David Bohm, mededogen en begrip
Jim Belderis

 

Stel u een kind voor dat als ambitie heeft om aan te tonen dat alle wetten van het heelal uit dezelfde bron voortkomen en dat alle dingen met elkaar samenhangen, waaronder de aard van ons denken. Bovendien heeft dit kind het bijzondere talent om ingewikkelde problemen op te lossen: hij ziet zichzelf als een microkosmische weerspiegeling van het universum als geheel, en door zijn eigen gedachten en gevoelens te bestuderen komt hij tot een dieper begrip van de werking van de natuur. Op deze manier werd David Bohm als tiener beschreven, en ze helpt te verklaren hoe hij zulke belangrijke bijdragen kon leveren aan de fysica, filosofie, psychologie en de studie van het bewustzijn.
     Maar deze wetenschapper had een andere kant die men zou kunnen opvatten als de drijvende kracht in zijn leven. Dat was zijn diepe zorg om de benarde toestand van de mensheid: het uiteengaan van hart en denken, dat leidt tot haat, cynisme, irrationeel gedrag en oorlog. Vanaf jonge leeftijd had hij de aspiratie om de mensen een holistisch begrip van het leven te geven. Als dit fundamentele holisme eenmaal goed zou worden begrepen, dan zou de menselijke natuur veranderen, en zouden de mensen gaan handelen in overeenstemming met het welzijn van het geheel.
     Vooral deze bijzondere aspiratie intrigeert. Ze steunde een heel leven van diepgaand onderzoek, en gaf uitdrukking aan een ongebruikelijke vorm van mededogen die vaak een kosmische reikwijdte scheen te hebben. Welk inzicht zou deze hem brengen? Hoe verreikend zijn de implicaties, en wat betekenen ze voor de gemeenschap als geheel?
     Om te beginnen gebeurden er merkwaardige dingen toen Bohms mededogen zich richtte op de processen in de natuur. Soms had hij het gevoel dat hij werkelijk deel had aan het ervaren van natuurverschijnselen. Welk aspect van de natuur hij ook diepgaand bestudeerde, hoe klein of groot ook, hij kon op een of andere manier delen in het leven ervan als een wezenlijk onderdeel van het geheel. Dus iedere entiteit was deel van een groter geheel, en elk was een manifestatie van het hele universum.
     Zo’n visie heeft duizelingwekkende implicaties. Het betekent dat het heelal oneindig veel niveaus heeft terwijl het toch werkt als een ondeelbare eenheid, dat de hogere niveaus de aard bepalen van wat er op lagere niveaus bestaat, en dat alles als een organisch geheel nauw met elkaar is verbonden. Wat er op één plaats gebeurt is van invloed op wat er op dat hele niveau gebeurt, en heeft oneindig complexe ketens van veroorzaking tot gevolg, naar boven en naar beneden – zo complex en subtiel dat de natuur vaak uiterlijk een chaos lijkt te zijn. Maar ongeacht wat we waarnemen, er is altijd een diepere orde.
     Dit soort inzichten leidden uiteindelijk tot Bohms theorie van de ‘impliciete orde’. Welke orde wij ook waarnemen, deze ligt slechts aan de oppervlakte van de werkelijkheid, de expliciete orde. Mechanische oorzaken en gevolgen, de schijn van afstand en gescheidenheid, en zelfs de aard van tijd en ruimte – liggen alle besloten in de impliciete orde van een kosmische holistische beweging, de vloeiende processen en transformaties van een organisch geheel. De holistische beweging is oneindig in haar potentieel en geeft aanleiding tot alles wat binnen het bereik van ons begripsvermogen ligt en wat dit te boven gaat, en omvat bewustzijn en de menselijke waarnemers zelf.
     Om de aard van de impliciete orde te illustreren, vergeleek Bohm deze met het proces van een hologram. Ieder fragment van een holografische plaat, ongeacht de omvang ervan, bevat daarin ‘gevouwen’ informatie over het volledige beeld. Wanneer deze fragmenten worden verlicht, kan iedereen het totale beeld reproduceren. Uiteindelijk zou een enkel punt op de plaat nog steeds de volledige illusie van een driedimensionale diepte, afstand en scheiding teweeg kunnen brengen – terwijl de werkelijke informatie in elk punt van de plaat zou zijn geconcentreerd.
     Hoewel dit erg gecompliceerd schijnt te zijn, zag Bohm dit slechts als een ‘schaduw’ van wat de impliciete orde voor hem betekende. Zijn inzichten riepen bij hem een beeld op van een oneindige hiërarchie van steeds diepere impliciete en superimpliciete ordes, die elk waren samengevouwen in het niveau dat eraan ten grondslag ligt. En deze vormen een eindeloze stroom tot in de onkenbare grondslag van het zijn.
     Een van de sterke punten van de alomvattende levensvisie van Bohm is dat deze ons kan bevrijden van de oude beperkende paradigma’s van de wetenschap, zodat de mogelijkheden tot scheppende vernieuwing eindeloos zijn. Zijn ideeën hebben nieuwe wegen geopend voor het denken in tal van disciplines, en hebben het voor veel mensen mogelijk gemaakt om inzicht te krijgen in nieuwe gebieden van studie. Maar wat het belangrijkste is, Bohms visie heeft een sterk vermogen om de manier waarop mensen denken en handelen te veranderen. Zij verlegt het brandpunt van onze aandacht van de beperkingen en afgescheidenheid, en richt ons denken op het oneindige potentieel van het onderling verbonden zijn en van heelheid.
     Als we bedenken wat David Bohm als kind al nastreefde en dit vergelijken met hoeveel hij tot stand heeft gebracht, is het resultaat werkelijk opmerkelijk. Maar hoe staat het met onze eigen aspiraties? Wat zou van alle dingen die we zouden willen bereiken, onze diepste wens zijn? Worden we niet gedreven door dezelfde drang om te begrijpen wie we zijn en waar het in het leven eigenlijk om gaat? Wanneer we worden geconfronteerd met complexe problemen van welke soort ook, weerspiegelen we die dan niet in onze eigen gedachten en gevoelens? En zijn we in de diepten van zowel ons hart als ons denken niet bezorgd om de benarde toestand van de mensheid?
     Stel dat we onze nauwe verbondenheid met het geheel van het leven zouden erkennen. Hoe waardevol zou het zijn om de werking van de natuur tot leven te zien komen. Om het heelal diep in ons te voelen. Om te weten dat onze gedachten en handelingen belangrijk zijn als invloeden op onze omgeving. Stel u voor dat u toegang kunt krijgen tot het niveau van bewustzijn dat ten grondslag ligt aan al onze denkprocessen, en dat u zich realiseert dat er altijd een diepere orde aan het denken ten grondslag ligt – een oneindig potentieel waarin het hele universum is opgerold. Zou ieder van ons als dat ene holografische punt kunnen zijn, in staat om de hele kosmos binnenin ons te reproduceren?

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 1998

© 1998 Theosophical University Press Agency