Van onze lezers

 

Virginia, 28 april 1999
     Welke factoren bepalen een succesvol religieus geloof? Wat zorgt ervoor dat iemand zijn geest vol vertrouwen verbindt met de gedachte dat zijn gekozen geloof de waarheid belichaamt? Succes kan worden omschreven als het bereiken van iets dat wordt begeerd. Komen mensen dan tot hun religieuze keuze wanneer hun sterke spirituele verlangen naar begrip in vervulling gaat? Dit is voor sommigen ongetwijfeld het geval.
     Helaas is religie voor velen geen onafhankelijk gemaakte keuze door zorgvuldige studie, of een vaste overtuiging voortkomend uit een bewuste herkenning van wat werkelijk goed en verkeerd aanvoelt in haar leringen. Ze is veeleer het resultaat van invloed die ouders, familie en anderen tijdens de kinderjaren uitoefenen. Deze indrukken beïnvloeden de jonge en nog onbevooroordeelde geest, en worden steeds meer geaccepteerd en onbetwist als het kind opgroeit en volwassen wordt.
     De opvoeding in de kindertijd is echter niet de enige manier waarop mensen een religieus geloof ontwikkelen. Als kind werd ik grootgebracht in een gezin dat niet tot een bepaald kerkgenootschap behoorde; we gingen nooit naar de kerk en ik wist weinig over de bijbel. Ik werd opgevoed met goede ethische normen en er was nooit enig gebrek aan steun en liefde van mijn ouders. Mijn vader was altijd een diep nadenkend mens en moedigde aan tot het onbevangen overpeinzen van vragen over het leven en het universum. Toch voelde ik me vaak ver afstaan van vrienden die het vreemd vonden dat ik geen religie had en nooit naar de kerk ging.
     Jaren later, toen ik de wereld zelfstandig ging ervaren, leidden bepaalde gebeurtenissen ertoe dat mijn leven een dieptepunt bereikte. Ik was volledig verbijsterd, en bevond me in een toestand die zo volslagen huiveringwekkend was dat ik vreesde mijn gezond verstand te verliezen. Daar, in het meest wanhopige ogenblik van mijn leven, volledig geïsoleerd en alleen, viel ik zwak en uitgeput op de grond, en in de lege kamer riep ik uit ‘Schepper, wie of wat u bent, weet ik niet. Ik weet alleen dat ik niet nog een dag, zelfs geen minuut, kan doorgaan zonder uw hulp’.
     Wat er toen meteen daarna gebeurde is heel moeilijk te beschrijven. In een oogwenk raasde een onbeschrijflijke toevloed van energie door me heen en leek vanuit mijn binnenste naar buiten te stralen. In een flits stond ik overeind in die lege kamer, met een soort van toonvibratie die alles doordrong. Toen deze gewaarwording zijn hoogtepunt bereikte, kreeg ik een ervaring van realiteit die ik nooit eerder heb gehad en daarna nooit meer heb gehad (zeker niet in die mate). Terwijl ik daar middenin die kamer stond, leek het alsof mij de waarheid achter de grootste leugen werd getoond. Opeens werd alles bijzonder; mijn lichaam, de muren, zelfs de moleculen lucht waren enkel één ding. Alles wat ik altijd als realiteit had beschouwd werd als een illusie ontmaskerd. Dit leek alles te egaliseren tot een zeer kalm gevoel van harmonie. Toen die gewaarwording afzwakte, voelde ik helaas dat ik terugkeerde naar de leugen van illusoire waarneming. Ik bracht echter iets mee terug, een vertrouwen: op een of andere manier wist ik dat ik mijn probleem kon overwinnen en mijn moeilijkheden kon benutten als kansen om positieve veranderingen aan te brengen.
     Met het voortgaan van de dagen ontwikkelde ik een hevige drang om te begrijpen wat er met me was gebeurd. Omdat ik geen kennis had van religie of filosofie, wist ik niet waar ik moest beginnen. Mijn geest was weer onbevooroordeeld, zoals die van een kind.
     Omdat het christendom overheerste waar ik woonde, besloot ik aan een persoonlijke studie van de christelijke religie te beginnen. Ik las en bestudeerde de bijbel van begin tot eind, zestien keer. Ik had geen anderen die mijn studie beïnvloedden, en was slechts afhankelijk van mijn eigen gedachten en intuïties om me te leiden. Vanaf het begin leek het overduidelijk dat de Schrift op heel symbolische manier was geschreven, en dat de innerlijke betekenissen niet volledig konden worden begrepen door het boek te lezen als een letterlijk historisch verslag. Terwijl ik bepaalde elementen tegenkwam waarvan ik voelde dat ze diepzinnig waren, en waarvan ik misschien een klein deel van de bedoelde betekenis kon bevatten, stond ik vaak perplex door wat leek op een sporadische keten van tegenstellingen.
     Na bijna twee jaar deze privé-studie te hebben gevolgd, had ik een onbevredigend gevoel. Door een onafhankelijke studie van de geschiedenis van het christendom had ik een afschuw gekregen van een geloof dat samengaat met meer bloedvergieten en wreedheid dan ik ooit had durven dromen. Dit gaf me opnieuw ergernis: hoe konden zo velen begrijpen wat ik zo volkomen mysterieus vond?
     Op dit punt besloot ik met mijn vragen anderen te benaderen. Ik sprak met veel christenen, zowel katholieken als protestanten, en ontdekte een schijnbaar eindeloze diversiteit tussen de verschillende christelijke kerkgenootschappen. Ik ontdekte zelfs dat de visies van de personen binnen bepaalde kerkgenootschappen van elkaar verschilden. De enige consistente boodschap die zich aan mij opdrong was dat er een individuele Hoogste God was die absoluut volmaakt is en dat hij zijn enige zoon naar de aarde stuurde als een mens van vlees en bloed, om gemarteld te worden tot de dood, als betaling voor mijn slechte daden. En door dit te geloven, samen met een of andere vorm van doopritueel, kon ik gered worden van een eeuwig bestaan in de hel na de dood en met deze God leven in zijn koninkrijk, dat de hemel wordt genoemd.
     Eerlijk gezegd vond ik dit hele concept onredelijk en in strijd met mijn eigen waarnemingen van de natuur, en ook met gezond logisch denken. Toen vroeg ik een bepaalde geestelijke, in de hoop enige verlichting in de zaak te krijgen, ‘Als we er vanuit gaan dat er een individuele God is die absoluut volmaakt is, dan moet zijn scheppingsplan en alles erin op een bepaald punt ook perfect worden, want alles had zich gemanifesteerd vanuit de volmaaktheid. Zelfs één mislukkeling zou een tekortkoming betekenen in het plan, waardoor God minder dan volmaakt zou zijn. Omdat we de mensheid rekenen tot de scheppingen van deze volmaakte God, hoe kan iemand dan in een eeuwige hel branden na minder dan een eeuw van fysiek leven te hebben gehad om de perfectie van de schepper te verwerven?’
     Bijvoorbeeld, als uw zoon niet slaagt voor het eindexamen in het voortgezet onderwijs, zal u de jongen zeker niet verstoten of hem onderwerpen aan een of andere afschuwelijke eeuwigdurende bestraffing. U zal hem eerder naar school terugsturen om de lessen te leren die hij vroeger onvoldoende had geleerd. Dit lijkt voor hem een straf, maar het is een nodige stap voor toekomstig succes. Deze man, die meer dan dertig jaar van zijn leven had gewijd aan het verkondigen van het christendom, zei dat mijn woorden meer klonken als boeddhisme dan christendom. ‘Werkelijk?’ zei ik. Dus ging ik verder op een nieuwe zoektocht, het bestuderen van het boeddhisme.
     Ik ontdekte dat het boeddhisme mijn denken en gevoelens veel meer aansprak dan het christendom, en zijn geschiedenis was veel minder bloederig. En toch bevatten zijn leringen vele diepgaande idealen ingekleed in symboliek. Omdat ik geen boeddhisten kende en niet in de positie verkeerde om een leraar te zoeken, was ik overgelaten aan een dorst naar waarheid en had geen andere bron om uit te drinken dan mijn eigen contemplaties en intuïtie. Dit leidde echter tot de meest spirituele momenten van overdenking die ik heb gehad. Ik begon het goddelijke koninkrijk in mijzelf te ontdekken – een plaats die altijd had bestaan en die ik slechts herontdekte door een min of meer kalme oprechtheid in mijzelf en hoe ik omging met mijn omgeving. Ik heb geleerd dit innerlijke heiligdom te waarderen en er is geen hoeveelheid aardse rijkdom waarvoor ik het zou willen ruilen.
     Na verloop van tijd vond ik mensen met wie ik gedachten en ideeën kon uitwisselen. Bij een bepaalde gelegenheid kwam ik in contact met een man; zijn woorden hadden zo’n invloed op me dat ik ze met niets kon vergelijken. De dingen die hij in onze gesprekken had gezegd waren voor mij zinniger dan alles wat ik ooit had gehoord en, bovenal, zij gaven een goed gevoel. Zijn woorden sloegen noten in mij aan die weerklonken in harmonie en helderheid. Toen ik vroeg vanuit welke lering hij sprak, legde hij uit dat het de bewoording van waarheid was, gevonden in de innerlijke betekenis van alle heel oude geschriften van wijsheid, die zo oud is als de denkende mens. Hij gaf me een adres van de Theosophical Society, en al snel begon ik met cursussen in theosofie die ik zelfs nu nog met grote tevredenheid volg. Theosofie blijft mijn dorst naar waarheid nog steeds lessen, terwijl ze mij de mogelijkheid geeft mijn geest open te houden en vrij van fundamentele dogma’s.
     Dus welke factoren zouden een succesvol religieus geloof moeten bepalen? Ik herinner me, als kind, een vriend die heel bedroefd en verontrust was, die geloofde dat zijn vader (die was overleden) in de hel was en voor eeuwig zou moeten lijden omdat hij nooit was gedoopt en niet in de bijbel geloofde, zoals de rest van zijn familie. In dat geval had zijn geloof hem teleurgesteld; hij kon geen bijbelcitaat vinden voor zijn vertroosting. Misschien moet ik mijzelf gelukkig achten dat ik niet ben opgegroeid onder de invloed van een formele religie. Het vertrouwen dat ik heb in de geldigheid van mijn opvattingen is geworteld in mijn geest, en ik stuit niet op onthutsende tegenstellingen of angstaanjagende bedreigingen van eeuwige verdoemenis om mijn redeneringen in de war te sturen. Ik ben dankbaar om te zijn grootgebracht door liefhebbende ouders die me hebben geleerd om onbevooroordeeld te blijven en mijzelf niet te beperken tot één manier van denken. Onlangs heb ik ze laten kennismaken met theosofie en ze hebben beiden plezier aan hun studie. Als ik ze vraag naar hun gedachten over theosofie, antwoorden ze met, ‘Ze is logisch’, en ‘Ze voelt gewoon goed’. Misschien zijn dit de belangrijkste aspecten.      – Jeff Muehlhausen

