Een mentor voor mij
Doreen N. Melbrod

 

Toen ik een jonge vrouw was, heeft Katherine Tingley mij enorm geïnspireerd. Niet alleen was haar leiding van onschatbare waarde, maar ook haar manier van schrijven bracht me altijd nader tot goddelijke gedachten en gevoelens. Haar innig oprechte woorden, die nooit overliepen van intellectualisme, werden altijd op eenvoudige wijze gebruikt voor de gewone man en vrouw. Als bewonderenswaardig en bemoedigend gezelschap trok ze me op een heel diepgevoelde wijze aan: vanuit mijn eigen hart.
     Veel trekken van haar karakter maakten haar uniek. Door haar enorme vermogen om Moeder Natuur aan te voelen, bijvoorbeeld, kon zij de edele boodschap van de goddelijke stilte van de natuur overbrengen. Om deze verheven geestelijke boodschappen in de natuur te ontdekken, moedigde ze ons allen aan naar buiten te gaan, naar de bergen, de oceanen of de wouden, want daar kan onze mentale atmosfeer opklaren, waardoor goddelijke openbaringen worden onthuld; daar kunnen hoofd en hart tot een hogere harmonie worden aangespoord. Haar woorden waren als liederen die de blijdschap en verlichting weergeven die van de natuur uitgaan.
     Maar de leringen waarvan ik het meeste profijt heb gehad waren die waarin het gezin en een thuis centraal stonden. In die tijd waren ze een lichtend baken dat nergens anders was te vinden. Omdat ik zelf een gezin had, stelde ik haar wijsheid en haar inzicht in de vele belangrijke problemen van het theosofische leven op hoge prijs. Als jonge moeder leerde ik hoe waardevol het is te zorgen voor een sfeer van harmonie en vreedzame rust in huis. Ze bracht me een groter plichtsgevoel bij waar het de opvoeding van een kinderziel betreft. Ze benadrukte het belang om jonge mensen te leren inzicht te krijgen in hun eigen ingeboren goddelijkheid; waarheid en wijsheid lief te hebben en te waarderen; en de schoonheid te leren kennen die voortkomt uit een begrijpend hart. Hoogst belangrijk was dat zij de ouders vroeg het kind te helpen bij de ontwikkeling van gevoelens van mededogen tegenover al het leven. Om dit te bereiken beval ze hen aan gebruik te maken van muziek, gedichten en lessen in de geschiedenis en ontplooiingsmogelijkheden van de grotere familie van de mensheid. Deze activiteiten schenken in de prilste jeugd aan hoofd en hart een gevoel van broederschap. Ook stelde ze voor het kind naar buiten in de natuur te brengen om het een liefde in te prenten voor de vele wonderen die ze te bieden heeft — een prachtige en eenvoudige manier om de geestelijke ziel van het kind te voeden.
     Het was volgens haar essentieel om tijdig en op een evenwichtige manier tegemoet te komen aan de fysieke, mentale en geestelijke behoeften van een kind, omdat dit de beste en meest natuurlijke groei tot stand zou brengen. Ze leerde dat men steeds onderscheid moet maken tussen de behoeften en wensen van kinderen en erop moet toezien dat we niet onbewust de zelfzuchtige kant van hun natuur stimuleren.
     In The Wine of Life schetst ze het visioen van een ideaal theosofisch thuis dat tot de verbeelding spreekt. Hoewel de meesten van ons niet volgens dit hoge ideaal kunnen leven, helpt het ons als we het voor ogen houden om de voortreffelijkheid ervan in herinnering te brengen, zodat we het misschien ooit toch kunnen bereiken.
     Deze en andere denkbeelden van Katherine Tingley — zoals haar barmhartige kijk op misdaad, oorlogen en andere maatschappelijke kwalen — helpen ons onze gedachten en handelingen te leiden naar een juist leven en een juist zijn. In ons hart plaatst ze een blauwdruk voor een theosofisch leven dat toekomstige generaties zal blijven inspireren, terwijl het gewone mensen een lichtend baken biedt om de juiste koers te houden, een licht om bij op te groeien.

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1998

© 1998 Theosophical University Press Agency