De zoektocht naar de heilige graal, Lao-Tze’s weg van tao, de
weg van leven en dood van de Amerikaanse indianen, de heilige weg naar
de mysteriën van Eleusis, de vele paden naar brahman van de hindoes,
‘de weg, de waarheid en het leven’ van Christus –
in ieder tijdperk vindt men de weerklank van een tijdloos pad dat naar
wijsheid voert, naar het begrijpen van ons doel in het universele plan,
en uiteindelijk naar het verheffen van alle levende wezens. In onze
tijd is de kennis van dit pad grotendeels vergeten, en wordt deze soms
bespot of het bestaan ervan ontkend. Niettemin bevestigen de huidige
erfgenamen van die oude wegen het bestaan ervan, en ze veronderstellen
dat wat een deel is van de natuur nooit verloren kan gaan, omdat het
de natuur zelf is. Deze weg naar het ‘grote aloude hart’,
zeggen ze, weerspiegelt het patroon van de pelgrimstocht van de evolutie,
de opgaande golf van het leven naar steeds grootsere uitdrukkingen van
het innerlijke potentieel, naar een meer universele visie en een zich
verdiepende sympathie met de bron van het zijn. Het leven is een voortgaand
proces van innerlijke groei en innerlijk leren, van het kennen van ons
Zelf, waarbij ieder van ons zowel leerling als leraar is, en het licht
ontvangt van de opgedane ervaring en deze als een baken uitzendt naar
degenen die de leiding ervan zoeken.
In het laatste kwart van deze eeuw zien we een opleving van het bewustzijn
van en het zoeken naar dit pad; en er is misschien niemand die zozeer
verantwoordelijk is voor het herleven van serieuze belangstelling daarvoor
en het beschrijven van de belangrijkste kenmerken ervan als H.P. Blavatsky,
de bezielende kracht achter de moderne theosofische beweging die in
1875 werd opgericht. Als leerling van degenen aan wie het beheer van
deze wijsheid is toevertrouwd, was het haar taak om in moderne taal
het brede panorama van de ‘oude universele wijsheidsreligie’
opnieuw te presenteren, aan te tonen dat deze overal is te vinden in
de mythen, legenden en geestelijke tradities van elk volk, alsmede om
te laten zien dat deze wetenschappelijk is gefundeerd, met als uiteindelijk
doel om de universele broederschap te bevorderen.
Velen vonden de boeken van H.P. Blavatsky echter moeilijk – ‘te
kosmisch’ hebben sommigen gezegd; ‘geef ons alsjeblieft
iets dat gemakkelijker is te begrijpen’. In de geschriften van
William Quan Judge, een medeoprichter van de Theosophical Society en
een persoonlijke leerling van zowel H.P. Blavatsky als haar leraren,
hebben velen een menselijk element gevonden dat, hoewel het in HPB’s
geschriften niet ontbrak, hier meer direct wordt gevoeld. Zijn De
Oceaan van Theosofie en Brieven
die me hebben geholpen blijven klassieken in de theosofische
literatuur, en beschrijven in heldere en eenvoudige taal de basisgedachten
van de wijsheidsreligie en wijzen de weg voor zoekers op het geestelijke
pad. Maar het grootste deel van de literaire productie van Judge was
tientallen jaren niet toegankelijk, behalve voor die gelukkigen die
exemplaren bezaten van het tijdschrift dat hij begon en redigeerde.
In overeenstemming met de onderwerpen die erin werden behandeld, noemde
hij het The Path (Het pad).
Het werd begonnen in 1886, zonder enige staf van schrijvers en zonder
voorraad artikelen; ‘de belofte voor de toekomst ervan lag uitsluitend
in het hoogste vertrouwen’. The Path was niet een officieel
orgaan van de Society maar deed in plaats daarvan een beroep ‘op
allen die zichzelf en hun medeschepselen – mens en dier –
wensten te verheffen uit de gedachteloze eentonigheid van het alledaagse
zelfzuchtige bestaan’. Voor dit doel en tot de dag dat hij op
44-jarige leeftijd stierf, schreef Judge over de manier van leven waarover
de wijzen van de oudheid spraken: de geschiedenis ervan, het altijd
aanwezige verband met de praktische aangelegenheden van het dagelijkse
leven, de valkuilen die men ontmoet, en de inspiratie die wordt verkregen
als men die weg volgt.
