Boekbespreking

Transition to a Global Society (Overgang naar een wereldomvattende maatschappij), Suheil Bushrui, Iraj Ayman, en Ervin Laszlo, red.; Oneworld Publications, Oxford, Engeland, 1993, 176 blz., isbn 1-85168-039-x, paperback.

 

Nu het jaar 2000 nadert, worden we door zowel de wereldwijde sociaal-politieke veranderingen als de geavanceerde informatietechnologie ertoe gebracht om traditionele nationale grenzen te overstijgen. Deze fascinerende verzameling lezingen, gehouden tijdens de ‘Eerste internationale dialoog over de overgang naar een wereldomvattende maatschappij’ georganiseerd door de Landegg Academy in Zwitserland in september 1990, blijft een tot nadenken stemmende bron op het gebied van deze trend.
     Federico Mayor, directeur-generaal van UNESCO, begon de conferentie met een beschouwing over de rol van de Verenigde Naties bij de herstructurering van de maatschappij in het nieuwe millennium:

     Het feit dat bijna vijfenveertig jaar geleden, de overwinnende bondgenoten van de Tweede Wereldoorlog een internationale organisatie oprichtten, gewijd aan het denken en de geest, zou men moeten zien als een vroege poging van de publieke sector om zijn grenzen te overstijgen. UNESCO’s verplichting in haar constitutie om vrede een steviger fundament te geven in het denken van de mens door te streven naar samenwerking tussen publieke en particuliere instellingen weerspiegelt een visie die misschien nu pas binnen ons bereik is gekomen. . . . Het verbinden van de wereld van ideeën met de wereld van besluitvorming werd gezien als een essentiële basis voor het bouwen van een vreedzame en dynamische wereldgemeenschap.      – blz. 8

     Hij voorspelde dat éénmakende holistische benaderingen meer algemeen zullen worden gebruikt om dynamische betrekkingen tussen vakgebieden in de natuurwetenschap, technologie, sociale wetenschappen en kunst tot stand te brengen. Een netwerk van moderne communicatiesystemen zal deze nieuwe methoden van studie ondersteunen door individuen de mogelijkheid te bieden snel en efficiënt toegang te krijgen tot kennis, en door in een dialoog op wereldschaal te voorzien. Het snel toenemende gebruik van internet is één voorbeeld van deze trend.
     In zijn lezing, ‘Vooruitzichten, doelstellingen en broederschap: een spiritueel plan voor een wereldomvattende maatschappij’, wijst John Huddleston erop dat het nodig is de beperkingen door betrokkenheid bij lokale partij- en dorpsbelangen te vermijden om een werkelijk wereldwijd perspectief te introduceren. Een nieuwe stijl van ‘collectieve’ overheid zou tot beslissingen kunnen komen op lokaal, nationaal en internationaal niveau door een proces van raadpleging in plaats van door debat. Huddleston laat het proces van raadpleging aansluiten op de spirituele dimensie van de komende wereldorde omdat dit het concurrerende zelfbelang uit het plaatje wegneemt:

     Het proces van raadpleging verschilt daarin van het democratische debat dat het erop aanstuurt om meer door eenheid en een wetenschappelijk proces tot waarheid te komen dan door twist en een beroep op eigenbelang. Dit proces houdt zowel onpartijdigheid als universele deelname in. Het lijkt in veel opzichten op gangbare ideeën over het oplossen van conflicten.      – blz. 149

     Even belangrijk is creatieve verkenning als middel tot het inspireren van wereldwijde eenheid door kunst. Schrijfster en dichteres Kathleen Raine wijst erop dat kunst ons kan helpen om ons te blijven bezighouden met de eeuwige vraag ‘Wat is de mens?’ (zie het volgende artikel). Ja, terwijl we proberen onszelf te beschrijven en opnieuw te beschrijven in een scheppend proces waarbij we onze ideeën over opvoeding, wetenschap, technologie en de overheid herstructureren, zal ook de aard van onze vragen veranderen. We lijken dan niet langer meer zo geïnteresseerd in staat of sekte, partij of beroep. In plaats daarvan kijken we naar binnen om de ontastbare waarheden te vinden en die zijn, ironisch genoeg, de meest stevige bouwstenen van een wereldomvattende maatschappij.
     Overgang naar een wereldomvattende maatschappij besluit met een verwijzing naar een oude Indiase mythe over Siva die een afschuwelijke demon doodt, waaruit atman of het eeuwige zelf te voorschijn komt. De moraal is dat er, ondanks ons ogenschijnlijke materiële zelf, een onsterfelijk zelf in alle wezens is die de basis voor de menselijke ethiek is en een hogere soort van bewustzijn voedt.      – Lisa Shetler

 

Uit het tijdschrift Sunrise juli/aug 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency