Het geestelijke hart van de mensheid
Sarah Belle Dougherty

 

Achter de gewone activiteiten van de mensen bevindt zich een innerlijke wereld van geestelijk en moreel onderzoek en kennis, waarvan de vertegenwoordigers achter de uiteenlopende stelsels staan die samen de wijsheidstraditie van de eeuwen vormen. In The Mystery Schools [De mysteriescholen] bespreekt Grace F. Knoche die verborgen bron van de religies, wetenschappen en filosofieën van de wereld, die de oorsprong is van het innerlijke leven en het geestelijke voedsel van de mensheid.
    Wat zijn deze mysteriescholen? Volgens Mw. Knoche:

    Een mysterieschool is een universiteit van de ziel, een school voor de studie van de mysteriën van de innerlijke natuur van de mens en van de ons omringende natuur. Als de leerling deze mysteriën begrijpt, beseft hij zijn innige verwantschap, zo niet fundamentele eenheid, met het goddelijke, en streeft ernaar, door vanouds voorgeschreven discipline, om één te worden met zijn innerlijke god.
    . . . als we naar de bladzijden van de geschiedenis kijken en verder weg in de nevel van de niet-beschreven tijd, zien we niet de scholen zelf, maar . . . Door gevolgtrekkingen te maken en op grond van geestelijke getuigenissen kunnen we de stoet van lichtdragers volgen zoals ze eeuw na eeuw zijn voorbijgetrokken en de grote religies en filosofieën van de mensheid hebben ingeluid. Van die lichtende voorbeelden stralen sommigen met onmetelijke luister en anderen minder sterk, terwijl weer anderen slechts een onbestendig schijnsel van halfbegrepen waarheid vormen.     – Voorwoord

    Om ons een beeld te vormen van de mysteriescholen, moeten we een terugblik werpen op het verstandelijk ontwaken van de mensheid, dat volgens theosofische leringen zo’n 18 miljoen jaar geleden plaatshad. In die kinderjaren van de mensheid drukten hoge geestelijke wezens die een band hebben met onze planeet, een onuitwisbaar stempel op de innerlijke natuur van iedere mens:

de hoogste planeetgeesten, . . . verschijnen op aarde slechts aan het begin van elk nieuw mensengeslacht; bij het samentreffen en bij de eindpunten van de grote cyclus. En zij blijven niet langer onder de mensen dan nodig is om de eeuwige waarheden die zij leren zo krachtig op het plastische denkvermogen van de nieuwe rassen af te drukken dat ze zeker niet verloren zullen gaan of in de eeuwen daarna door komende generaties volledig zullen worden vergeten. De zending van de planeetgeest is niet anders dan het aanslaan van de GRONDTOON VAN DE WAARHEID.     – De Mahatma Brieven aan A.P. Sinnett, blz. 46

    Deze planetaire geestelijke beschermers behoren tot de hiërarchie van mededogen, die keten van aspirerende wezens die zich via de mensheid uitstrekt naar de goden en nog verder. In de vroegste perioden van het menselijke leven verzamelden zich de evolutionair meest gevorderde mensen en brachten door een collectieve uiting van wil en geestelijke kennis een centrum van spirituele solaire en planetaire krachten tot stand dat de mensheid bereikte – een ‘Wonderlijk Wezen’ dat tot op de dag van vandaag bestaat als het hoofd van de hiërarchie van mededogen op aarde. Dit wezen trok degenen aan die in harmonie met zijn natuur waren, en samen vormden ze een verbond of broederschap, een ‘loge’ die door de eeuwen heen heeft gewerkt voor de bescherming en verlichting van alle wezens op aarde.
    Aanvankelijk waren de waarheden van de natuur voor iedereen duidelijk: de organen voor geestelijke waarneming functioneerden volledig in het kinderstadium van de etherische mensheid. Maar naarmate intellect en verstoffelijking zich steeds krachtiger ontwikkelden, nam het gevoel van egoïteit en zelfzucht toe, terwijl spiritualiteit en intuïtief inzicht zwakker werden. Tenslotte vertroebelden de oorspronkelijke openbaringen van de planetaire wezens zodanig dat ze ‘bij de massa ontaardden in tovenarij, die later de vorm aannam van exoterische religies, van afgodendienst vol bijgeloof, . . . ’ (H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, 2:317). Omdat kennis van de innerlijke werkingen van de natuur zo algemeen werd misbruikt, werd de toegang ertoe doelbewust beperkt tot de geestelijk meest gevorderden en vertrouwenswaardigen. Om dit tot stand te brengen werden de mysteriescholen gevormd. Zoals Mw. Knoche uitlegt:

