Boekbespreking:
De Occulte Woordentolk
Nancy Coker
Boekbespreking: Occulte
Woordentolk: Een handboek van oosterse en theosofische termen, G.
de Purucker, Theosophical University Press Agency, 1981, 206 blz., isbn
9070328054, gebonden.
Theosofie leert dat er een grote hoeveelheid wijsheid betreffende de
diepste mysteriën van het zijn bestaat – een wijsheid die
door alle tijden heen heeft bestaan als bron van onze religieuze en
filosofische stelsels. Theosofie leert ook dat wij ieder onze eigen
ervaring van wijsheid hebben die ons helpt ons inzicht te verhelderen
en, als die met anderen wordt gedeeld, ook hen kan helpen. Maar hoe
kunnen we onze transcendente ervaringen het best overbrengen, en woorden
vinden voor wat niet is uit te drukken?
De moeilijkheden die het met zich meebrengt om abstracte beginselen
en spirituele ervaringen toe te lichten, hebben zoekers door de eeuwen
heen in verwarring gebracht. Westerlingen hebben er eeuwen aan besteed
om een objectieve vocabulaire te vervolmaken waarmee zichtbare substantie
en vorm in detail kan worden beschreven, maar gebruiken termen als ziel,
spiritueel en psychisch met zo’n gebrek aan
nauwkeurigheid dat iedereen erdoor in verwarring wordt gebracht. Het
is hard nodig dat we ernaar streven elkaar te begrijpen, en om dat te
kunnen doen, hebben we een beter inzicht nodig in wat anderen bedoelen
met de termen die ze gebruiken, en ook de woorden die we zelf gebruiken
dienen we met zorg te kiezen en te definiëren.
Al meer dan zestig jaar hebben theosofische studenten zich verlaten
op de Occulte Woordentolk van G. de Purucker ter verklaring
en verheldering van filosofische termen die in de theosofische basisliteratuur
worden gebruikt. Terwijl het boek ongeveer 300 metafysische termen omschrijft
en verklaart, is het tevens een van de beste inleidingen tot specifieke
theosofische ideeën en hun innerlijke betekenis.
Zoals de definities van De Purucker illustreren, ligt er een hele filosofie
verborgen in de etymologie van de wortels van woorden. Neem bijvoorbeeld
het begrip prakriti, dat kan worden gedefinieerd als ‘natuur’
of als het materiaal waaruit de natuur is opgebouwd. De Purucker verklaart
dat het woord een
samenstelling [is] van het voorvoegsel pra,
dat ‘voorwaarts’ of ‘vooruitgang’ betekent,
en kriti, een zelfstandig naamwoord afgeleid van de wortel
kri, ‘maken’ of ‘doen’. Prakriti
betekent daarom letterlijk ‘productie’, ‘voortbrenging’,
‘in het leven roepen’, en door een uitbreiding van de
betekenis duidt het ook de eerste of oorspronkelijke staat of toestand
of vorm van alles aan: primaire, oorspronkelijke substantie.
– blz. 143
Zo’n inzicht in de taal verbreedt ons begrip zowel van de theosofische
filosofie als van onze eigen natuur.
Als zoekers naar waarheid willen we vaak oude en moderne religie, wetenschap
en filosofie bestuderen. Weinigen van ons hebben voldoende opleiding
om zonder veel hulp diep in deze onderwerpen te duiken; maar ook in
dit opzicht kunnen we ons voordeel doen door de Occulte Woordentolk
te raadplegen, want het boek biedt vergelijkingen tussen de boeddhistische,
gnostische, Hebreeuwse, hindoe- en Griekse interpretaties – soms
van één enkel onderwerp.
Het boek werd niet rechtstreeks door De Purucker geschreven, maar werd
door een van zijn studenten, Geoffrey Barborka, samengesteld op basis
van kopieën van lezingen gehouden in het begin van de jaren dertig
in Point Loma, Californië. Als geleerde op het gebied van westerse
en oosterse talen en filosofie, doceerde Hobart Lorenz Gottfried de
Purucker, M.A., D.Litt., Hebreeuws en Sanskriet aan de Theosophical
University, waarvan hij later rector werd voordat hij, van 1929 tot
zijn dood in 1942, hoofd werd van The Theosophical Society. Zijn liefde
voor taal en filosofie begon al op jonge leeftijd.
Ik was door mijn vader, die geestelijke was van de
Anglicaanse gemeente en predikant van de Amerikaanse kerk in Genève,
voorbestemd voor de kerk. Mijn vader leerde me Grieks; hij leerde
me Hebreeuws; hij had leraren voor mij voor de andere talen. Omdat
ik in een Franssprekend land woonde, sprak ik natuurlijk Frans; en
omdat mijn moeder Amerikaanse was, sprak ik natuurlijk Engels; en
omdat mijn vader Duitser was, sprak ik natuurlijk Duits. Men onderwees
mij ook Italiaans en Spaans. Bovendien leerde ik Angelsaksisch. .
. . Ik herinner me dat toen ik ongeveer veertien was, ik het hele
Griekse Nieuwe Testament vertaalde als kerstgeschenk voor mijn vader
en hij zei dat ik het heel goed had gedaan. . . . Toen ik zeventien
was vertaalde ik het boek Genesis uit het Hebreeuws als verjaarscadeau
voor mijn vader.1
Voordat hij achttien was kondigde hij aan dat hij niet zou toetreden
tot het geestelijk ambt, en tegen dat hij 19 werd studeerde hij Sanskriet
in San Diego en gaf leiding aan discussies over De Geheime Leer.
Voordat hij in 1903 aan het Internationale Hoofdkwartier te Point Loma
ging wonen, werkte hij ‘enige tijd met Norman Angell op de redactie
van de Parijse Daily Messenger, een van de oudste en beroemdste
Europese kranten die in het Engels werden uitgegeven’ (ibid.).
De Purucker was geniaal in het uiteenzetten van vraagstukken; hij kon
ze heel duidelijk maken aan het grote publiek, maar ook diepgaand analyseren
voor ernstige onderzoekers. Een van zijn bewonderaars, Boris de Zirkoff,
beschreef zijn leringen aldus:
De geschriften van dr. De Purucker beslaan het brede
terrein van de esoterische filosofie, en sommigen hebben verklaard
dat ze direct naast die van Blavatsky kunnen worden gerangschikt.
Ze worden gepresenteerd in een systematische vorm, bevatten vaak heel
veel details waarbij zowel een wetenschappelijke als een filosofische
terminologie wordt gebruikt. De zorgvuldig geformuleerde toelichtingen,
hun gezaghebbend karakter en de onberispelijke bron waaraan ze zijn
ontleend, maken ze tot een unieke schets van de oude gnosis, ook bekend
als brahmavidya.
– H.P. Blavatsky: Collected Writings
12:770
De Purucker geloofde dat het doel van het bestuderen van de metafysica
was om onze altruïstische kwaliteiten te ontwikkelen, en dat naarmate
men meer begrijpt, men ook meer kan doorgeven. Door termen uit een vreemde
of onbekende taal te leren, kunnen we een brug slaan naar filosofische
begrippen waar we zelf nooit op zouden komen, laat staan dat we er uitdrukking
aan kunnen geven. Als ons vocabulaire dubbelzinnig is, blijft ons begrip
en onderscheidingsvermogen wazig – en bestaat het gevaar dat we
sentimentaliteit met spiritualiteit verwarren. We moeten er nooit aan
twijfelen dat we volgen in de voetstappen van grote leraren, en dat
ons streven om deze oude leringen te begrijpen de gedachte aan hen levend
houdt. De dank die we deze spirituele reuzen verschuldigd zijn, betuigen
we door ernaar te streven de ideeën en idealen voor toekomstige
generaties krachtig en levend te houden, en zo zuiver als we kunnen.
Als we ons erop voorbereiden om als geschikte bewakers van de oude wijsheidstradities
te fungeren, is ons pad duidelijk: de taal van de kosmos en van het
hart te begrijpen en door te geven.
Verwijzing
- San Diego Union, 27 juli
1929; vergelijk The Theosophical Forum, New Series (1:1),
september 1929, blz. 10.