In 1975 werden als antwoord op vele verzoeken de artikelen en verhalen
van Judge uit The Path uitgegeven in het eerste van drie delen
verzameld werk, getiteld Echoes of the Orient.1
Deze boeken vormen een welkome bijdrage aan de basisliteratuur over
theosofie die nu verkrijgbaar is. Het spectrum van onderwerpen is breed
genoeg om zowel een nieuwe belangstellende als iemand die al langer
hierin studeert waardevolle leiding en inzichten te bieden – waarbij
de schrijver blijk geeft iemand te zijn die uit eigen ervaring het pad
als een feit kende.
Wat opvalt in de geschriften van Judge is zijn buitengewone vermogen
om een krachtige gedachte in één zin samen te vatten,
zodat deze werkt als een zaadje in het bewustzijn van de lezer. Daar
maakt die gedachte gebruik van de daarin aanwezige elementen, en na
verloop van tijd, als ze wordt gekoesterd, ontvouwt ze panorama’s
van inzichten die niet eerder werden gezien. De titels van de artikelen
in het eerste deel zijn op zichzelf al veelzeggend: ‘De zon en
de ware zon’, ‘Is karma slechts straf?’, ‘Occultisme:
Wat is dat?’, ‘Waarom het beoefenen van yoga gevaarlijk
is’, ‘Het opnieuw planten van ziekten voor toekomstig gebruik’,
‘Reïncarnatie in de bijbel’, ‘De adepten en de
moderne wetenschap’, ’Punten van overeenkomst in alle religies’,
’Vervalste boodschappen van de mahatma’s’, ‘Theosofie
en de doodstraf’, ‘Hoe moeten we met anderen omgaan?’
Naast meer dan 150 artikelen heeft de samensteller in dit deel de intrigerende
verhalen opgenomen, die een mystieke kennis bevatten die behoort tot
het heilige verleden van Ierland.
In Deel 2 vindt de lezer een soortgelijke rijkdom aan theosofische
gedachten, geschiedenis en adviezen. Gerangschikt in afdelingen –
ieder in chronologische volgorde – vindt men de artikelen van
Judge uit The Irish Theosophist, Lucifer, The
Theosophist, alsmede enkele geschriften uit The Path die
niet in Deel 1 waren opgenomen. Ook vindt men hier zijn presentaties
op het Wereldparlement van religies in Chicago in 1893, waar hij The
Theosophical Congress voorzat. De tweede helft van dit deel bevat verschillende
interessante secties getiteld: Verborgen hints in De Geheime Leer,
vragen uit The Vahan, The Theosophical Forum, vragen
uit The Path, Samenvatting van Gesprekken, en Gezichten van
Vrienden.
Als we de inhoud van Deel 1 kunnen karakteriseren als afkomstig van
het gebied van ‘zuivere buddhi’ of intuïtie –
zoals H.P. Blavatsky eens opmerkte over Judge’s tijdschrift The
Path – dan brengt veel van het materiaal in Deel 2, hoewel
het een breed filosofisch terrein beslaat, de lezer in nauwer contact
met de wereldlijke kant van de theosofie. Met andere woorden, hier hebben
we een gelegenheid meer te leren over hoe mensen reageerden op het opnieuw
introduceren van de theosofische wijsheid en op de uitdagingen daarvan.
De gevolgen waren soms verheffend, maar er werd ook verwarring gewekt;
en een van de eerste pogingen van Judge was om zoveel mogelijk te helpen
om een steviger fundament te bouwen voor dit pas opgekomen continent
van geestelijk-wetenschappelijk denken.
Een van de gevolgen van de boeken van H.P. Blavatsky, zoals Isis
Ontsluierd en De Geheime Leer, die nieuwe terreinen openlegden,
was een stroom van vragen op elk mogelijk gebied; bijna de helft van
Deel 2 wordt in beslag genomen door die vragen die door Judge werden
beantwoord. De mensen schreven omdat ze (evenals nu) wilden weten wat
er werkelijk gebeurt wanneer een mens sterft. Kan men dat te weten komen?
Heeft hij een ziel (en een geest)? Kan men die verliezen? Wat gebeurt
er met mensen die zelfmoord plegen? Is het mogelijk in dromen antwoorden
te krijgen op vragen over de juiste handelwijze? Zou men paranormale
vermogens moeten ontwikkelen? Zijn celibaat en vegetarisme nodig om
een geestelijk leven te leiden? Welk bewijs is er voor het bestaan van
gevorderde mensen en mahatma’s? Waarom maken zij zich niet in
bredere kring bekend? Hoe kan iemand de mensheid dienen? Hoe betreedt
men het chela-pad?