    De broederschap die zelfs in de latere tijd van Lemurië al onzichtbare verbindingslijnen voor esoterische instructie had ingesteld waardoor zij die daar voldoende ontvankelijk voor waren konden worden getraind, gelouterd en sterk gemaakt voor het ontvangen van waarheid en het veilig stellen ervan, begon daarom nu een systematische campagne. Discipelen, boodschappers, werden uitgezonden en ze openden esoterische academies, universiteiten voor de ziel, speciale trainingscentra met het bijzondere doel om daar de beste mannen en vrouwen bijeen te brengen voor discipline en opleiding in de mysteriën van de natuur.
    Zo werden ongeveer vier of vijf miljoen jaar geleden, toen Atlantis dreigde zichzelf door geestelijke zondigheid te vernietigen, de eerste mysteriescholen gevestigd. Uit deze vroege centra kwamen in alle delen van de Atlantische wereld andere mysteriescholen voort. Tegen de tijd dat de Atlantiërs het hoogtepunt van hun materiële luister hadden bereikt, werkten deze scholen het hardst om weerstand te bieden aan de toenemende stroom van tovenarij.     – hfst. 2

Het doel van deze scholen was het gedachteleven van de mensen te vergeestelijken; personen door discipline en innerlijke ontwaking in staat te stellen hun plaats in te nemen als bewuste medewerkers van de hiërarchie van mededogen; en waarheid voor de toekomst zuiver te bewaren; bovendien het onderzoek naar de werkingen van het innerlijke en uiterlijke heelal voort te zetten. Om de menselijke kennis van eeuw tot eeuw te bewaren, waren er – en zijn er nog steeds -

over de hele wereld verspreid, een handjevol nadenkende en afgezonderde onderzoekers die hun leven in onbekendheid doorbrengen, ver van het rumoer van de wereld, en de grote vraagstukken van het stoffelijke en het geestelijke heelal bestuderen. Ze hebben hun geheime verslagen waarin de resultaten worden bewaard van de scholastische inspanningen van de lange reeks kluizenaars van wie ze de opvolgers zijn. De kennis van hun verre voorouders, de wijzen van India, Babylonië, Nineveh en het keizerlijke Thebe; de legenden en overleveringen waarop de meesters van Solon, Pythagoras en Plato commentaar hebben gegeven in de marmeren zalen van Heliopolis en Saïs, overleveringen die in hun tijd al niet meer dan een zwak schijnsel leken achter het nevelige gordijn van het verleden; – dit alles en nog veel meer is opgetekend op onverwoestbaar perkament en wordt nauwlettend en met zorg van adept aan adept doorgegeven.     – H.P. Blavatsky, Isis Ontsluierd, 1:715

    Het heelal is overal tweevoudig, en terwijl de krachten van het licht degenen bijeenbrachten die werden aangetrokken door geest en mededogen, brachten de krachten van de duisternis tegelijkertijd degenen in scholen bijeen die neigden naar zelfzucht en materie. Toen de Atlantische cyclus het laatste kritieke stadium naderde, nam de strijd tussen deze adepten van licht en duisternis in hevigheid toe, zodat nog geheimere scholen werden gesticht om geestelijke kennis en vermogens tegen misbruik te beschermen. Op het moment dat het grootste deel van de Atlantische beschaving ten onder ging door haar eigen boosaardigheid en door de cyclische krachten van de natuur, begon ten volle de huidige cyclus van de mensheid – die alle volkeren van nu en van honderdduizenden jaren in het verleden omvat; en de mysteriescholen van beide soorten bleven tot in historische tijden bestaan. Het grootste deel van deze geschiedenis is voor academische geschiedkundigen verloren gegaan, maar leeft voort in mythen, religieuze overleveringen en in de mysterieuze bouwwerken die nog overal op aarde voorkomen, en eveneens in de geheime optekeningen van de broederschap van mededogen en in de afdrukken op het innerlijke etherische weefsel van de aarde, het zogenaamde astrale licht.
    In haar verhandeling over de mysteriescholen spreekt Mw. Knoche over de stichting en de methoden ervan. Hun stelsel van onderricht was gebaseerd op het feit dat, hoewel geestelijk bewustzijn in iedereen latent aanwezig is, het door ervaring, inspanning en discipline moet worden opgewekt. Eerst komen de kleine mysteriën, die loutering en discipline combineren met dramatische, allegorische en verstandelijke voorstellingen van de werkelijkheden van het heelal. Als men die de baas is, beginnen de grote mysteriën, waarin kandidaten door ervaring leren feitelijk te worden wat men heeft bestudeerd. In de meer gevorderde stadia volgt de aspirant bewust de paden die de ziel tijdens de slaap en bij de dood volgt, en brengt de verworven kennis en ervaring mee terug. Het bewustzijn van de mens gaat, bevrijd van het lichaam, ‘naar de andere sferen en gebieden en leert de aard daarvan kennen door ze te worden, wat de enige manier is waarop deze kennis wortel kan schieten in de ziel, . . .’ (G. de Purucker, Beginselen van de Esoterische Filosofie, blz. 251). Deze innerlijke tocht – het reizen naar lagere en hogere bestaanssferen, de mystieke dood en wedergeboorte – bevat de sleutel tot de symboliek van veel mysteriën overal in de hele wereld. En na de grote inwijdingen verschijnt de succesvolle zoeker als een nieuwe man of vrouw, en heeft een tweede geboorte van geestelijk bewustzijn ervaren.
    Veel mysterietradities bestaan niet meer openlijk. Het sluiten van bepaalde mysteriecentra werd onafwendbaar veroorzaakt door het verval bij degenen die er verantwoordelijk voor waren, wat vaak samenging met een toenemend materialisme en een streven naar eigen gewin in de omringende samenleving. Dan ‘trekt de geest van de broederschap zich terug en blijft de schil van het ritueel over.’ (hfst. 10) Wanneer zo’n uiterlijke school sloot, gingen de leden ervan uiteen; sommigen vormden geheime genootschappen, anderen gaven zo goed mogelijk onderricht.

    Zo wordt periodiek het werk van de broeders van de schaduw verricht, de vernietiging van de buitenposten van de mysteriën; maar de kern en het hart ervan, de grote broederschap van het licht, loopt bij een nederlaag geen enkele schram op. Nooit zal de hand van de duisternis een vinger kunnen leggen op het hart van de esoterie, dat tegenwoordig even krachtig klopt als zo’n 18 miljoen jaar geleden, en het zal met onverminderde kracht blijven kloppen tot de dood van ons zonnestelsel – en ook daarna. Het licht van de waarheid is het licht van de geestelijke zon van ons heelal. Zolang zijn stralen omlaag schijnen naar de wereld van de aarde, zolang zullen de stralen van de geest het hart van de mensen verwarmen.     – hfst. 10

    En wat is er nu beschikbaar? De mysteriën zijn nog steeds een bron van geestelijke kracht en een leidraad in elk land op aarde. Omdat ze voor het grootste deel verborgen en onopvallend zijn, kunnen deze pogingen niet worden beoordeeld naar de omvang en het belang van een land in de wereld. G. de Purucker merkte op: ‘een klein land, zoals Nederland, zou het centrum kunnen zijn van een geheime mysterieschool, waarvan de vertakkingen en de invloed zich over half Europa uitstrekken . . .’ (Aspecten van de Occulte Filosofie, blz. 672). Als toonbeeld van het bodhisattva-ideaal reiken zij die bij deze heilige studies zijn betrokken, voortdurend de hand aan degenen die hen navolgen, moedigen aan, onderrichten – geduldige oudere broeders en zusters die met karma moeten werken in hun streven om de meester in ieder mens wakker te roepen. Een van H.P. Blavatsky’s leraren schreef:

Ontelbare generaties lang heeft de adept een tempel gebouwd van onvergankelijke stenen, een reuzentoren van ONEINDIG DENKEN, waarin de Titan woonde en, als het nodig is, alleen zal blijven wonen, om er slechts aan het eind van iedere cyclus uit te voorschijn te treden om de uitverkorenen van de mensheid te vragen met hem samen te werken en op hun beurt te helpen de bijgelovige mens te onderrichten. En we zullen dat periodieke werk van ons voortzetten; we zullen ons van onze filantropische pogingen niet laten afbrengen tot op die dag dat de grondslagen voor een nieuw continent van denken zo stevig zijn gelegd dat geen enkele tegenstand en domme kwaadwilligheid, geleid door de Broeders van de Schaduw de zege zal kunnen behalen.     – De Mahatma Brieven, blz. 57-8

    Om contact te maken met de wereld zendt de geestelijke broederschap haar afgezanten uit – geestelijke leraren en grote filosofische en wetenschappelijke denkers. Hoeveel hulp de mensen in een bepaalde tijd of plaats ontvangen, hangt af van hun aspiraties. Dr. De Purucker zegt hierover:

    Wanneer de mensheid, of een deel ervan, of zelfs een afzonderlijk individu een zo uitdrukkelijk en sterk beroep doet, spiritueel en intellectueel, met zo’n geestelijk krachtige energie, als het ware met de diepste vezels van het innerlijke leven, dan werkt ze in feite met het geestelijke magnetisme van een leraar, en wordt de oproep onveranderlijk in de grote broederschap gehoord, en in de wereld verschijnt een afgezant of boodschapper als haar vertegenwoordiger.     – The Esoteric Tradition, blz. 1053

Deze geestelijke beschermers oefenen door hun verborgen en openlijke activiteiten voortdurend een weldadige invloed uit op het leven en het denken van de mens – voor zover wij en ons individuele en gezamenlijke karma dat toelaten.
    De mensheid is een eenheid. We zijn in de innerlijke delen van ons wezen onlosmakelijk verbonden met ieder leven dat in het melkwegstelsel, en daar voorbij, bestaat. We kunnen bewust in verbinding komen met de hiërarchie van mededogen – dat legioen van mensen, halfgoden en goden dat het geestelijke hart van de mensheid vormt; het kanaal waardoor de innerlijke energieën van het zonnestelsel ieder individu op de aardbol bereikt. We worden schakels in deze keten van geestelijke liefde wanneer ons gewone bewustzijn door zelfgeleide evolutie zich zijn eenheid met alles realiseert. Door het spoor te volgen van de periodieke pogingen van de krachten van het licht om te reageren op de diepste verlangens van het menselijke hart, verschaft The Mystery Schools een waardevol overzicht van de werking van de geest bij de mensheid, zowel in het verleden als in het heden.

 

Uit het tijdschrift Sunrise sept/okt 1999

© 1999 Theosophical University Press Agency