijn – zoals men een boom kent aan zijn vruchten, zo hebben onze daden gevolgen en wordt het motief dat ons daartoe aanzette zichtbaar.

Voor de meesten van ons verloopt het leven rustig. In het eeuwige ritme van de natuur worden we geboren, leven en sterven we – en we maken de cirkel rond terwijl de cyclus zijn loop vervolgt. De begraafplaatsen zijn vol met geliefde mensen die deze aarde hebben gezegend met hun bestaan, nu meestal naamloos en vergeten, maar hun nalatenschap blijft haast onmerkbaar bewaard. Slechts weinigen reiken op een meer tastbare manier uit boven het graf – zo iemand was William Q. Judge. Zijn vriendelijkheid en menslievendheid komen duidelijk naar voren in al zijn geschriften. Zijn mededogen en zijn inzicht in de beproevingen van het leven, gegroeid door persoonlijk lijden, maken hem zelfs nu nog tot een wijze en zachtaardige mentor.

Zijn diepe overtuiging dat alle leven een luisterrijke uitdrukking is van DAT– en dat elk aspect van het gemanifesteerde een onuitblusbare vonk van de godheid in zijn kern draagt – gaf hem een diep inzicht in de menselijke situatie. Deze wijsheid ging gepaard met een ware bescheidenheid die voortkwam uit de onpersoonlijke manier waarop hij omging met zijn eigen leven en problemen. Zijn brieven laten een niet-oordelende zachtmoedigheid en vriendelijkheid zien.

Wie met zijn boeken in aanraking komt, ervaart dat zijn of haar leven wordt verrijkt. Zijn begrip van de uitgestrekte arena van de theosofie is zonder twijfel een geweldige hulp voor de serieuze zoeker naar waarheid, maar vooral in zijn persoonlijke correspondentie komen zijn warmte en ware wijsheid duidelijk naar voren. Terwijl hij altijd eropuit is om de onderliggende principes achter de illusies van het leven aan het licht te brengen, geven zijn praktische en vriendelijke benadering en zijn antwoorden op vragen diepzinnige richtlijnen voor het begrijpen van de raadselen van het leven en een hulp om ermee om te kunnen gaan. De grootmoedigheid van geest en filosofische ruimdenkendheid die uit zijn geschriften spreken bij het behandelen van de verschillende onderwerpen, geven veel stof tot nadenken, en helpen altijd de geest te verheffen door het stimuleren van een hernieuwde verbintenis om het ‘beter te doen’ – om opnieuw de verheven weg van onzelfzuchtigheid en altruïstisch pogen in te slaan.

Zoals op een waarachtige vriend kun je op Judge – door zijn boeken – altijd een beroep doen. Hij is een aangename metgezel, en in zijn gezelschap kun je veel gelukkige uren doorbrengen.

 
Andere artikelen over W.Q. Judge
 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1996

© 1996 Theosophical University Press Agency