Evenwicht in actie
Nancy Bower

 

Dag en nacht, dag en nacht, dagennacht, dag’nnacht . . . Wanneer de aarde op 21 maart in haar nachteveningspunt pirouetteert, tollen wij door 20.000 km daglicht volgend op een even lange reis door het sterrenlicht. De afwisseling van licht en donker in ons leven is zo diep verbonden met ons gevoel voor volgorde in de tijd, dat men gemakkelijk kan vergeten dat deze ritmen voortkomen uit ons ronddraaien, rondtollen en voortsnellen door de ruimte. Halverwege onze jaarlijkse zonnedans is de nachtevening van de aarde een evenwichtspunt, een adempauze, een moment waarop dag en nacht een gelijke duur hebben.
     Met onze aarde, maan en zon als ouders, ‘stammen we af van de sterren’, en het kan meer dan alleen poëtische verbeelding zijn om de relatie tot onze innerlijke godheid voor te stellen als die van de aarde tot de zon. Waarom is ons eigen evenwicht dan zo bedrieglijk?
     Zijn wij vergeten dat harmonie dynamisch is, en niet statisch? Het hele zonnestelsel vliegt in een wilde dans met 200 km per seconde, en cirkelt rond zijn galactisch middelpunt terwijl het kloppen van ons hart de tijd markeert. De wiebelende aarde en jij en ik haasten ons ieder jaar rond de zon, overhellend en ronddraaiend door meer dan 930 miljoen km niet in kaart gebrachte ruimte. En dit alles terwijl we in ons melkwegstelsel-ruimtevaartuig worden meegevoerd en voortschieten met 320 km per seconde – onze gedachten ontstaan tijdens de vlucht. Geen onderbreking, geen stilstand, geen verlamming . . . niets dat zelfs maar een seconde blijft steken, geen rust zoals we ons die graag voorstellen.
     Elke ademtocht biedt ons in het klein een herhaling van deze energieke gracieuze dans. Dageraden en schemeringen, zonnestilstanden en nachteveningen herinneren ons eraan dat hoever we ook de ene kant opslingeren, we uiteindelijk terug moeten slingeren; de getijden keren, wat stijgt daalt en als we bewust in het kleine de waarheid van het grote tot wet verheffen, versterken we ons bewustzijn van de enige dans die er is.
     Ik vertrouw erop dat zelfs als we onbewust lijken, een hoger aspect van onszelf de speciale keerpunten ieder jaar herdenkt, interne klokken bijstelt, heilige wegen op elkaar afstemt. Als we deze lente niet werkelijk elkaars handen kunnen vasthouden, laten we elkaar dan in ons hart koesteren en een soort innerlijke nachtevening van de ziel vieren.

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/april 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency