Richt uw blik omhoog
Curtis Beach

 

Wij allen kennen het gevoel dat onze geest werd verheven en ons denken verfrist door de grootsheid van de wouden en de weidsheid van de bergen. We hebben ons gevoed en geïnspireerd gevoeld wanneer de zonsondergang haar karmijnrode vegen langs de hemel uitstrekte en de gloed van de laatste lichtstralen zwakker werd en plaatsmaakte voor de sterren. Van de heuvels hebben we iets meegekregen om terug te brengen naar ons dagelijkse werk in de steden, hebben we een stilte van de ziel geleerd in een wereld van rusteloosheid en verwarring. Door die scheppende geest die de buitenlucht vervult hebben we de onbevooroordeeldheid en openhartigheid leren kennen, en dat vriendschap de diepste en machtigste kracht in de hele wereld is.
     De heuvels bevatten een grootse boodschap, zoals allen die van hen houden weten: daar staan ze, onbeweeglijk, stevig gegrondvest, standvastig. Geen wonder dat de psalmist heeft gezongen, zoals de mensen in alle generaties, in alle landen, ‘ik zal mijn blik omhoog richten naar de heuvels, vanwaar mijn hulp komt’. Hun duurzaamheid staat in tegenstelling tot onze eigen zwakheid. Hun fundamenten gaan tot diep in de structuur van de aarde zelf en ze tonen ons bestendigheid – stabiliteit. Hoe anders schijnt het met ons te zijn! Gemeten ten opzichte van het leven van de heuvels, is dat van ons maar een kort, snel uur. Hun purperen schaduwen vallen over duizend generaties; wij omspannen er hooguit drie. Toch verkondigen deze bergen dat zo’n bestendigheid ook voor ons mogelijk is, want de macht die aan hen vormgaf bevindt zich ook in ons, en geeft aan onze ziel een onsterfelijkheid die de bergen nooit zullen kennen.
     De boodschap van de heuvels is daarom niet dat we ons nederig of klein moeten voelen, maar sterk en verheven. Ze dient ons aan te moedigen om in te zien dat we een kracht en standvastigheid in ons hebben die zelfs groter is dan die van hen. Ze dient ons te inspireren om het leven tegemoet te treden tot we ontdekken dat het leven in feite niet iets vergankelijks is. De bergen vragen ons de blik omhoog te richten en onszelf te zien zoals we werkelijk zijn, kinderen van het goddelijke.
     In de bijbel komen veel bergen voor en ik zou graag over twee ervan willen spreken: twee grote pieken die boven alle andere uitsteken. De ene staat aan het begin daarvan en de andere dichtbij het eind. Het silhouet van de eerste is streng; hij rijst op vanuit de rotsige woestenij van Sinai, tussen Egypte en Palestina. Het is de berg van de Wet, en hier zou Mozes hebben geworsteld met de ethische problemen van zijn ruwe stammen, en een code van ethiek, de Tien Geboden, hebben opgesteld – en het zijn ruwe, strenge geboden, die de eenvoudige emoties van het menselijk leven betreffen. ‘Gij zult niet doden!’ Gij zult niet stelen!’ Ze zijn oprecht en genadeloos duidelijk, en vormen de fundamentele voorschriften waarop het sociale leven is gebaseerd en die in iedere rechtbank gelden.
     Het grootse denkbeeld dat majestueus oprijst van de hoogte van Sinai is dat van plicht, verantwoordelijkheid; dat ieder mens morele en ethische verplichtingen heeft tegenover ieder ander mens, en dat deze berusten op wetten die moeten worden geleerd. Zoals de wereld van de natuur afhangt van wetten die niet kunnen worden verbroken, zo is het menselijk leven gebaseerd op wetten die de mensen niet kunnen overtreden zonder rampen te veroorzaken. Plicht en verantwoordelijkheid – deze vormen de glorie van de Sinai.
     De tweede berg ligt verder naar het noorden en wordt in de tijd gescheiden van de Sinai door duizend jaar. De berg van de Bergrede die de levens en het denken van miljoenen mannen en vrouwen zou veranderen, was feitelijk helemaal geen berg, maar een zacht glooiende grazige heuvel die afliep tot aan de oevers van een meer. Volgens het bijbelse verhaal leerde Jezus daar de manier van leven die zou leiden tot dat innerlijke geluk dat niemand kan geven of wegnemen, en zijn woorden werden zo waarachtig en wonderlijk gesproken dat mensen tweeduizend jaar hebben geprobeerd deze na te leven.
     Er is een wereld van verschil tussen de Zaligsprekingen en de Tien Geboden. De stem van Mozes is de stem van dwang; die van Jezus de stem van liefde. Mozes zegt: ‘Gij zult niet!’ Jezus nodigt mensen tot de meest verheven weg. Mozes geeft het minimum wat een mens moet doen om toch een ethisch leven te leiden; Jezus geeft het maximum, idealen waarnaar de mens gedurende al zijn levens moet streven.
     De boodschappen van de Sinai en van Galilea zijn beide waar. Mozes heeft gelijk: het leven moet worden geleefd met plicht en verantwoordelijkheid; er zijn morele en ethische grondbeginselen die niet ongestraft kunnen worden overtreden. Maar wil het leven rijk en vol zijn, dan moet het meer zijn dan dat, en moet het niet alleen de dwang van de morele wet volgen, maar meer luisteren naar de ingevingen van het hart. Het is een goede zaak zijn blik omhoog te richten naar de heuvels. De heuvels spreken over de strengheid en ruwheid van een onverbiddelijke wet. Maar ze spreken ook over vriendelijkheid en mededogen, en ademen die eeuwigdurende tegenwoordigheid die ons omringt met liefde en serene rust.

 

Uit het tijdschrift Sunrise jan/feb 2000

© 2000 Theosophical University Press Agency