 


Brazilië, 11 januari 1999
     Al zoveel jaren heb ik naar dit schitterende tijdschrift geluisterd, dat ik eigenlijk niet meer weet hoelang. Jullie artikelen die zeer goed zijn ingesproken, zijn altijd leerzaam en zo diepgaand als voor iemand nodig is om te leren vragen te stellen over het leven zelf en om menselijke relaties aan te gaan. Uiteindelijk kan volgens mij, wat ook ons geloof mag zijn, het ideaal van een goddelijk wezen alleen maar worden volbracht naarmate we onzelfzuchtige liefde tonen voor onze medemensen. Daarom heb ik alle reden om u van Theosophical University Press erg dankbaar te zijn, omdat er in Brazilië voor blinden geen vergelijkbare dienstverlening bestaat, en het luisteren naar zulke goede artikelen zou zonder uw vriendelijkheid voor mij niet mogelijk zijn geweest.      – Paulo F. Ferreira


[Sinds januari 1982 wordt de Amerikaanse Sunrise in het Engels ingesproken op audiocassette als een gratis dienstverlening aan visueel gehandicapten. – Redactie]



Washington, 1 Mei 1999
     Ik wil graag zeggen hoe waardevol Sunrise Online en andere informatie van Theosophical University Press [in de Engelse taal] op internet zijn geweest voor mijn onderzoek en studie. Om op mijn computer toegang te hebben tot de volledige tekst van bijna alle TUP-publicaties, waaronder verschillende uitverkochte titels en honderden Sunriseartikelen die teruggaan tot 1975, was heel nuttig. Ik vind ook de Encyclopedic Theosophical Glossary waardevol – vooral samen met de Collation of Theosophical Glossaries van de internetpagina van de Northwest Branch, die omschrijvingen van theosofische termen uit verschillende bronnen combineert in één enkele alfabetische lijst.
     Een belangrijk aspect van TUP-boeken en -artikelen online is de zoekfaciliteit. Zij die onderzoek doen naar een bepaald onderwerp of een term kunnen een lijst opvragen van alle files waarin die term of dat onderwerp kan worden gevonden. Door TUP Online op internet te gebruiken kon ik gemakkelijk theosofische literatuur opsporen en bestuderen waar ik anders geen toegang toe zou hebben gehad.      – Marilyn O’Day

 

Uit het tijdschrift Sunrise nov/dec 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency