Eerste toespraak tijdens de ‘Wereldkruistocht’
gehouden op zondag 7 juni 1896, in Tremont Theatre, Boston, Massachusetts.
Gepubliceerd in The Theosophical News: A Weekly Report of Activities
(1:1), 22 juni 1896, blz. 2-3.
 |
Internationaal
Theosofisch Vredescongres, Visingsö, Zweden, juni 1913 |
Het is mijn wens dat ik mijn toehoorders het gevoel geef ze vanavond
niet als dames en heren, mannen of vrouwen toe te spreken, maar als
onsterfelijke en eeuwige zielen. Want we ontmoeten elkaar op
basis van onze gemeenschappelijke doelstellingen van de theosofie —
de wijsheid van de goden — die geen eerbiediger is van personen,
maar alle dingen in de natuur ziet als aspecten van de ene, nooit stervende
Geest.
En dit is in feite de hoofdgedachte van mijn toespraak — de erkenning
van de ziel in de mens, of hij nu zwart is of blank, zwak of sterk,
wanhopig of hoopvol gestemd. Ze is in alle mensen, zelfs wanneer onze
beschaving, onze verlangens, en onze rede haar haast lijken te verstikken;
zelfs al ziet de wetenschap in haar blindheid haar misschien niet —
toch staat ze in alle majesteit overeind en is ze de kern en het hart
van het leven van ieder mens — de bestuurder van zijn wezen, de
regisseur van zijn lot. Dit is de ene waarheid die theosofie aan de
wereld brengt, een waarheid herboren uit de heilige wijsheid van alle
tijden, en die voorbestemd is de redding van de hele mensheid te zijn.
De dag is gekomen waarop theosofie uit haar mysterieuze pop te voorschijn
moet komen en, als een grote vlinder, zijn witte vleugels over de hele
aarde moet uitslaan om openlijk door alle mensen te worden gezien en
gekend. Als tot nog toe velen door lange en vreemde namen, Sanskrietwoorden
en het waas dat daaromheen schijnt te hangen in verwarring zijn geraakt,
kwam dit doordat er pionierswerk moest worden verricht en de grote en
oude religies van het oosten en het westen moesten worden samengebracht.
De jaren van wachten zijn verstreken en vandaag zal theosofie worden
herboren als een nieuw licht onder alle mensen. Men staat op het punt
te ontdekken dat haar eenvoudige waarheden in het dagelijks leven van
de mens onmisbaar zijn, en ze zullen worden onderwezen in een taal en
door methoden die even gemakkelijk door de eenvoudigste leek als door
de gevorderde student worden begrepen.
Zuivere theosofie is alleen een mysterie voor hen die het hogere zelf
waarin alle mensen een eenheid vormen en een volmaakt leven vinden,
niet erkennen. Dit is de werkelijke mens die in elk van ons leeft. Het
is onze goddelijke natuur, waarover de grote leraren van de mensheid
spraken, bezongen door de dichters, eeuw na eeuw uitgebeeld door alle
kunstenaars; er wordt in alle religies van de wereld over gesproken;
het was het licht dat door alle wijzen werd gezocht, en toch wordt het
dadelijk gevonden door ieder die zich terugtrekt in de binnenkamer van
zijn hart en zoekt naar zijn eigen natuurlijke wijsheid. Het wordt niet
door de puur redenerende vermogens gevonden, en ook niet door het ijverig
bestuderen van boeken; het wordt begrepen door iedereen, arm en rijk,
de ontwikkelde en de onwetende, die de geringste poging doet tot zelfopoffering.
Als aan een ander voor zelfs maar een kort moment op het altaar van
toewijding het lagere zelf wordt opgeofferd, verschijnt er het heldere,
witte licht van het hogere en werkelijke zelf en hij die het ziet en
in het leven ermee samenwerkt, heeft wijsheid verkregen en kent alles
wat theosofie heeft te leren, ja, kan misschien zelf een leraar worden.
Dit is het hele geheim.
De Bergrede van Jezus is theosofie, niets dan theosofie, en voor degenen
die verder dan de buitenkant kunnen zien, staat daar alles wat er valt
te weten. Inderdaad gezegend zijn zij die de eenvoudige leringen van
de timmermanszoon, of van Heer Boeddha, of van de Perzische profeet
Zarathustra volgen, of van elke andere grote theosoof uit het verleden,
want daarin liggen de diepe mysteriën van het zijn verborgen die
aan de menigte alleen in parabelen mogen worden onthuld.
De laatste jaren van deze eeuw vormen een samenvatting van het verleden.
We worden in hoog tempo over oud terrein, dat door onze voorvaderen
in hun zoektocht naar waarheid al werd bestreken, voortgejaagd en gaan
vlug door naar het meest grootse tijdperk dat de wereld tot dusver heeft
gezien. Er is om hulp geroepen en deze roep zal worden beantwoord. Grote
zielen bereiden zich voor om te incarneren en hun licht over de wereld
te laten schijnen, maar ze kunnen alleen komen als wij ons op hun komst
voorbereiden, wanneer ieder van ons doet wat hij kan om de kleine wereld
waarin hij leeft te verheffen; zo maken we ons gereed voor een glorieuze
eeuw.
Ouders, kijk naar uw kinderen, want in hen is nu niet alleen het koninkrijk
der hemelen, maar ze zullen meemaken dat er in de komende eeuw een echte
vrede op aarde en wijsheid onder de mensheid zal zijn. Uw jongens en
meisjes behoren tot een groots ras; in hen zijn de kiemen van een wijsheid
groter dan die uzelf bezit, en veel dat door u nu niet kan worden begrepen
zal voor hen in de komende jaren duidelijk zijn.
Wanneer theosofie alle mensen heeft vrijgemaakt, en haar licht aan
alle kanten heeft geschenen en de ‘sleepkabel’ van de waarheid
rond de wereld is gegaan, kan er voor leed geen plaats meer zijn. De
gevangenissen zullen leegraken, oorlogen zullen ophouden; honger en
voedselschaarste zullen niet meer worden gekend; de vertoning dat mensen
hun hersenen en al hun middelen gebruiken om vernietigende machines
te maken zal zich niet meer voordoen; fanatisme, bijgeloof en religieuze
vervolging zullen verdwijnen; aan ziekte die meestal voortkomt uit kwade
handelingen en gedachten zal een einde komen; haat zal worden vervangen
door liefde; egoïsme door zelfopoffering; de dag zal op onze wereld
de plaats van de nacht innemen en onder de schaduw biedende vleugels
van de grote broederschap zal de hele mensheid in vrede, eenheid en
liefde verkeren.
Dit zijn maar enkele van de goddelijke zegeningen die door de eenvoudige
waarheden van de theosofie worden verleend. Evenmin is het een utopische
droom. Wanneer we terugkijken naar de tijd waarin onze voorvaderen,
de pioniers van Amerika, in deze staat Massachusetts op hun boerderijen
achter de ploeg zwoegden, zien we hoeveel in een paar jaar is bereikt.
De eenvoud van hun leven, hun moed, de dappere verklaring van hun principes
in Bunker Hill, hun opoffering hebben ons gemaakt tot wat we zijn, en
het scheppen van de toekomst ligt nu in onze handen.
Het is mijn plicht voordat ik u verlaat om de theosofen van Boston
en u allen te bedanken voor deze geweldige ontvangst. Van hieruit zal
onze ‘Kruistocht’, georganiseerd om het licht van de mensheid
over deze planeet te verspreiden, van start gaan op haar missie van
liefde.