Door de hele geschiedenis heen hebben de wijzen onderwezen dat de ene
fundamentele fout tegen het leven de afgescheidenheid is. Omdat het
leven een is, wordt de overal levende heelheid ondermijnd wanneer een
individu zich op zichzelf concentreert. Zijn zelfzuchtige gerichtheid
veroorzaakt chaos, strijd, ziekte en pijn voor hem en voor het geheel
dat hij helpt te vormen. Deze verstorende gedachten en gevoelens kunnen
uiteenlopen van haat, hebzucht, en onverdraagzaamheid tot verschillende
soorten van zelfmedelijden getuigende depressies en misnoegens. Wanneer
we toestaan dat ons denken zich inlaat met dit soort gedachten, dan
nodigen we die gedachten en gevoelens uit om zich af te drukken op ons
innerlijke mentale gestel waar ze giftige gedachtesubstanties worden
die allerlei soorten verwarring stichten, en uiteindelijk hun uitwerking
hebben in verschillende soorten ziekten en problemen.
Deze kwaadaardige gedachtesubstantie ondermijnt niet alleen onze mentale
en fysieke gezondheid, maar wat belangrijker is, onze geestelijke gezondheid.
Want het gif van afgescheidenheid en zelfzucht heeft de neiging bewustzijn
te verharden en te vernauwen, en daardoor wordt ons innerlijk goddelijk
licht ervan weerhouden ons te doordringen. Na verloop van tijd schept
het een wereld vol diepgewortelde angst en ontevredenheid – een
verschrikkelijke leegte waaraan miljoenen trachten te ontkomen of die
ze proberen te vullen met drugs of zinnelijke genoegens, om uiteindelijk
nog meer leed en teleurstelling te ontmoeten. Toch is het, paradoxaal
genoeg, juist door dit lijden dat we ons leven vinden en worden gered.
Er is geen betere katalysator om onwetendheid te vernietigen dan ons
eigen zelfgeschapen en zelf tot stand gebrachte lijden en disharmonie,
die precies de vinger legt op het punt waar we moeten leren en groeien.
Het leven schenkt ons een gelegenheid om wat ook onze groei belemmert,
uit de weg te ruimen, en helpt ons om boven ons lagere zelf uit te komen
en ons grotere zelf te evolueren. Pijn en ziekte houden onze
aandacht vast, versterken ons karakter, en laten ons mededogen toenemen.
Hoe vaak niet geven we zelfzuchtige verlangens, gehechtheden en ambities
op wanneer we worden geveld door pijn of ziekte, en zoeken we in plaats
daarvan naar waarheid en licht, en doen we een gelofte om onze manier
van handelen te wijzigen. Het leven is in essentie werkelijk één,
en als we de werking van het universele leven beginnen te begrijpen,
met zijn verreikende harmonieën en disharmonieën, dan kunnen
we beginnen om bewust de kennis te herkrijgen dat eenheid essentieel
is voor gezondheid en innerlijke vrede.
De manieren waarop we ingaan tegen deze geest van eenheid zijn vaak
subtiel. Een groot deel van de tijd zijn we niet in staat onze disharmonie
te zien omdat het teveel een deel van ons is. Toch kan deze negativiteit
vaak worden afgelezen aan de aard van onze ziekte, omdat het denken
met al zijn krachten en activiteiten een subtiel geheel is dat op het
fysieke lichaam de toestand van ons innerlijk wezen afdrukt. Als we
op een verstorende manier denken en voelen, dan zal onze gezondheid
ook zo zijn; als we harmonieus en holistisch denken, dan zal onze gezondheid
dat weerspiegelen. Onze ware toestand is bewustzijn, en het
fysieke lichaam, als een kopie en neerslag van de krachten en handelingen
van ons denken, weerspiegelt na enige tijd wat voor soort innerlijke
kracht zijn weg omlaag zoekt en uit onze menselijke constitutie. Omdat
we door negatief denken de kenmerken van onze ziekten vormgeven, kunnen
we door nota te nemen van de fundamentele problemen van een
ziekte, gaan inzien waar we òf in dit òf in een vorig
leven fouten hebben gemaakt – want sommige omstandigheden stammen
ongetwijfeld van karaktereigenschappen die in vroegere levens actief
waren en die pas nu bezig zijn zich uit ons systeem te werken. Mensen
met een goed karakter en met edele gedachten lijden door deze werking
soms onder jammerlijke omstandigheden en ziekten. Maar hier proberen
hun geestelijke en mentale vermogens, omdat ze sterk en gezond zijn,
het lichaam te zuiveren van de oude karmische overblijfselen. Als we
inzien dat we de disharmonieën in onze eigen natuur kunnen opsporen,
dan geeft dat ons de gelegenheid om die fouten recht te zetten, en ook
om een antwoord te vinden op de vraag waarom we onder een bijzondere
omstandigheid lijden. Als we begrijpen waarom we lijden, kan dat de
broodnodige aanvaarding en gemoedsrust geven en ons helpen om onze kwellingen
op een positievere manier tegemoet te treden.
Omdat de wet van oorzaak en gevolg overal werkt, heeft een negatieve
mentale toestand niet alleen invloed op onze fysieke toestand, maar
geeft ook aanleiding tot ongewenste psychische karaktertrekken. ‘Zoals
een mens in zijn hart denkt, zo is hij’, geeft in het kort weer
dat we door bepaalde gedachten en gevoelens te koesteren, de gevolgen
ervan worden en ondergaan. Een gevoel van haat bijvoorbeeld
zal bij anderen het gevoel wekken niet geliefd te zijn, maar het zal
ook degene die haat koestert een intens gevoel geven door anderen niet
geliefd te zijn, of dit nu werkelijk het geval is of niet. Zo scheppen
we onze eigen psychische hemel en hel. Als we onverdraagzaamheid of
verachting voelen, zullen we de gevolgen zelfs nog directer voelen dan
de mensen om ons heen, en misschien lijden aan een minderwaardigheidscomplex.
Het is gemakkelijk in te zien hoe deze mentale werking een cyclus op
gang kan brengen die zichzelf instandhoudt. Meestal is het mentale gevolg
dat optreedt na de eerste gedachte een illusie, en bestaat
vooral in de geest van hen die zich met zulke negatieve gedachten bezighouden,
en geeft het niet noodzakelijk de ware toestand van de dingen weer.
Door enkele eenvoudige wetten en hun werkingen in de menselijke natuur
te herkennen, kunnen we onszelf en onze medemens gaan begrijpen, en
inzicht krijgen in vele verbijsterende problemen. Als we beseffen dat
lijden voortkomt uit gedachten van zelfzucht, gaan we begrijpen dat
we alleen door eenheid de kracht van het steeds terugkerende
gevoel van afgescheidenheid kunnen verminderen. Het is een veilige weg
om alle problemen en ziekten te genezen. Op een bepaald punt moeten
we beginnen om voor genezing in ons hart te zien; onze angsten achter
te laten en ons te richten op onze goddelijke essentie; deel te nemen
in een edeler bestaan dat het gewone aardse leven overstijgt; de pracht
en schoonheid te voelen van een liefde die meedogend is voor allen en
die alles omvat, die geen angsten en boosheid kent, die troost en verlichting
brengt aan hen die lijden.
Door onszelf te vergeten, verheffen we ons hart en ons denken naar
deze majestueuze stroom in ons, en schenken we onszelf en de mensen
in onze omgeving een helende essentie. Maar wij moeten door
toewijding de eerste stap zetten naar onze innerlijke godheid. Deze
liefde en dit licht zijn altijd deel van ons geweest, en toch worden
we teveel door onszelf in beslag genomen om de stralen ervan te voelen.
Als we al die zelfgerichtheid, zorgen, ellende, en gehechtheid aan wereldlijke
genoegens en rijkdom zouden kunnen opgeven, en in plaats daarvan volledig
toegewijd zouden zijn aan de goddelijke essentie die ons allen verbindt,
dan zou er een liefde opbloeien die elke moeilijkheid zou overstijgen.
Er zijn tegenwoordig vele geneeswijzen in de wereld. Maar kunnen we
onze afgescheidenheid permanent ‘genezen’ met een
drankje of een pil, of door alleen fysiek of mentaal een deel van onze
constitutie op orde te brengen of te manipuleren? Wat onderdrukt is,
moet vroeg of laat naar buiten komen, en zal door die onderdrukking
helaas versterkt naar buiten komen. We kunnen blijven proberen het onvermijdelijke
tegen te houden, en door onderdrukking een tijdelijke verlichting te
vinden, maar we zullen geen werkelijke genezing vinden tot we beginnen
de universele eenheid te eerbiedigen.
Soms lijkt het erop of we ons vertrouwen in de evenwicht herstellende
processen van de natuur hebben verloren, en vaak gaan we tegen haar
in in plaats van haar te helpen. Zo is bijvoorbeeld vlakbij ons een
schitterende verademing voor mensen in nood te vinden. Het is verbazingwekkend
hoe de natuur ons verlichting en troost schenkt: er schijnt een allesomvattende
empathie te zijn die helpt om de harmonie te herstellen. Gewoonlijk
zijn we geneigd ons helemaal uit de natuur terug te trekken wanneer
we ziek zijn, en steeds meer de duisternis van ons denken en van ons
huis op te zoeken. Maar zouden we naar buiten komen en onszelf geven,
dan zouden we ontdekken dat de natuur welwillend zorgt voor wie zich
tot haar wendt. Er kan een enorme verlichting worden gevonden door ons
open te stellen voor de stilte van een door sterren verlichte avond
of de warmte van een zonnige tuin, of door het aanvoelen van de mystieke
voorboden van een komende storm. Het kan ons enorm veel helpen als we
eenvoudig bij een boom gaan zitten en het koele gras tegen onze huid
voelen, of om langs de oceaan te wandelen of erin te zwemmen. Er zijn
tal van manieren om de helende stralen van liefde en eenheid te leren
kennen en te begroeten.
Nogmaals, veel kleine gewone kwalen hoeven niet te worden onderdrukt,
wat de zaak voor de toekomst erger zou maken. Pijn en ongemak die te
verdragen is, zou men zonder angst en spanning moeten laten uitwerken,
zodat ons hart, ons denken en ons lichaam zich kunnen zuiveren. We kunnen
ons verzoenen met dit proces en eraan bijdragen door ons te concentreren
op universele liefde en het ongemak als onze bevrijder en weldoener
te accepteren. Als we ons door toewijding met deze spirituele bron van
liefde en eenheid kunnen verenigen, dan is DEZE
de ene ware genezer. Als ze ons bewustzijn doordringt, brengt ze ontspanning
voor het denken, de organen, de zenuwen en de pezen, en zorgt ervoor
dat de ziekte onbelemmerd kan wegvloeien. Ze verzacht de pijn en het
ongemak – niet alleen voor onszelf maar ook voor de mensen om
ons heen. Want als de geest zich verheft en zich concentreert op een
liefde voor allen, voelt hij niet langer het zelf en zijn problemen.
In plaats daarvan raakt hij anderen in een verheffende omarming die
heelt en geneest.