Verkort uit een toespraak gehouden in het Isis
Theater, San Diego, Californië, op 22 november 1916, en uitgegeven
in 1917 als een van de School of Antiquity Papers. Joseph H. Fussell
(1863-1942) was privésecretaris van William Q. Judge van 1892-96,
General Secretary van de TS en privésecretaris van Katherine
Tingley van 1900-29, en Secretary General en voorzitter van het Kabinet
van de TS onder KT en G. de Purucker. Hij volgde zijn opleiding wis-
en natuurkunde aan het University College, Nottingham, Engeland, en
was een Vrijmetselaar van de 32ste graad. –
Red.
Wat bedoelen we met ware opvoeding of educatie? Dit woord komt van
het Latijn en betekent ‘vooruit leiden’ en in Webster’s
Dictionary vinden we de volgende definities:
Opvoeden (to educate): naar boven brengen
of leiden van de vermogens van een kind; ontwikkelen en bevorderen,
hetzij lichamelijk, mentaal of moreel, maar gewoonlijk beperkt tot
de mentale activiteiten of de zintuigen.
Opvoeding (education): strikt genomen een
te voorschijn halen, en omvat niet zozeer de overdracht van kennis
als wel discipline van het intellect, het bijbrengen van principes,
en het beheersen van het hart.
The Concise Oxford Dictionary definieert educe als ‘het
naar buiten brengen, het ontwikkelen vanuit latent of potentieel bestaan’,
terwijl Herbert Spencer heeft gezegd: ‘Ons voor te bereiden op
het leiden van een volkomen leven is de functie die de opvoeding
dient te vervullen’.
Iets definiëren is één ding, maar begrijpen is nog
heel wat anders. We hoeven alleen maar naar de omstandigheden in de
wereld van vandaag te kijken om ons te realiseren hoezeer de veronderstelling
dat we een ontwikkeld volk in de beste zin van het woord zijn, wordt
gelogenstraft. Zeker, er is overdracht van — zullen we zeggen
kennis, of is het niet meer dan alleen informatie? Er is sprake van
enige training van het intellect, maar is het de juiste training? Wat
betreft ‘het bijbrengen van principes en het beheersen van het
hart’, hoeveel bewijs vinden we daarvan in het tegenwoordige leven?
En waar moeten we zoeken naar voorbeelden van een ‘volkomen leven’,
waarop de opvoeding — dat is haar taak — ons moet voorbereiden?
Aan de hand van welk criterium moeten we in feite de volkomenheid van
het leven beoordelen? En wat is het dat in de menselijke natuur latent
of potentieel is dat door de opvoeding naar buiten moet worden gebracht?
Kortom, wat is de MENS, zowel nu als potentieel?
Geef daar antwoord op en het hele probleem van de opvoeding wordt duidelijk;
laat na op die vraag een juist antwoord te geven en de opvoeding blijft
zoals ze vandaag de dag is, een tasten in het duister, een experiment.
Er zijn veel pogingen gedaan de mens te omschrijven en te verklaren;
maar er is één overheersend dogma dat de menselijke geest
van deze tijd in zijn greep heeft gekregen en op verraderlijke wijze
elk terrein van haar activiteit heeft aangetast. Dat is de bewering
dat de mens een dier is en uit het dier is geëvolueerd. Omdat dit
zo algemeen en ‘wetenschappelijk’ wordt onderwezen, is het
onvermijdelijk dat de meeste mensen er ditzelfde algemene standpunt
op na houden en dat hun hele leven erdoor wordt gekleurd.
Maar er waren en zijn mensen die in hun aard bovendien iets van een
mysticus of dichter hebben en die een glimp hebben opgevangen van het
licht zoals het uitstraalt van de schitterende gewaden van de waarheid.
Een van die mensen was Carlyle toen hij zei dat de mens
Een ziel [is], een geest. Rond zijn mysterieuze Ik,
ligt onder al die wollen vodden een gewaad van vlees (of van de zinnen),
gevlochten op het weefgetouw van de hemel; . . . Diep verborgen is
hij onder dat vreemde gewaad; te midden van klanken en kleuren en
vormen, als het ware, ingezwachteld, en er onontkoombaar onder bedekt;
toch is het in de hemel geweven en een God waardig. Staat hij daardoor
niet in het centrum van de oneindigheden, in de samenvloeiing van
eeuwigheden? . . . waar anders toont zich de tegenwoordigheid van
God, niet alleen aan ons oog, maar aan ons hart, dan in onze medemens?
