Boekbespreking
Nancy Coker

 

Life’s Riddle (Het Levensraadsel) door Nils A. Amnéus, Theosophical University Press, Pasadena, 1998; 264 blz., isbn 1-55700-130-8, paperback. Nederlandse uitgave verschenen in 2002.


 

Een klein meisje dat naar de auto’s op een drukke kruising keek, vroeg zich op een keer af hoe de verkeerslichten wisten wanneer het verkeer zou stoppen. Hoe vaak worden jonge kinderen door de wereld om hen heen voor een raadsel gesteld en erdoor gefascineerd – wat is het opwindend te ontdekken dat de dingen niet zijn wat ze lijken!

Sommige leraren hebben een fantastische manier om de geheimen van de wereld zo te behandelen dat ze zich voor ons ontvouwen, maar vele anderen dulden maar weinig vragen, en gedragen zich soms alsof normale nieuwsgierigheid onbehoorlijk gesnuffel is. Daarom is het dubbel belangrijk om de vragen te koesteren en te respecteren van hen die ondanks hun scholing hun nieuwsgierigheid hebben behouden en de mysteries van het leven willen onderzoeken. Maar tot wie moet men zich wenden? – bekendheid met een onderwerp is niet genoeg om een goede leraar voort te brengen en de wereld is vol middelmatige of onverschillige leraren.

In het onlangs opnieuw uitgegeven Life’s Riddle, laat Nils Amnéus zien dat hij een vakkundige leermeester is. Hij beschouwt het hele universum als een grote ervaringsschool en gebruikt, als een vriendelijke, geduldige leraar, vele voorbeelden en verbale illustraties, en laat ons op een aantrekkelijke manier kennismaken met de beginselen van de theosofie. Hij voorziet wat ons bezighoudt en gaat daarop in, en baseert zich op vele disciplines om ons te helpen de eeuwige wetten die ten grondslag liggen aan moeder natuur en aan de menselijke natuur te leren kennen. In korte stimulerende verhandelingen gaat hij in op de dilemma’s van het leven waarbij hij put uit de wereldmythologie, religieuze geschriften, de natuur en de ochtendkrant. Door voorbeelden te geven uit de ervaringen van het dagelijks leven, helpt hij ons de filosofie achter onze complexe natuur, karma en werderbelichaming te doorgronden. De natuur herhaalt zichzelf overal en Amnéus gebruikt wat we al weten om ons te helpen meer te ontdekken over wat we niet weten.

Hij vergelijkt bijvoorbeeld de reis naar de dood met het passeren van een bekende drempel. ‘Het menselijke bewustzijn leeft in een lichaam, een ‘huis’ van vlees. Iedere 24 uur verlaat het dit huis door de deur van onbewustheid en komt in de slaaptoestand, en bevindt zich dan in een soort ‘buiten-de-deur’ bewustzijn, met hele andere bestaansvoorwaarden dan binnen het ‘huis’’ (blz. 96). Doodgaan, suggereert hij dan, is een beetje als ‘buiten-de-deur’ blijven en niet terugkeren naar huis, misschien omdat het huis oud is geworden en versleten en de deur eenvoudig klemt. ‘Waarom zouden we denken . . . dat [onze] toestand ‘buiten-de-deur’ aan de andere zijde van de dood anders is dan deze zou zijn geweest als de deur niet had geklemd en het bewustzijn ook deze keer was teruggekeerd?’ (blz. 97). Zoals onze essentiële natuur niet verandert door het verlaten van ons huis, veranderen wij niet door het verlaten van het huis van vlees, omdat onze essentiële natuur niet fysiek is.

Nadat hij uitlegt dat we allen in het goddelijke zijn geworteld, roept hij een beeld op van een tuin en vergelijkt een vaste plant met een mens.

En zoals het zichtbare deel van de plant in de herfst verwelkt en doodgaat, wanneer haar vitaliteit weer in de wortel wordt opgenomen, zo wordt het menselijke ego opnieuw opgenomen in zijn wortel, het hogere ego, zowel in de slaap als na de dood. In de slaap is de terugkeer onvolledig, misschien meer zoals de bloembladeren van sommige bloemen zich ’s nachts sluiten. Bij de dood sterft het ‘gebladerte’, het lichaam met de hersenen en het lagere denken, en is de terugkeer van het menselijke ego naar zijn ‘vader’, het hogere ego, compleet.      – blz. 40

Amnéus werd in 1878 in Zweden geboren, en kwam op 20 jarige leeftijd in Amerika aan en werd uiteindelijk ingenieur. In 1901 werd hij lid van de Theosophical Society en in 1920 verhuisde zijn gezin voor 5 jaar naar het hoofdkwartier van de Society in Point Loma, Californië. Daar onderwees hij wiskunde en technisch tekenen op de raja-yoga-school. Hij schreef later Does Chance or Justice Rule Our Lives? (Wordt ons leven bepaald door toeval of door rechtvaardigheid?) En kort vóór zijn dood in 1952 voltooide hij Life’s Riddle.

Life’s Riddle is een nuttige en hoopgevende gids voor iedereen die op zoek is om een aantal mysteries van het leven te ontrafelen.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/april 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency