Mijn huis staat bij een uitloper van de Alpen. Het is een korte wandeling
naar de bossen waar we na een lange werkdag rust vinden en waar de natuur
met haar harmonische kleuren en vormen een ideale omlijsting biedt voor
het koesteren van mooie gedachten. En toch heeft er een paar uur rijden
met de auto hiervandaan een verschrikkelijke oorlog gewoed. Wanneer
we naar de televisie kijken verschijnen er afschuwelijke beelden in
onze huiskamers – beelden van het lijden van onze medemensen,
beelden die ons op de een of andere manier raken en de hele dag bijblijven.
Uitspraken en meningen over de situatie overstelpen ons en zijn soms
tegenstrijdig. Ik vind het moeilijk mijn eigen mening te vormen en recht
te doen aan alle partijen: de ellende, het lijden en verdriet van zoveel
mensen aan alle kanten is te immens om te bevatten en er een oordeel
over te vormen.
Toen ik probeerde dit conflict in een breder verband te zien, heb ik
in De Geheime Leer gekeken. Daarin heeft Blavatsky het over
de oorlog in de hemel en zegt dan
het was de oorlog tussen geest en stof. Deze oorlog
zal voortduren tot de innerlijke en goddelijke mens zijn uiterlijke
aardse zelf aanpast aan zijn eigen geestelijke natuur. Tot die tijd
zullen de duistere en vurige hartstochten van dit aardse zelf in een
eeuwige vijandschap zijn verwikkeld met zijn meester, de goddelijke
mens. Maar eens zal het dier worden getemd, omdat zijn aard zal zijn
veranderd, en er zal tussen beide weer harmonie heersen . . .
– 2:302-3
De oorlog tussen geest en stof geeft uitdrukking aan onze tweevoudige
natuur en uiteraard aan de dualiteit zelf. De oude wijsheid leert dat
de gebeurtenissen van ons dagelijks leven slechts de afspiegeling zijn
van iets in hogere sferen. Wat er in de ‘hemel’ plaatsvindt,
blijft voor ons abstract; het gaat ons begrip te boven. We hebben te
maken met gevolgen waarvan we de oorzaken niet kennen. Op aarde worden
we geconfronteerd met oorlog – die een gevolg is –
als iets dat heel werkelijk en tastbaar is. De oorlog die nu aan de
gang is, vormt slechts één aspect, hoewel een bijzonder
pijnlijk, van een strijd die in ons eigen hart plaatsvindt – en
daar vinden we de oorzaak – waar ook ter wereld. Ons
innerlijk wezen is het slagveld van onze tweevoudige natuur die ons
ertoe aanzet enerzijds toe te geven aan zelfzuchtige, egoïstische
begeerten en verlangens, en anderzijds geestelijke gedachten en onpartijdige
sympathie voor anderen te koesteren. Aan elk van ons is de keus welke
kant we aan de overwinning willen helpen. Hoe meer mensen zich verenigen
die zelf steun willen geven aan onzelfzuchtige pogingen en barmhartige
impulsen, des te sterker zal deze verheffende kracht zijn, totdat ze
tenslotte de leidende ster voor heel de mensheid wordt.
Maar is zo’n gedragslijn wel doeltreffend en realistisch? G.
de Purucker stelt deze zaak aan de orde door te verklaren op welke manier
de Theosophical Society ‘doordringt tot de wortels van de oorzaak
van de ellende en het lijden die zich bij de mensen voordoen’:
Is er iets dat praktischer en nuttiger is dan het
hart en het denken van de mensen te veranderen door daarin de krachten
van verbeelding en praktische idealen op te wekken? . . . Verander
het hart en het denken van de mensen door ze een perspectief te bieden
en ze bekend te maken met de grootse kracht van een scheppende verbeelding
en alle oorzaken van lijden en ellende zullen ophouden te bestaan.
. . .
Wat doet de TS op een praktische manier voor de mensheid?
Ik kom terug op deze gedachte: Zij verandert het denken en het hart
van mensen naar een hoger plan en verenigt hen. Wanneer dit wordt
gedaan, wordt alles gedaan. – Messages
to Conventions, blz. 149-52
Het is een grote uitdaging te proberen een radicale verandering
teweeg te brengen – een verandering vanuit de wortels zelf –
teneinde de mensheid te helpen. Het is een andere benadering zich tot
het innerlijke zelf te wenden om de mensen uit te leggen wat ze in essentie
zijn. Naarmate we dit innerlijke zelf de mogelijkheid bieden zich meer
ten volle te manifesteren, zal het de leidende factor in het menselijk
denken en handelen worden, want alleen dit laatste kan dat wat scheidt
de baas worden, en herkennen wat mensen gemeen hebben; alleen dit zelf
kan ons langs het smalle pad leiden dat uiteindelijk vrede zal brengen.
Het boeddhisme leert dat er lijden is, dat er een oorzaak van het lijden
is, en dat er een edel achtvoudig pad bestaat dat naar het opheffen
van het lijden voert. Alle deugden op dit pad zijn karakteristiek voor
het innerlijke zelf en leiden naar kennis van de oorzaken van het lijden
en de uiteindelijke uitroeiing hiervan. Veel verschillende deugden moeten
worden ontwikkeld, maar men komt ze alle tegen op het slagveld van het
dagelijks leven. Ze helpen ons het innerlijke vuur te doen ontwaken
dat ons in staat stelt het zelfloze van het zelfzuchtige, het hogere
van het lagere, het goede van het slechte, het liefdevolle van het boosaardige
te onderscheiden. Zulke eigenschappen kunnen niet door alleen de rede
worden herkend; zuiver logisch denken kan ze niet definiëren. Ze
komen uit dezelfde geestelijke bron en deze bron is voor allen identiek.
Zoals Katherine Tingley opmerkte:
de grote kracht van het goddelijke heelal bevindt
zich in het hart van ieder mens, zelfs in dat van de meest armzalige
en ongelukkige, en de mens hoeft er niet een heel leven over te doen,
hoeft er geen jaar over te doen om de god in zichzelf te ontdekken.
Als hij de moed bezit de problemen onder ogen te zien, kan hij hem
in een oogwenk ontdekken. . . .
. . . We zouden inzicht kunnen krijgen in het eeuwige
bestaan als we voorbij het denken doordrongen tot het ware zelf in
ons, en daar de bewuste kracht vonden die ons wegvoert van het zintuiglijk
leven en over de hoge muur van het denken brengt. . . .
. . . De goddelijke wetten zijn grootser dan menselijke
wetten. Ze zijn blijvend en eeuwig en niet aan verandering onderhevig:
door politieke stelsels worden ze niet beroerd, en sektarische invloeden
tasten ze niet aan. Juist denken en handelen kunnen ons altijd, tijdelijk,
doen opstijgen naar het gebied van de ziel en als we ons daar bevinden,
verheffen we de hele mensheid naar het niveau van zijn rechten en
mogelijkheden en van zijn geestelijke erfdeel.
– The Gods Await, blz. 38-52
Hoe kunnen we de vrede waarnaar we verlangen bereiken? In de onschatbare
rijkdom van gedachten en denkbeelden van de oude wijsheid wordt een
grondtoon aangeslagen die is gebaseerd op het feit dat de godsvonk in
ieder mens is, dat niets ons kan scheiden, en dat we samen een eenheid
vormen. Deze grondtoon heet universele broederschap.