Is opvoeding dan niet het naar buiten brengen van de goddelijke kwaliteiten
die latent zijn in ieder mens, in ieder kind? Betekent het niet de verborgen
god te bevelen te voorschijn te komen? Dit is het theosofische idee
van opvoeding, en ook die van de School of Antiquity. Katherine Tingley,
stichtster en directrice van de School of Antiquity, zegt over het raja-yoga-opvoedingssysteem:
Het meest waarachtige en zuivere van alles op het
gebied van de opvoeding is om het denken van de leerling erop attent
te maken dat het onsterfelijke zelf er altijd naar streeft het hele
wezen in een toestand van volmaaktheid te brengen. Het ware geheim
van het raja-yoga-systeem is eerder het karakter van het kind te ontwikkelen
dan het denken van het kind te overladen; het is eerder het naar buiten
brengen van de vermogens van het kind dan deze iets aan te reiken.
Het edeler deel komt van binnenuit.
De basis van de raja-yoga-opvoeding is de essentiële
goddelijkheid van de mens, en de noodzaak alles in zijn aard dat niet
goddelijk is te transmuteren. Om dit tot stand te kunnen brengen,
moet geen onderdeel worden vergeten, en de fysieke natuur moet haar
aandeel hebben in de zorg en aandacht die nodig zijn. Ook kan de meest
ijverige training van het intellect niet worden overgeslagen, maar
het intellect moet ondergeschikt worden gemaakt aan de krachten van
het hart. Wil men orde en evenwicht bereiken en handhaven, dan moet
het intellect de dienaar zijn en niet de meester. In zo’n systeem
is het nodig dat de leraren de beginselen van de theosofie niet alleen
begrijpen, maar dat zij deze principes op hun eigen leven toepassen.
Ware opvoeding is het vermogen in harmonie te leven
met onze omgeving, het vermogen om uit de schuilhoeken van onze eigen
natuur alle mogelijkheden van het karakter naar buiten te brengen.
Het raja-yoga-opvoedingssysteem in Point Loma is daarom niet beperkt
tot het ontvangen van informatie op bepaalde vastgestelde uren van
de dag en op een van te voren vastgelegde manier. Het bestaat uit
het afstemmen van het hele leven op het hoogste ideaal dat even effectief
moet heersen over het meest verborgen gedachteleven als over de onderlinge
banden tussen de studenten.
Iedere grote instelling is de uitdrukking van een reeks ideeën,
en is gecreëerd om, al dan niet scherp omlijnd, een of ander doel
te verwezenlijken, wat de werkelijke innerlijke waarde ervan ook moge
zijn. Dit geldt zeker voor de School of Antiquity. Zij werd gesticht
in New York in 1897 en als rechtspersoon erkend volgens de wetten van
de staat West Virginia; en het centrum van haar activiteiten, onderwijs
en onderzoek bevinden zich in Point Loma, Californië, waar ook
het Internationale Theosofische Hoofdkwartier is gevestigd.1
De school is internationaal van geest en ook in de praktijk; ze is niet
sektarisch en dringt geen geloofsartikelen of dogma’s op en bemoeit
zich op geen enkele manier met politiek. Haar zoeken is gericht op de
waarheid; haar baken is het heldere licht van de waarheid. Haar medewerkers,
professoren en onderwijzers krijgen geen salaris en ontvangen geen financiële
vergoeding. Ze werken alleen uit liefde voor het werk en voor de vreugde
van dienstverlening.
Het idee waarop deze school is gesticht wordt ten dele tot uitdrukking
gebracht in haar naam, de School of Antiquity: het houdt kort gezegd
in dat de mensheid erfgenaam is van de wijsheid van alle tijden, en
dat is geen puur retorische frase, maar geeft uitdrukking aan het feit
dat er door alle tijden heen een oorspronkelijke leer heeft bestaan,
een stelsel van leringen die de basis vormen van alle grote wereldreligies;
en dat dit stelsel van leringen in het verleden onder diverse namen
bekend is geweest, zoals wijsheidsreligie, en tegenwoordig bekend is
onder de naam theosofie. Verder is het niet religie of filosofie of
wetenschap alleen, maar het omvat de synthese van alle drie. Helena
P. Blavatsky stelt in De Sleutel tot de Theosofie (blz. 4 en
7):
De ‘wijsheidsreligie’ was in de oudheid
één; en de gelijkheid van de oorspronkelijke religieuze
filosofie wordt ons bewezen door de identieke leringen die aan de
ingewijden werden gegeven tijdens de MYSTERIËN,
een instelling die eens algemeen verspreid was. . . .
De WIJSHEIDSRELIGIE was altijd
één, en daar zij het laatste woord vormt van kennis
die voor de mens mogelijk is, werd ze zorgvuldig bewaard.
Hoe groot de wetenschappelijke verworvenheden van deze tijd op materieel
en mechanisch gebied misschien ook lijken, zelfs in dit opzicht staan
de grootsten onder de moderne geleerden nog maar op de drempel van kennis;
en dit geldt in nog hogere mate voor onze kennis van de mens, zijn aard
en zijn vermogens, zowel potentieel als feitelijk, zijn relatie met
het universum, zijn oorsprong, evolutie en bestemming. Iets meer dan
een eeuw geleden kwam de enorme schatkamer aan oosterse literatuur ter
beschikking van de westerse wereld. De invloed van deze literatuur op
de moderne filosofie wordt openlijk erkend, maar tot nu toe is weinig
aandacht besteed aan de wetenschappelijke kant ervan. In feite was het
niet voordat Mw. Blavatsky haar monumentale werken, Isis Ontsluierd
in 1877 en De Geheime Leer in 1888 publiceerde, dat de aandacht
definitief op het feit werd gevestigd dat de Ouden met wetenschappelijk
onderzoek even ver waren gevorderd als op het gebied van de filosofie
en de metafysica. De moderne wetenschap bereikt niet meer dan de buitenkant
van de kennis die de wijzen van de oudheid bezaten.
‘Onder de ideeën die door de theosofische beweging naar
voren werden gebracht’, zegt William Q. Judge, ‘zijn er
drie die men nooit uit het oog moet verliezen’; en deze drukken
beter dan welke woorden van mij ook het filosofische aspect van het
idee uit dat de ware basis vormt van de School of Antiquity:
Het eerste idee is dat er een groot doel
is — in de zin van een onderneming — genoemd het doel
van verheven volmaaktheid en menselijke broederschap. Deze berust
op de essentiële eenheid van de hele menselijke familie, en dit
behoort tot de mogelijkheden omdat verhevenheid in volmaaktheid en
werkelijke realisering van broederschap op elk gebied van het zijn
een en hetzelfde ding zijn. . . .
Het tweede idee is dat de mens een wezen
is dat tot volmaaktheid kan worden verheven, tot de status van godheid,
omdat hijzelf een geïncarneerde god is. Jezus had ongetwijfeld
deze edele leer in gedachte toen hij zei dat we net zo volmaakt moeten
zijn als de vader in de hemel. Dit is het idee van de menselijke volmaakbaarheid.
. . .
Het derde idee is de illustratie, het bewijs,
het hoge resultaat van de twee bovengenoemde. Het is dat de meesters
[de grote helpers van de mensheid] — zij die de hoogste vervolmaking
hebben bereikt die in deze periode van evolutie en in dit zonnestelsel
mogelijk is — levende en onbetwistbare feiten zijn, en geen
koude en ver van ons afstaande abstracties. Zij zijn . . . levende
mensen . . . [die] als levende feiten en hoge idealen de ziel
van hoop zullen vervullen en zelf allen die de mensheid wensen te
verheffen, zullen helpen.2
Een ander punt is dat ware opvoeding niet alleen of in hoofdzaak bestaat
uit de training van het intellect of het verwerven van kennis in de
zin zoals die woorden gewoonlijk worden gebruikt. Katherine Tingley
is van mening dat ‘intellect’ en ‘kennis’ een
veel diepere betekenis hebben dan tegenwoordig eraan wordt gegeven;
en dat de juiste training van het een en het verwerven van de ander
(in deze diepere zin) niet alleen afhangt van boekenstudie en laboratoriumonderzoek,
hoewel deze hun plaats hebben, maar ook en vooral van juist gedrag,
een zuiver leven, zelfbeheersing en het volgen van hoge idealen. De
aanduiding raja-yoga werd door haar gekozen als de term die het best
uitdrukking geeft aan het doel van ware opvoeding (de raja-yoga-academie
is een afdeling van de School of Antiquity voor de opvoeding van de
jeugd van beide seksen) omdat de etymologische betekenis van het woord
raja-yoga ‘koninklijke eenwording’ is — ‘ware
opvoeding bestaat in de harmonieuze ontwikkeling en het met elkaar in
evenwicht brengen van alle vermogens’.
Het doel van de School of Antiquity vloeit daar op een natuurlijke
manier uit voort en is in harmonie met het idee dat we kort hebben geschetst.
In het handvest ervan wordt haar doelstelling door Katherine Tingley
als volgt gegeven:
kennis van de heilige mysteriën van de oudheid
doen herleven door het bevorderen van de lichamelijke, mentale, morele
en spirituele opvoeding en van het welzijn van de mensen van alle
landen, zonder onderscheid van geloof, sekse, kaste of huidskleur;
door hen te instrueren om de wetten van de universele natuur en universele
rechtvaardigheid te begrijpen, in het bijzonder de wetten die hun
eigen wezen beheersen: op die manier wordt hen de wijsheid van wederzijdse
hulpvaardigheid onderwezen, want zo is de wetenschap van raja-yoga.
De School of Antiquity zal een instelling zijn waar
de ware ‘raja-yoga’, de wetten van de universele natuur
en rechtvaardigheid die de lichamelijke, mentale, morele en spirituele
opvoeding beheersen in zo breed mogelijk perspectief zullen worden
onderwezen. Door dit onderwijs zal het materiële en intellectuele
leven van ons tijdperk worden vergeestelijkt en worden verheven tot
zijn werkelijke waardigheid; het denken zal worden bevrijd van de
slavernij van de zinnen; de tanende energie in ieder hart zal nieuw
leven worden ingeblazen in de zoektocht naar waarheid, en de snel
stervende hoop op de belofte van het leven zal voor alle volkeren
opnieuw worden gevoed.
Bij de ceremonie van het plaatsen van de hoeksteen in Point Loma, Californië,
op 23 februari 1897, van het gebouw dat zal dienen om de School of Antiquity
in onder te brengen, zei Katherine Tingley:
Door deze school en haar vertakkingen zullen de kinderen
van het ras de wetten van het geestelijke leven worden onderwezen,
en de wetten van fysieke, morele en mentale ontwikkeling. Ze zullen
leren in harmonie met de natuur te leven. Ze zullen al dat ademt op
meedogende wijze leren liefhebben. Ze zullen een groot inzicht in
zichzelf ontwikkelen, en naarmate ze meer kracht opdoen, zullen ze
leren die ten goede van de hele wereld te gebruiken.
Volgens deze citaten is er iets meer in het leven dan het bevredigen
van persoonlijke wensen of het benadrukken van de persoonlijkheid; komt
er iets meer kijken bij de opvoeding dan het volladen van het brein
met informatie en feiten, of het verwerven van intellectuele schatten;
iets meer dan zelfs het bestuderen van de hoogste filosofie of het overpeinzen
van de meest verheven idealen. Ze roepen op tot een ontwaken van de
edelste energieën van de menselijke ziel en geest, en het inschakelen
van alle vermogens van het denken, hart en lichaam in dienst van de
mensheid. Ze komen voort uit universele broederschap als een verheven
feit in de natuur en verwijzen daarnaar. Ze vereisen een juiste levenswijze,
niet alleen maar een juiste denkwijze. Ze zijn in overeenstemming met
die meesterlijke verklaring van Carlyle: ‘Het doel van de mens
is een handeling en niet een gedachte, zelfs al is het de meest edele’.
 |
| Het
leggen van de hoeksteen, Point Loma, 23 februari 1897 |
Als we de doelstelling van de School meer direct in verband brengen
met de betekenis ervan, kunnen we zeggen dat deze is om dat ideaal ten
uitvoer te brengen. Het gaat erom de verloren kennis van de oudheid
terug te winnen en haar toe te passen op de behoeften van deze tijd.
Het gaat erom heden en verleden met elkaar te verbinden, en op basis
van de lessen die we op die manier leren, onze kennis toe te passen
en ons de grootste inspanningen getroosten, opdat de toekomst —
die onvermijdelijk uit zowel verleden als heden voortkomt — een
tijdperk van verlichting en geluk zal zijn, niet alleen voor een paar
uitverkorenen maar voor de hele mensheid.
Het doel van de School of Antiquity is alle wetenschappen in verband
te brengen met filosofie en religie — en we gebruiken deze termen
in de ruimste zin; hun betekenis voor ons leven en gedrag aan te tonen;
te demonstreren dat voor het verkrijgen van ware kennis (niet alleen
informatie of theorieën die maar al te vaak voortkomen uit gebrekkige
redeneringen en zijn gebaseerd op onvolledige gegevens) een ‘gretig
intellect’ niet het enige is dat is vereist, maar in de eerste
plaats een ‘rein leven’ en een ‘zuiver hart’,
onzelfzuchtigheid en een zuiver motief; en dat alleen hij van wie het
leven rein en het hart zuiver is toegang kan verkrijgen tot de poorten
van de goddelijke wijsheid. Het doel is verder om aan te tonen dat wat
gewoonlijk wordt gezien als puur ethische, spirituele of religieuze
geboden, zoals ‘leef het leven indien u de leer wilt kennen’,
‘zoekt gij eerst het koninkrijk der hemelen en al deze dingen
zullen u worden toegeworpen’, op feiten gebaseerde wetenschappelijke
uitspraken zijn.
Wat het werkterrein van de School of Antiquity betreft, dit omvat wetenschap,
filosofie, religie (in haar ware betekenis) en de kunsten; in feite
alle takken van kennis en geleverde prestaties, speciaal met betrekking
tot hun invloed op het menselijk leven en de menselijke ontwikkeling,
en vooral ook met bijzondere aandacht voor de leringen en verworvenheden
van de Ouden. Speciale aandacht wordt daarom besteed aan archeologisch
onderzoek en de studie van oude optekeningen, monumenten, tradities
en mythen. Wat betreft de kunsten, dient in het bijzonder melding te
worden gemaakt van muziek en toneel, hoewel alle schone kunsten en ambachten
een belangrijke plaats innemen in het onderwijsprogramma van de School,
omdat, om nogmaals Herbert Spencer te citeren, haar doel is ons voor
te bereiden op ‘het leiden van een volkomen leven’. Hiertoe
moeten alle vermogens tot ontwikkeling worden gebracht, niet alleen
die van het denken, maar ook die van ziel en lichaam. Hieruit volgt
dat hand en oog, oor en stem moeten worden ontwikkeld. Alleen zo kan
het karakter compleet worden, alleen zo kan het leven in al zijn volheid
en rijkdom mogelijk worden gemaakt. En in het bijzonder muziek en toneel
zijn, als men zich op de juiste wijze daarin bekwaamt, factoren die
bijdragen aan de ontwikkeling van de kwaliteiten van de ziel, de opbouw
van het karakter en het verkrijgen van zelfbeheersing.
Ook moet de enorme productie van literatuur worden vermeld die deel
uitmaakt van het werk van de School of Antiquity, als hulpmiddel bij
het bereiken van haar doel — het verlichten van de mensheid. Naast
het publiceren en verspreiden van de standaard theosofische boeken in
het Engels, Frans, Duits, Zweeds, Nederlands, Spaans en Japans, dienen
in het bijzonder haar tijdschriften te worden genoemd: The Theosophical
Path; the Raja-Yoga Messenger (een tijdschrift voor jongeren,
geredigeerd door studenten van het raja-yoga-college en academie); en
The New Way, ‘voor gevangenen en anderen, al dan niet
achter tralies’, speciaal begonnen door Katherine Tingley om nieuwe
hoop en moed te verschaffen aan het leven van mensen die ontmoedigd
zijn en veel tegenspoed ondervinden.
De draagwijdte van de School of Antiquity wordt slechts beperkt door
menselijke kennis en ervaring, door het leven van de hele mensheid,
niet alleen die van het heden of het onmiddellijke verleden, maar van
het hele verleden. De studie ervan betreft zowel de mens als het heelal,
hun evolutie en bestemming.
Het is van speciaal belang om het verband aan te geven tussen de School
of Antiquity en de oorspronkelijke Theosophical Society, opgericht door
Helena P. Blavatsky in New York in 1875. The Universal Brotherhood and
Theosophical Society, de naam waaronder de oorspronkelijke Theosophical
Society nu bekendstaat — na haar reorganisatie door Katherine
Tingley in 1898 — staat open voor ieder die haar hoofddoelstelling
onderschrijft, namelijk ‘aan te tonen dat universele broederschap
een feit is in de natuur, en deze tot een levende kracht te maken in
het leven van de mensheid’. Deze Society en organisatie werd ‘bestemd
en gevestigd voor het welzijn van de mensen op aarde en alle schepselen’.
Zij is ‘onderdeel van een grote en universele beweging die in
alle tijden actief is geweest’; zij verlangt slechts het aanvaarden
van het beginsel van broederschap en het serieuze streven deze tot regel
en leidraad in het leven te maken, en zoveel mogelijk de theosofische
beginselen te bestuderen en deze toe te passen in ons dagelijks leven
en handelen.
Wat de wereld vandaag nodig heeft, is dat wordt aangetoond dat het
leven niet oproept tot competitie, en dat het in werkelijkheid niet
een strijd om het bestaan is; waar ze behoefte aan heeft is een demonstratie
dat het haalbaar is dat mannen en vrouwen met elkaar in harmonie leven,
zonder conflicten of persoonlijke jaloezie, maar verenigd in de vreugde
van het dienen van de mensheid; ze heeft behoefte aan vertoon van het
grotere leven van de ziel, en het praktische inzicht dat er goddelijkheid
ten grondslag ligt aan het hart van ieder mens. En aan deze behoefte
kon alleen worden voldaan door het oprichten van een school.
In 1894 maakte William Q. Judge aan verschillende van zijn studenten
bekend dat H.P. Blavatsky hem had voorspeld dat er in het kielzog van
haar eigen werk ‘in het westen een grote zetel van lering zal
worden gevestigd, waar de grote theorieën betreffende de mens en
de natuur zullen worden onderwezen en verklaard’; het was in feite
Blavatsky’s taak en missie geweest die grote theorieën of
leringen opnieuw aan de wereld bekend te maken. Wat speciaal interessant
is aan deze opmerking is dat Katherine Tingley, toen ze een kind was
van nog maar acht jaar, haar grootvader had verteld dat ze op een dag
wanneer ze groot zou zijn, een prachtige stad zou bouwen in ‘Goudland’,
waar mensen en kinderen van overal in de wereld zouden gaan wonen.
Wat is de werkelijke betekenis van een school? Het woord komt van het
Griekse schole, dat allereerst ‘vrije tijd’ betekende
en later de betekenis ‘filosofie’ kreeg en vervolgens werd
gebruikt om een plaats waar lezingen of instructies worden gegeven aan
te duiden. Maar laten we de eerste betekenis, vrije tijd, beschouwen.
De ware betekenis van vrije tijd is niet niets doen, passiviteit, geen
bezigheden hebben; de essentiële betekenis is die van het Latijnse
woord licere, ofwel ‘toestemming’, ‘gelegenheid,
kans’. Dit is de ware betekenis van het woord school: het is een
plaats waar men een kans krijgt, en in deze zin is de vestiging van
de School of Antiquity van zo’n enorm belang voor de wereld. Het
is niet alleen een plaats waar men de gelegenheid krijgt te laten zien
wat waarachtig leven is, of voor het verwerven van werkelijke kennis,
maar voor het trainen van hen die te zijner tijd, naarmate ze geschikt
worden voor die hoge roeping, erop uitgaan om op hun beurt anderen te
onderwijzen en te helpen. De studenten van de School of Antiquity zijn
niet alleen zij aan wie, terwijl ze aan het Internationale Hoofdkwartier
in Point Loma wonen, het voorrecht is verleend deze kans te krijgen,
maar er zijn velen in andere delen van de wereld die er direct de voordelen
van ondervinden; want haar activiteiten zijn wereldwijd.
Om samen te vatten, alle kennis is een heilige verantwoordelijkheid
die sinds onheuglijke tijden is overgedragen van de ene grote leraar
op de andere, en ook bewaard is gebleven in oude geschriften, in de
ene periode verloren voor de wereld, in een andere tijd openbaar gemaakt.
En de tijd is nu gekomen waarop, in overeenstemming met de cyclische
wet, aan alle zoekers naar waarheid en aan allen die de mensheid liefhebben
opnieuw de gelegenheid kan worden geboden om de poort van de tempel
van wijsheid binnen te gaan. Aan al die mensen is de uitnodiging gericht:
‘Vraagt en het zal u worden gegeven: zoekt en u zult vinden: klopt
en u zal worden opengedaan.’
Noten
- [Het Internationale Hoofdkwartier is sinds
1951 gevestigd nabij Pasadena, Californië. — Red.]
- Irish Theosophist (3:5), 15 februari
1895, blz. 75.