Boekbespreking: Occulte woordentolk
Nancy Coker

 

Boekbespreking: Occulte woordentolk: Een handboek van oosterse en theosofische termen, G. de Purucker, Theosophical University Press Agency, 2de herziene druk, 2011, 252 blz., isbn 9789070328955, gebonden.


 

Theosofie leert dat er een grote hoeveelheid wijsheid betreffende de diepste mysteriën van het zijn bestaat – een wijsheid die door alle tijden heen heeft bestaan als bron van onze religieuze en filosofische stelsels. Theosofie leert ook dat wij ieder onze eigen ervaring van wijsheid hebben die ons helpt ons inzicht te verhelderen en, als die met anderen wordt gedeeld, ook hen kan helpen. Maar hoe kunnen we onze transcendente ervaringen het best overbrengen, en woorden vinden voor wat niet is uit te drukken?

De moeilijkheden die het met zich meebrengt om abstracte beginselen en spirituele ervaringen toe te lichten, hebben zoekers door de eeuwen heen in verwarring gebracht. Westerlingen hebben er eeuwen aan besteed om een objectieve vocabulaire te vervolmaken waarmee zichtbare substantie en vorm in detail kan worden beschreven, maar gebruiken termen als ziel, spiritueel en psychisch met zo’n gebrek aan nauwkeurigheid dat iedereen erdoor in verwarring wordt gebracht. Het is hard nodig dat we ernaar streven elkaar te begrijpen, en om dat te kunnen doen, hebben we een beter inzicht nodig in wat anderen bedoelen met de termen die ze gebruiken, en ook de woorden die we zelf gebruiken dienen we met zorg te kiezen en te definiëren.

Al meer dan zestig jaar hebben theosofische studenten zich verlaten op de Occulte woordentolk van G. de Purucker ter verklaring en verheldering van filosofische termen die in de theosofische basisliteratuur worden gebruikt. Terwijl het boek ongeveer 300 metafysische termen omschrijft en verklaart, is het tevens een van de beste inleidingen tot specifieke theosofische ideeën en hun innerlijke betekenis.

Zoals de definities van De Purucker illustreren, ligt er een hele filosofie verborgen in de etymologie van de wortels van woorden. Neem bijvoorbeeld het begrip prakriti, dat kan worden gedefinieerd als ‘natuur’ of als het materiaal waaruit de natuur is opgebouwd. De Purucker verklaart dat het woord een

samenstelling [is] van pra, een als voorzetsel gebruikt voorvoegsel dat ‘naar voren’ of ‘vooruit’ betekent, en kriti, een zelfstandig naamwoord afgeleid van de wortel kri, ‘maken’ of ‘doen’. Prakriti betekent dus letterlijk ‘productie’, ‘voortbrenging’, ‘in het leven roepen’, en door uitbreiding van de betekenis duidt het ook de eerste of oorspronkelijke staat of toestand of vorm van alles aan: primaire, oorspronkelijke substantie.      – blz. 161

Zo’n inzicht in de taal verbreedt ons begrip zowel van de theosofische filosofie als van onze eigen natuur.

Als zoekers naar waarheid willen we vaak oude en moderne religie, wetenschap en filosofie bestuderen. Weinigen van ons hebben voldoende opleiding om zonder veel hulp diep in deze onderwerpen te duiken; maar ook in dit opzicht kunnen we ons voordeel doen door de Occulte woordentolk te raadplegen, want het boek biedt vergelijkingen tussen de boeddhistische, gnostische, Hebreeuwse, hindoe- en Griekse interpretaties – soms van één enkel onderwerp.

Het boek werd niet rechtstreeks door De Purucker geschreven, maar werd door een van zijn studenten, Geoffrey Barborka, samengesteld op basis van kopieën van lezingen gehouden in het begin van de jaren dertig in Point Loma, Californië. Als geleerde op het gebied van westerse en oosterse talen en filosofie, doceerde Hobart Lorenz Gottfried de Purucker, M.A., D.Litt., Hebreeuws en Sanskriet aan de Theosophical University, waarvan hij later rector werd voordat hij, van 1929 tot zijn dood in 1942, hoofd werd van The Theosophical Society. Zijn liefde voor taal en filosofie begon al op jonge leeftijd.

Ik was door mijn vader, die geestelijke was van de Anglicaanse gemeente en predikant van de Amerikaanse kerk in Genève, voorbestemd voor de kerk. Mijn vader leerde me Grieks; hij leerde me Hebreeuws; hij had leraren voor mij voor de andere talen. Omdat ik in een Franssprekend land woonde, sprak ik natuurlijk Frans; en omdat mijn moeder Amerikaanse was, sprak ik natuurlijk Engels; en omdat mijn vader Duitser was, sprak ik natuurlijk Duits. Men onderwees mij ook Italiaans en Spaans. Bovendien leerde ik Angelsaksisch. . . . Ik herinner me dat toen ik ongeveer veertien was, ik het hele Griekse Nieuwe Testament vertaalde als kerstgeschenk voor mijn vader en hij zei dat ik het heel goed had gedaan. . . . Toen ik zeventien was vertaalde ik het boek Genesis uit het Hebreeuws als verjaarscadeau voor mijn vader.1

Voordat hij achttien was kondigde hij aan dat hij niet zou toetreden tot het geestelijk ambt, en tegen dat hij 19 werd studeerde hij Sanskriet in San Diego en gaf leiding aan discussies over De geheime leer. Voordat hij in 1903 aan het Internationale Hoofdkwartier te Point Loma ging wonen, werkte hij ‘enige tijd met Norman Angell op de redactie van de Parijse Daily Messenger, een van de oudste en beroemdste Europese kranten die in het Engels werden uitgegeven’ (ibid.).

De Purucker was geniaal in het uiteenzetten van vraagstukken; hij kon ze heel duidelijk maken aan het grote publiek, maar ook diepgaand analyseren voor ernstige onderzoekers. Een van zijn bewonderaars, Boris de Zirkoff, beschreef zijn leringen aldus:

De geschriften van dr. De Purucker beslaan het brede terrein van de esoterische filosofie, en sommigen hebben verklaard dat ze direct naast die van Blavatsky kunnen worden gerangschikt. Ze worden gepresenteerd in een systematische vorm, bevatten vaak heel veel details waarbij zowel een wetenschappelijke als een filosofische terminologie wordt gebruikt. De zorgvuldig geformuleerde toelichtingen, hun gezaghebbend karakter en de onberispelijke bron waaraan ze zijn ontleend, maken ze tot een unieke schets van de oude gnosis, ook bekend als brahmavidya.
      – H.P. Blavatsky: Collected Writings 12:770

De Purucker geloofde dat het doel van het bestuderen van de metafysica was om onze altruïstische kwaliteiten te ontwikkelen, en dat naarmate men meer begrijpt, men ook meer kan doorgeven. Door termen uit een vreemde of onbekende taal te leren, kunnen we een brug slaan naar filosofische begrippen waar we zelf nooit op zouden komen, laat staan dat we er uitdrukking aan kunnen geven. Als ons vocabulaire dubbelzinnig is, blijft ons begrip en onderscheidingsvermogen wazig – en bestaat het gevaar dat we sentimentaliteit met spiritualiteit verwarren. We moeten er nooit aan twijfelen dat we volgen in de voetstappen van grote leraren, en dat ons streven om deze oude leringen te begrijpen de gedachte aan hen levend houdt. De dank die we deze spirituele reuzen verschuldigd zijn, betuigen we door ernaar te streven de ideeën en idealen voor toekomstige generaties krachtig en levend te houden, en zo zuiver als we kunnen. Als we ons erop voorbereiden om als geschikte bewakers van de oude wijsheidstradities te fungeren, is ons pad duidelijk: de taal van de kosmos en van het hart te begrijpen en door te geven.

 

Verwijzing

  1. San Diego Union, 27 juli 1929; vergelijk The Theosophical Forum, New Series (1:1), september 1929, blz. 10.
 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/april 1998

© 1998 Theosophical University Press Agency