Op de drempel van de 21ste eeuw
Wim Rinsma

 

Is het niet waar dat we door onze opvoeding, gewoonten en rationele denken te veel aandacht besteden aan uiterlijke dingen? In de godsdienst kijken we misschien alleen naar de dode letter van een tekst, waarbij we de verborgen betekenis ervan uit het oog verliezen. En als we de huidige toestand van de wereld beoordelen, hoe gemakkelijk is het dan door alleen naar uiterlijke omstandigheden te kijken, om misdaad, bedrog en zelfzucht als de werkelijkheid te zien, in plaats van als een beeld van de werkelijkheid. De media hebben in het bijzonder invloed op ons gedachteleven door voortdurend sensationeel en verontrustend nieuws te selecteren.
     Dit alles in een wereld met zes miljard mensen, van wie maar een klein percentage het spoor volkomen bijster is. Daarom zien we, als we niet oppassen, onbewust de grote naamloze menigte over het hoofd die hun plicht doen en niet zijn verwikkeld in negatieve activiteiten. Bij hen berusten de potentiële krachten en eeuwige hoop van de lichtzijde van het wereldbewustzijn. Deze krachten worden hoofdzakelijk gevoed door de essentie van onze gedachten en handelingen, levende energieën die de gedachteatmosfeer binnengaan die de aarde als een geheugenbank omringt. Welke energieën we uit dit reservoir aantrekken hangt ervan af in hoeverre ze overeenkomen met onze bewustzijnstoestand.
     Op de drempel van de 21ste eeuw zien we steeds meer oprechte pogingen van talloze mannen en vrouwen om een vriendelijker samenleving tot stand te brengen. Inderdaad spelen de reïncarnerende ego’s van jongere mensen hierin een belangrijke rol omdat bij hen een meer universele grondslag van denken heerst gebaseerd op het idee dat de mensheid een broederschap en een eenheid is. Er is een breder besef dat de enige tussenschakel tussen het individu en zijn ingeboren onsterfelijke geestelijke zelf zijn eigen ziel is. Deze ontwikkeling betekent dat er opnieuw een verlangen ontstaat naar een diepgevoelde individuele verantwoordelijkheid, en werpt inspirerende vragen op over onze werkelijke oorsprong, de geheimen van de natuur, dood en wedergeboorte, en het opkomende getij van een cyclus die in beweging is.
     In alle tijden hebben wereldleraren verwezen naar ons vermogen om onze latente geestelijke mogelijkheden tot uitdrukking te brengen door het innerlijke pad te volgen naar de goddelijke vonk in de diepten van ons wezen. Het geheim berust op de goed beproefde methode van oprechte zelfanalyse: de wens om nadat men enkele pijnlijke ervaringen heeft gehad, te proberen onszelf te overwinnen in ons dagelijks leven waar onze plicht ligt, en ook aan anderen de helpende hand te bieden – kortom, altruïsme.
     Om dit vol te houden vereist veel oefening door vallen en opstaan. Als we struikelen, versterken we ons waarschuwende, zich ontwikkelende bewustzijn, de stem van ervaring in dit en andere levens. In zijn Dialogues zegt G. de Purucker: ‘Geweten is het licht van de innerlijke god, en wanneer dat licht wordt teruggetrokken, houdt het geweten op; en . . . in het brein en het hart van zo iemand leeft niet langer het bewustzijn van de wetten van het geestelijke leven’ (2:111).
     Iets meer dan 2000 jaar geleden werd een wereld die in geestelijke nood verkeerde bevrucht met het goddelijke licht van een van de grote zielen van de geschiedenis. Het was het resultaat van levens van opoffering en strijd, het éénworden van de immanente Christos of geestelijke ziel met de menselijke constitutie. Tegenwoordig doordringt deze invloed een wereld die deze harder dan ooit nodig heeft. Eén boodschap was: ‘Grotere werken dan deze’ zullen we verrichten. Ja, we kunnen het volle vertrouwen hebben in de toekomst van de mensheid, en moedig en vastberaden verdergaan.

 

Uit het tijdschrift Sunrise mrt/april 2000

© 2000 Theosophical University Press Agency