Er volgden ook andere reacties, die soms blijk gaven van de minder
edele elementen van de menselijke natuur. Egoïsme, onwetendheid,
en fanatisme waren de belangrijkste die ertoe bijdroegen dat misverstanden
en ongerechtvaardigde aanvallen zich voordeden. Verschillende artikelen
van Judge gaan in op die problemen en zijn ook nu relevant, omdat ze
waardevolle inzichten bevatten voor het oplossen van soortgelijke moeilijkheden
die zich voordoen bij het geestelijke gistingsproces dat zich nu voltrekt.
Deel 3 is verdeeld in vijf secties; de eerste is een reeks artikelen
waarin Judge theosofische begrippen introduceert en die hij schreef
voor Kate Field’s Washington, met als titel ‘Echo’s
uit het oosten’. De secties 2 - 4 bevatten korte verhandelingen
en brochures uitgegeven door Judge – waaronder zijn hooggewaardeerde
‘Epitome of Theosophy’ [theosofie in vogelvlucht] –
alsmede artikelen in kranten en tijdschriften die niet in de eerste
twee delen waren opgenomen, en gemengde berichten (uittreksels, ongedateerde
artikelen, enz.). De vijfde en grootste sectie omvat bijna de helft
van het deel en is gewijd aan ‘Suggestions and Aids’ [wenken
en adviezen] uitgegeven voor leerlingen van de Oosterse School van theosofie,
in 1888 opgericht door HPB samen met Judge. Deze geschriften behandelen
zaken die van meer direct belang zijn voor theosofen zowel als voor
de hoofddoelstellingen van de Theosophical Society en haar stichters,
de mahatma’s. Dat HPB het volste vertrouwen had in de integriteit
en competentie van Judge als leraar blijkt uit een uitspraak van haar
(Echoes 3:452):
De esoterische sectie en het leven ervan in de V.S.
hangen ervan af of WQJ haar vertegenwoordiger blijft en blijft wat
hij nu is. De dag dat WQJ ontslag neemt, zal HPB voor de Amerikanen
feitelijk dood zijn.
WQJ is het antaskarana [de verbindende
schakel] tussen de twee manas(sen) [denkwerelden], het Amerikaanse
denken en de Indische esoterische kennis – of liever die van
de andere kant van de Himalaja.
DIXI. HPB
Wat ook het onderwerp was, Judge staat in wat hij schrijft onveranderlijk
met beide benen op de grond, en maakt een einde aan verstard denken
en aan de onzin van het pseudo-occultisme. Het is verfrissend om zijn
heldere zinnen te lezen, eenvoudige bewoordingen die vrij zijn van de
mistige ‘beminnelijkheid’ of gekunstelde taal waardoor zoveel
new-age literatuur nu wordt gekenmerkt. Maar, ook al gaat Judge recht
door zee, zijn toekomstperspectief is stevig geworteld en heeft een
bredere filosofische achtergrond, gericht op universele broederschap,
de ingeboren menselijke waardigheid, en de onschatbare waarde van altruïstische
motieven en dienstverlening. Hij verlaagt zich nooit, maar is altijd
de ware leerling/leraar met wie we ons gemakkelijk kunnen verbinden,
en hij brengt de eeuwige wijsheid op een manier die ons aanmoedigt onze
gezichtspunten te verruimen en in iedereen en in alles levendige uitingen
te zien van de goddelijke kracht.
Ook vermeldenswaard is een tweedelige bloemlezing van geschriften van
Judge getiteld Theosophical Articles.2
Deze werden uitgegeven ‘in de overtuiging . . . dat [ze] een onmisbare
hulp zijn bij het begrijpen van de theosofische filosofie, en dat de
erkenning van [WQJ’s] rol en aandeel in de theosofische organisatie
en opvoeding eveneens onmisbaar zijn voor het begrijpen van de theosofische
beweging’. De bijzondere waarde van deze uitgave ligt in de ordening
van de artikelen naar onderwerp in plaats van chronologisch. Welke ordening
men ook verkiest, de geschriften van Judge vormen een verbazingwekkende
bron van inspiratie en stabiliteit in het dagelijks leven.
Verwijzingen
- Echoes of the Orient: The Writings of William
Quan Judge, samengesteld door Dara Eklund, Deel 1 (1975), 616
blz.; Deel 2 (1980), 553 blz.; Deel 3 (1987), 560 blz., Point Loma
Publications, San Diego; elk deel gebonden; gecombineerde index van
alle 3 delen, 135 blz., paperback.
- Theosophy Company, Los Angeles, 1980, twee delen,
1.276 blz., index in Deel 2; gebonden (set 2dl.), ook verkrijgbaar
als 37 losse brochures.