Als we de bedoeling van het Onze Vader willen begrijpen, moeten we
achter de betekenis komen die we er zelf aan geven. Bij dit zoeken naar
de kern van wat we van belang vinden, moeten we onze hogere vermogens
gebruiken. Ik zal proberen uit te leggen waardoor het Onze Vader vanuit
het perspectief van de esoterische wijsheid meer betekenis voor mij
krijgt, en doe dat door het exoterische omhulsel van het gebed op te
lichten, door tussen de regels door te lezen, en door gedachten uit
verschillende bronnen te kiezen. Het stemt droevig als mensen een gebed
alleen op een mechanische manier opzeggen, zonder er iets bij te voelen
of te denken. We zijn begiftigd met een verlicht denkvermogen dat we
hebben verworven door te evolueren en hebben verkregen vanuit de meest
oospronkelijke Bron — of we die nu het goddelijke, Dat, God of
een hogere macht noemen. We zijn hier om van dat vermogen gebruik te
maken.
H.P. Blavatsky stelt dat ‘het gebed zoals het nu wordt opgevat,
dubbel verderfelijk is: (a) het doodt het zelfvertrouwen in
de mens; (b) het ontwikkelt een nog buitensporiger zelfzucht
en eigendunk in hem dan waarmee de natuur hem al heeft begiftigd.’1
Vanuit de theosofie gezien ‘opent gebed het geestelijke zien van
de mens, want bidden is verlangen en verlangen ontwikkelt WIL;
. . .’2 Het is ‘een WILSGEBED,
en dat is eerder een innerlijke opdracht dan een smeekbede’.3
Deze denkwijze wordt door Jezus uitgedragen in Mattheüs (6:5-6),
waar hij ons leert: ‘En wanneer gij bidt, zult gij niet zijn als
de huichelaars; want zij staan graag in de syna-gogen en op de hoeken
der pleinen te bidden om door de mensen geroemd te worden. . . . Maar
wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw
Vader in het verborgene . . .’ Hij vraagt ons om ons in het binnenste
van onszelf terug te trekken, want: ‘Onze Vader is in
ons ‘in het verborgene’, ons zevende beginsel, in de ‘binnenkamer’
waar de ziel wordt waargenomen. ‘Het koninkrijk der Hemelen’
en van God ‘is in ons’ zegt Jezus, niet buiten
ons.’4 We moeten de deur sluiten
voor onze fysieke zintuigen en ons concentreren op een hoger niveau,
op iets in ons, iets goddelijks. Volgens een oud gezegde wordt van ons
gevraagd te weten wanneer we stil moeten zijn: en dat is bijvoorbeeld
tijdens het gebed.
Omdat we ons afwisselend bezighouden met het exoterische (het publieke
en openlijke) en het esoterische (het beslotene of verborgene), moet
er een verbinding bestaan tussen beide. Laten we ons in de zoektocht
naar onze eigen waarheid bepalen tot de verbinding tussen het gebed
als ritueel en als een mystieke ervaring . Velen van ons kennen het
Onze Vader uit het hoofd, zodat we het rituele aspect onder de knie
hebben. Maar hoe zit het met de mystieke ervaring? Als we met een oprecht
verlangen, en door concentratie, overpeinzing of meditatie, onze wil
ontwikkelen spreken we tot onze innerlijke godheid en stimuleren we
op natuurlijke wijze een groeiend besef van ons ware doel: onzelfzuchtig
te worden jegens de mensheid en uiteindelijk jegens alle wezens om ons
heen.
In Mattheüs 6:9-13 staat:
Onze Vader, die in de hemelen zijt, uw naam worde
geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel
alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef
ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; en leid
ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Sommige vertalingen voegen daaraan toe: ‘Want uwer is het koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid in de eeuwigheid, amen.’
Dit christelijke gebed werd in feite ontleend aan oudere joodse gebeden
en kan bijna woordelijk worden gereconstrueerd uit talmudische bronnen:
‘Onze Vader, die in de hemelen zijt,
wees ons welgezind, O Heer onze God; uw naam worde geheiligd,
en laat de herinnering aan U in de hemel hierboven en
op de aarde hier beneden in ere worden gehouden. Laat uw
koninkrijk over ons heersen, nu en voor altijd. Uw heilige mensen
uit de oudheid zeiden, Scheld alle mensen kwijt en vergeef
hen alles wat ze mij ook hebben misdaan. En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van het kwade. Want uwer is het koninkrijk en
U zult heersen in glorie, voor eeuwig en altijd.5
– Manly Palmer Hall, The Mystical Christ,
blz. 135
Deze herkomst van het Onze Vader is interessant wanneer we bedenken
hoezeer het christendom heeft benadrukt dat het uniek is in de geschiedenis.
We gaan er het universele karakter van de esoterische traditie onder
de volkeren door zien.
We kunnen iets van de verborgen betekenissen van dit gebed onderzoeken,
omdat het in verschillende zinssneden kan worden opgesplitst, die elk
een geheel eigen bijzonder en universeel denkbeeld tot uitdrukking brengt.
Eerst komt Onze Vader, die dezelfde is als de god in ons, die
we in feite zijn. Deze brengt een kind-ouder-verbinding tot stand tussen
ons lagere of dierlijke deel en ons hogere zelf, de goddelijke vonk
die zich in de loop van de tijd omhulde met ‘rokken van vellen’.
Wanneer we onze innerlijke godheid als onze ouder gaan zien, brengt
dat ons lagere zelf in direct contact met ons hogere zelf. We hoeven
God dus niet te zien als iemand of iets los van ons, en evenmin hoeven
we ons tot een heilige of een heilige plaats te wenden om verlichting
te verkrijgen. We hebben die al — hier, en nu! Er bestaat een
zen-koan die vermaant: ‘De schitterende edelsteen ligt in uw eigen
hand!’ We hoeven niet verder te zoeken dan onszelf naar dat goddelijke
wezen dat we in alle ernst buiten ons zoeken. Volgens de redenering
van Emmet Fox ‘ is het is een kosmische wet dat een bepaalde soort
dezelfde soort voortbrengt. . . . De nakomelingen zijn van dezelfde
aard, en moeten dat zijn, als de ouder; en omdat God goddelijke geest
is, moet de mens in wezen ook goddelijke geest zijn. . . .’ Deze
godheid wordt als ‘onze Vader’ omschreven, niet als ‘mijn
Vader’, wat ‘op de realiteit van een universele broederschap
van de mensheid duidt’; het gaat erom dat ‘we niet voor
onszelf moeten bidden maar voor de hele mensheid’.6
Die in de hemelen zijt: dit is de Vader in ons. Swami Prabhavananda
zegt: ‘In de hemel zijn, betekent God in ons eigen bewustzijn
verwerkelijken.’7 Het is die hoogste
onscheidbare essentie, ons goddelijk zelf of onze godsvonk. In sommige
Engelse vertalingen van de bijbel wordt ‘dat in de hemelen is’
[which art in heaven] gebruikt in plaats van ‘die in de hemelen
is’ [who art in heaven], en deze interpratatie van God als niet-persoonlijk
steunt mij in mijn weerstand tegen de gangbare opvatting van een grote,
op een mens lijkende god, die zich ergens verweg in de ruimte bevindt.
Uw naam worde geheiligd: geheiligd betekent heilig of gewijd,
volledig of heel. ‘Laat er altijd en overal eerbiediging zijn
. . .’ zoals een Polynesisch gebed het verwoordt. In mystieke
zin is in de naam van iets de essentiële aard of het karakter ervan
vervat. In sommige religies is Gods naam een mantra, een klanksymbool
voor bepaalde aspecten van het goddelijke. Door die steeds te herhalen
ontstaat er een vibratie die overeenstemt met die van subtielere lagen
in ons bewustzijn, waardoor we kunnen afstemmen op een hogere frequentie
of een hoger aspect van onszelf dat deze ‘hemel in ons’
is. Vibratie is een sleutelbegrip om de wetten van de natuur
op esoterische wijze te interpreteren. Eén schrijver kwam met
de suggestie om deze zinssnede ‘veel juister te vertalen met ‘uw
Naam worde met de juiste intonatie uitgesproken’ – omdat
de juiste klank gemakkelijk de hogere natuur opwekt en de lagere tot
de orde roept.’8
Uw koninkrijk kome, uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook
op de aarde: dit vers is een schitterende weergave van het axioma
van Hermes: ‘Zoals het boven is, zo is het ook beneden; zoals
het beneden is, zo is het ook boven’. Het is onze plicht te proberen
de volmaakte sferen naar de wereld beneden te brengen, en het stoffelijke
te helpen verheffen tot geest. Dit is een van de betekenissen van het
symbool van het salomonszegel of de davidster — twee ineengevlochten
driehoeken, waarvan de ene omhoog wijst en de andere naar beneden. De
driehoek met de punt naar boven symboliseert de worsteling om het stoffelijke
te verheffen tot het geestelijke, en de naar beneden gerichte duidt
op het mededogen dat van bovenaf met ons wordt betoond.
Het goddelijke of het koninkrijk Gods is al in ons, maar nog als een
latent centrum dat we met ons verlangen en ons streven naar verheven
ethische idealen moeten proberen tot volle werkzaamheid te brengen.
We leven in een wereld die door de goddelijke wijsheid vooruitgaat,
en we moeten daarom de geestelijke mogelijkheden in ons hart en denken
ontwikkelen. Katherine Tingley leerde ons: ‘Niemand kan in de
ware zin geestelijk groeien, tenzij hij zo heeft geleden dat hart en
denken op de zielensmart van de wereld zijn afgestemd.’ Door dit
lijden — een opoffering die tegelijk een heilig offer is —
verheffen we ons dierlijke zelf tot de hogere beginselen waar het goddelijke
in leeft, beweegt en zijn bestaan heeft. Daarbij zetten we lijden om
in dienstbaarheid — jegens allen. De impuls tot geestelijke
groei wordt vaak overstemd door het lagere zelf, dat is gericht op het
bevredigen van primaire verlangens en instincten die ons aan de materiële
aspecten van de wereld binden. Deze zinssnede uit het Onze Vader herinnert
ons eraan om de verbinding met ons hogere zelf open te houden, en ons
door ons bewustzijn en onze intuïtie te laten leiden als we keuzes
maken en onze dagelijkse plicht vervullen. We zullen het herkennen aan
zijn altruïsme en onzelfzuchtigheid — zoals we de rank herkennen
aan haar vruchten.
Deze passage wordt ook wel vertaald als: ‘Moge de wil van de
innerlijke geest worden volbracht in het lichaam’9
— want door dit fysieke voertuig ervaren en beleven we elke dag
het leven.
Geef ons heden ons dagelijks brood: brood staat voor geestelijk
voedsel — het manna uit de hemel, het brood van het leven. We
hebben allen ons werk te doen, en moeten dat doen met de juiste geestelijke
instelling. Wat is onze taak vandaag — op dit moment, nu? We hebben
voedsel nodig voor de ziel, zoals het lichaam wordt gevoed met brood
dat is gemaakt van graan. Een andere vertaling luidt: ‘mogen we
door onze hogere aspiraties geestelijk voedsel ontvangen’.10
Maar we ontvangen het alleen als we erom vragen — ‘vraag
en het zal u worden gegeven’, ‘klop en de deur zal worden
opengedaan’.
We moeten elke dag weer beseffen wat het betekent om te leven —
en niet onze aspiraties opbergen om ze alle één ochtend
per week tevoorschijn te halen. We hebben de gewoonte elke dag te eten,
en evenzo heeft onze ziel ook ieder dag inpiratie nodig. Niemand kan,
fysiek of geestelijk, voor een ander voedsel opnemen, en ieder van ons
moet zich zelf van het goddelijke — de waarheid, hoe we het ook
noemen — bewust worden zonder een oordeel te vellen over de opvattingen
van de ander of geforceerd te proberen die te veranderen omdat wij
vinden dat we gelijk hebben.
In de hemelwereld bevond zich, volgens een hindoeverhaal, de belichaming
van de hoogste en absolute waarheid. Op een dag viel die op aarde en
spatte in vele stukken uiteen, die overal terechtkwamen. Allerlei mensen
vonden fragmenten en ieder van hen beweerde de waarheid te hebben gevonden,
terwijl ze eigenlijk alleen maar een betrekkelijke waarheid, een fragment
van het absolute, hadden gevonden. Niemand heeft de enige waarheid:
sommige waarheden zijn groter, andere kleiner, sommige omvatten meer,
andere minder, maar niemand kan zeggen dat een ander niet tenminste
een deel van de waarheid heeft. Als we maar met onze buren konden leren
samenwerken, gedachten met hen konden leren uitwisselen, en konden leren
beseffen dat wanneer we zorgvuldig kijken al die fragmenten van het
juweel in elkaar beginnen te passen, dan zou dit alles bij elkaar er
misschien toe kunnen leiden dat zich een nog diepere waarheid aan ons
openbaart.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren:
dit is de leer van oorzaak en gevolg of van karma. Deze regels van het
gebed betekenen niet dat onze overtredingen ons worden vergeven of dat
we van onze plicht om ons gedrag te corrigeren worden ontheven; evenmin
heeft een priester of heilige die macht. We moeten beseffen dat we zelf
verantwoordelijk zijn voor onze handelingen en daden. Ik geloof niet
dat iemand van de gevolgen van zijn daden kan worden bevrijd —
de moordenaar kan niet door op het laatste moment op zijn sterfbed te
bekennen of door in een hogere macht te gaan geloven, van alle verkeerde
daden worden ‘verlost’. Paulus schreef aan de Galaten (6:7):
‘Wat een mens zaait, zal hij ook oogsten’. Met deze uitspraak
vragen we ons hogere zelf ons te bevrijden van de gewoontes en de schuld
in verband met ons vroegere handelen, opdat we in iedere nieuwe situatie
op de juiste wijze zullen kiezen. We hoeven ons niet schuldig te voelen
omdat we kansen hebben gemist, want de natuur is geduldig, vergeet niet,
en zal ons er weer toe aansporen ons denken te corrigeren en ons handelen
weer in harmonie te brengen. We zouden moeten proberen in evenwicht
te leven met de natuur — zonder rimpelingen in de vijver te veroorzaken.
Een van de steeds terugkerende thema’s in de bijbel is vervat
in de gulden regel: ‘Wat gij wilt dat u de mensen doen, doet gij
hen ook aldus’ — een denkbeeld dat de basis vormt van bijna
alle religies. Geddes MacGregor schreef: ‘Een liefdevol hart dat
een ander vergeeft doet als vanzelf de schuld in ons wegsmelten, zodat
we worden vergeven terwijl ons hart vol liefde uitgaat naar de ander.’11
Als we oprecht spijt hebben van een verkeerde daad, begrijpen we wat
we hebben gedaan en besluiten we het nooit meer te doen. Het goede voor
ons komt wanneer het gevolg naar ons terugkeert, omdat we dan goed toegerust
zullen zijn om dit onder ogen te zien en de juiste beslissing te nemen.
Karma, het vergeven van anderen, altruïsme, onzelfzuchtigheid
— al deze zijn voortreffelijke en redelijke denkbeelden. Te vergeven
en vergeten is de beste handelwijze, want we weten niets van iemands
omstandigheden, van wat iemand innerlijk ervaart, hoezeer we ook denken
dat we dat wel weten. Zoals mensen een verschillende lichamelijke pijndrempel
hebben, zo is er ook een verschil tussen individuen in de psychische,
intellectuele en andere voertuigen, en in het vermogens allerlei innerlijke
beproevingen te doorstaan. In feite belasten we onszelf als we wrok
of onvriendelijke gevoelens jegens anderen blijven koesteren. Eenmaal
verlost van deze dingen zijn we vrij om ons met de meer wezenlijke aangelegenheden
in het leven te gaan bezighouden.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze:
is het gemanifesteerde niet één grote verleiding? Het
is een enorme onderneming om door de sluier van maya (illusie) heen
de ware grondslag van het universum te bereiken of zelfs alleen maar
te zien. We vragen ons hogere zelf ons te verheffen boven de verleiding
van de materie en te mogen verblijven in het hart van het heelal.
James Long gaf van deze passage de volgende interpretatie: ‘O
Vader in ons, leid ons niet weg van onze beproevingen en moeilijkheden,
opdat we door ze eerlijk onder ogen te zien het kwaad leren kennen zoals
het is, en zijn macht kunnen breken. . . . En laat ons niet struikelen
wanneer we in verzoeking worden gebracht’.12
Maar soms moeten iets eerst slechter gaan voor het beter wordt; de zweer
moet rijpen en in omvang toenemen, tot ze doorbreekt. Dan begint de
genezing. We moeten ons niet laten vangen in de valstrik van de illusie,
niet toegeven aan de aantrekkingskracht van de stoffelijke wereld. Vele
interpretaties, vele gezichtspunten, die alle kunnen bijdragen aan onze
kennis en begrip.
Kennis echter brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Iemand die
in spirituele aangelegenheden over een grotere kennis beschikt, zal
grotere gevolgen zien in wat voor de gemiddelde mens onbelangrijk lijkt.
Men leeft het leven meer op het scherp van de snede dan wordt geëist
van iemand die niet zoveel kennis bezit. Dit betekent niet dat onwetendheid
een zegen is, want we moeten uiteindelijk alleemaal vooruitgaan —
of voor altijd achtergelaten worden. We kunnen ons niet veroorloven
om zelfgenoegzaam of eigengereid te worden. ‘Kennis van de waarheid,
hoe gering ook, is een heilige verantwoordelijkheid jegens de mensheid
die niet mag worden ontweidt.’13
Want uwer is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in
de eeuwigheid: één schrijver zegt dat de ware vertaling
van de oorspronkelijke Aramese tekst zou moeten zijn: ‘Want van
U zijn de rijken en de energieën en de stralingen door de levenscycli
heen, eeuwig en voor altijd.’14 Voor
mij betekent dit een wereld van verschil. ‘Uwer zij de glorie’
wijst ook op de ene werkelijkheid in ons van waaruit en waarvoor iedere
handeling zou moeten worden verricht.
Het laatste woord van dit gebed en eigenlijk van alle andere in het
christendom is amen, wat ‘het verscholene’ betekent,
dat wat verborgen of occult is. Dit ‘is in feite weer het verklankte
‘Woord’,
dat je vaak in oosterse geschriften tegenkomt en
in ‘Het Licht van Azië’ als Om voorkomt — een
Sanskrietwoord dat de innerlijke god betekent, het Zelf van alle dingen
en wezens. Door het mechanisch herhalen van dit soort gebeden vergeten
de mensen Dat in zichzelf wat dieper en heiliger is dan welk woord
of gebed ook. – Because
. . . For the Children Who Ask Why, blz. 31
De Hebreeuwse spelling is A-M-N, drie letters die overeenkomen met
de volledige spelling van Om, namelijk A-U-M. De drie letters zijn lettergrepen
die de drieëenheid weergeven. Sommigen vinden dat men deze alleen
in de stilte van de geest en van het hart zou moeten uitspreken, en
daar ben ik het mee eens.
Ik vind het niet gepast of nodig om het Onze Vader aan te passen. Ik
zou het liever willen parafraseren en de hierboven ontwikkelde gedachten
als volgt willen samenvatten:
O Grote Geest, onze Vader (mijn innerlijke godheid),
die woont in de stilte van ieder wezen, uw heilige naam worde met
de juiste intonatie uitgesproken. (Verhef om de eenwording te bereiken
uw essentiële aard altijd en in alles). Moge uw innerlijke vrede
werkelijkheid worden, moge uw wil onze leidraad worden, hier beneden
in de gemanifesteerde stoffelijke wereld zoals het in de volmaakte
gebieden boven is.
Voed onze aspiraties op elk tijdstip in de duur; en herstel met mededogen
het evenwicht in de natuur, zodat de gevolgen van onze oorzaken tot
ons terugkeren en we kunnen leren (terwijl ze ons aansporen om heilzame
keuzen te maken). Laat de verleiding van de illusie ons niet (tot zelfzucht)
leiden, zodat we altijd goed van kwaad kunnen onderscheiden.
Want uit u vloeien de rijken en de energieën en de stralingen
voort gedurende de levenscycli en de rustperioden, eeuwig, en voor altijd.
AUM!
Verwijzingen
- De Sleutel tot de Theosofie, blz. 65.
- Isis Ontsluierd, 1:566.
- De Sleutel, blz. 62.
- Blavatsky, De Geheime Leer, 1:307 vn.
- De niet cursief gedrukte zinnen komen in de christelijke
versie niet voor.
- Power Through Constructive Thinking,
blz. 17-18.
- The Sermon on the Mount according to Vedanta,
blz. 87.
- Anonymous, Because . . . For the Children Who
Ask Why?, blz. 30.
- Op. cit., blz. 31.
- Ibid., blz. 31.
- The Gospels as a Mandala of Wisdom, blz.
62.
- Mens, Vonk der Eeuwigheid, blz. 36-37.
- Power Through Constructive Thinking, blz.
41.
- Gina Cerminara, Insights for the Age of Aquarius,
blz. 265.