Omnia Vincit Amor: Liefde overwint alles
Grace F. Knoche

 

Het is het spanningsveld van tegengestelden – van liefde en haat, harmonie en disharmonie, dag en nacht – dat onze wereld in evenwicht houdt. Ook elk stadium van de menselijke ervaring wordt gekenmerkt door de eeuwige strijd tussen goed en kwaad, vooruitgang en terugval. Terwijl we door liefde tot het leven worden gewekt, is het desalniettemin de dualiteit van kwaliteit en expressie die ons mensen voldoende in evenwicht houdt om tot bloei te komen, vrucht te dragen en te sterven – en het volgende seizoen opnieuw tot bloei te komen: ‘Zoals graan komt een sterveling tot wasdom en valt, en zoals graan wordt hij weer opnieuw geboren.’ (Katha Upanishad, I.i.6)

Deze zich herhalende opeenvolging van geboorte, groei, dood en herrijzen is de veiligste manier van de natuur om haar levensvormen, en ook de planeet zelf, in stand te houden. In ons mensenrijk zien we hetzelfde patroon: een voortdurend sterven van de vorm, die een vernieuwing van de geest waarborgt. Omdat de natuur even volmaakt – en onvolmaakt – is als haar mens-, dier- en plantkinderen, zijn onvolkomenheden geen fouten of mislukkingen maar afwijkingen en verschillen, die deel uitmaken van onze groeiervaring. Zij die deze waarheid intuïtief beseffen, leiden een leven van kalmte en vervulling. Zoals bij de familie Kaufman, die in de jaren zeventig die waarheid gingen beseffen toen hun zoon Raun tijdens zijn eerste levensjaar langzaam autistisch werd. Ze ontdekten dat onze wereld vol ‘bijzondere kinderen’ is – sommigen van hen worden geboren met een lichamelijke handicap, anderen met een mentale en/of emotionele, en weer anderen zijn ‘bijzonder’ door een ernstige ziekte of een ongeluk. Bij een aanzienlijk percentage is de diagnose autisme.

‘Raun was als een symfonie zonder noten – als een lied zonder woorden.’ Dit mooie jongetje, dat onduidelijk sprak, teruggetrokken was en zich geheel op zichzelf had gericht, was voor zijn liefhebbende en zorgzame ouders een mysterie waar ze geen contact mee konden krijgen. Elke paar maanden werden er deskundigen geraadpleegd, en hoewel de eerste diagnoses nog vaag waren, luidden die tenslotte: autisme. Er was geen hoop op genezing, werd hen verteld, want autisme is een levenslange handicap; plaats het kind in een instelling waar getraind personeel hem kan helpen de beperkte vaardigheden die het misschien heeft te ontwikkelen.

Barry en Samahria Kaufman namen een andere beslissing: in plaats daarvan zouden ze Rauns wereld binnengaan en zich vereenzelvigen met zijn behoefte, wat de gevolgen ook mochten zijn – een diep meedogende beslissing. Met hun twee dochtertjes sloten ze een verbond van liefde en acceptatie. Maar de jongen, die was ingekapseld in een ondoordringbaar schild van in zichzelf opgaan, bleef ongevoelig voor iedere invloed die niet uit hemzelf voortkwam. Ze putten uit hun diepste bronnen van geduld, toewijding en wijsheid, en zagen tenslotte bij hun zoon kleine, steeds groter wordende stapjes van bewustwording – eerst een bewustworden van zijn moeder, dan van anderen naarmate het centrum van zijn aandacht langzamerhand verschoof van hemzelf naar andere mensen en dingen.

Na maanden en maanden waarin hij zijn nieuwe omgeving aftastte, nam Raun kennelijk een bewuste beslissing om permanent in deze wereld te gaan leven, waarin mensen liefde en warmte ervaren en als ze dat willen de hoogste prestaties kunnen nastreven. Hij was toen vier jaar. De Kaufmans waren getuigen van de ‘tweede geboorte’ van hun zoontje, waarbij zijn autisme van hem afviel als een blad in de herfst en zijn toekomst zonnig en veelbelovend was. Zou dit blijvend zijn? Ze wisten het niet. De verandering leek niet minder dan een wonder.

Omdat het intussen tot hen was doorgedrongen dat honderden zo niet duizenden kinderen die ‘anders’ zijn systematisch worden opgeborgen in instellingen voor hopeloze en ongeneeslijke gevallen, waar ze nog meer geïsoleerd en geblokkeerd raken, schreef Barry Neil Kaufman het boek Son-Rise. NBC maakte er een televisiedocumentaire van die prijzen won en overal in de wereld werd uitgezonden. Het was voor honderden gezinnen als regen op verdord land. Om aan hun noden tegemoet te komen, richtte Kaufman in 1983 het Option Institute and Fellowship op in Sheffield, Massachussetts, dat niet alleen specifiek werkt met kinderen met speciale behoeften en hun ouders, maar ook bij anderen die met tegenslag hebben te kampen probeert de kwaliteit van het leven te verbeteren.

Elf jaar later publiceerde Kaufman Son-Rise: The Miracle Continues (Verbroken stilte)1, gewijd aan ‘alle bijzondere kinderen’ die zo vaak aan de kant worden gezet en wier leven wordt gezien als een ‘tragedie’. Een voorwoord van Raun, op dat moment tweedejaarsstudent aan een gerenommeerde opleiding voor hoger beroepsonderwijs, is een schitterend eerbetoon aan de moed van zijn ouders om het te ‘proberen’ tegen het advies van ‘deskundigen’ in. Zij en hun dochters durfden het onmogelijke aan en bewezen dat liefde en acceptatie ogenschijnlijk onoverkoombare barrières kunnen overwinnen. The Miracle Continues beschrijft ook het tot bloei komen van verscheidene kinderen die eens de gevange waren van een ongeneeslijk gebrek. De schrijver en zijn even opmerkelijke vrouw zijn getuigen van de macht en de realiteit van onvoorwaardelijk gedeelde liefde, die bruggen van vertrouwen slaat waar ‘gekwetste’ zielen over kunnen gaan.

De natuur betaalt altijd met gelijke munt. Door de uitdagingen waarmee gezinnen met ‘bijzondere kinderen’, met wat voor lichamelijke of mentale tekortkoming ook, worden geconfronteerd, zien we vaak dat de emotionele en fysieke bronnen uitgeput raken, vooral wanneer het kind weinig of geen vooruitgang vertoont. Een natuurlijke reactie van de ouders en familieleden is het gevoel dat hen op een of andere manier iets is te verwijten. We mogen in deze zaken niet oordelen. Ieder individu is uniek met een eigen achtergrond van ervaring die tientallen millennia in het verleden teruggaat, want de mensheid is niet alleen maar een verschijnsel van de laatste tijd op deze planeet. Evenmin mogen we voorbijgaan aan de macht en de helende en weldadige invloed van liefde en toewijding, hoe onzichtbaar de respons daarop ook mag zijn.

Het is merkwaardig dat de vraag waarom deze kleine jongen, en ook zijn familie, dit trauma moest ondergaan, niet bij de schrijver schijnt te zijn opgekomen – misschien omdat het zinloos is om die vraag te stellen, want wie kan het antwoord erop geven? Inderdaad, niemand weet wat er misschien in vorige levens is gebeurd – veel mensen zien reïncarnatie tegenwoordig als de meest redelijke verklaring van de schijnbaar onrechtvaardige gebeurtenissen in ons leven. Wij opperen de gedachte dat deze bepaalde ziel zijn huidige leefomstandigheden misschien zelf heeft gekozen om zo in de toekomst met een schone lei te kunnen beginnen, en om uit de eerste hand te ervaren wat deze bepaalde geboorte hem en zijn familie kan bieden bij het ontwikkelen van een dieper mededogen voor hen die lijden.

De lange weg van vele malen geboren worden en sterven garandeert onze eeuwige groei en wording. We zijn allen goden in de maak met een schitterende toekomst vóór ons. Door liefde, aantrekking of magnetische krachtlijnen worden we tot leven gewekt, volgen we onze baan en worden we naar de ‘andere oever’ geleid. Daar kunnen we verzekerd van zijn, want hoewel iemand misschien in eenzaamheid sterft, zonder vrienden, is ons hogere zelf altijd met ons, en op de knooppunten van geboorte en dood is ze bijzonder nabij.

Hoe gelukkig dat we de oorzaken achter onze levens, of die van anderen, niet kennen. Die kennis zou de ziel van zijn ware doel kunnen afleiden, namelijk dat de meedogende tegenwoordigheid van onze innerlijke goddelijkheid een grotere rol gaat spelen in onze dagelijkse contacten, en we daardoor, in hoe geringe mate ook, een ‘licht voor de wereld’ worden.

‘Heb de ander lief’ is nog altijd een nieuw gebod, zo weinig is het beproefd. Men moet het alleen in de praktijk te brengen om de waarde ervan aan te tonen. Dit is geen onmogelijke taak, want zijn we niet gemaakt naar het beeld van het goddelijke?

 

Noot

  1. Door Barry Neil Kaufman, H.J. Kramer, Inc., Tiburon, Californië, 1994, 170 blz., geb. isbn 0-915811-53-7; paperback isbn 0-915811-61-8.
    Dit boek is in het Nederlands vertaald: Verbroken stilte, paperback, 348 blz., Unieboek, 1999, isbn 9026968965.
 
Andere artikelen over lichamelijke en verstandelijke beperkingen
 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/april 1997

© 1997 Theosophical University Press Agency