Wat in verafgelegen sterren wordt onderwezen
Harry Young

 

Theosofie is de kennis van de evolutie van al wat leeft en bewustzijn heeft. Deze kennis is als een oceaan die zich uitstrekt van kust tot kust; onpeilbaar op zijn diepste gedeelten, biedt hij aan de grootste denkers een breed terrein van studie, terwijl hij aan zijn kusten toch ondiep genoeg is om het begripsvermogen van een kind niet te boven te gaan.      – William Q. Judge


Het universum is oneindig groot en complex, maar de essentie ervan is eenvoud. De oudste geestelijke tradities van de wereld, die stromen uit de oceaan van theosofie, zeggen alle dat er één grote wet is die het universum leidt: mededogen of compassie. Wat wordt er dan met compassie bedoeld? Het woord is afkomstig uit het Latijn, en betekent ‘lijden met’. Als de wet van mededogen universeel is, met wie en wat lijden we dan, en waarom?
     Het is een onontkoombaar feit dat alle wezens onderling zijn verbonden, of dit nu op een zichtbare of een onzichtbare manier gebeurt. In plaats van naar het universum als geheel te kijken, is het vaak eenvoudiger een klein stukje te onderzoeken om te proberen daarin het patroon te vinden dat zich in elk wezen – ja in elk atoom – overal in de kosmos herhaalt. Om dit te doen, hoeven we niet verder te kijken dan naar onszelf. Een mens is samengesteld uit vele bewustzijnslagen. De bron van dit bewustzijn ligt oneindig diep binnenin, ofschoon we de relatief zuivere toestand ervan geest noemen. Andere lagen van het bewustzijn van de mens kunnen we aanduiden als verstandelijk vermogen, psychische vermogens, emoties en persoonlijke verlangens, fysieke levenskracht en het fysieke lichaam. Elke bewustzijnslaag werkt in op de andere. Het geheel is in het algemeen uit balans en dit is voor een deel te danken aan de onlogische en op gebrek aan ervaring gebaseerde beslissingen die van dag tot dag door het menselijk brein worden genomen.
     Vrienden en familie, collega’s en vreemden, ze komen allemaal binnen onze dagelijkse invloedssfeer. We praten misschien met sommigen van hen, wisselen ideeën uit, kibbelen met elkaar, werken aan oplossingen voor problemen; we lezen het karakter van iemand misschien verkeerd en zeggen iets dat niet op zijn plaats is; we brengen misschien een paar minuten met een vreemde door, en zijn ons nauwelijks bewust van wat er zich tussen ons afspeelt. Iedereen die we ontmoeten, ontvangt onvermijdelijk iets van ons en geeft ook iets aan ons terug. Onze ontmoetingen met anderen hebben altijd gevolgen, ondanks dat we ons niet precies ervan bewust zijn wat deze gevolgen zijn.
     De oude leer van karma, die het natuurlijke voortvloeien van gelijksoortige gevolgen uit gelijksoortige oorzaken leert, zorgt ervoor dat ieder van ons uit onze dagelijkse ontmoetingen met anderen leert. Dit proces overstijgt de tijd, en om te begrijpen hoe alle gebeurtenissen in één leven gerechtvaardigd zijn in wat we intuïtief aanvoelen als een rechtvaardig heelal, is het nuttig ons bewust te zijn van de lering dat we vele levens moeten doormaken. Karma confronteert ons met ons verleden en met onszelf. Als we ruimdenkend genoeg zijn om onze sterke kanten te zien – onze ingeboren vermogens van rede en rechtvaardigheid, en de discipline om onszelf te kunnen vergeten – en ze verstandig te gebruiken, en onze tekortkomingen te erkennen – de ijdele verlangens die tot de lagere niveaus van ons bewustzijn behoren – zullen we algauw leren dat anderen niet van ons verschillen, dat we allemaal van waarheid houden en op zoek zijn naar de weg daar naartoe, en dat we allemaal houden van morele waardigheid en een broederlijke houding. Door deze oude wegen van zuivering te erkennen, zullen onze gedachten ons snel aanzetten tot een manier van handelen die tot harmonie en evenwicht kan leiden, tot vrede en begrip, niet alleen tussen ons en andere mensen, maar met het hele universum, niet tijdelijk maar eeuwig.
     Altruïsme en innerlijke kracht zijn kwaliteiten die diep in ons geestelijke zelf liggen besloten. Hoewel het laatstgenoemde voorbij de diepten ligt van wat psychologen het onderbewuste noemen, kan ons geestelijke zelf worden gevoeld en gehoord, en er kan op elk moment een beroep op worden gedaan. We kunnen het leren kennen door de stemmen van intuïtie en geweten. Deze zijn niet het resultaat van een te rijke fantasie, want de stem van het geweten heeft velen ertoe aangezet hun fouten, ten koste van grote persoonlijke opoffering, te herstellen. Maar met opoffering komt innerlijke kracht en groei. Hierin ligt een sleutel tot het begrijpen van de wet van mededogen en zijn sturende macht over de ontwikkeling van ieder levend wezen in het heelal.
     Door zich de eigenschappen van een klein atoom universeel leven voor te stellen in alle levens door de natuurrijken heen – van elementaal, mineraal, plant en dier, tot aan de wezens waardoor sterren worden belichaamd en nog verder – wordt een mens zich bewust van een uitgebreide hiërarchie van leven waarin elk wezen streeft naar het volmaakte, en probeert anderen te helpen dat doel te bereiken.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/april 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency