De mogelijkheid geven om te lezen
Gabriella Costa

 

Overgenomen uit The Age, Melbourne, Australië, 13 oktober 1998.


 

Ivan Molloy is blind. Dit is al zo vanaf zijn elfde jaar, toen een ander kind een steen naar hem gooide die hem in zijn oog trof. Hij en zijn vrouw Lorraine hebben de laatste twintig jaar besteed aan het verzamelen van tweedehands brillen, benodigdheden om in braille te kunnen schrijven, elektronische visuele hulpmiddelen, gebruikte cassettebandjes en andere materialen, om te versturen naar scholen voor blinde kinderen in landen in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. De taak, die ze omschrijven als ‘uiterst bevredigend’, begon na een vakantie in Sri Lanka halverwege de jaren zeventig. Terwijl ze bij vrienden in Ratmalana, een voorstad van de hoofdstad Colombo, verbleven, zagen ze een school voor blinde en dove kinderen die kampte met een groot tekort aan lesmateriaal.

‘Toen we thuiskwamen, ontdekten we dat er heel wat meer was dat we zouden kunnen doen’, zegt Ivan, die zich zorgen maakte over het gebrek aan voorzieningen en over de ondervoeding die bij veel kinderen tot problemen met het gezichtsvermogen leidde. En dus richtten ze samen een onafhankelijke organisatie op die nu is aangesloten bij ‘Blind Citizens Australia’. Hun organisatie is een afdeling voor speciale benodigdheden gericht op overzeese dienstverlening.

De afdeling overzeese dienstverlening coördineert de fondsenverwerving en inzamelingsacties, waarmee ze blinde kinderen van arme gezinnen helpt te voorzien van enkele benodigdheden die in Australië voor mensen met een beperkt gezichtsvermogen vanzelfsprekend zijn. Alleen de meest vindingrijke persoon komt op het idee om fotopapier te verwerken tot braillepapier. Voormalig brailleleraar en lid van de Lions Club, Ivan, nu 71 jaar, lukte het om de medewerking te verkrijgen van drie Lions-afdelingen in Mornington, Sandringham en Mount Martha.

Leden en andere vrijwilligers halen bij Kodak fotopapier op wanneer er voldoende papierrestanten zijn om de rit de moeite waard te maken. Van fotopapier kan uitstekend braillepapier worden gemaakt. Het papier wordt mee teruggenomen naar Molloy’s huis in Mount Martha, en buren, vrienden, en vrijwilligers van de Lions Club brengen het naar het schuurtje achter het huis. Daar wordt het op twee maten gesneden, allebei uitstekend geschikt om op te schrijven en van te lezen. Ron Smith van de Lions uit Sandringham doet het meeste snijwerk met een papiersnijmachine van $6.000 die is gekocht met een gift van zijn club en wat geld van de afdeling overzeese dienstverlening. Ivan vond het verrichten van deze taak met een papiermes op den duur wat eentonig.

Een ‘werkbij’ wordt dan opgeroepen en het papier – vorig jaar bijna anderhalve ton – wordt in plastic verpakt en voorzien van labels ‘artikelen voor de blinden’. Het wordt door een andere vrijwilliger naar het postkantoor gebracht en zonder kosten naar 25 landen van de Derde Wereld verzonden. Er is veel vraag naar het alternatieve braillepapier. Ratmalana’s bibliotheek, eens een lege kamer, staat nu vol met honderden boeken gemaakt van fotopapier. Andere scholen hebben kinderen leren lezen en schrijven met behulp van de Kodak-papierrestanten. (Het bedrijf heeft Ivan en zijn vrijwilligers nooit iets in rekening gebracht.)

Andere inspanningen betreffen het inzamelen van geld, gewoonlijk zo’n paar duizend dollar per jaar. In bepaalde delen van de Derde Wereld kan een gedeelte van dit geld voldoende zijn voor enkele maanden salaris van werknemers. Het meeste van het geld gaat naar Ratmalana en wordt gebruikt om voor kinderen voedsel, zoals poedermelk, te kopen om het effect van ondervoeding op hun al aangetaste gezichtsvermogen tegen te gaan. De school moet kwitanties van hun uitgaven toesturen. Ivan is van mening dat het van belang is dat ‘elke cent’ aan de noden van de kinderen wordt besteed. Voor veel van de scholen in de Derde Wereldlanden is er bijna geen overheidssubsidie en de inspanningen van de afdeling overzeese dienstverlening compenseren maar een deel van het tekort.

In Ratmalana eten de kinderen twee keer per week eieren. Ivan gaf een paar jaar geleden opdracht tot de aankoop van jonge kippen, en de kinderen krijgen nu niet alleen regelmatig eieren te eten, maar hun wordt ook geleerd hoe ze pluimvee moeten houden. Sommigen mogen kippen mee naar huis nemen wanneer hun verblijf op de kostschool afgelopen is. Hun vaardigheid met het grootbrengen van pluimvee betekent dat ze thuis door de familie worden verwelkomd in plaats van als last te worden beschouwd, zegt Lorraine. En dat is belangrijk want, hoewel ze zelf kinderloos zijn, hebben zij en Ivan het gevoel alsof de 240 kinderen en Ratmalana van hen zijn. Negen keer zijn ze teruggegaan naar Sri Lanka en ze kennen veel van de kinderen al vanaf hun jeugd. ‘Ik wil niet dat een van mijn kinderen op straat gaat bedelen’, zegt ze, de woorden van het hoofd van de school, Geehtal Mendis, herhalend. Veel van de blinde kinderen in Derde Wereldlanden overleven alleen door te bedelen. Sommige kinderen die baat hebben gehad bij de schenkingen van de Molloys zijn doorgegaan naar de universiteit.

En hoe lukt het Ivan om al deze tientallen helpers bij elkaar te krijgen? Is hij opdringerig, of werkt zijn enthousiasme voor blinde kinderen aanstekelijk? ‘Ik weet het niet’, geeft hij met een lach aan. ‘Ik kan de uitdrukking op hun gezicht niet zien wanneer ik het aan hen vraag.’

 
Andere artikelen over hulpverlening
 

Uit het tijdschrift Sunrise mei/juni 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency