De ogen om te zien: Werken aan The Secret Doctrine Index
Jim Belderis

 

Het was heel frustrerend. Iedereen waarmee ik samenwerkte bestudeerde De Geheime Leer – maar ik vond het boek te verwarrend om te lezen. Hoe kon een beginnende onderzoeker wijs worden uit zoveel verschillende ideeën? Religieuze leringen, filosofische begrippen, wetenschappelijke theorieën – er waren er duizenden verspreid over 1500 bladzijden. Om elk daarvan afzonderlijk te begrijpen was al moeilijk genoeg, maar om erachter te komen wat ze alle met elkaar te maken hadden scheen een onmogelijke taak.
     Maar toen kwam ik een bijzonder artikel tegen, een herdruk van ‘De Geheime Leer en de studie daarvan’ door Robert Bowen, een van H.P. Blavatsky’s leerlingen in Londen.1 Daarin vertelt hij hoe HPB haar leerlingen adviseerde om De Geheime Leer niet bladzijde voor bladzijde te lezen. In plaats daarvan selecteerde ze belangrijke gedeelten die men eerst zou moeten bestuderen, vooral de ‘drie fundamentele grondstellingen’ in de Proloog. Daarna gaf ze aan dat het er niet zoveel toe doet wat men in de GL bestudeert, zolang men vier basisgedachten voor de geest houdt:

    1. Het bestaan is fundamenteel Eén Zijn.
    2. Alles wat bestaat leeft.
    3. De grote kosmische werkingen van de natuur zijn alle actief in onszelf.
    4. De werking van ieder bestaansniveau, hoog of laag, heeft zijn weerspiegeling in ieder ander niveau van leven.

     Deze vier stelregels veranderden mijn verwarring in een nieuwe wereld van begrip. Iedere lering die in De Geheime Leer wordt gepresenteerd, beschrijft een aspect van het Ene Levende Zijn. Ieder aspect kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd, maar ze kunnen alle worden teruggevoerd tot dezelfde fundamentele beginselen. En om een dieper inzicht te verwerven in deze grootse kosmische leringen, moeten we een gevoel hebben dat ze in onszelf werkzaam zijn.
     Dit alles duidde op een bijzondere manier om De Geheime Leer te bestuderen: welk onderwerp ons ook bezighoudt, de werkelijke waarde ervan ligt in onze poging om die terug te voeren tot de meest fundamentele beginselen – en tot onszelf. Natuurlijk zou het ideale hulpmiddel bij zo’n studie een index van De Geheime Leer zijn die zich in het bijzonder zou lenen voor het verbinden van onderwerpen en fundamentele ideeën. Gelukkig waren er anderen die al op dezelfde gedachte waren gekomen, want zo’n index werd inderdaad voorbereid. En als een ironische wending van het lot werd deze leerling – die De Geheime Leer te verwarrend vond om te lezen – gevraagd om de GL enkele uren per dag te lezen om de verschillende trefwoorden te controleren die de samensteller in de index had opgenomen.
     De samensteller was John P. Van Mater, hoofdbibliothecaris van de Theosophical University Library (1971-1995). Hij was aan dit werk begonnen in 1979, en het werd gedurende bijna twee decennia zijn hoofdbezigheid. Hij begon met het maken van een eigen index. Daarna raadpleegde hij een niet uitgegeven index samengesteld door dr. Gertrude W. van Pelt, een uitgebreide index voorbereid door Boris de Zirkoff, en een andere samengesteld door de Geünieerde Loge van Theosofen. Wat hem al die jaren gaande hield was een voortdurende fascinatie voor De Geheime Leer zelf. De leringen ervan waren zo’n universele bron van inspiratie geworden dat hij geloofde dat de betekenis ervan in ieder aspect van het leven kon worden gezien ‘door hen die ogen hebben om dit te zien’. En op zijn manier probeerde hij een index te maken die toekomstige studenten zou helpen om de universaliteit te ‘zien’ van de oude wijsheid.
     Bij zijn taak werd hij bijgestaan door een staf van zetters, correctoren, en redacteuren. Meer dan 40.000 trefwoorden werden verschillende keren gecontroleerd – om het boekdeel en het paginanummer te controleren, die de oorspronkelijke editie volgen van de uitgave van 1888, en om bij de trefwoorden van belangrijke onderwerpen duizenden verwijzingen over en weer op te nemen. Het werk hield ook in dat termen uit vreemde talen moesten worden geïdentificeerd, en de meeste ervan worden nu in een of twee woorden gedefinieerd; ze komen voor in hun moderne transliteraties alsmede in de spelling die in de oorspronkelijke editie werd gebruikt. En om het project te completeren werd een Aanhangsel samengesteld waarin vertalingen en verwijzingen worden gegeven van uitdrukkingen uit vreemde talen.
     Het resultaat van al dit werk is nu gepubliceerd in The Secret Doctrine Index2. Deze uitgebreide index is zo gemaakt dat hij gemakkelijk toegang verschaft tot de omvangrijke inhoud, een enorme hoeveelheid materiaal uit vele culturen en disciplines. Maar hoe verhoudt hij zich tot de richtlijnen van HPB om De Geheime Leer te bestuderen? Hoe draagt hij bij om de eeuwige filosofie zoveel betekenis te geven dat wij ‘de ogen om te zien’ krijgen? Dat gebeurt doordat hij zowel een index van ideeën als van onderwerpen is. Bovendien bevat hij een grote hoeveelheid verwijzingen over en weer waardoor leringen uit verschillende religies, filosofische begrippen en wetenschappelijke theorieën met elkaar in verband worden gebracht. Maar wat het belangrijkste is, hij verwijst ons voortdurend naar de meest essentiële beginselen van het zijn – en dus naar die van onszelf.

 

Verwijzingen:

  1. Sunrise, jan/feb 1986; ook opgenomen in Een Introductie tot De Geheime Leer, Theosophical University Press Agency, Den Haag, 1989.
  2. Verkrijgbaar bij TUPA. Zie catalogus Engelstalige literatuur.

 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 1998

© 1998 Theosophical University Press Agency